| Boekbesprekingen | |
| Titel: | Vlinders, observeren herkennen beschermen |
| Uitgever: | Tirion/ANWB |
| Formaat: | 192 pag. 22 x 12 cm, ing. |
| ISBN: | 90 18 01056 1 |
| Prijs: | 29,95 |
| Ten behoeve van de vele aquaristen die natuurliefhebbers zijn - die er dus van houden om wandelend of in de tuin dieren, planten, zwammen te bewonderen - bespreken wij af en toe natuurgidsen die daarbij van pas kunnen komen. Deze fotogids verscheen in een reeksje van het Duitse ADAC en de Nederlandse ANWB. Hierboven staat de boektitel, maar de omslagrugtitel luidt: ANWB Natuurgids Vlinders van Europa. Meteen al bij de inleiding constateren we betrokkenheid en deskundigheid van de vertalers. Het boek leest prettig en de afgebeelde soorten worden over het algemeen goed beschreven. Kleurcodes worden gebruikt om de vlinders te rangschikken op vleugelkleur. Dat gaat best, hoewel enkele wenspuntjes overblijven. De laatste categorie omvat veelkleurige vlinders. Sommige soorten hier zijn niet zozeer veelkleurig, als wel moeilijk elders te rangschikken. Daarentegen kan de bessenvlinder, die bij de witvleugeligen staat, beter veelkleurig worden genoemd. Maar iets te wensen is er altijd. Zo heb ik me ook verwonderd over het gebruik van de naam Sint-Jacobsvlinder voor Tyria jacobae. Wij hebben er vroeger juist altijd op gehamerd dat beslist niet te doen! Het is de vlinder van de zebrarups die op Jacobskruiskruid leeft. Ze werd ver- warrend genoeg ook wel Sint-Jansvlinder genoemd, maar moet eigenlijk Jacobsvlinder heten. Door de vergissing met St. Jan is het oneigenlijk gebruik van St. Jacob binnengeslopen. Ik ben dat nu al enkele malen tegengekomen en vraag me af of dit nog kan worden teruggedraaid. Een naam als adippevlinder voor de niet Nederlandse Argynnis adippe komt me onbekend voor. Dat kan aan mij liggen, maar het is ook duidelijk dat voor zo'n gidsje Nederlandse namen gewenst zijn. Op pag. 9 wordt gewezen op het verschil in vleugelhouding tussen de dagvlinders of van oudsher Macrolepidoptera (omhoog samengeklapt) en de nachtvlinders die vroeger, ook als ze groot waren, Microlepidoptera werden genoemd (dakpansgewijs), maar uitzonderingen als de fraaie koningspage worden hier niet aangeroerd. Modern gebruik van de term Microlepidoptera en moderne fotografie kenmerken dit boekje als eigentijds. Het fijne van in de natuur gemaakte vlinderfoto's is dat de dieren ook worden afgebeeld in de natuurlijke houding, die in het veld wordt waargenomen. Veelal gaan eerdere vlindergidsen mank aan de afbeelding van opgeprikte exemplaren, hetgeen wetenschappelijk prima is voor determinatie, maar buiten nauwelijks bruikbaar. Dit gidsje kunt u echt buiten gebruiken. Goed is ook dat er vaak aandacht wordt besteed aan rups, pop en overwintering. Getekende natuurgidsen kunnen misschien nog meer bieden, maar als basisgidsje vind ik dit geslaagd, ook door de determinatietips en nuttige beschrijving. | |
| Titel: | Paddestoelen, observeren herkennen beschermen |
| Uitgever: | Tirion/ANWB |
| Formaat: | 192 pag. 22 x 12 cm, ing. |
| ISBN: | 90 18 01046 4 |
| Prijs: | 29,95 |
| Deze fotogids verscheen in een reeksje onder licentie van ADAC en ANWB. Ook hier verschil tussen boektitel en omslagrugtitel, die luidt: ANWB Natuurgids Paddestoelen van Europa. Dat is een beetje grootspraak: de gids behandelt alleen zwammen, die in Centraal-Europa algemeen voorkomen. Veelal zijn die ook bij ons vrij algemeen. Het boek begint met een aardige inleiding tot zwammen en hun leefomgeving en geeft verwisselbare soorten op fotootjes naast elkaar. Het leuke van dit boek is namelijk dat de oorspronkelijk Duitse opzet geen Nederlandse koudwatervrees voor paddestoelconsumptie toelaat. Wel moet ik afraden om alleen aan de hand van dit boekje paddestoelen te plukken. Enige veldervaring en basiskennis is wel gewenst! Het is overigens noodzakelijk de tekst van het inleidende gedeelte te lezen en goed te verwerken, alvorens deze gids in het veld te gebruiken. Als eerste paddestoel ontmoeten we het (gewoon) eekhoorntjesbrood, dat ook voor niet eekhoornachtigen prima voer is: slakken en mensen kunnen er evenzeer van genieten en de wetenschappelijke naam is Boletus edulis, de eetbare boleet. Later zien we de smakelijke russula met als broertje