|
Geurige planten in en om de vijver Tekst en foto's: Guido Lurquin In onze vooral op beelden en geluiden toegespitste maatschappij tellen geuren nog nauwelijks mee. Geuren zijn moeilijk te beschrijven, echte benamingen hebben wij er niet voor. Dit in tegenstelling tot de kleuren, waarvoor een bijna oneindig aantal benamingen ter beschikking staat: hemelsblauw, koningsblauw, diepblauw, ultramarijnblauw, turkooisblauw, ceruleumblauw, kobaltblauw, Pruisisch blauw en ga zo maar verder. Hoe benoemen wij een zoete geur? Suikerzoet misschien, maar suiker ruikt nauwelijks. Of honingzoet misschien en dan zitten wij al aan het eind van onze woordenschat. Nochtans hebben wij een uitzonderlijk - wellicht voor een groot deel onbewust - geheugen voor wat wij met de neus waarnemen. De vraag is of men een geur kan losmaken van herinneringen die er onherroepelijk aan vast zitten.
De decoratieve zwaardvormige bladeren van kalmoes (Acorus calamus ruiken naar kaneel. De wortels geuren nog sterker en zeer aangenaam en worden gebruikt bij de productie van het leeuwenaandeel van de kruidenbitters. De 'wildvorm' van kalmoes is misschien niet erg decoratief, maar de roomkleurig gestreepte 'Variegatus' des te meer; zeker in de lente wanneer de bladeren onderaan rozig aanlopen. De bonte vorm doet het uitstekend in het vrije water, maar niet in de moeraszone. Dit in tegenstelling tot de 'wildvorm', die het ook goed doet in het moeras. Echt inheems is kalmoes niet, maar werd hier om zijn geneeskrachtige eigenschappen eind van de zestiende eeuw ingevoerd en verwilderde.
Uiteraard zijn er nog heel wat andere primulasoorten geschikt voor vochtige grond. Hier volgen enkele van de sterkst geurende onder hen: P. alpicola, P. anisodora (anijsgeur), P. chionantha, P. ioessa, P. prolifera (kalkminnend), P. reidii williamsii, P. sikkimensis. Het hoeven niet altijd bloemen te zijn die onze neus bekoren. Cyperus longus, cypergras, is een plant voor de vijverrand. De glanzend groene, grasachtige bladeren en in de zomer vertakte, kastanjebruine bloeiaartjes wuiven langs de waterkant. Gekneusde stengels hebben een zoete mossige geur. Ook de wortels hebben deze geur. Het verdient aanbeveling lang cypergras in de herfst te verplanten. Zo verjongd raakt de plant makkelijker de winter door.
De moerasspirea (Filipendula ulmaria) is een bekende inheemse oeverplant met een wel erg welklinkende Latijnse naam. De naam 'koningin der weiden' wordt ook gebruikt. De roomkleurige bloeipluimen van moerasspirea hebben een zware geur, die wat aan meidoorn doet denken, maar dan zonder de vissige ondertoon. Moerasspirea is het kruid dat tal van prominenten in de Middeleeuwen en nadien op de vloeren van de kamers lieten strooien om het ongedierte uit huis te houden. Het was ook een strooisel tegen onreinheid. Het goudbladige ras 'Aurea' is erg decoratief, maar groeit spijtig genoeg zéér traag. De cultivar 'Variegata' is goudgevlekt en doet het beduidend beter.
Iets waarover wellicht iedereen het eens is: watermunt (Mentha aquatica) heeft een heerlijk frisse geur. Misschien vergeet men de minder prettige eigenschap van deze inheemse plant erdoor: het woekeren. Aparte vijvertjes zijn de enige veilige groeiplaats voor deze erg invasieve plant. Een ander lid uit het muntgeslacht, Mentha longifolia (hertsmunt) is eveneens geschikt voor een vochtige tuin. Ook Mentha pulegium, polei, vormt kruipende zoden die zich prima thuisvoelen op vochtige grond. Aan het eind van de zomer hult polei zich in lila bloemen en heeft dan een heerlijke muntgeur. Wie van een fijn muntluchtje houdt, maar niet te vinden is voor woekeraars kan ik Preslia cervina aanbevelen. Dit leuk, laag, lang bloeiend vijverplantje hoort zelfs in de kleinste watertuintjes thuis. Het geurt werkelijk zeer fijn en draagt lila bloempjes. De cultivar Preslia cervina 'Alba' bloemt wit en heeft als nadeel dat verwelkte, rossige bloempjes nogal opvallen tussen de witte.
Kaapse waterlelies (Aponogeton distachyos), die niets van doen hebben met echte waterlelies, ruiken heerlijk naar vanille en amandelen. De witte bloemaren en langgerekte, op het water drijvende bladeren kunnen voor winterse verrassingen zorgen, want deze uit Zuid-Afrika afkomstige planten bloeien vaak in het koude jaargetijde. Tenminste wanneer koning winter ze niet tegenhoudt. Wist je dat de bloemen eetbaar zijn en in Zuid-Afrika zelfs in blik verkrijgbaar zijn? Een goed geurende struik, erg geschikt voor de moerastuin, is zeker Clethra alnifolia (schijnels). De zoete, viburnumachtige geur ervan komt van de slanke trossen met witte pluizige bloemen, die midden in de zomer bloeien. Deze rechtopgaande struik met getande bladeren en veel worteluitlopers is goed bruikbaar en zijn late bloei past ons prima. Het ras 'Paniculata' is een voortreffelijke aanwinst. Zon of halfschaduw en zure grond worden geprefereerd. De struik wordt 2,5 m hoog. Grote tuinen kunnen misschien enkele geurende vochtminnende bomen huisvesten, zoals Salix aegyptica en Salix triandra, die geurende katjes hebben, en Salix pentandra (laurierwilg), die welruikende bladeren heeft. Om u te doen waterneuzen of niet? Nog wat geurende rozen en kamperfoelie tegen de muur en uw waterwonderland zal alle zinnen strelen... |