| Boekbesprekingen | |
| Titel: | Aquariumgids |
| Auteur: | Kjell Fohrman |
| Uitgever: | Verduijn Cichlids |
| Formaat: | 192 pagina's, 25 x 18 cm, gebonden |
| Illustraties: | kleurenfoto's |
| ISBN: | 90 80600 0 8 |
| Prijs: | 35,00 |
|
Voor mij ligt een uitermate plezierig boek over algemene
aquariumkunde.
De uitvoering is mooi met vaak goede en scherpe foto's.
Na het algemene gedeelte volgt veel informatie over vissen
en planten in apart ingedeelde hoofdstukken.
Meer dan 500 vissen worden besproken, meestal voorzien van
foto's. Veel van de beschreven vissen kunnen nogal groot
worden, zodat deze voor een normaal aquarium niet geschikt
zijn. Totaal 40 planten worden vermeld. Helaas, enkele hiervan zijn volgens de schrijver niet in een aquarium bruikbaar. Voor een gevorderde hobbyist is de gegeven informatie te summier, zodat alleen de leuke uitvoering van het boek voor hem interessant kan zijn. Een goed overzicht met behandelingsmogelijkheden over ziekten is vermeld, genoeg voor de startende aquarist. Het hoofdstuk over voer (zowel soort als hoeveelheid) is erg informatief. De bespreking over waterbehandeling is veel te beperkt, zodat alleen de ervaren aquarist hier wat mee kan. De voorgestelde aanpak is tevens hier en daar aanvechtbaar. Erg handig voor de starter is de zowel bij planten als vissen vermelde moeilijkheidsgraad. Dit geeft een hulpmiddel bij de soortkeuze. Conclusie: dit boek is een mooi bezit en prettig om te gebruiken. Het voegt echter niets toe aan de reeds verkrijgbare literatuur. |
|
| Titel: | Doe het zelf in de tuin |
| Auteur: | Rob Verlinden |
| Uitgever: | Tirion, Baarn |
| Formaat: | 160 pagina's, 24,5 x 17 cm, gebonden |
| ISBN: | 90 5210 246 |
| Prijs: | 19,90 |
|
Dit boek heeft een raakvlak met onze hobby, doordat het voor
ca 25% over vijvers handelt. Het is overigens al de 5de
druk. Aan de hand van voorbeelden wordt o.a. uitgelegd hoe
men een vijver aanlegt op een talud. Terecht merkt de auteur
op, dat men in een vijver met spuiter beter geen vissen en
planten kan uitzetten. Ook wordt een voorbeeld gegeven van
een betonnen vijver. Naar mijn mening een achterhaalde
manier om een vijver aan te leggen, omdat betonijzer gaat
roesten en dat kan lekkage veroorzaken en niet, zoals de
auteur schrijft, omdat ijzerroest schadelijk zou zijn voor de
waterkwaliteit! Met duidelijke foto's wordt aangegeven hoe
men een pad van stapstenen door de vijver kan aanleggen.
Uiteraard zijn wij het niet eens met het commerciële advies
om vijverplanten altijd in een tuincentrum te kopen en nooit
bij kennissen te halen, omdat er dan 'schadelijke
ziektekiemen' in kunnen zitten! Integendeel, wij adviseren
juist om een emmer vijverslib bij een kennis te halen om zo
de nodige bacteriën in een nieuwe vijver te brengen.
Juist niet commercieel is het advies om vijvergrond zelf
samen te stellen uit zware tuingrond + klei + oude stalmest
of beendermeel. Als ideale vis voor een grote tuinvijver
noemt de auteur de winde. 'Omdat dit een scholenvis is, moet
men er dan wel minimaal vijf exemplaren van nemen' (echt
waar, zo staat het er)! U merkt dat ik wel wat kritiek heb op dit boek, maar er staan ook veel nuttige tips in. En voor de prijs kan men het toch eigenlijk niet in de winkel laten liggen. In dezelfde serie verschenen nog 5 boeken, allemaal 19,90 en allemaal hetzelfde formaat: 'Vaste planten boek', 'Woontuinboek', 'Het groene geraamte' en het 'Groene spreekuur'. Deze hebben geen raakvlak met onze hobby en we bespreken ze daarom niet. |
|
| Titel: | Tauchreiseführer Kroatien |
| Auteur: | Wolfgang Pölzer |
| Illustraties: | foto's en situatieschetsen |
| Formaat: | 128 pagina's, 21 x 15 cm, ingebonden |
| Uitgever: | Naglschmid, Stuttgart |
| ISBN: | 3 89594 069 0 |
| Prijs: | DM 34,80 (ongeveer 43,50) |
|
De serie duikgidsen van Delius Klasing & Edition Naglschmid
vormen een gestaag groeiende reeks. Naast allerlei tropische
bestemmingen worden ook zoete wateren in Duitsland (of
Midden-Europa) behandeld en wordt langzamerhand een fraai
archief opgebouwd van duikbestemmingen in de Middellandse
