Boekbesprekingen
 
Titel: Farbatlas Süsswasserfauna Wirbellose
Auteur: Karsten Grabow
Uitgever: Eugen Ulmer
Formaat: 288 pag., 19 x 13 cm, gebonden
ISBN: 3 8001 3145 5
Prijs: DM 49,80 (ong. ƒ 62,50 - € 28,36)
Kent u de Gordiaanse knoop? En de Gordiaanse waterknoop? Misschien de groene slijmbal? Dat zijn lagere dieren, waarover dit boekje u goed informeert.
Gordius aquaticus is de lange knoopworm, veelal rood of bruin van kleur, die als een soms onderling verknoopte draad tussen plantenwortels slingert. De larven leven parasitair in waterkevers, maar andere soorten parasiteren op verscheidene insecten. In Europa komen ongeveer 70 soorten voor. En die groene slijmbal is Ophrydium versatile, een kolonie van eencelligen met symbiontische algen, waardoor het een kikkerdrilachtige, groene erwtgrote tot vuistgrote klomp wordt.
Grabow behandelt in dit boek eerst verschillende watertypen, vanaf pag. 25 lagere dieren en vanaf pag. 105 geleedpotigen, die allemaal in meestal duidelijke kleurenfoto's zijn afgebeeld. Jammer is dat verwisselbare soorten, bv. het ovale kaphoornslakje en het Phrygisch mutsje, niet naast elkaar werden geplaatst. Een vreemde fout zien we bij Viviparus viviparus op pag. 74, waar wordt geschreven dat het huisje kleiner blijft dan de vorige soort, maar naar die vorige soort Viviparus contectus hoeft u niet te zoeken. De vlokreeft Gammarus pulex kan alleen worden verward met G. fossarum, die in bergbeken leeft, maar niet is afgebeeld. En de kleine veenloper Hebrus ruficeps wordt enkele malen vergeleken met Hebrus pusillus, die we in deze gids tevergeefs zoeken. Op pag. 197 een aardige foto van de schaatsenrijder Gerris lacustris, die vol rode mijten zit. Dat heb ik echter in de tekst niet gevonden en de argeloze gebruiker zal misschien menen, dat die rode wratjes bij het beest horen... Verder is het even wennen, dat bij veel soorten eerst larven worden genoemd (die leven in het water) en pas daarna het volwassen dier of imago.
Een klein nadeel is dat het helemaal is toegespitst op Duitsland. Maar ondanks deze minpunten blijft het een heerlijk boek vol kennis, waarvan ik geen weet had en zeker nuttig bij slootexcursies of op de volgende determinatieavond.
 
Titel: Korallen
Ondertitel: Ein Bestimmungsbuch
Auteur: Julian Sprung
Uitgeverij: Dähne Verlag GmbH
Formaat: 240 pag., 24 x 21,5 cm, gebonden
ISBN: 3 921684 87 0 (op achterplat foutief aangegeven)
Prijs: DM 69,80 (ong. ƒ 87,50 - € 39,71)
Eerste indruk: op iedere pagina kleurenfoto's van koralen, een overweldigende hoeveelheid. Meestal met de wetenschappelijke naam en vaak een naam in het Duits. Door eenvoudige symbolen worden voeding, plaats en houdbaarheid in het aquarium, lichtbehoefte, activiteit enz. met een oogopslag duidelijk gemaakt. Een goed begin dus voor de keurmeester.
Bij nader toezien vallen wat eigenaardigheden op. Van oudsher wordt een boek gekenmerkt door alle informatie van de titelpagina, aangevuld met gegevens op de keerzijde. De band is in wezen alleen bescherming met een verkoopbevorderend voorplat. Wees dus altijd voorzichtig met wat u op de buitenkant leest. Daarop staat nu een helaas foutief ISBN! De juiste gegevens staan in het boek. Dat is dan ook wat ik wil bespreken: de verdere inhoud van het boek. Bij de voedingssymbolen komen we een sneeuwkristal tegen, 'zeesneeuw' is natuurlijk onzin, maar dit betekent, dat het koraal zich onder andere voedt met de organische neerslag, die in zee als vaak vlokkig afval langzaam naar beneden daalt.
