Boekbesprekingen
 
Titel: A Fishwatcher's Guide to the Saltwater Aquarium Fishes of the World, book 1
Auteur: Robert M. Fenner
Uitgever: Wet Web Media, 10251 Thanksgiving Lane, San Diego, CA 9Z126, USA
Formaat: 21,5 x 2S cm, slappe kaft, 196 pagina's, ruim 500 kleurenfoto's en kaarten
ISBN: 0-9672630-0-X
Prijs in VS: ca $ 30.00
In dit deel 1 (blijkbaar volgen er meer) worden de vissen besproken uit de belangrijkste vanggebieden voor Amerikanen. De auteur, die zelf de uitgever en aquariumvissenhandelaar is, bespreekt de soorten per geografisch gebied, per familie, met vermelding van hun geschiktheid voor het aquarium en iets over het gedrag. Het boek bevat een voorwoord (1 pag.), dankbetuigingen aan sponsors enz. (1 pag.), inleiding (2 pag.), de tropische westelijke Atlantische Oceaan van de Bahama's tot Brazilië en incl. het Caraïbisch gebied (33 pag.), macro-algen uit datzelfde gebied (11 pag.), zuidelijk Baja California (22 pag.), Hawaii (39 pag.), Rode Zee (51 pag.), vangmethoden (6 pag.), duiken (6 pag.) en index (12 pag.). De taxonomie en wetenschappelijke namen zijn getoetst door dr John Randall van het Bernice P. Bishop Museum in Oahu, Hawaii, die ook een deel van de foto's gemaakt heeft. Omdat tot nu in de Verenigde Staten zeewatervissen slecht houdbaar zijn, hoopt de schrijver met zijn boek de aquariumomstandigheden te verbeteren. Hij hoopt dit te bereiken door zijn biotoopbeschrijvingen en door aan te geven welke eisen de vissen stellen en hoe groot ze kunnen worden. Hij vermeldt bij elke soort hoe hun houdbaarheid in het aquarium is, waarbij 1 = langer dan 3 maanden, 2 = meer dan 50% sterft binnen 3 maanden na aanschaf en 3 = meer dan 50% dood binnen een maand. Men is duidelijk nog lang niet op het niveau van Nederlandse zeeaquaristen, die sommige vissen vele jaren in goede conditie kunnen houden! Tot categorie 3 rekent de auteur o.a. Aulostomus-soorten, Hippocampus zosterae, H. reidi, H. erectus, Chaetodon capistratus, C. oceilatus, C. striatus, Holacanthus trocolor, Scarus croicensis, Sparisoma aurofrenatus, S. viride, Aluterus scriptus, Lactophrys-soorten, Sphoeroides spengleri, S. testudineus om mij hier maar tot de Atlantische soorten te beperken. Ter verbetering van de waterkwaliteit in het aquarium en als voedsel voor sommige vissen, wordt aanbevolen om ook de macroalgen uit het Caraïbisch gebied niet te vergeten. Van de vele soorten worden er enige besproken. Het boek is in gemakkelijk leesbaar (Amerikaans) Engels geschreven, bijna spreektaal. Het is af en toe wel wennen aan voor ons ongebruikelijke woorden zoals in: 'Belizean coast twixt Mexico's Yucatan and Guatemala'. De foto's, de meeste van de auteur zelf, zijn overwegend tijdens het duiken genomen en zijn niet van de hoge kwaliteit die wij in Europese boeken gewend zijn. De auteur hoopt dat aquaristen zich meer zullen gaan toeleggen op biotoopaquaria. Een loffelijk streven, hoewel de auteur toegeeft dat vissen uit verschillende biotopen vaak minder agressie ten opzichte van elkaar hebben. Wij kennen de auteur door diverse artikelen in Het Aquarium in de laatste paar jaren. Meer informatie: www.WetWebMedia.net
 
