Boekbesprekingen
 
Titel: De slangen van Suriname en andere Guyana's
Auteur: A. Abuys
Formaat: 92 pagina's, 24 x 17 cm, gebonden
Uitgever: Gopher, Groningen, 2003
ISBN: 90 5179 110 0
Prijs: € 52,50
Het langverbeide boek is verschenen! Dit boek over de slangen van Suriname is door velen met spanning tegemoet gezien, want Abuys geldt als een van de kenners met veel praktijkervaring en bovendien heeft hij lang geleden artikelen over deze materie geschreven. Zijn stukken verschenen tussen 1981 en 1988 in Literatura Serpentium, het blad van de Nederlandse en later de Europese Slangen Vereniging. Jammer genoeg moet direct worden vastgesteld, dat zijn informatie na 1988 ophoudt. Met het samenstellen in boekvorm is Abuys feitelijk binnen enige jaren klaar. Zijn werk had twaalf jaar geleden moeten verschijnen. Maar laat direct duidelijk worden, dat het een waardevol boek is. Waardevol bijvoorbeeld door de goede beschrijving van genera en de duidelijk getekende determinatiekenmerken. De auteur heeft onder andere een aantal tekeningen van Hoogmoed mogen gebruiken. Een informatieve gids als dit boek staat of valt welhaast met de kwaliteit van afbeeldingen. Helaas kunnen afgebeelde foto's zelden de toets der kritiek doorstaan. Goed gedrukte foto's vinden we op het voorblad, op pag. 117 Corallus enydris, op pag. 160 Chironius fuscus, op pag. 294 rechts Hydrops triangularis, op pag. 510 Crotalus durissus. Dan zijn er bruikbare op de pagina's 111, 115, 122, 150 linksboven, 171, 220, 255, 292, 331, 385, 402, 407, 439, 454, 467, 480, 500, alsmede 509 ratel- en 523 kop van ratelslang. De andere foto's zijn beneden de maat of niet terzake. Onlangs schreef Hugo Claessen in Lacerta een aantal artikelen: Slangen van de Guyana's. En daarin komen foto's voor, die ook door Abuys werden opgenomen. In Lacerta meestal beter afgedrukt. Nuttig is verder van Wim Eriks de kale schedel met tandkenmerken, die overigens 25 jaar geleden beter was afgedrukt in het boekje van Moonen, Eriks en Van Deursen, dat Abuys helaas ten onrechte niet in zijn referenties heeft opgenomen. In de literatuurlijst ontbreekt trouwens ook een rijkelijk geïllustreerd boek van Campbell & Lamar, dat wel op pag. 399 in de tekst voorkomt. Bij deze bespreking heb ik daarvan dankbaar gebruikgemaakt, alsmede van enkele andere referenties.
Allereerst: Surinaamse slangen in kleur. Joep Moonen, Wim Eriks, Kees van Deursen. Kersten, Paramaribo, 1978.
Ten tweede: Abdem Lancini & Paul Kornacker, Die Schlangen von Venezuela. Armitano, Caracas, 1986.
Ten derde: Jonathan Campbell & William Lamar, Venomous Reptiles of Latin America. Comstock, Cornell, Ithaca, 1989.
Verder: Fausto Starace, Guide des Serpents et Amphisbènes de Guyane. Ibis Rouge, Guadeloupe, 1998.
En ten slotte: Hugo Claessen, Slangen van de Guyana's. Artikelen in Lacerta, 2001/2003.
Als we Abuys tekstueel vergelijken met Starace komen we in aantal soorten nauwelijks verschil tegen. Bij Oxyrhopus verschillen Abuys en Starace in aantal opgenomen soorten. Bij Micrurus verschillen Abuys en Starace van inzicht: Abuys gebruikt Leptomicrurus voor enkele slanke soorten. Bij Starace omvat ook Liophis meer vormen, namelijk enkele soorten, die Abuys opneemt onder Leimadophis & Lygophis. Maar bij Starace staat keurig een verwijzing in de index.

