|
Tekst en foto's: M.C.W. Keijman Van veel soorten Midden-Amerikaanse cichliden is het moeilijk om hun voortbestaan in de hobby veilig te stellen. Dit heeft vooral te maken met het feit dat een aantal soorten zeer groot wordt en dus niet door iedereen verzorgd kan worden. Een tweede probleem is dat er dan ook nog een aantal soorten is dat je veelal solitair moet houden vanwege hun agressiviteit. Het is dus niet voor iedereen weggelegd om soorten als Cichlasoma motaguense of C. zonatum te verzorgen.
Verkrijgbaarheid Hoewel deze soorten redelijk geliefd zijn bij aquaristen, is het niet eenvoudig om ze in de aquaria van speciaalzaken te vinden. Dat ligt waarschijnlijk aan het feit, dat er in Centraal-Amerika geen exporteurs van inheemse vissen zijn. Een tweede punt kan zijn, dat de liefhebbers, die deze vissen in hun bezit hebben, veelal problemen hebben met het verzorgen van deze toch wel fragiele vissen en dus niet voor de nodige nakweek kunnen zorgen. Toen ik deze vissen zelf wilde gaan verzorgen, stuitte ik op deze problemen, wat erin resulteerde dat ik alleen maar Th. meeki van de zoveelste Singapore-nakweek kon krijgen. Doordat ik hier niet direct op zat te wachten, probeerde ik op een andere manier deze vissen te bemachtigen. Deze andere manier resulteerde in een reis naar Mexico om onder andere op zoek te gaan naar vertegenwoordigers uit het geslacht Thorichtys.
Wij begonnen met onze zoektocht naar Th. helleri in de omgeving van Pichucalco, dat is gelegen in de provincie Chiapas. De rivieren, die in de nabije omgeving van Pichucalco liggen, zijn allemaal toelopers van de Rio Grijalva en volgens de eerste beschrijving van Meek behorende tot het verspreidingsgebied van Th. helleri. Dit tegen de bergen van de Sierra del Norte de Chiapas gelegen plaatsje is een typisch Mexicaans dorpje, waar het net lijkt of de tijd veertig jaar heeft stilgestaan. In het midden van het dorp bevindt zich de 'Zocalo' (het plein), waar de dorpelingen 's avonds bijeenkomen om hun belevenissen van die dag te vertellen of om op zoek te gaan naar een geschikte huwelijkspartner. Kortom, een plaatsje dat het bezoeken meer dan waard is. Ten zuiden van dit plaatsje ligt de grote Rio de la Sierra en ten noorden ervan liggen o.a. de Rio Agua Dulce, Rio Puyacatengo en nabij het gehucht Santa Ana stroomt ook nog een klein riviertje, waarvan ik de naam niet weet. We probeerden ons geluk in de rivieren die ten noorden van Pichucalco lagen en deden dit door naar het kleine riviertje bij Santa Ana te rijden om daar in een grote natuurlijk gevormde poel te gaan zoeken naar Th. helleri. Toen we bij deze poel aankwamen, bleken we geluk te hebben, want het water was kraakhelder. In deze poel, die z'n diepste punt op ca 4 meter had met een pH van 8,4 en een temperatuur van 25° C, bleken enorm veel vissen aanwezig te zijn. Zo zagen we hier prachtig gekleurde C. bifasciatum, C. synspilum (gevlekte vorm), C. salvini, C. robertsoni en Th. helleri. Laatstgenoemde kwam hier in groten getale voor, zoals we al snorkelend zagen. Broed verzorgende koppels stonden soms op nog geen meter van elkaar de jongen te verdedigen. Deze variant bezat een gele grondkleur met veel blauwgroene punten en strepen op het lijf. In de Rio de la Sierra en Rio Puyacatengo vonden we de volgende dagen ook Th. helleri. Wat aangaf dat deze soort hier redelijk wijd verspreid was. Qua kleur leken ze nagenoeg op de variant die we in de poel bij Santa Ana hadden gevangen. Tijdens de rest van onze reis vonden we in het stroomgebied van de Rio Tonala eveneens Th. helleri en wel in een