en andere uiterste de braakrussula, Russula emetica. Overigens moet hier goed op verwante soorten worden gelet! Bij de witte bundelridderzwam wordt melding gemaakt van voor de mens nog niet vastgestelde kans op schade aan de genen bij consumptie van deze soort. Een kleurcode geeft aan waar u een gevonden zwam moet opzoeken. Dat werkt eenvoudig. Zodoende kon ik mijn verouderde kennis van paddestoelen enigszins ophalen. Maar ook merkte ik dat de vertaling een klein beetje haastwerk lijkt. Een onduidelijke en verwarrende zin lezen we over de blauwe verkleuring van het vlees bij de gewone heksenboleet. Die is eetbaar, maar verschillende verwante soorten, o.a. de indigoboleet die ik in dit boekje mis, verkleuren ook blauw en die zijn meestal niet eetbaar. Het rodekoolzwammetje, ook Amethistzwam geheten, kan hardpaars zijn of de kleur van rode kool hebben, maar is vaak bruinviolet met bruine of paarse plaatjes. Dat zien we op de foto in deze gids. Variatie is op een enkele foto zelden weer te geven. Daarom vind ik het ook onverstandig om enkele niet-giftige Amanieten eetbaar te noemen. De gelijkenis met zeer giftige soorten is evenals de variabiliteit groot - in een gids voor gewone natuurliefhebbers moet gebruik van zulke soorten worden ontraden! De keuze en volgorde van behandelde soorten vind ik enigszins onduidelijk. Zo mis ik, ook uit culinair oogpunt, de mooie en verrukkelijke maar niet algemene biefstukzwam. Leuk vind ik de vermelding van kruidige paddestoelen als de aan te bevelen knoflooktaailing, het gebruik van Judasoren in Azië, bereidingswijze van de zomerse reuzenbovist. Maar hoewel geur en smaak een determinatiekenmerk kunnen zijn, wil ik toch niet iedereen aanbevelen om daartoe paddestoelen in het veld te proeven. Tenslotte dient u zich te realiseren dat met deze gids misschien ongeveer 10% van de Europese zwammen herkend en benoemd kunnen worden. Toch is dit in wezen een wel doordacht boek en met de genoemde beperkingen beslist een redelijk hanteerbare veldgids. | |
| Titel: | Unterwasserführer Karibik-Fische |
| Auteurs: | P. Wirtz & P. Nahke |
| Uitgever: | Delius Klasing, Duitsland |
| Formaat: | 176 pag., 21 x 14,8 cm, ing. |
| ISBN: | 3 89594 076 3 |
| Prijs: | ong. 45,00 |
| Vanwege de prachtige kleuren van de vissen in het Caribisch gebied zijn het zeer gewilde dieren bij zeeaquaristen. Velen van hen hebben als hobby duiken. Het is dus voor hen een zeer mooi boek. Alle vissen die in de Caribische Zee leven, worden beschreven, ook de vissen die niet in een zeeaquarium gehouden kunnen worden, zoals haaien. Er staan veel prachtige foto's in en de vissen staan vermeld met de wetenschappelijke, de Duitse en de Engelse naam. Het gehele boek is tweetalig, namelijk Duits en Engels. Vooraan in het boek, bij de inleiding, staan handige grafieken vermeld. Deze laten zien waar de vis leeft in het water (onder de zeespiegel, in grotten, op de bodem etc.), of het een dag-, nacht- of schemervis is en de diepte waar men de vis tegen kan komen. Het is een interessant en mooi boek, en niet alleen voor zeeaquaristen, maar zeker ook omdat het Caribisch gebied zeer geliefd is bij duikers en als vakantiebestemming. | |
| Titel: | Dwergcichliden |
| Auteur: | Ulrich Schliewen |
| Uitgever: | Tirion |
| Formaat: | 64 pag., 20 x 16,5 cm, ing. |
| ISBN: | 90 5210 345 3 |
| Prijs: | 18,90 |
| De uitgever heeft dit boekje uitgegeven in een serie van vier: kikkers en padden, regenboogvissen, koi en dwergcichliden. Deze vissen zijn net als hun grote broers interessante vissen. Niet alleen om naar te kijken, maar zeker ook om hun gedrag te bestuderen. Dit boekje helpt de beginnende aquarist om de vissen beter te leren kennen alvorens men tot aanschaf overgaat. Het is misschien zelfs een goed hulpmiddel voor de meer ervaren liefhebber van dwergcichliden. De auteur begint met het uitleggen waarom deze kleine vissen uitermate populair zijn. Vervolgens geeft hij een lijst met keuzecriteria om te kunnen uitmaken welke cichlidensoort het best bij je past. Dan beschrijft hij uitvoerig de leefomgeving van de verschillende soorten uit Zuid-Amerika, Midden- en West-Afrika. Ook beschrijft hij de omstandigheden, waarin je de vissen het beste kunt houden. Dat de vissen niet alleen in een speciaalaquarium verzorgd hoeven te worden, bewijst hij met een lijst waarin staat waar je op moet letten als je dwergcichliden in een gezelschapsaquarium wilt houden. Er wordt ruim aandacht besteed aan gedrag en kweek, wat in optimale omstandigheden vanzelf gaat. Het is een uiterst handig boekje, niet te veel bladzijden, handig formaat en rijk geïllustreerd met tekeningen en foto's. Ook handig is de lijst met boeken en tijdschriften die de auteur heeft geraadpleegd. Zo kan men andere aanvullende informatie lezen over dwergcichliden. | |