Spelfouten in wetenschappelijke namen, gevolg van slordigheid of tekstblindheid, moeten door de uit-geefredactie worden opgespoord. Maar van een algemene uitgever valt geen natuurhistorisch inzicht en geen biogeografische kennis te verwachten. Nu lezen we op pag. 109 Cor. endrys in plaats van Corallus enydris, op pag. 197 en 201 Mostigodras in plaats van Mastigodryas, en op 589 P. guyanensis in plaats van guianensis. Dit laatste is in het register, maar in de hoofdtekst wordt de naam correct gespeld. Ik heb de uitgever achttien van zulke fouten opgegeven om eventueel als errata bij te voegen. Het is toch zeker de uitgever, die een auteur in zulke zaken moet bijstaan of sturen. Dat is nu net wat er aan het werk ontbreekt, de vakmatige ingreep van een uitgever, die oordeelt en begeleidt - er is sprake van een redactionele leegte.
Abuys vermeldt zelf dat het boek van Starace een goede aanvulling is. Daarnaast zou ik het al lang uitverkochte boekje van Moonen cs willen aanraden ter completering. Het werk is uiteraard, zoals ieder boek, bij elke echte boekwinkel te bestellen. Maar stelt u zich niet te veel voor van kioskondernemingen als Bruna, Boekelier of AKO. Het is voorradig bij de museumboekwinkel Natuur en Boek in Naturalis te Leiden en kan zo nodig ook rechtstreeks bij de uitgever worden besteld.
Emailadressen: natuurenboek@naturalis.nl of info@gopher.nl.
 
Titel: Kaiserfische (Pomacanthidae)
Auteur: Rudie H. Kuiter en Hetmut Debelius
Uitgever: Verlag Eugen Ulmer
Formaat: 208 pagina's 24 x 17,5 cm gebonden
ISBN: 3-8001-4458-1
Prijs: € 39,90
De soorten van de familie Pomacanthidae (keizersvissen) behoren samen met hun naaste verwanten, de koraalvlinders, voor veel duikers en aquaristen tot de mooiste en de majestueuste zeevissen. In dit fraaie boek worden niet minder dan 800 spectaculaire onderwater- en aquariumfoto's van zeer goede kwaliteit getoond. Ongeveer 88 soorten worden beschreven, ingedeeld in acht geslachten, waarvan de leden van deze familie in alle tropische zeeën zijn vertegenwoordigd. Het grootste geslacht Centropyge (de wel bij alle zeeaquaristen bekende dwergkeizersbaarsjes), omvat na de laatste classificatie 32 soorten, maar binnen het geslacht zijn er duidelijke groeperingen en sommige soorten zijn in eigen ondergeslachten samengevat. Diverse soorten van de geslachten Holocanthus, Pomacanthus, Pygophtes en Genicanthus zijn ook wel bij veel zeeaquaristen bekend. Het geslacht Chaetodontoplus is minder bekend in de zeeaquaristiek, maar het omvat toch 1veertien soorten, die in het boek met foto's en beschrijving staan vermeld. Dit is het tweede grootste geslacht van de keizersvissen. In de Zee-aquariumencyclopedie 1976 (Frank de Graaf) worden twee soorten vermeld, ook met foto. Het zijn C. mesoleucus en C. melonosoma, resp. de zwartrugkeizersvis en de fluweelzwarte keizersvis. Het boek begint met een aantal hoofdstukken, zoals a) De uitleg over de familie Pomacanthidae, b) de ontdekking van een nieuwe keizersvis c) over de vangst van keizersvissen, d) kleurvormen en hybriden en als laatste d) De kweek en opfok van dwergkeizersvissen (Centropyge). Dit vooral is een zeer interessant hoofdstuk van Frank Baensch een zeebioloog, die reeds gedurende 25 jaar diverse koraalvissen in zijn zeewateraquarium heeft gekweekt, vooral diverse soorten dwergkeizers. Bij het verhaal staat tevens een serie foto's, die de ontwikkeling van ei tot visje van 24 mm laat zien van de dwergkeizers C. fisheri, C. flavissima en C. loriculus. Dit boek is de vijfde band van een serie en is vooral bedoeld als informatie over en indentificatie van de vissoorten. De eerste vier banden gaan achtereenvolgens over de families:
1. Singnathiformes (zeepaardjes, zeenaalden, franjevissen en hun verwanten).
2. Acanthuroidei (doktersvissen en hun verwanten).
3. Labridae (lipvissen).
4. Chaetodontidae (koraalvlinders) en
5. Het nu dus besproken boek over Pomacanthidae (keizersvissen).
Het zijn prachtig gebonden boeken met eenzelfde uiterlijk en vooral met schitterend fotomateriaal. Zeker aan te bevelen voor de echte liefhebber!