|
Tekst en foto's: Roel Dieltjes (Ons Genoegen, Tilburg)
Inheemse amfibieën en reptielen staan, min of meer terecht, op de lijst van beschermde dieren en mogen dus niet gevangen, vervoerd of verhandeld worden. Toch worden ze nog steeds vaak in de vrije natuur gevangen. Dit moet sterk afgeraden worden, omdat kikkers in groepen voorkomen en als men er slechts een paar vangt, zullen ze in uw vijver wegkwijnen. Padden hoeft men al helemaal niet te vangen, omdat ze toch niet in uw tuin zullen blijven. In België zijn met name salamanders wel gewoon op bepaalde dierenmarkten te verkrijgen. Mijns inziens dient men ze daar echter niet te kopen, want de dieren zijn vaak door het vangen en transport ondervoed of beschadigd. Dikkopjes (kikkerlarven) mogen in Nederland wel gevangen en vervoerd worden, maar de beste methode is toch om kikkerdril, afkomstig van een andere tuinvijver, in uw eigen vijver over te brengen. Er is een grote kans dat de dieren die na de metamorfose aan land gaan, uw tuin als hun eigen biotoop beschouwen en er zullen blijven. Vaak komen kikkers, padden en salamanders ook spontaan in uw vijver. Of hun larven komen mee bij het scheppen van watervlooien. Ook zouden er wel eens salamandereitjes kunnen meekomen met waterplanten, die men krijgt van een andere vijverliefhebber. Diverse mogelijkheden dus, zonder roofbouw te plegen op de natuur. Specifieke eisen aan de tuin Indien er amfibieën in uw vijver terechtkomen en u wilt ze daar graag houden, dan dient u ook uw tuin verantwoord in te richten. En dan mag u zelfs nakweek verwachten. Zo draagt u een steentje bij aan het natuurbehoud in Nederland. Amfibieën leven in de natuur in stilstaand of langzaam stromend water. In uw tuinbiotoop hoort dus geen zware fonteinpomp met hoge spuithoogte, maar een langzaam kabbelend beekje behoort wel tot de mogelijkheden. De aanzuigmond van de pomp dient afgeschermd te worden, opdat eventuele larven niet de pomp ingezogen kunnen worden. Zowel in de vijver als op de kant dient een goede randbeplanting voldoende schuilmogelijkheden te bieden om te kunnen vluchten voor katten en vogels. Salamanders zullen de randbeplanting vaak uitkiezen om hun eieren in af te zetten. Zeer bruikbare planten hiervoor zijn watermunt, penningkruid en moerasvergeet-mij-nietje. Deze vormen aan de vijverrand een bladerdek, maar tevens een wortelstelsel waarin de larven ruim de mogelijkheid hebben om te schuilen en te foerageren. Alle salamanders en hun larven zijn namelijk carnivoren en leven van watervlooien, muggenlarven, wormen, kleine kreeftachtigen enz. Een goed waterplantenbestand in de vijver, bestaande uit hoornblad, waterpest, fonteinkruid e.d. is om dezelfde reden aan te bevelen. Waterplanten zijn ook noodzakelijk voor een goede waterkwaliteit. Uw vijver dient plaatselijk diep genoeg te zijn (minimaal 80 cm), opdat hij 's winters niet geheel dichtvriest.
Kikkers en padden kan men in de zomer eventueel bijvoeren met veldkrekels, die zich niet in huizen voortplanten, zoals huiskrekels dat doen. Om uitdroging te voorkomen kruipen amfibieën overdag onder stenen e.d. en zijn vooral 's nachts actief, omdat dan de luchtvochtigheid hoger is. Een steenpartij met rol- of Maaskeien rond uw vijver is daarom aan te raden. Ook een stapeltje oude dakpannen voldoet hiervoor uitstekend.
Padden en salamanders kan men ook laten overwinteren in een oud aquarium dat gevuld is met bladafval, liefst eiken- en beukenbladeren. Stel dat aquarium zo op dat de dieren erin kunnen kruipen en zet het aquarium vervolgens op een vorstvrije plaats weg, bv. in een schuur of kelder. Men mag de dieren gedurende de winter niet voeren, daar het verteringsproces dan uiterst langzaam verloopt. Zou men toch voeren, dan treedt rotting en gasvorming op en dat overleven de dieren niet. Jonge amfibieën doen er twee tot drie jaar over om volwassen te worden. Dan zoeken ze het water op om mee te doen aan het voortplantingsritueel, dat heel spectaculair is om te zien. De combinatie van salamanders met de gebruikelijke vijvervissen juich ik niet toe. Kikkers en padden zijn iets beter met vissen te combineren, maar salamanders zijn wat tragere dieren en worden voortdurend opgejaagd door vissen van enig formaat. Larven van alle amfibieën zijn natuurlijk graag gegeten prooien voor de meeste vijvervissen. Bij het houden van vooral salamanders dient men ook te bedenken dat deze gevoelig zijn voor waterverontreiniging door overvoeding, chemicaliën, droogvoeders en bestrijdingsmiddelen. Maar bij een verantwoord vijverbeheer zijn deze middelen overbodig. Ik hoop met dit stukje een steentje te hebben bijgedragen aan een beter amfibieënbestand in de Nederlandse vijvertuinen, daar door de bouw van de vele nieuwbouwwijken ontelbare specifieke biotopen vernield zijn en worden. Dat schijnt wel te mogen. |
|
Naschrift Inderdaad, beschermde dieren bestaan in ons land eigenlijk niet, ze worden alleen voor liefhebbers verboden. We moeten echter in principe geen dieren aan de restjes natuur onttrekken. We moeten ons wel inzetten voor het tegengaan van biotoopvernietiging. Daarom is het vormen van natuurvriendelijke tuinen met vijvers een goede bijdrage aan echte natuur- en dierenbescherming. Literatuur Rimpp, K. 1981. Die Salamander und Molche Europas. A. P.V. Minden |
![]() |
![]() |
|
| Overwintersystemen | |||
![]() |