Boekbesprekingen
 
Titel: Heimans, Heinsius en Thijsse's Geïllustreerde Flora van Nederland, België en Luxemburg
Auteur: J. Mennema
Uitgever: Versluys b.v. (Bosch & Keuning), Baarn
Formaat: 1180 pagina's, 14,5 x 18 cm, gebonden
Illustraties: talrijke botanische tekeningen
ISBN: 90 249 1803 0
Prijs: ƒ 69,90
De eerste druk van deze onder plantenliefhebbers als HHT bekende flora verscheen in 1899, maar toen onder de titel Geïllustreerde Flora van Nederland door E. Heimans en Jac. P. Thijsse. Zelf bezat ik al jaren de 20ste druk uit 1960 door E. Heimans, H.W. Heinsius en Jac. P. Thijsse. Onlangs is de 23ste geheel herziene druk verschenen, maar nu uitgebreid tot alle wilde en verwilderde planten binnen de hele Benelux. Vanzelfsprekend zijn er ondertussen op taxonomisch gebied heel wat veranderde inzichten en dus gewijzigde plantennamen en er zijn heel wat soorten toegevoegd. Maar ook is de flora beter leesbaar gemaakt door tekens te vervangen door woorden, bv. de tekens ? en û zijn vervangen door resp. 'éénjarige plant' en 'boom of heester'. Ook is de volgorde van de plantenfamilies wat veranderd, met bv. de éénzaadlobbigen achter de tweezaadlobbigen, omdat ze daaruit ontstaan zijn door verlies van een zaadlob.
Om de dikte wat te beperken zijn alleen wilde bloemplanten en hogere sporenplanten (vaatcryptogamen) opgenomen. Over algen (wieren), mossen, paddestoelen en sierplanten zijn andere boeken beschikbaar.
Sierplanten worden alleen besproken als ze ook verwilderd worden aangetroffen of de vegetatie kunnen bepalen (bv. een korenveld of naaldbos).
Het doel van de voorgaande drukken is wel gehandhaafd: vooral om de beginnende plantenliefhebber in te wijden in de wilde flora. Heimans en Thijsse schreven in 1899: "Wie nog nooit, of niet vaak, bloemen gedetermineerd heeft met een flora, begint maar op bladzijde 5 bij no. 1 langzaam en nauwkeurig te lezen; het boek wijst dan zelf verder den weg naar den naam van de gevonden plant." En wie blz. 5 opslaat vindt daar ook in deze flora 'Eerste determinatietabel' met als eerste vraag:
1 a Is uw plant een boom of heester? Zo ja, zie dan op blz. 9
   b Is het geen boom en geen houtige struik of heester, zie dan bij: ? 2
Daaronder wordt dan zelfs nog kort uitgelegd wat men onder een boom of heester verstaat. De planten worden in beeld gebracht met zeer gedetailleerde pentekeningen. De beschrijvingen zijn kernachtig en volgens een vast patroon:
levensduur (bijv. tweejarig), kenmerken van onderaardse plantendelen en stengel, van blad, bloeiwijze en bloemen (of sporenkapsels) en eventueel van vruchten (of sporen). De beschrijving van elke soort wordt afgesloten met de Nederlandse en wetenschappelijke naam. Voor de Nederlandse namen is, op een enkele uitzondering na, gekozen voor namen uit de in 1986 gepubliceerde Naamlijst van de flora van Nederland en België'. Tussen haken worden Nederlandse en wetenschappelijke namen vermeld, waarmee de plant wordt aangeduid in de vorige editie of in één van de beide andere in gebruik zijnde flora's. Heel handig voor lezers, die niet zo vertrouwd zijn met de wetenschappelijke namen, is dat de letter waarop de klemtoon valt vet gedrukt is, bijv. Nymphaea en Nymphaeaceae.
Over de naamgeving van planten is een hoofdstuk toegevoegd, waarin de regels en afspraken voor de wetenschappelijke en de Nederlandse namen worden uitgelegd. Dan is een lijst toegevoegd met verklaringen van alle wetenschappelijke soortnamen, een hoofdstuk over de groeiplaatsen van planten (ecologie), een determinatietabel van plantensociologische verbanden en registers van wetenschappelijke en Nederlandse namen.
 
Titel: Koi
Auteur: Christian-Peter Steinle (vertaald uit het Duits door Rien Meijer)
Uitgeverij: Tirion
Formaat: 96 pagina's, 24 x 17 cm, gebonden
ISBN: 90-5210-390-9
Prijs: ƒ 29,50
De oorspronkelijke Duitse versie van dit boekje is nu ook in het Nederlands verschenen. Rien Meijer heeft goed werk verricht wat betreft de vertaling. De Nederlandse editie heeft natuurlijk dezelfde onderwerpen en indeling als de Duitse uitgave. Een goede zaak voor koiliefhebbers die de Duitse taal onvoldoende machtig zijn, dat dit boek nu in het Nederlands leverbaar is.
 
Titel: Levendbarende tandkarpers
Auteur: Michael Kempkes (vertaald uit het Duits door Peter Heukels)
Uitgeverij: Tirion
Formaat: 94 pagina's, 24 x 17 cm, gebonden
ISBN: 90-5210-391-7
Prijs: ƒ 29,50
Deze oorspronkelijk Duitse versie is er nu ook in een Nederlandse vertaling. Boeken van Tirion staan garant voor leesplezier en duidelijke, beknopte informatie. De vertaler heeft goed werk verricht en het boek aardig vertaald. Voor de Nederlandse liefhebbers van levendbarende tandkarpers is dit een nuttig boek in de eigen taal.
 