Titel: Goudvissen, aanschaf, verzorging, voeding, gedrag
Auteur: Peter Stadelmann (vertaling uit het Duits door Blaauwhulke Tekstproducties)
Uitgever: Tirion, Baarn
Formaat: 16,5 x 20 cm, 64 pagina's, 48 foto's, 20 tekeningen, gebonden, slappe kaft
ISBN: 90.5210.373.9
Prijs: ƒ 18,90
Dit boekje bevat relatief veel informatie. Het heeft een zeer gedetailleerde inhoudsopgave, waaruit wij slechts een greep doen: keuze en koop van goudvissen: tuinvijver, minivijver; aquarium: goudvissen op de juiste manier verzorgen; gedrag waarnemen; algemeen: (register, adressen, literatuur, belangrijke aanwijzingen en deskundig advies). Voor een aquarium kiezen wij liefst vissen zoals die in de natuur voorkomen, kweekvormen zijn ongewenst.
Vijverliefhebbers maken vaak een andere keus: koi en goudvissen, gekweekt in de mooiste kleuren en zelfs met geselecteerde lichaams- en vinvormen. De oude Chinezen zijn hiermee al begonnen nog voor het begin van onze jaartelling. Tegenwoordig gaat het doorkweken zover dat er ook 'gedrochten' in de handel komen met puilogen, dichtgegroeide ogen, erg grote sluiervinnen (waarmee de vis niet meer kan zwemmen). De auteur raadt af om deze te kopen, omdat aanschaf het verder kweken in deze richting zou bevorderen. Ook adviseert de auteur de vissen nooit in een zg. goudvissenkom te houden, omdat die veel te weinig water bevat en een te klein wateroppervlak heeft. Gelukkig zijn goudvissen sterke dieren, die dit lang kunnen overleven, maar dan nog dient men ze de ruimte te geven. Heel handig in dit boekje is dat achter de naam van een kweekvorm tussen haakjes vermeld is op welke pagina er een foto van staat. Het is te merken dat het boekje vertaald is uit het Duits door iemand die niet op de hoogte is van de Nederlandse namen. Als medebewoners in de vijver worden o.a. aangeraden 'kardinaalvissen' (Tanichthys albonubes), die wij Chinese Danio noemen, en 'ellerlingen' (Phoxinus phoxinus), die bij ons elrits heet. En als planten bij de vijver raadt hij 'salamanderstaart' aan. Die heet in het Nederlands Leidse plantje. Met parasieten 'roeipootkreeftjes' (Lernaea) worden ankerwormen bedoeld. Gelukkig staan de wetenschappelijke namen er telkens bij en veel foto's en tekeningen. Voor wie goudvissen in zijn vijver of koudwateraquarium wil houden, raden wij dit boekje ten zeerste aan.
 
Titel: Stichmann & Kretzschmar Nieuwe Dierengids
Formaat: 448 pag. 19,5 x 13 cm ing.
Uitgever: Tirion, Baarn, 1999
ISBN: 90 5210 326 7
Prijs: ƒ 39,50
In deze gids worden ruim 900 diersoorten behandeld en afgebeeld, indien nodig zijn per soort meer foto's gebruikt. Naast de hondshaai bv. ook een ei; de boomkikker zien we kwakend, rustend en sprongbereid; variatie toont de snotolf mooier dan een vuurkeelcichlide. Van de weinig bekende mierenleeuw worden het imago, de larve en larventrechters getoond. Kleurcode langs de paginaranden geeft groepsrubrieken aan. Voor zoogdieren zandkleur of okergeel. Hemelsblauw voor vogels, grasgroen = kruipende dieren, donkerblauw = vissen, grijs voor sporen, legsel en larven, geel = wormen, weekdieren, sponzen, holtedieren enz. Rood ten slotte staat voor geleedpotigen: veelpotigen, spinnen, kreeften en insecten. Wie geen echte soortenjager is, en dus niet bewust op jacht gaat naar zeldzaamheden, zal het handig vinden aan de hand van een enkel boek veel dieren te kunnen herkennen. Aangezien de foto's van prima kwaliteit zijn, is dat met deze gids zeker mogelijk.
 