Zee. De Middellandse Zee en nabijgelegen delen van de Atlantische Oceaan hebben zowel zeeaquarist als duiker veel te bieden. Voor belangwekkende duikplaatsen en om de kleurenpracht onder water hoeven we niet verder van huis naar nog exotischer gebieden. Want wrakken genoeg, fraaie koralen en vissen vlakbij! Pölzer is duidelijk gecharmeerd van land en gebied, waarover hij schrijft. Als fotograaf streeft hij ernaar om de schoonheid van onderwaterschappen en hun levende wezens vast te leggen. Voorbeelden: een roodsnoetgrondel of lippenstiftgrondel, een slijmvis met parasitaire zeepissebed, een zwemmend zeepaardje, een grote rode zeemanshand en andere koralen, een knorhaan die op de vlucht prachtige vlindervinnen spreidt - en nog veel meer. Ook bovenwaterlandschappen komen fraai uit de verf en informatie over duikstations of scheepswrakken wordt niet vergeten. Na wat algemene informatie, belangwekkende geschiedenis waarop ik hier niet verder wil ingaan, dier en plant op het land, komen per kustgebied en per eiland de nodige gegevens aan de orde. Kroatië, een droombestemming! En dit boekje maakt duikers wegwijs. |
|
| Titel: | Treefrogs of Africa |
| Auteur: | Arne Schiøtz |
| Formaat: | 352 pagina's, 23,5 x 16 cm, gebonden |
| Illustraties: | foto's en tekeningen |
| Uitgever: | Ed. Chimaira, 1999 |
| ISBN: | 3 930612 24 0 |
| Prijs: | DM 98,00 (= 125,00) |
|
Al vele jaren bezit ik enkele eerdere publicaties van
Schiøtz over de Rhacophoridae (ofwel Hyperoliidae) van
West- en Oost-Afrika, respectievelijk uit 1967 en 1975. Ik
verzorgde destijds verscheidene savannesoorten Hyperolies
alsmede Hylambates & Kassina. Daarbij deed ik voor mezelf
wat vergelijkend gedragsonderzoek. De werken van Schiøtz
waren degelijk en tevens goed toegankelijk. Ideaal
studiemateriaal dus, en prettige hulpmiddelen voor
bibliotheekwerk met publicaties van Laurent en Perret.
Hoewel enkele auteurs amfibieën uit andere deelgebieden
behandelden - Schiøtz: Nigeria, 1963 Stewart: Malawi, 1967 -
Broadley: Zambia, 1971 - ontbrak een overzichtswerk. Voor
zover mij bekend is dit boek de eerste poging om alle
boombewonende vorsen van Afrika (alsmede bodembewonende,
zelfs gravende soorten van de familie Hyperoliidae) naast
elkaar te behandelen. Het is dus een werk, waaraan dringend
behoefte bestond en dat voor liefhebbers of biologen de
verdere studie zeer kan vergemakkelijken. Er is echter iets met de nomenclatuur, dat mij zeer stoort: bij verscheidene foto's worden soortaanduidingen van de afgebeelde kikkertjes ten onrechte met een beginhoofdletter geschreven (pag. 207, pag. 210/231). Dat is een fout, die in een boek van wetenschappelijk gehalte niet mag voorkomen. Ik meen dat uitgever en schrijver daarvoor in gelijke mate de verantwoording moeten dragen, want het komt ook voor bij sonagrammen en bij alle tussenkopjes van het Hyperolius viridiflavus soortcomplex. Vooral bij de behandeling van dit verwarrend moeilijke complex met enorme variatie blijkt het nut van de vele kleurenfoto's die het boek sieren. Voor mij werd de soortbenoeming na jaren Afrika-onthouding bepaald niet gemakkelijker. Jammer genoeg behandelt Schiøtz de taxonomie van Leptopelis alsof die voor ieder duidelijk en gemakkelijk zou zijn, maar daar wens ik vraagtekens bij te zetten. Deze gevarieerde groep van bodembewoners, struikkikkers en boomklimmers met en zonder copulatieklieren, met en zonder teenvliezen, is bij lange na nog niet goed ingedeeld. Daarover verschenen omstreeks het midden van de jaren tachtig bijvoorbeeld enkele publicaties. Schiøtz mag dan hier en daar vasthouden aan de systematiek met zijn eigen indeling van 25 - 30 jaar geleden, dit is een boek dat door woord en beeld met verspreidingskaartjes en sonagrammen in een behoefte voorziet. Misschien is het niet de laatste waarheid, maar dat mogen we uiteraard van geen enkel boek verlangen. Dit werk biedt een enorme hoeveelheid kennis en illustratiemateriaal voor een verscheidenheid aan Afrikaanse kikkers. Referenties: Bauer, L., The lightly armed mud Boldier: essay on some African anurans. RIPA, 1986 Drewes, R.C., A phylogenetic analysis of the Hyperoliidae. Occ. Pap. Calif. Acad. of Sciences, 1984 |
|