| Boekbesprekingen | |
| Titel: | Dieren- en plantengids voor onderweg |
| Auteurs: | W. Eisenreich, A. Handel en U. Zimmer |
| Vertaling en bewerking: | P. Heukels |
| Uitgever: | Tirion |
| Formaat: | 10 x 19 cm en 2,5 cm dik, 560 pagina's |
| ISBN: | 90 5210 299 6 |
| Prijs: | f 29,50 |
|
Dit boekje geeft wat de titel belooft: een praktische
gids voor onderweg, wanneer je graag wilt weten welk
dier of welke plant je ziet. Het heeft een handzaam
formaat en de 560 geplastificeerde bladzijden bulken
van de informatie. Per twee bladzijden worden 3
soorten beschreven. Links de tekst en rechts een
foto. Alle foto's zijn heel duidelijk. De
inhoudsopgave is voorzien van plaatjes en kleuren,
zodat je in een oogopslag kunt zien waar je een
rubriek moet zoeken. De rubrieken zijn: - 16 groepen planten, van paddestoelen via mossen tot cultuurgewassen en 6 groepen van bloemplanten, ingedeeld op kleur; dat vooral is reuze handig hij het zoeken; 14 groepen van ongewervelde dieren, van slakken tot vlinders, en met rupsen als een aparte groep(!); - 24 groepen gewervelde dieren, van vissen tot hoefdieren; vogeleieren zijn ook een groep, zodat je een nest zonder ouderdieren toch kunt determineren. Tijdens een vakantie op de Kanaaleilanden had ik het boekje meegenomen voor de proef op de som. Ik was van tevoren sceptisch, want ons deel van Europa heeft uiteraard veel meer dan de beschreven 800 soorten planten en dieren. Maar er waren weinig plantjes en vogels (papegaaiduiker) die ik niet kon vinden. Papegaaiduikers komen in Duitsland waarschijnlijk niet voor trouwens, dus dat is niet eens verwijtbaar. Tijdens de wandelexcursies had ik er veel plezier van en ik heb mijn zwakke kennis van vooral bloemetjes en vogels flink kunnen opvijzelen. Een bijzonder waardevol, zeer toegankelijk boek, voor wie graag in de natuur van eigen land verkeert en graag namen zoekt bij hetgeen hij/zij ziet. |
|
| Titel: | Praktische Duikgids Maleisië en Singapore |
| Subtitel: | Alle informatie over duiken en snorkelen |
| Auteur: | Jack Jackson |
| Uitgever: | Zuid Boekprodukties, Lisse |
| Formaat: | 24 x 16,5 cm, 176 pagina's, 100 kleurenfoto's en 18 gebiedskaarten |
| ISBN: | 906248 956 7 |
| Verkoopprijs: | f 39,95 |
| Een zonder meer fraai uitgevoerde aanbevelenswaardige reisgids, uitstekend leesbaar, met duidelijke informatie over de duik- en snorkelmogelijkheden. Een aantal algemene hoofdstukken over het gebruik van het boek met een introductie van het land en veel algemene informatie. Er wordt aandacht aan veiligheid, onderwaterfotografie en, hoewel kort, aan het leven onder water besteed. Een en ander is rijk geïllustreerd en van de besproken favoriete duiklocaties zijn duidelijke gebiedskaarten toegevoegd. Van elk gebied worden onder meer reisfaciliteiten, verblijfsmogelijkheden, duikfaciliteiten en bezienswaardigheden vermeld. De gegeven biologische informatie, die als info overal in het boek opduikt, zoals 'Gorgonen' in een blauw kader op pagina 63, is informatief en van redelijk goede kwaliteit. Ze zijn door een bioloog geschreven; dat is te zien. Het boek geeft aan dat er geplastificeerde determinatiekaarten te koop zijn. Met behulp van deze kaarten kunt u uitzoeken met welk dier u te maken heeft. De vertaling uit het Engels had zorgvuldiger gekund. Zo worden haarsterren per abuis veersterren genoemd, naar het Engelse feather stars, en slangensterren worden op dezelfde wijze brokkelsterren genoemd, naar het Engelse brittle stars. Een boek zonder fouten bestaat niet. Uiteraard moet het steenkoraal Tubastrae als Tubasrraea worden geschreven. Kleine onvolkomenheden, die voorkomen hadden kunnen worden wanneer de vertaler deze teksten had laten corrigeren door een marien bioloog, maar die het boek echter niet minder waardevol maken. | |
| Titel: | Praktische Duikgids Zuid-Afrika |
| Subtitel: | Alle informatie over duiken en snorkelen |
| Auteur: | Anton Koornhof |
| Uitgever: | Zuid Boekprodukties, Lisse Formaat: 24 x 16,5 cm, 176 pagina's, 112 kleurenfoto's en 23 gebiedskaarten |
| ISBN: | 90 6248 954 0 |
| Verkoopprijs: | f 39,95 |
|
Een zeer fraai uitgevoerde reisgids, uitstekend
leesbaar, met duidelijke informatie over de duik- en
snorkelmogeijkheden. Een aantal algemene hoofdstukken
over het gebruik van het boek, een kennismaking met
Zuid-Afrika en de buurlanden, reizen in dit land en
algemene informatie over duiken. Er wordt aandacht
besteed aan veiligheid, het leven onder water en
onderwaterfotografie en -video. Een en ander is rijk
gegeïllustreerd en van de besproken favoriete
duiklocaties zijn duidelijke gebiedskaarten met duik-
en snorkelroutes toegevoegd. Van elk gebied worden de
duikfaciliteiten gegeven. De randinformatie staat in
een apart hoofdstuk: 'Regionale gegevens'. Veel
ongelukkiger ben ik met de gegeven marien biologische
informatie. Wetenschappelijke namen zijn zoveel
mogelijk weggelaten, de vernederlandste populaire
namen hebben echter, een uitzondering daargelaten,
geen enkel referentiekader. Ik zou echt niet weten,
wat ik met namen als rode stompneus, hottentonen
en paardvis moet. Wanneer de wetenschappelijke naam
vermeld wordt, is over dit soort vertaalslordigheden
nog wel heen te stappen, nu is het volkomen
nietszeggend. Nog erger, de marien biologische
informatie is beslist niet goed. Ter illustratie drie
voorbeelden. Het Medusahoofd bezit helemaal geen
voedselpoliepen. Er staat dus grote onzin. Gelukkig
is een ander stukje op pagina 119 over deze dieren
wel juist. Anthias is niet transseksueel, maar
protogyn, een vorm van successief hermafroditisme.
