|
Hoe moeras-, drijf-, waterplanten overleven Tekst: Lothar Wischnath, vertaling Leo van den Berkmortel In een natuurvijver met weelderige groei van moeras-, drijf- en water- planten ziet de vijverliefhebber al vroeg in de herfst dat spoedig de winterrustfase begint. Terwijl de meeste plantensoorten al rijpende of rijpe zaden bevatten, bloeien de laatste moeras- of vochtminnende planten nog. De meeste bestanden van drijf- en waterplanten worden wat dunner, wat erop wijst dat het merendeel van hun stengels en bladeren al afsterft. Vele sterven volledig af en vormen in het voorjaar uit zaad weer een nieuwe generatie. Drijfplanten, zoals kroossoorten (familie Lemnaceae), zinken in de herfst naar de bodem om te overwinteren en stijgen in het voorjaar weer op naar het wateroppervlak. Een uitzondering daarop vormt het wortelloos kroos, Wolffia arrhiza: dat kan in niet al te koud water overleven. De meeste drijfplanten bezitten korte, in het water afhangende wortels, die in de regel niet in de bodem doordringen. Drijfplanten die in ondiep water wel in de bodem wortelen overwinteren ten dele ook wel als rizoom (rizoom = wortelstok = onderaardse stengel met de functie van opslagplaats voor reservevoedsel). Bovendien vormen de planten onderwaterbladeren die zich in een soort rustfase bevinden en pas in de volgende groeiperiode naar het wateroppervlak groeien en dan drijfbladeren worden. Dit is vooral te zien bij de in vijvers populaire waterlelie Nymphaea en gele plomp Nuphar.
De eveneens in vijvers graag gehouden waternoot Trapa natans sterft als drijfplant in de herfst volledig af, nadat ze haar nootachtige vruchten gevormd heeft. Deze zinken naar de bodem en overwinteren daar, om in het voorjaar te ontkiemen. Wanneer deze plant gehouden wordt in een ondiepe, moerasachtige vijver, die tot de bodem kan bevriezen, dan dient men de vruchten van de waternoot in koud water in een vorstvrije ruimte te laten overwinteren. Van de onderwaterplanten blijven in onze klimaatzone enige soorten ook in de winter groen, zonder in bestand af te nemen. Enige voor de vijver aan te bevelen soorten zijn het bronmos Fontinalis antipyretica, het voorjaarssterrenkroos of klein sterrenkroos Callitriche palustris en andere Callitriche-soorten, zoals het moerassterrenkroos of gevleugeld sterrenkroos C. stagnalis, het herfststerrenkroos C. hermaphroditica, een minigewasje, dat zacht/zuur water vereist en bovendien erg zeldzaam is, en het haaksterrenkroos C. humulata. Van de waterpestachtige uit de geslachten Elodea, Egeria en Hydrilla blijven de brede of Canadese waterpest Elodea canadensis en de smalle waterpest Elodea nuttallii 's winters groen.
Een interessante plant voor de vijver is het kranswier Nitella flexilis, een algensoort uit de familie der Characeae. In ondiep water is de plant eenjarig en kiemt in het voorjaar opnieuw uit sporen. In diep, vorstvrij water overwintert deze soort als groene plant.
|
||||||||||||