Titel: Kois
Subtitel: Aanschaf, verzorging, voeding, gedrag
Auteur: Richard Hilble (vertaling uit het Engels: Rien Meier/Blaauwhulke Tekstproducties)
Uitgever: Tirion, Baarn
Formaat: 16,5 x 2O cm, slappe kap, 65 pagina's, 49 kleurenfoto's en 24 zwartwit-illustraties
ISBN: 90 5210 341 0
Prijs: ƒ 18,90
De auteur is een professionele viskweker, die zich sinds 1988 uitsluitend aan koi heeft gewijd. De vertaler is helaas niet zo deskundig, want hij had moeten weten dat het meervoud van koi in het Nederlands ook koi is. Overigens is het voor deze prijs een heel aardig boekje, dat een redelijk goede beschrijving geeft van de herkomst en kweekvariëteiten, de aanleg van een koivijver, verzorging, gedrag en waarnemingen van koi. Veel informatie is puntsgewijs opgesomd en maakt het heel overzichtelijk. Achterin is een handig register van trefwoorden opgenomen en een adressenlijst van koihandelaren in Nederland en België en het adres van het tijdschrift De Watertuin. Deze laatste informatie is er door de vertaler aan toegevoegd en maakt het boekje voor Nederlandse lezers nog interessanter.
 
Titel: Koi als gezelschapsdier
Auteur: Edwig Boeykens
Uitgever: Etiko uitgevers b.v., Nieuw Vennep
Formaat: 13 x 1S,5 cm, gebonden, 8O pagina's, 12 kleurenfoto's en 20 zwartwit-illustraties
ISBN: 90 5Z66 169 3
NUGI: 410
Prijs: ƒ 24,50
Ook dit boekje is door een echte koispecialist geschreven, die sinds 1995 zelfs zijn vijvertuin in Hoevenen (ten noorden van Antwerpen) voor het publiek openstelt en regelmatig studiedagen organiseert voor beginnende koiliefhebbers. Het boekje bevat aanmerkelijk minder illustraties dan het hierboven beschreven boekje, maar veel uitvoeriger beschrijvingen. Zo las ik dat de koi weliswaar de laatste 200 jaar in Japan veredeld is, maar oorspronkelijk via China uit Perzië (Iran) afkomstig is. Wat mij als liefhebber van een plantenvijver wel aantrek, is de beschrijving van hoe je een koivijver met een plantenvijver kunt combineren of hoe een plantenvijver of -moeras gebruiken als biologisch filter. Verder gaat de auteur uitvoerig in op het aanleggen van de vijver, filtertechnieken, de keuze van koi, koi gaan uitzoeken in Japan of bij een handelaar in Nederland of België, ziekten en plagen, nuttige literatuur en nuttige adressen. Bij die laatste staat ook zijn eigen postadres en e-mailadres. Door het boekje heen staan veel tips in gemarkeerde blokjes. Ook waarschuwt de auteur om niet lichtvaardig aan koi te beginnen, want alleen de vijveraanleg kost al ƒ 12.000,00 en de jaarlijkse onderhoudskosten ook nog eens een kleine ƒ 5000,00. En dan zijn de vissen nog niet eens meegerekend. Een dure hobby dus, die de aanschaf van dit boekje zeker rechtvaardigt.
 