Wanneer het vrouwtje man is geworden, kan hij niet
meer terug. In het boek wordt verteld dat de
vrouwtjes eerst mannetje en later weer vrouwtje
worden. Dat is niet juist. Transseksualiteit is iets
anders. Ten slotte de naaktslakken. Wat er staat over naakte kieuwen omdat ze geen schelp hebben, is niet juist. De zeenaaktslakken hebben namelijk helemaal geen kieuwen. Concluderen dat een boek goed is of niet hangt af van de zorgvuldigheid waarmee de details zijn uitgewerkt. Dit laat helaas bij deze duikgids duidelijk te wensen over en dat zet vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de rest van dit overigens zo fraai uitgevoerde boekje. |
|
| Titel: | Puur praktisch, Vijveraanleg |
| Auteur: | Ben van Ooijen, Informatietuinen Appeltern |
| Uitgever: | Groenboekerij, Kosmos Z&K, Utrecht |
| Formaat: | 21 x 15 cm, 64 pagina's, 4 foto's en 73 tekeningen in kleur |
| ISBN: | 90 215 3163 1 |
| Prijs: | f 19,90 |
| Enige jaren geleden kwam Ben van Ooijen op het idee om in Appeltern een informatieve ideeëntuin aan te leggen, waarin alles wat voor de tuin te koop is in de praktijk te zien is. Dit complex is inmiddels uitgegroeid tot maar liefst negen hectare en er wordt ook veel aandacht besteed aan beplantingsmogelijkheden en tuinaanleg. Onlangs was ik daar om voor mijn eigen tuin wat ideeën op te doen en ik vond er toen dit boekje over vijveraanleg met stap-voor-stap-aanwijzigingen voor het aanleggen van voorgevormde en folievijvers, beken, watervallen, minivijvers, vijverranden, stapstenen, bruggetjes, vlonders en bronstenen. Dit alles aan de hand van heel duidelijke tekeningen. Het sprak mij meteen aan, want de auteur begint met te stellen dat hij het niet zal gaan hebben over grote waterbassins met krachtige fonteinen, omdat onder zo'n neerklaterend watergeweld praktisch geen levensvorm het uithoudt (ik had mij al vaak afgevraagd waarom sommige mensen hun vissen met zo'n hels kabaal het leven verzieken). De auteur waarschuwt ook voor de grote temperatuurschommelingen in kleine vijvers, wanneer die (gedeeltelijk) boven de grond staan. Ook een biologisch evenwicht is in een kleine vijver moeilijker te realiseren. Een heel handige tip bij het waterpas stellen van de vijverrand is het gebruik van een doorzichtige tuinslang. In tegenstelling tot veel andere boeken, raadt deze auteur aan de vijverrand iets onder het maaiveld te houden om de vijverrand beter te kunnen camoufleren. Inspoelen van tuinaarde kan door de randafwerking wel voorkomen worden. De aanleg van een moerasje wordt apart besproken en ook hoe je dat als biologisch 'filter' kunt laten functioneren. De auteur pleit voor het automatisch bijvullen van de vijver met regenwater door de regenpijp erin te laten uitmonden (die volgens de nieuwe milieuregels trouwens toch al niet meer op het riool aangesloten mag worden, schrijft hij). Aan de hand van duidelijke tekeningen worden ook veiligheidsmaatregelen voor kleine kinderen en beplantingsgemogelijkheden besproken. Om voor amfibieën een goed leefgebied te creëren is ook de omgeving van de vijver heel belangrijk. Een beetje overdreven is het advies om moeras- en waterplanten in water te vervoeren (een geslotenn plastic zak voldoet toch ook prima) en ook de raad om matig winterharde planten binnenshuis te halen (iets dieper in de vijver zetten werkt ook goed en is veel makkelijker). Dit boekje kan ik van harte aanbevelen als u erover denkt een vijver te gaan aanleggen of veranderen. In de serie 'Puur praktisch' zijn verder verschenen: 'Tuinontwerpen', 'Hout in de tuin' en 'Paden en terrassen'. | |