|
Tekst en foto's: Robert Fenner (San Diego, USA) Bewerkt door Gerrit Janse
Taxonomie De orde van de schorpioenvisachtige (Scorpaeniformes) of pantserwangige bevat onder meer de familie van de schorpioenvissen (Scorpaenidae). Deze familie wordt weer opgedeeld in een aantal onderfamilies. Dat zijn onder andere de steenvissen (Synanceiinae) en de koraalduivels (Pteroinae). De familie van de schorpioenvissen is een voor de mens erg belangrijke familie, die een groot aantal consumptievissen levert en ook vissen die van belang zijn door hun productie van toxinen. Niettemin zullen we ons hier beperken tot die soorten die als aquariumvis kunnen worden gehouden.
|
Koraalduivels zijn geen dieren om zonder handschoenen aan te pakken, omdat je gemakkelijk gestoken kunt worden. Dat is gevaarlijk en doet afschuwelijk zeer. Of koraalduivels echt agressief zijn tegenover mensen of niet, wordt door recente auteurs druk bediscussieerd. Sommige hebben zo hun eigen ervaring. Zij zijn als aquariumliefhebber uitgedaagd, waarbij het dier met de kop naar beneden en met opgezette stekels in een duikvlucht aanviel. Of het nu een geconditioneerde reflex is als reactie op voedsel of een vorm van territoriumgedrag, is niet bekend. Maar het is een feit dat ze op je af komen, zodra je je arm in het aquarium stopt. Houd ze daarom in de gaten en kijk elke keer als je in het aquarium aan het werk moet met één oog naar je koraalduivels. Koraalduivels hebben elf tot dertien rugvinstralen, drie anaalvinstralen en twee buikvinstralen. Aan de basis van de voorste rugvinstralen liggen gifklieren, die zich als een complex systeem uitstrekken in de groeven, die in de harde vinstralen zijn gelegen. Het gif wordt mechanisch getransporteerd, anders dan wanneer de vis pompende bewegingen maakt. Dit laatste doen de dieren als ze bij het zwemmen worden gehinderd. Hoewel ze niet zo giftig zijn als de steenvissen, waaraan ze verwant zijn, moeten koraalduivels dus bloedserieus worden genomen. Na een prik zijn zwelling, hevige lokale pijn, ademhalingsmoeilijkheden en hartklachten bekende symptomen. Advies: neem zo snel mogelijk contact op met een arts en vertel dat u door een koraalduivel bent gestoken. Bij een allergische reactie moet u antihistamine hebben. Mogelijk moet ook de vaccinatie tegen tetanus worden herhaald. Verder moet u de steekwond zo snel mogelijk onderdompelen in zo heet mogelijk water, zo dat u het nog net kunt verdragen. Daar kan het gif namelijk helemaal niet tegen. Biotoop en verspreiding Zoals in de tabel is te zien, komen koraalduivels in het algemeen voor in de tropische delen van de Indische Oceaan, de Stille Oceaan en de Rode Zee. Ze worden daar gevonden op diepten tussen drie en dertig meter. Hoe groot de dieren worden, is om praktische redenen ook in de tabel vermeld.