Titel: Het Jaarboek voor de Tuin 2000 - 2001
Subtitel: Alle mogelijkheden voor uw tuin op een rij
Auteur: Ben van Ooijen
Uitgever: Informatietuinen Appeltern
Formaat: 21 x 30 cm, slappe kaft, 131 pagina's, ruim 400 kleurenfoto's en vele tekeningen
Prijs: ƒ 11,25
In Appeltern (in het Land van Maas en Waal) bevinden zich de Tuinen van Appeltern, bestaande uit Architectentuinen, Plantentuinen, Beeldentuin en (de oudste van alle) de inmiddels bekende Informatietuinen. Deze pretenderen alle in Nederland in de handel verkrijgbare materialen voor de tuin te tonen. Voor u zijn daarvan vooral van belang de vele vijvervoorbeelden. In het Jaarboek 2000 - 2001 worden hieraan 8 pagina's gewijd. Deze omvatten: voorgevormde vijvers, folievijvers, pvc-folie, rubberfolie, gritfolie en zandfolie, vlonders en bruggen, randafwerkingsmaterialen, vijverplanten, pompen en fonteinen, watervallen en beeklopen, keien en bronstenen en andere ornamenten. Nadere informatie www.informatietuinen.nl of www.appeltern.nl. Voor een ieder die een vijver wil gaan aanleggen of veranderen is een bezoek aan deze tuinen zeer aan te bevelen. Het adres: De Tuinen van Appeltern, Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern, tel. 0487 541732, fax 0487 541539, e-mail: info@informatietuinen.nl.
 
Titel: Handbuch der Unterwasserfotografie
Auteurs: Annemarie en Danja Köhler
Formaat: 160 pag. 28 x 21,5 cm. geb.
Uitgever: Delius Klasing
ISBN: 3 7688 1206 5
Prijs: DM 49,80 (= ong. ƒ 62,50)
We zijn ons wel bewust dat vrij veel Duitse boeken worden besproken. Bewoners van Oost-Groningen tot Zuid-Limburg zullen daarmee weinig problemen hebben, maar voor anderen is het Engels een misschien iets aardiger taal. Daarom goed te weten dat dit boek eerder bij uitg. New Holland in het Engels verscheen als The underwater photography handbook.
Een degelijk boek waarin voor duikers en snorkelaars zowel uitrusting als technieken voor gewone foto's en video worden behandeld. Dit alles uiteraard onderbouwd met zeer fraaie illustraties die de kwaliteit van deze handleiding aantonen. Het eerste hoofstuk stelt uitdagend onderwaterfotografie als ideale kunstvorm! Dan volgen de hoofdstukken: 2. Uitrusting voor stille beelden, 3. Uitrusting voor videografie, 4. Onderhoud van de uitrusting, 5. Duiken met de camera, 6. Bediening van de camera, 7. Belichting, 8. Volmaakt fotograferen, 9. Dynamische beweging, 10. Naar volmaakte video, 11. Afwerking en uitsnede, 12. De kunst van het fotograferen. Ik vond het boek zeer toegankelijk, prettig leesbaar en duidelijk.  
Stekelroggen in het zoete water
Toen ik voor Het Aquarium twee boeken over stekelroggen besprak, las ik tegelijk ook weer een boek van Richard Ross dat ik al had. En aangezien de uitgever een uitgebreider overzicht had aangekondigd, vroeg ik daarnaar. De betreffende uitgever, Aqualog, beoogt het successievelijk uitbrengen van overzichten van alle belangwekkende visgroepen. Een ambitieus programma, men gebruikt dan ook bewust de aanduiding: reference fish of the world. Er worden boeken uitgegeven als overzicht van families, geslachten of (andere) groepen, bv. cichliden in verscheidene delen, Corydoras, Loricaria enz. met alle bekende soorten afgebeeld en alle L-nummers voorgesteld in kleur. Daarnaast ook 'specials', die zich op een beperkt thema richten, zoals Decorative Aquaria: The Dutch Waterplant Tank. U merkt wel dat de meeste titels Engels zijn, al zit de uitgever in Duitsland en zijn er ook veel boeken in het Duits. Richard Ross is o.a. bekend van het Noord-Amerikaanse Institute of Herpetological Research. Daarnaast heeft hij een fascinatie voor waterdieren, vooral gevaarlijke of giftige wezens als stekelroggen.
Van Aqualog zullen we nog wel meer vernemen. Hieronder bespreek ik de beide boeken over stekelroggen die zijn voortgekomen uit een samenwerking tussen Aqualog en Ross, Duits en Amerikaans-Engels: nuttig, leesbaar, vol informatie.
 