De foto's zijn deels van uitmuntende kwaliteit, maar ten dele ook te onscherp. Een onscherp afgedrukte foto doet op den duur pijn aan de ogen. Zulke minder scherpe foto's zijn denkelijk ontleend aan video-opnamen. Jammer. De wens om zoveel mogelijk verschillende koralen af te beelden heeft kennelijk een minder kritische keuze bewerkstelligd. Op pag. 171 wordt een Stereonephthya fotosynthetisch genoemd, maar volgens mijn zegsman heeft dit genus nooit zoöxanthellen. Neospongodes is alleen bekend van Atlantisch, niet van West-Pacifisch gebied. Voor deze informatie dank ik de heer Van Ofwegen, Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis.
Dat een groot aantal houdbare of geïmporteerde koralen wordt afgebeeld, is alleen maar een voordeel, want we kunnen hierdoor echt veel soorten of ten minste geslachten herkennen en op naam brengen. In de tekst wordt gewezen op eigenschappen die de foto niet toont, zoals skeletvorm of mogelijke verwarring met andere groepen.
Het boek begint met een korte algemene inleiding en verklaring van classificatie en symbolen. Vervolgens behandelt Sprung in ongeveer het halve boek de steenkoralen, gevolgd door veel zachte koralen en ten slotte enkele nog niet nader gedetermineerde mysterieuze koralen. Voor de zeeaquaristen die voldoende Duits beheersen, ongetwijfeld nuttig.
 
Titel: Atlas van plantengemeenschappen in Nederland
Auteur: E.J. Weeda e.a.
Uitgeverij: KNNV
Uitvoering: 333 pag., 28 x 21 cm, gebonden
ISBN: 90 5011 132 7
Prijs: ƒ 79,90 - € 36,26
Evenals planten kunnen worden benoemd en gerangschikt in een verwantschapssysteem, gebeurt dat ook met plantengemeenschappen, want de afzonderlijke soorten komen meestal samen met andere soorten voor. De combinatie van soorten en het optreden van dergelijke combinaties is afhankelijk van omgevingsfactoren. Leefomgevingen die ons ter harte gaan, waterrijke en vochtige gebieden, worden in deze atlas plantensociologisch bekeken.
Verbonden die een drijvend dicht dek van kleine plantjes vormen, behoren tot de klasse van eendekroosassociaties of Lemnetea. Zo zijn er zeegrasassociaties (Zosteretea), kranswierassociaties (Charetea), fonteinkruidassociaties (Potametea), oeverkruidassociaties (Littorelletea) en bronbeekgemeenschappen. De tot deze klassen behorende feitelijke gemeenschappen worden genoemd naar de kenmerkendste soorten van zo'n gemeenschap.
Verwarrend kan zijn dat in gemeenschapsnamen nog de oude plantennamen worden gebruikt: biezen rangschikt men tegenwoordig in verschillende genera: Eleogiton, Bolboschoenus en Schoenoplectus, maar hun associaties heten Scirpetum fluitantis, Scirpetum tabernaemontani en Scirpetum lacustris. U ziet dat hierin de gehele naam van de belangrijkste kensoorten kenbaar is. Dat zijn in dit geval vlottende bies, ruwe bies en mattenbies.
Fonteinkruiden behoren tot het genus Potamogeton. Fonteinkruidassociaties worden echter enigszins verkort Potametum genoemd. De interessante associatie van de watergentiaan heet Potameto-Nymphoidetum. Voor waterplantenliefhebbers en aquaristen belangwekkend is ook het Isoeto-Lobelietum, de associatie van biesvaren en waterlobelia. En het Littorello-Eleocharitetum als associatie van oeverkruid en naaldwaterbies (= naaldgras).
