|
Tekst en foto's: Jaco Bruekers
Deze grote hagedis verplaatst zich haast op een slangachtige manier. Dit gegeven en de grootte van het dier zorgen bij onwetende mensen vaak voor paniekreacties. Helaas wordt dit reptiel door die mensen als gevaarlijk betiteld en zonder pardon doodgeslagen. Men weet dan niet dat deze hazelworm volkomen onschuldig is en zelfs bij het hanteren nooit zal bijten! Toch heeft dit ogenschijnlijk hulpeloze dier een viertal afweerstrategieën om potentiële belagers af te schrikken. Op de eerste plaats zal het dier altijd proberen te vluchten. Wat ik hierbij steeds opvallend vind, is het geluid dat daarbij wordt geproduceerd. Met groot kabaal schuift de hazelworm door de begroeiing, waarbij een geluid hoorbaar is alsof je met geweld een tuinslang door de planten trekt. Ten tweede kan de hagedis zijn staart afbreken. Hoewel ik dit niet heb uitgeprobeerd, lijkt dat niet echt makkelijk te gaan. In het verleden heb ik wel eens dieren gezien met geregenereerde staarten. Die geregenereerde staarten zijn korter en hebben vaak een andere kleur. Bovendien is de schubbenstructuur afwijkend.
Wat betreft de lichaamsbouw lijken jongen op de ouderdieren. Maar de kleur en tekening van het schubbenkleed wijken enorm af. De basiskleur is heel licht grijzig met over het hele lichaam een smalle, verticale vlekkentekening. Elke vlek is groen en zwart omrand.
De reuzenhazelworm is duidelijk een opportunist en is beslist niet kieskeurig. Hij kan in allerlei terreinen worden aangetroffen. Toch kan heel voorzichtig een patroon worden herkend. Er moet in elk geval voldoende dekking biedende ondergroei zijn. Is dat gegeven aanwezig, dan lijkt het niet uit te maken of het terrein natuurlijk is of in cultuur gebracht. Zoals gezegd: de confrontatie met deze over het algemeen grote reptielen blijft een belevenis, die men niet makkelijk vergeet. Naschrift Luuc Bauer Zelf heb ik de scheltopusik kunnen waarnemen in West-Turkije, op Lesbos (politiek gezien onderdeel van Griekenland, maar biogeografisch duidelijk behorend bij Klein-Azië) en in de Balkanlanden. Het dier heeft een voornamelijk Klein-Aziatische verspreiding. Naar het noordwesten de gehele Balkan omvattend en naar het oosten tot en met de Kaukasus, mogelijk verder. Een reptielenzoo bezit enkele exemplaren uit de Kaukasus, waar een beigegrijs jeugdkleed met vlekken behouden blijft. Natuurlijke biotoop is geaccidenteerd, grazig terrein met vaak rotsige ondergrond, struikgewas als dekking (opgejaagd klimmen ze tot drie meter hoog in doornstruiken).
Op Lesbos vonden we ze ook in met stapelmuurtjes omheinde tuinen langs een rivier en op het Kroatische eiland Krk langs en achter stapelmuurtjes vrij dicht aan zee. Het dier komt wel op grasvlakten, maar voelt zich duidelijk beter thuis tussen ruige begroeiing en rotsblokken om voor de voortbeweging voldoende houvast te hebben. Dit jaar in mei ben ik ze weinig tegengekomen, maar helaas wel verscheidene dode exemplaren op of langs de weg, misschien wel expres overreden, leek me soms. Een slangachtig uiterlijk betekent niet een slangachtige beweeglijkheid: het dier is stug en sterk, maar heeft een hardere beschubbing en meer starheid dan elke slang. Als voedsel lijken huisjesslakken en wormachtigen voorkeur te genieten, maar de krachtige kaken kunnen ook met stevige kevers of kakkerlakken korte metten maken! |