Titel: Terrariumencyclopedie
Auteur: Eugène Bruins
Uitgever: REBO
Formaat: 320 pagina's, 23 x 16 cm, gebonden
Illustraties: veel kleurenfoto's
ISBN: 90 3661176 8
Prijs: ƒ 17,95
REBO is als uitgever gespecialiseerd in lekker ogende, goedkope boeken voor een breed publiek. U ziet deze boeken dan ook vooral tijdens opruimingsperiodes of bij witte boekhandels. Maar de boeken zijn altijd zo goedkoop, want dit is gewoon de winkelprijs! In deze serie verscheen ook een 'encyclopedie' van aquariumvissen, van kuipplanten, enz. Iedere boekwinkel kan ze hebben. Insecten en andere geleedpotigen hebben de warme belangstelling van Eugène Bruins, die overigens ook welhaast van kindsbeen af terrariumliefhebber was. Eugène is een jonge man, afgestudeerd als landbouwkundig ingenieur met als specialisme entomologie, ondertussen ex-redacteur van Het Aquarium en ex-docent van de opleidingen bij IPC-dier in Barneveld, want hij is inmiddels conservator koudbloedigen in Artis, Amsterdam.
De Terrariumencyclopedie is een waardevol boek, veel waar voor weinig geld - en er is in ons taalgebied geen vergelijkbaar werk. Uitgever en auteur verdienen een pluim voor het publiceren van dit boek, dat toch in eerste instantie niet iets voor de massamarkt lijkt! Maar het is herdrukt en herdrukt... Het boek beantwoordt dus aan een behoefte, voorziet in een vraag. Want veelsoortig zijn natuurliefhebbers in ons land.
Als (overbodige] aankondiging is dit genoeg. Misschien zou ik het hierbij kunnen laten. Ware het niet dat een recensie iets anders is dan een aankondiging - voor zover de recensent daartoe in staat is, moet het boek ook inhoudelijk worden besproken. Ik zal u hieronder dus enige van mijn bemerkingen kenbaar maken om te proberen u een enigszins afgewogen oordeel over het besproken boek te laten vormen. Voordat de dieren worden besproken, ontmoet u een inleidend gedeelte vol nuttige informatie over naamgeving, wetgeving, huisvesting, voeding, verzorging en kweek. Dit alles maakt een weldoordachte en redelijk volledige indruk. De auteur kent het klappen van de zweep, heeft met CITES-instanties overleg gepleegd en weet hoe belangrijk natuurlijk zonlicht (UV!) kan zijn, evenals voedselverteerbaarheid en vitaminen.
In duidelijk verzorgd taalgebruik - hij is niet voor niets redacteur geweest - verhaalt Eugène wat hem dienstig lijkt en doet dat in een begrijpelijke vorm. Meestal dus een genoegen om te lezen, terwijl de informatie didactisch wordt gepresenteerd zonder het belerende vingertje. Want Eugène Bruins is leermeester, liefhebber en kenner tegelijk. Een combinatie die we bij veel anderen logischerwijs nodeloos zullen zoeken.
Maar een steekje laat iedereen wel eens vallen en de boekproductie moet ook in een goede bespreking worden betrokken. Welnu: op pag. 22 wordt gesproken over de noodzaak van quarantaine voor pas aangeschafte (= overgenomen/gekregen/gekochte) dieren. Geheel mee eens, maar een periode van 4 tot 8 weken lijkt me aan de korte kant. Overigens zijn de richtlijnen voor quarantainebakken, onderkomen, huisvesting in het algemeen prima, evenals de perfecte behandeling van het thema voeding met aandacht voor vitaminen, vangen, kweken en informatie over voedseldieren, zowel als eigenschappen van niet-bewegende prooien als groenvoer met tabellen waarin calcium, fosfor, nuttige stoffen en gevaarlijke bijkomstigheden worden getoond.
De behandeling van het thema hobbykamer is voorbeeldig. Aan techniek (elektriciteit) wordt doordacht aandacht besteed. De meeste geboden oplossingen zijn doelmatig en praktisch. Hier en daar toch wat onduidelijke zaken, zoals op pag. 30 de vaststelling dat matwit in de lichtkap het beste reflecteert, maar een afbeelding met aluminiumfolie. Trouwens, het wegwerken van licht kan mooier dan ons in dit boek wordt voorgesteld. Op pag. 34 worden Anthurium en veel andere plantengeslachten helaas niet cursief vermeld, evenals Bromelia-achtigen dat zonder beginkapitaal en romeins is gedrukt. Ook blijken niet alle namen geheel aan de huidige inzichten te zijn aangepast, zo zien we op pag. 211 Chamaeleo quadricornis, terwijl deze soort tegenwoordig in het geslacht Tricerops thuishoort. Een fout die beslist niet mag voorkomen is op pag. 217 de spelling Geckonidae. Gekko met dubbel-k is het naamgevende geslacht. De familie heet dan ook Gekkonidae. Een vergissing die populair is en vrij veel wordt gemaakt, maar in zo'n boek mag het echt niet! Bruins is echter meestal heel secuur met naamgeving. Het verwondert me dan ook dat bv. op pag. 81 een soortnaam niet cursief wordt afgedrukt.
Op pag. 58 worden de Arthropoda deskundig ingeleid. Bruins' liefde voor wandelende takken en bidsprinkhanen is overduidelijk: waar vindt u zoveel over deze dieren en over spinachtigen bij elkaar? Maar zonder overgang worden daarna slangen, hagedissen en kikkers behandeld. Een kleine inleiding tot gewervelde dieren zou hier bepaald niet misstaan. Maar ook dit is weinig meer dan een schoonheidsfoutje.
De Terrariumencyclopedie van Eugène Bruins is aanbevelenswaardig, goed en goedkoop!