|
Witte stip bij zeevissen, Cryptocaryon Tekst: Peter Burgess, foto's van de auteur, tenzij anders vermeld (bewerkt naar een artikel uit Freshwater and Marine Aquarium, FAMA, vrij vertaald door J.H. van Ommen) Witte stip bij zeevissen is een vrij veel voorkomende en doorgaans fatale ziekte bij tropische zeevissen en wordt veroorzaakt door het protozoön Cryptocaryon irritans. Deze parasiet is al meer dan 50 jaar bekend als een probleem in het zeeaquarium en is nu bezig een serieuze bedreiging te vormen voor warmwaterconsumptievissen zoals de rode snapper en diverse zeebaarzen. Ondanks zijn economische belangrijkheid zijn er weinig gedetailleerde studies uitgevoerd naar Cryptocaryon en het is nauwelijks een verrassing dat in de aquariumliteratuur betreffende deze parasiet nogal wat speculaties voorkomen i.p.v. feiten. Het volgende verhaal is gedeeltelijk gebaseerd op mijn doctoraalonderzoek betreffende Cryptocarion, aangevuld met informatie verzameld uit de beschikbare literatuur. De parasiet Cryptocarion is een eencellig protozoön behorende tot de klasse Ciliophora (wimperdieren). Het moet niet worden verward met de zoetwater-witte-stip, welke wordt veroorzaakt door een verwant wimperdiertje, Ichthyopthirius multifiliis, dat niet kan overleven in zeewater.
Zoals bij alle parasitaire ziekten kan kennis van de levenscyclus nuttig zijn voor preventie en bestrijding. De levenscyclus van Cryptocaryon irritans kan verdeeld worden in vier basisstadia, zoals hier rechts getoond. Cryptocaryon is een parasiet die een gastvis moet infecteren om zijn complete cyclus te kunnen voltooien. Gevoelige visssen raken geïnfecteerd door het actief vrijzwemmende stadium, theront genaamd. In dit stadium is Cryptocaryon niet in staat zich te voeden en daarom heeft hij een beperkte tijd nl. minder dan 12 uren om contact te zoeken met een gastvis. Anders raakt zijn energie op en zal hij sterven.
Er blijkt weinig informatie te bestaan over waarnemingen op het rif over de levenswijze van Cryptocaryon tijdens het parasitaire stadium. Warren Burgess vermeldt in zijn proefschrift waarnemingen van Cryptocaryon op vlindervissen in hun biotoop. Een lichte infectie is waargenomen op een zeebaars, gevangen voor de kust van de Fiji Eilanden. Meer recent is de parasiet waargenomen op vissen die het Groot Barrièrerif bevolken. Ik geloof dat het geen toeval is dat de parasiet en de rifbouwende koralen beiden minimumtemperatuuren verdragen van 18 tot 19° C. Waarschijnlijk heeft dat te maken met een lange co-evolutie. Of Cryptocaryon ook buiten het rif in het open water voorkomt of langs rotskusten is niet bekend. De parasiet is waargenomen door Wilkie en Gordin op een Girella, verzameld in een getijdenpoel vlak bij het Scripp's Instituut in Californië. Maar, zoals de auteurs suggereren, die infectie kan zijn veroorzaakt door het uitstromende water van de aquaria van het instituut. Zoals eerder gememoreerd, onder aquariumomstandigheden kan Cryptocaryon niet overleven onder de 18° C. Maar waarnemingen door Diamant en zijn collega's suggereren dat de parasiet een tegenhanger heeft in de koelere wateren van de Middellandse Zee. Meer informatie is gewenst over waarnemingen van de geografische verspreiding als wel bewijs voor het bestaan van verschillende stammen. Bijvoorbeeld, komt de parasiet voor langs de kust van Noord-Amerika?
