|
Het kleine leven Tekst en beeld: Joop Brokke Het is aan te bevelen om eens een jampot te nemen en zo af en toe wat water uit de vijver te scheppen om te zien hoeveel leven er in de vijver zit. Wanneer je dit water dan in het open gedeelte in de buurt van planten uit de vijver haalt, is de kans groot, dat je er een Cyclops of éénoog bij vindt. Het zijn kleine kreeftachtigen, die hun naam ontlenen aan de Griekse mythologie, waar cyclopsen of éénogen in voorkomen.
Ze leven in de vrije waterzone van meren en plassen, op zoek naar voedsel. Het zijn filteraars, dat wil zeggen, dat hun monddelen voorzien zijn van een soort borstel en daarmee zeven ze het voedsel uit het water. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit nog kleiner plankton dat in het water zweeft. Opmerkelijk is dat hun monddelen met de borstels ongeveer zo'n duizendmaal per minuut heen en weer gaan. Hierdoor zorgen ze voor een constante stroom vers en zuurstofrijk water.
Ook deze dieren kennen (evenals watervlooien) wintereieren: op een gegeven moment stopt de deling en dan worden de eieren ingebed in een speciaal aangemaakt slijmkapsel. In dit kapsel zijn ze bestand tegen de meest extreme weersomstandigheden, zoals uitdroging en bevriezing. Uit de eieren onstaan zeer beweeglijke larven (naupliën), die er anders uitzien dan de volwassen dieren; ze hebben minder ledematen. Na een aantal - tot wel twaalf - vervellingen krijgen ze hun uiteindelijke vorm en begint de cyclus van voren af aan. |