| Titel: | Rob Verlinden's Tuinboek |
| Ondertitel: | Het basisboek voor de tuin: aanleg, beplanting, onderhoud |
| Uitgever: | Tirion, Baarn |
| Uitvoering: | 221 pagina's, 24,5 x 17 cm, flexibel gebonden, 180 illustraties |
| ISBN: | 90 5210 383 6 |
| Prijs: | 19,90 |
| Dit is geen nieuw boek, maar de tiende druk van een in 1993 voor het eerst uitgegeven boek. Aan de oude spelling is dit nog te zien. Ook vraag ik mij af in hoeverre de wettelijke bepalingen nog gelden m.b.t. geïmpregneerd hout, bouwvergunningen enz. De openingszin typeert de in mijn ogen juiste wijze hoe Rob Verlinden tuinieren ziet: 'Tuinieren is omgaan met de flora op een zo normaal mogelijke manier, door na te denken waar de planten groeien in de vrije natuur en ze deze plaats zoveel mogelijk te geven in de siertuin'. De vermelding 'met speciale aandacht voor vijvers en terrassen' is naar mijn mening ten onrechte, want aan vijvers worden slechts ruim 11 pagina's gewijd. Het aanleggen van een vijver raadt de auteur af zolang er nog kleine kinderen zijn. De auteur raadt aan om vijvermanden in te graven in de bodemgrond, zodat de planten kunnen doorwortelen, maar dan zie ik het voordeel van manden niet meer! Vijverplanten deelt hij in vier categorieën in: waterlelies, moeras- en oeverplanten, drijfplanten en diepwortelende onderwaterplanten. De belangrijke groep van niet of nauwelijks wortelende onderwaterplanten (zg. zuurstofplanten) is hij daarbij helaas vergeten. Om het ontwerpen van je eigen tuin te vergemakkelijken geeft het boek een overzicht van de symbolen die tuinarchitecten daarbij gebruiken en achterin zijn plantenlijsten opgenomen van heesters, vaste planten en groenblijvende coniferen, telkens met hun wetenschappelijke naam, Nederlandse naam, eventuele bloeitijd, bloemkleur, vorm, bladkleur, vruchtkleur, hoogte, lichteisen e.d. Heel handig. Voor deze prijs een heel nuttig boek voor tuinliefhebbers. | |
| Titel: | Dive 2001 - Unterwasserwelt im Kalenderformat |
| Uitgever: | Delius Klasing, Bielefeld |
| Uitvoering: | 13 kleurenfoto's op 45,5 x 56 cm |
| ISBN: | 3-7688-1188-3 |
| Prijs: | in Duitsland DM 39,80 (hoge BTW!) |
| De uitgever brengt verschillende kalenders op de markt. Deze is uitgebracht in de serie Maritim en werkelijk schitterend verzorgd met elke maand een grote kleurenfoto van een onderwatertafereel uit tropische zeeën. Niet alleen vissen worden afgebeeld, maar ook koralen in de meest fantastische kleuren. Klein minpuntje vind ik dat er bij de dagen van de maand weinig plaats is voor notities, maar het is dan ook geen agenda. Waarschijnlijk zal zo'n kalender dus niet eens zozeer gekocht worden om de datum te raadplegen, maar voornamelijk als sieraad voor de muur. Want dat is deze kalender zeker. | |
| Titel: | Paddestoelen in beeld |
| Auteur: | Frank Bos |
| Uitgever: | KNNV |
| Uitvoering: | 32 pag. 21 x 10 cm, geniet |
| ISBN: | 90 5011 138 6 |
| Prijs: | 9,95 |
| Een brochure die op elke natuurwandeling makkelijk meegenomen kan worden. In Nederland komen ongeveer 4000 soorten zwammen voor. Dit boekje is uitgebracht om in die overvloed enige ordening te kunnen vinden. Het staat vol met beschrijvingen van enkele algemene soorten. Voorafgaand aan de soortbeschrijvingen geeft de auteur algemene informatie over kenmerken, bouw en leefwijze van paddestoelen. Handig is ook het hoofdstuk welke paddestoelen men wel of niet kan eten, want jaarlijks worden er toch weer mensen ziek die een verkeerde zwam hebben gegeten. De achterflap van deze brochure is uitklapbaar en geeft tekeningen van verschillende paddestoelen, handig om in één oogopslag te zien welke soort het zou kunnen zijn. Bij de naam staat het paginanummer waar een beschrijving is te vinden. | |