In zijn natuurlijke omgeving doet de parasiet weinig kwaad, omdat hij slechts een klein deel van de vispopulatie af en toe besmet in kleine hoeveelheden. Het lijkt erop dat de in het wild voorkomende vissen alleen last krijgen van huidirritatie, vandaar de soortnaam van de parasiet 'irritans'. Problemen ontstaan echter wanneer de vis wordt gehouden in overbevolkte en beperkte ruimten, die de parasiet ruim de gelegenheid geven de vis te infecteren. Onder deze omstandigheden kan Cryptocaryon snel epidemische vormen aannemen en al twee dagen na infectie dodelijke slachtoffers eisen. De dood van de gastheer wordt waarschijnlijk veroorzaakt door fysiologische schade, veroorzaakt door de grote aantallen parasieten binnen de kieuwen en op de huid, die een serieus effect hebben op de ademhaling en het osmotische evenwicht. Dezelfde effecten zoals die worden beschreven bij de zoetwater-witte-stip. Beschadiging van de vissenhuid veroorzaakt door een invasie van theronts en/of het verlaten van de trophonts is in verband gebracht met een bacteriële infectie die in tweede instantie bijdraagt aan de dood van het slachtoffer. Het moet duidelijk zijn dat het uitbreken van Cryptocaryon binnen het aquarium nooit moet worden onderschat. Behandeling met medicijnen moet zo spoedig mogelijk worden toegepast om het verlies van vissen te beperken.
Eén van de vraagtekens betreffende witte stip is: hoe krijgt Cryptocaryon het voor elkaar om een vis te localiseren en te infecteren? Cryptocaryon heeft geen ogen, wel kan hij waarschijnlijk het verschil tussen licht en donker zien. Ze zijn erg snel, gezien hun afmetingen; ze bereiken een snelheid in stilstaand water van 1,5 mm per seconde. Ze kunnen de snelheid van een zwemmende vis nauwelijks evenaren. De theront moet een manier vinden om zo'n snel bewegend doel te bereiken en wel binnen twaalf uur, anders sterft hij.
Het is belangrijk de infectiezo snel mogelijk te herkennen. Een infectie volgt meestal na het opnemen in het aquarium van een reeds besmette vis, hoewel dat geen regel is. De tijd tussen het binnenbrengen van de parasiet en de daadwerkelijke besmetting kan variëren van een paar dagen tot een maand. Een indicatie van besmetting is bv. het schuren van de vis langs stenen en zand. De vis kan zijn eetlust verliezen en verzwakt. Koop nooit een vis die zich 'schuurt'. Inspecteer verdachte vissen. Na een dag of twee zijn de op de huid aanwezige parasieten gegroeid tot een formaat die met het blote oog te zien is. Vooral op de vinnen zijn ze het duidelijkst waar te nemen. Is Cryptocaryon geconstateerd, begin dan direct met de behandeling. Bestrijding en behandeling De uitspraak 'voorkomen is beter dan genezen' geldt zeker voor wat betreft Cryptocaryon. Omdat Cryptocaryon niet altijd direct is waar te nemen, moet u ter voorkoming van een besmetting alle levende have incl. levend steen minstens een maand in qarantaine houden in een bak zonder vissen. Dood materiaal kunt u uitkoken. Het gebruik van koper heeft vaak nadelige invloed op de dieren.