stilstaande poel nabij de plaats Los Choapas. Het betrof hier een fraai goudgeel gekleurde variant met vrij weinig blauwe strepen en punten. Doordat het verspreidingsgebied zo groot is, zijn er dus nogal wat verschillende geografische varianten (zie foto's) binnen de soort Th. helleri. In de provincie Chiapas, nabij de bekende toeristenplaats Palenque, vonden we in de Rio Chacamax wellicht de mooist gekleurde variant van Th. helleri. De Rio Chacamax is een snelstromende rivier met zeer helder water dat een gemiddelde pH van 8,1 bezit en een watertemperatuur van 24° C. Aan cichlidensoorten buiten Th. helleri kwamen hier voor: C. bifasciatum, C. intermedium, C. salvini en C. lentiginosum. Verder bevonden er zich nog diverse Poecilia-, Xiphophorus- en Astyanax-vertegenwoordigers. Th. helleri die hier, zoals al gezegd, in vrij snelstromend water voorkomt, leeft op een harde boden die bestaat uit een soort leilaag met daarop een harde kleiafzetting. Dat Th. helleri hier niet zeldzaam is blijkt uit het feit, dat tijdens de droogteperiode (half december tot eind april) er vaak op nog geen meter afstand van elkaar 1 of 2 broedverzorgende koppels staan. Al snorkelend door de Rio Chacamax sloeg ik diverse koppels gade die hun eieren of jongen verdedigden tegen de vele vraatzuchtige levendbarenden, zalmen en cichliden. Met name de hier uitgezette Tilapia vormt een bedreiging voor de inheemse fauna.
Wildvang Bij enkele van de broedverzorgende paren uit de Rio Chacamax nam ik wat jongen weg om mee naar huis te nemen. Gelukkigerwijs doorstonden de meeste jongen de reis van Mexico naar Nederland goed. Op een lengte van ongeveer 3 cm bracht ik een vijftal helleri's onder in een 250 liter aquarium, waar enkele stukken kienhout in stonden en de nodige rolkeien en stenen platen tegen de achterwand aan stonden. De bodem bestond uit fijn zand. Ik vergezelde ze van een aantal Astyanax fasciatus en Xiphophorus maculatus. De tijd verstreek en na een aantal maanden hadden deze kleine fragiele visjes een lengte van ongeveer 6 cm bereikt. Uit dit gegeven mag blijken dat Th. helleri niet erg hard groeit. Na nog eens 6 maanden hadden ze een lengte bereikt van ca 10 cm. Nu pas kon ik duidelijk zien hoe de geslachtsverhouding bij mijn dieren lag.
Nakweek Aan een tweetal dieren kon ik merken dat ze op een gegeven ogenblik een paar hadden gevormd, want ze begonnen op de anders geelachtige ondergrond van het lijf een vage zwarte streeptekening te vertonen. Een paar dagen later werd mijn constatering bevestigd. Het koppel was een stuk van een tegen de zijruit staande stenen plaat aan het poetsen en bij het vrouwtje was een klein stukje van de genitiaalpapil te zien. Diezelfde avond nog prijkte er op de schoongepoetste plaats een legsel van ongeveer 300 ca 1,5 mm kleine, geelbruin gekleurde eitjes, die driftig door het vrouwtje werden bewaaierd om het legsel zodoende van vers en dus zuurstofrijk water te voorzien. Na amper drie dagen werden de larven door zowel het vrouwtje als het mannetje uit de eihulzen gehaald. Dit heb ik bij meer Thorichtys-soorten geconstateerd. De larven werden in een nabijgelegen kuiltje gegooid en bleven hier nog eens zes dagen liggen. Dit is echter afhankelijk van de watertemperatuur. Hoe warmer het water, des te eerder de jongen de dooierzak hebben opgeteerd en dus gaan zwemmen. Als de jongen dan eenmaal gaan zwemmen, worden de strepen die ze sowieso al vertoonden, diepzwart en geven duidelijk aan de andere in het aquarium bevindende vissen aan, dat ze nu dan maar extra moeten oppassen voor dit paar met hun jongen.
|