|
Tekst en beeld: Gerrit Jansen
We gingen nog even de trap op naar boven: daar was zijn kwekerij. Jonge zeepaardjes in alle maten. Toen werd het idee geboren om een tweetal artikelen over zeepaardjes te schrijven. Een vissoort waar eigenlijk nog maar weinig van bekend is en die nog jarenlang een uitdaging voor hobbyist en wetenschappers zal blijven. Hoe we de draadalg te lijf gingen, zullen we u zeker niet onthouden in het tweede artikel, waarin het speciaalaquarium van John wordt besproken. Etymologie en taxonomie Zeepaardjes dragen de wetenschappelijke naam Hippocampus. Deze naam is afgeleid van de Griekse woorden hippos, dat paard betekent, en kampos, dat monster of zeedraak betekent. Zeepaardjes horen samen met de zeenaalden tot de familie van de zeenaaldachtigen ofte wel Syngnathidae uit de onderorde Syngnathoidei. Een eveneens uit het Grieks afkomstige naam, die verwijst naar de samengevoegde kaken. Samen met de onderorde Aulostomoidei van de trompetvisachtigen vormen ze de orde Syngnathiformes (van de zeepaardjes bestaan echter nog andere taxonomische indelingen die elkaar betwisten: F. de Graaf, 1976; S. de Groot, 2000, persoonlijke mededeling) We hebben hier te maken met een vistype dat al ten minste zeven miljoen jaar oud is. Dit blijkt uit fossielen die zijn aangetroffen in formaties uit het Plioceen.
De vorm van een zeepaardje wijkt nogal af van de normale visvorm. Schubben en kieuwdeksels hebben ze niet. Achter de kleine ronde, naakte kieuwopeningen bevinden zich de trosvormig gegroepeerde kieuwen. Op het lichaam zien we een aantal rijen benige plaatjes, die net onder de huid zijn gelegen. Op elk plaatje zit overdwars een kiel. Samen vormen die kielen een kam (crista). Dit op een harnas lijkende pantser is in een serie ringen rond het lichaam gerangschikt. Die ringen worden gebruikt als kenmerk bij het onderscheiden van de verschillende soorten, omdat hun aantal van soort tot soort verschilt. Zo heeft bijvoorbeeld H. whitei 11 lichaamsringen en 33 tot 36 staartringen terwijl H. kuda 11 lichaamsringen en 36 tot 39 staartringen heeft. De buisvormige bek wordt gevormd door fusie van de beide kaken en bevat geen tanden. De kaken zijn door de fusie niet meer apart beweegbaar. Daardoor kunnen zeepaardjes hun voedsel ook niet kauwen. Terwijl ze het hoofd snel omhoog bewegen vergroten zeepaardjes de mondholte. Daarbij hoor je een klikkend geluid, dat wordt veroorzaakt door het neerdrukken van het tongbeen. Dan ontstaat er een onderdruk in de bek. Zo zuigen ze het voedsel naar binnen. Ook het vinnenstelsel wijkt nogal af. Een staartvin en buikvinnen zult u tevergeefs zoeken, terwijl de anaalvin, zo al aanwezig, zeer klein is. Zeepaardjes zwemmen rechtop met behulp van hun rugvin, die ze, net als de borstvinnen, met een frequentie van 35-maal per seconde laten trillen (35 Hz), terwijl ze met hun hoofd en die borstvinnen sturen. Zo kunnen ze zelfs achteruitzwemmen. |
![]() |
![]() |
| Het gele zeepaardje van voren gezien. Nu zijn de borstvinnen aan weerszijden van de kop duidelijk zichtbaar | In wier- en zeegrasvelden voelt het gele zeepaardje H. kuda zich thuis |
|
Goede zwemmers zijn zeepaardjes echter
niet. Het liefst houden ze zich ergens aan vast, waarbij
hun flexibele staart wordt gebruikt als grijporgaan. Op hun
hoofd bevindt zich een soort kroontje dat haast net zo'n
onderscheidend vermogen heeft als de vingerafdrukken bij
mensen. De ogen kunnen ze, net als een kameleon,
onafhankelijk van elkaar bewegen. Dankzij de positie van
de ogen en die beweeglijkheid kunnen ze de ogen zo draaien
dat er een binoculair gezichtsveld ontstaat. Omdat ze
hierdoor de afstand tot de prooi exact kunnen meten, zijn
zeepaardjes goed in staat hun prooi te vangen. Ook hun
vermogen om van kleur te veranderen doet aan een kameleon
denken, maar in dit opzicht zijn zeepaardjes kameleons
verreweg de baas. vervolg naar Ecologie en verspreiding/Camouflage/Predatie vervolg naar Voortplanting en broedzorg/Zeepaardjes in het aquarium |