Ter bestrijding zijn veel medicamenten gebruikt zoals bv. malachietgroen, methyleenblauw, koper, formaline enz. De meeste zijn gelukkig goed te gebruiken om de infectie te bestrijden. Helaas zijn die niet zo goed werkend tegen het parasitaire trophontstadium en in het geheel niet tegen het cystestadium. Het is belangrijk zich te realiseren dat door de lange duur van het cystestadium na een gedane kuur de ziekte kan terugkeren. Het zal dus noodzakelijk zijn de kuur te herhalen. Niet-chemische bestrijding kan bv. door temperatuurverlaging tot onder de 18° C, maar dat geeft niet altijd een positief resultaat. Colorni heeft bemerkt dat het veranderen van het zoutgehalte van het water niet afdoende de ontwikkeling van de parasitaire trophonts tegenhoudt. Ook heeft Colorni ontdekt dat de volgende zoutgehalten niet dodelijk zijn: 15 tot 60 0/00 voor trophonts, 15 tot 70 0/00 voor cysten en 25 tot 50 0/00 voor theronts. Andere waarden zijn niet onderzocht. UV-licht is effectief tegen de vrijzwemmende theronts, maar doodt de cysten niet. Veel theronts kunnen een vis infecteren, voordat ze door het UV-licht worden uitgeschakeld. Betreffende het gebruik van ozon melden Wilkie en Gordin dat 8 mg ozon per uur op 67,5 liter water infectie voorkwam bij vissen die drie weken werden gehouden in een aquarium waarin de aanwezigheid van Cryptocaryon bekend was. Andere meldingen zijn niet bekend. Onthoud: voorkomen is beter dan bestrijden. Mysterieuze uitbraak van witte stip Mijn laboratoriumstudies hebben laten zien dat vissen die een infectie hadden overleefd een soort immuniteit ontwikkelden tegen Cryptocaryon. Een reeds eerder geïnfecteerde vis die weer wordt geconfronteerd met Cryptocaryon kan totaal immuun zijn of slechts een zwakke besmetting laten zien. Wanneer de besmetting zo zwak is, dat ze bijna niet waarneembaar is, kan het voorkomen dat de aanwezigheid van Cryptocaryon blijft voortduren zonder dat deze te zien is. Wanneer dan door bv. stress de immuniteit van een vis afneemt, kan de Cryptocaryon-infectie weer toeslaan zonder dat er nieuwe levende have is aangeschaft. Tot slot Ik wil dr Tony Matthews hartelijk danken voor het feit dat hij me de mogelijkheid heeft gegeven onderzoek te doen naar Cryptocaryon aan de Universiteit van Plymouth. Ook dank ik voor de ontvangen hulp en het advies dr. Angelo Colorni (National Centre for Mariculture, Eilat), International Marine Aquarists Association en de Marine Aquarist Society of Toronto. Literatuur Burgess, P.J. and R.A. Matthews, 1994. Cryptocaryon irritans (Ciliophora): photoperiod and transmission in marine fish. Journal of the Marine Biological Association, 74: 535 - 542 Burgess, P.J. and R.A. Matthws, 1994. Fish host range of Cryptocaryon irritans. Journal of Fish Biology (in press) Burgess, P., 1995. Marine whitespot disease. Freshwater and Marine Aquarium (FAMA) 18 (1): 168 - 196 Colorni, A., 1985. Aspects of the biology of Cryptocaryon irritans and hyposalinity as a control measure in cultured gilt-head sea bream Sparus aurata. Diseases of Aquatic Organisms, 1: 19 - 22 Colorni, A., 1987. Biology of Cryptocaryon irritans and strategies for its control. Aquaculture, 67: 236 - 237 Diamant, A., G. Issar, A. Colorni, and I. Paperna, 1991. A pathogenic Cryptocaryon-like ciliate from the Mediterranean Sea. Bulletin of the European Association of Fish Pathologists, 11: 122 - 124 Matthews, B.F., R.A. Matthews and P.J. Burgess, 1993. Cryptocarion irritans Brown, 1951 (Ichthyophthiriidae): the ultrastructure of the somatic cortex throughout the life cycle. Journal of Fisch Diseases, 16: 339 - 349 Violetta, G., 1980. A review of two epizootic marine protozoans: Oodinium ocellatum and Cryptocaryon irritans. FAMA 55, 227 - 236 Wilkie, D.W. and H. Gordin, 1969. Outbreak of cryptocaryoniasis in marine aquaria at Scripp's Institution of Oceanograghy. California Fisch and Game, 55: 227 - 236 |