|
Ceratopteris cornuta Tekst: H. Sieraad, foto's: Frans Maas (tenzij anders vermeld) Deze grote aquariumplant wordt regelmatig in het aquarium toegepast, waar ze vooral als grote hoekvuller erg gewild is om bv. de verwarmer of de filteruitstromer te camoufleren. Toch durf ik, als reeds jarenlange bezitter van enige van deze forse planten, te beweren dat ze vooral in een hoek van het aquarium niet op de goede plek staan.
Dit betekent wel, dat er een flinke plaats voor Ceratopteris cornuta of eikenbladvaren, zoals de Nederlandse naam luidt, dient te worden gereserveerd. Een goed uitgegroeide plant kan namelijk met groot gemak een doorsnede van 50 tot 60 cm halen, terwijl een hoogte van 50 cm eveneens geen uitzondcring is. Deze hoogte zal zelfs na verloop van tijd nog toenemen, omdat de eikenbladvaren zichzelf letterlijk uit de bodem groeit. Na een aantal maanden zit er dan aan de voet van de plant een enorme wortelbos, die dan een dankbare schuilplaats biedt aan schuwe vissen en waarmee tegelijkertijd voedingsstoffen uit het water worden opgenomen. Niet zomaar afknippen of inkorten dus, maar slechts voorzichtig inkorten, wanneer de wortelberg hoger wordt dan ongeveer 10 cm. De grote bladeren, waarvan de lobben wel iets van een eikenblad weg hebben, zijn lichtgroen van kleur met duidelijk zichtbare nerven.
Wanneer men de plant aan het oppervlak laat drijven, zullen de bladeren een stuk korter, maar ook veel breder worden, terwijl de toch al niet kinderachtige groeisnelheid enorm toeneemt. Binnen enkele weken kan een plant zich aan het oppervlak ontwikkelen van een klein plantje tot een knaap met vele bladeren en een enorme bos wortels, die tot 20 cm lang kan worden. Aan de ontwikkeling van de jonge bladeren kan men goed zien dat het een varen betreft. Anders dan de nieuwe bladeren van andere planten, die met een klein puntje beginnen om langzaam groter te worden, maar waarvan al snel de bladvorm te herkennen is, begint het nieuwe blad van de eikenbladvaren als een onregelmatige knop, die zich gedurende verscheidene dagen uitrolt tot de maximale grootte, waarvan de ingevouwen lobben zich openen tot de definitieve vorm. Op de bladsteel zijn nog enige tijd de overblijfselen te zien van het beschermende kapsel dat gedurende het uitrollen wordt verbroken.
De vermeerdering van de eikenbladvaren is zeer eenvoudig. In de oksels van wat oudere bladeren ontwikkelen zich massaal dochterplantjes, die na enige dagen al voorzien zijn van wortels en dus al levensvatbaar zijn. Ook langs de bladranden ontwikkelen zich vele kleine adventiefplanten. Deze vorm van vermeerdering, ook wel levendbaring genoemd, is typisch voor enkele aquatische varens en is ook te zien bij de bekende javavaren, Microsorum pteropus. Het is uiteraard ook mogelijk om een grote plant met een mes te delen; zolang er maar wortels aan de stek zitten gaat dit probleemloos. Kortom: een prima plant voor het grotere aquarium. |