Titel: Aqualog Special: Freshwater stingrays from South America
Auteur: Richard A. Ross
Formaat: 64 pag. A4, gebonden
Uitgever: Aqualog Verlag GmbH
ISBN: 3 931702 87 1
Prijs: DM 28,80 (= ong. ƒ 36,00)
 
Titel: Süßwasser Rochen, Freshwater rays
Auteurs: Richard A. Ross & Frank Schäfer
Formaat: 192 pag. A4, gebonden
Uitgever: Verlag ACS GmbH
ISBN: 3 93170Z 93 6
Prijs: DM 78,80 (= ong. ƒ 100,00)
Het eerste boek geeft voor weinig geld een goed inzicht in verwantschap en verzorging van de Zuid-Amerikaanse stekelroggen, die voor openbare aquaria en liefhebbers regelmatig worden ingevoerd. Behandeld worden de roggen als aquariumvis, inrichting van het onderkomen en eisen voor de verzorging, samen houden met andere vissoorten, bodemgrond, voedsel, ziekten, voortplanting en kweek, en als soortgroepen soorten met vrij kleine ogen en soorten met grote ogen, plus een aankondiging van het tweede boek, waarin alle roggen die met enige regelmaat in zoetwater voorkomen worden behandeld.
Dit tweede boek is werkelijk zeer indrukwekkend en geheel tweetalig. Naast elkaar in Duits en Engels wordt duidelijk gemaakt wat kraakbeenvissen zijn en dan volgt in tabelvorm een systematisch overzicht van alle rogachtige vissen, zoals vioolhaaien, zaagvissen en typische roggen. Per familie wordt vermeld of er soorten in zoet water voorkomen. Uit het artikel op pag. 255 in de jaargang van 1999 bleek dat de zoetwaterstekelroggen allemaal tot de familie Dasyatidae van zeestekelroggen werden gerekend. Het deed mij genoegen te zien dat Ross en Schäfer de familienaam Potamotrygonidae gebruiken.
Voor veel uitgebreid behandelde families worden tekeningen en determinatietabellen gegeven en een soortlijst of checklist. Dasyatidae of stekelroggen verdienen veel aandacht, soorten Dasyatis, Himantura, Urogymnus worden genoemd, hoewel slechts weinig soorten echt in zoet water leven. De meeste aandacht ontvangen uiteraard de Potamotrygonidae, de bekende zoetwaterstekelroggen uit Zuid-Amerika. Ook van allerlei andere groepen zijn echter goede foto's opgenomen, waardoor dit boek een prima wegwijzer in de wereld van misschien, soms of zeker in rivieren voorkomende roggen is.
Soorten van het genus Potamotrygon worden gekenmerkt door een vrijwel rond uiterlijk met prominente ogen, een staart die ongeveer even lang is als het lichaam, op het begin de staart een vinzoom. De andere familieleden, Paratrygon & Plesiotrygon, worden gekenmerkt door kleinere ogen, een afwijkende voorkant van de lichaamsschijf en al of niet bezit van sprieten bij de ademhalingsopening achter het oog. Paratrygon past goed in Zuid-Amerikaanse beeld. Plesiotrygon heeft bovendien een langere staart en lijkt in veel opzichten - ook door de puntige snuit - op de zweepstaartroggen Himantura.
Zaagvissen en verscheidene andere behandelde groepen zijn evenals de zoetwaterstekelroggen eilevendbarend: volledig gevormde jongen komen ter wereld, maar zijn in het moederlichaam door een soort eivlies omgeven. De gifstekel op de staart is weliswaar een wapen, maar het dier gaat daarmee niet al te kwistig om, want de stekel breekt af. Een kleine matiging van de overigens wel gerechtvaardigde angst bereiken we door de foto waarop iemand in het water staat met een zojuist gevangen stekelrog nog op het net, en als we dan kijken in welke bakken de dieren tijdelijk worden ondergebracht...
Hebben we in de eerdere bespreking gewezen op de veelheid van slecht bekende vormen, die Axelrod en Gonella grotendeels onbeschreven achtten, Ross en Schäfer zijn voorzichtiger en wijzen op de variabiliteit die soortafgrenzing bemoeilijkt. Binnen de Potamotrygonidae zijn 36 soortnamen bekend, waarvan er 4 niet aan enige soort kunnen worden toegeschreven, met synoniemen enz. blijken dan 22 geldige soortnamen te bestaan, maar enkele vormen zullen inderdaad als nieuwe soort beschreven moeten worden. Nomenclatorisch nemen beide auteurs verder een zeer conservatief standpunt in.
Met de presentatie van de kennis en de kwaliteit van de afbeeldingen ben ik zeer ingenomen.
Voor de verzorging in aquaria biedt het eerstgenoemde boek genoeg gegevens. Voor mensen die systematiek en meer diepgang wensen, is de laatstgenoemde tweetalige uitgave geschikter. Er zijn nu in Duitsland vier boeken verschenen, waarmee een schat aan gegevens in een zeer verschillende benadering voor vakmensen en liefhebbers beschikbaar komt - en dat over een familie van weliswaar zeer interessante vissen, waaraan de aquarist slechts luttele jaren geleden nog geen gedachte gewijd zou hebben.
 