Deze atlas is helaas soms moeilijk leesbaar door een veel voorkomende opmaakfout: marges in het bindhart zijn te smal. Als randwit met hulpteksten naar de binnenzijde wordt verplaatst, is dit een indrukwekkend fraai uitgevoerd boek. Ook nu kan ik het liefhebbers en speciaal alle leden van de WAP hartelijk aanbevelen!
 
Titel: Aquarienbeleuchtung, Süsswasser- und Meerwasserbiotope im richtigen Licht
Auteur: Daniel Knop
Uitgever: Dähne Verlag, Duitsland
Formaat: 116 pag. 23,5 x 17 cm, gebonden
Illustraties: ca 50 tekeningen en ca 70 foto's
ISBN: 3-921684-63-3
Prijs: DM 34,80 (ong. ƒ 44,00 - € 19,97)
Over aquariumverlichting ken ik in het Nederlands eigenlijk alleen het al lang uitverkochte boek van A.C. van Griensven 'Licht in het aquarium' uit 1982. Daarom zijn we blij dat nu dit Duitse boek verschenen is. Het geeft in opeenvolgende hoofdstukken:
Licht, wat is dat? (een stukje theorie), Licht in de natuur en in natuurlijke wateren, Planten, dieren en licht, Kunstlicht en de meest gangbare lamptypen, Belichting van het zoetwateraquarium en belichting van het zeewateraquarium.
Wat verder nog belangrijk is: o.a. reflectoren, hitte, levensduur van lampen, veiligheid en vaktermen. Wat er beslist niet in staat, is hoe je zelf de verlichting installeert, want dat is naar de mening van de auteur een klus voor de vakman, vooral natuurlijk boven een zoutwateraquarium.
De auteur is zeeaquarist en heeft nog diverse andere boeken op zijn naam staan o.a. 'Rifaquaristik für Einsteiger' en 'Riesenmuscheln'. In het boek, dat nu voor me ligt, besteedt hij dan ook vooral veel aandacht aan licht boven het zeeaquarium. Dat moet veel meer naar de blauwe kant zijn dan licht boven een zoetwateraquarium, want een rif bevindt zich al gauw op vele meters diepte en daar dringt het rode deel van het spectrum weinig door. Een ander belangrijk verschil is dat boven zee de zon ongehinderd kan schijnen, terwijl veel zoetwaterbiotopen overschaduwd worden door bomen.
Ook 'maanlicht' is 's nachts belangrijk, maar ga daarvoor geen dure installatie aanschaffen. Gewoon de overgordijnen open en er schijnt genoeg 'maanlicht' in uw aquarium, al is het maar van de straatverlichting of van de overburen die om één of andere reden hun buitenlamp de hele nacht laten branden! Maar zet uw aquarium daarom toch niet vlak bij een raam, want dan kunt u veel last van alg verwachten. Ondanks het bestaan van allerlei dure nieuwe lampentypes, zijn tl-buizen nog steeds de goedkoopste lichtbron, ook in stroomverbruik. Bovendien kan men met tl het beste het daglicht benaderen. En ze zijn tegenwoordig ook te dimmen, wat ook heel belangrijk is. Boven een open aquarium zal men misschien om esthetische redenen kiezen voor hogedruk-kwikdamplampen. Ook die worden uitvoerig besproken. Wanneer in een zeeaquarium de koralen hun poliepen niet openen, moet men niet direct aan lichtgebrek denken. Ook een te hoog fosfaatgehalte kan de oorzaak zijn.
De auteur raadt aan om bij alle aquaria af en toe een 'regendag' in te voeren (met maar heel weinig licht), want ook in de tropen schijnt de zon wel eens een dag helemaal niet. Nog een heel praktische tip: laat het licht niet direct tegen de voorruit schijnen! Dan ziet men eventuele krassen en algen nauwelijks. Zo worden er in dit boek nog diverse andere praktische tips gegeven. Kortom, een boek dat wij van harte aanbevelen.