Selectie voor aanschaf Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen goede en gezonde dieren en vissen die dat niet zijn. Vissen die zich vlak bij de bodem of bij de oppervlakte in een hoekje verstoppen zijn meestal niet gezond, net als vissen die niet op kleur zijn of rode vlekken laten zien. Hetzelfde geldt voor vissen die rafeIige vinnen hebben en een versnelde ademhaling. Koraalduivels horen te schitteren, alert te zijn en belangstelling te hebben voor hun omgeving. Dat wil zeggen dat ze, als het goed is, u continu in de gaten houden. Let vooral ook op de aanwezigheid en de vorm van de antennes boven de ogen. Aquariumcondities De koraalduivel behoort behoorlijk veel ruimte tot zijn beschikking te hebben. Dat betekent dat u per volwassen individu toch over minstens honderdvijftig liter zeewater moet beschikken. Geef ze de nodige schuilplaatsen, maar ook veel open water. Niet alle soorten zijn dagactief. P. volitans en P. lunulata schuilen overdag tussen en onder koralen of in spleten. Dit heeft consequenties voor de inrichting van het aquarium. Zorg voor donkere hoeken, schuilplaatsen en rotsformaties. Omdat het schemerdieren zijn, moet de verlichting niet te fel zijn. Dierencombinatie Hier moeten we maar meteen zeer duidelijk zijn. Ze eten zelfs poetsvissen. Daarom kunnen ze niet samen met kleine vissen worden gehouden. Voor P. antennata en P. radiata is het verhaal niet veel anders. Dieren van de schemering. Erg agressief zijn ze niet, ook niet tegen soortgenoten. Maar ze kunnen alleen worden gehouden in gezelschap van vissen, die minstens net zo groot zijn. Watersamenstelling Zoals dat geldt voor alle brakwatervissen, die zich dan weer in zee en dan weer in lagunes en riviermondingen ophouden, is de tolerantie ten opzichte van verschillende zoutconcentraties groot. Uiteraard moet u erom denken dat het nitraatgehalte in uw speciaalaquarium met koraalduivels niet te hoog wordt. Dan gaat uw alkalireserve eraan. Bewaak de pH daarom zorgvuldig. Beneden pH 7,6 gaan de vissen geforceerd ademen. Dan verschuilen ze zich ook. Zover mag het natuurlijk niet komen. Water verversen, algenfilters, eiwitafschuimers en kalkwaterdosering bieden voldoende mogelijkheden om het water in goede conditie te houden. Voortplanting Hoewel een aantal vertegenwoordigers van de schorpioenvissen eierlevendbarend is, zijn de vertegenwoordigers van het geslacht Pterois eierleggend. De eieren worden aan het wateroppervlak afgezet, waar ze zich verspreiden. Het mannetje en het vrouwtje hebben een simpele balts, die uit steeds vaker omhoog zwemmen bestaat. Op het moment dat ze dan vlak onder de wateroppervlakte ondersteboven zwemmen, stoten ze hun geslachtsproducten uit. Er zijn helaas geen gegevens over de kweek en de opfok bekend.
Geef bij voorkeur levend voer, vooral in het begin. Kleine visjes, bijvoorbeeld guppen, en kleine kreeftachtige zoals Mysis. Later zullen ze ook dood voedsel accepteren, zolang dat in het water zakt. In dat geval kan een wat hoog aquarium voordeel bieden. Iemands aparte methode wil ik u hier niet onthouden. Hij voerde eerst levende garnalen en daarna dezelfde garnalen uit de diepvries. De dieren herkenden deze garnalen toen als hetzelfde voer. Soms leren Dendrochirus brachypterus en Pterois volitans zelfs wel dood voedsel van de bodem te eten. Het is een uitdaging voor de liefhebber om zijn dieren te geven wat ze nodig hebben, maar een waarschuwing voor overvoeren is zeker op zijn plaats. Ten slotte Eigenlijk is het jammer dat deze prachtige dieren uit de Nederlandse liefhebberij zijn verdwenen. Maar wie weet. Als u bent uitgekeken op het rifaquarium, dan moet met de kennis en de techniek van nu wel wat moois zijn te maken van met wieren begroeide stenen. Vooral als u kans ziet ze zo te groeperen, dat ze op het oog op natuurlijke rotsen en spelonken lijken. Literatuur Bolle M. de. 1984. Het Zee-Aquarium '84 /2: 37 - 39 Campbell, D. 1984. Pterois volitans. FAMA 9/88 Emmens, C.W. 1983. Spotlight: Lionfishes. TFH 4/83 Graaf F. de. 1976. Encyclopedie van tropische zeeaquariumvissen. Strengholt, Bussum p. 448 Romaine, D.S. 1978. The lionfish: Mr. Personality. TFH 5/78 Walker, S.D. 1984. Pterois radiata, the fireworks fish. FAMA 8/84 Mayland, H.J. 1975. Lionfish, beautiful but dangerous. Marine aquarist 6(2): 75 Modlin, J. R. 1982. The lion tree. FAMA 3/82 Nelson, J. S. 1978. Fishes of the world, 3rd ed. John Wiley and Sons, the World Kizer, K.W., H. Mckinney & P.S. Averbach. 1985. Scorpaenidae envenomation: A five year poison centre experience. TFH 7/85 Kendall, J.J. 1990. Further evidence of cooperative foraging by the turkeyfish, Pterois miles, in the Gulf of Aqaba, Red Sea, with comments on safety and first aid. Diving for Science. Univ. of S. Fla., St. Petersburg: 209 - 223 |