Titel: Amphibians and Reptiles of Baja California
Auteur: Ron McPeak
Formaat: IV, 100 pag. 23 x 17,5 cm, paperback
Uitgever: Sea Challengers, Monterey
ISBN: 0 930118 28 6
Prijs: $ 20,95
Baja California oftewel Nedercalifornië is een interessant gebied, nl. het schiereiland dat als een slurf ten zuiden van Californië het meest westelijke deel van Mexico uitmaakt. Doordat deze landmassa in geologische tijden van het vasteland is losgeslagen en langzaam naar het noorden werd geforceerd, zijn zuidelijke restpopulaties en noordelijke invloeden aanwezig.
De noordelijke invloed zien we mooi weerspiegeld in de Engelse naam van een der eerste soorten: de prachtige Ensatina eschscholtzii wordt naar de vestigingsplaats van de uitgever 'Monterey Ensatina' genoemd. Restpopulaties op nabijgelegen (afgebrokkelde) eilanden hebben zich soms apart kunnen ontwikkelen en kregen vaak een eigen zoölogische naam. De auteur verstrekt nauwkeurige gegevens. Van elk gefotografeerd exemplaar worden de omstandigheden en de vindplaats, al is dat soms gevangenschap, vermeld. Als de afgebeelde vorm of de soort niet algemeen is, is het ook wel elders, bv. een koraalslang Micruroides euryxanthus uit Arizona en een pelagische zeeslang Pelamis platurus van Costa Rica. Het ontbreken van Mexicaanse namen vind ik een tekortkoming en het excuus dat deze per streek kunnen verschillen, klinkt niet overtuigend. Dat geldt nl. voor alle triviale namen en sommige zg. Engelse namen zijn gekunsteld, voor de drukpers uitgevonden. Gelukkig wordt bij de referenties wel verwezen naar de in 1994 verschenen gecombineerde naamlijst.
De korte inleidende familietekstjes zijn vaak verhelderend. Er worden ongeveer 130 soorten met enkele ondersoorten, totaal 139 vormen, behandeld. Variatie van gekko's en slangen komt mooi tot uiting, omdat af en toe per soort meer foto's zijn opgenomen. Bv. gebandeerde en gestreepte vorm van Lampropeltis getula. Ook keel of buikzijde wordt soms getoond.
Al met al een zeer aantrekkelijk fotoboekje op imitatiekunstdruk. De foto's zijn duidelijk, goed op kleur en meestal voldoende om tot herkenning te geraken. Niet echt een veldgids, want het zijn niet de amfibieën en reptielen, maar ongeveer 80% van de soorten die in en om Baja California voorkomen. D.w.z. inclusief de omliggende, meestal vrij kleine eilanden.

Literatuur
Liner, Scientific and common names for the amphibians and reptiles of Mexico in English and Spanish. SSAR, 1994.