|
Tekst: Tannia Sels Het is zomer. De zon schijnt heerlijk en de warme lucht trilt in kolommen boven het wegdek. Je hebt het warm en transpireert; een schamele poging om wat af te koelen. Als je op je weg een terrasje ziet, maak je er dankbaar gebruik van. Je bestelt een glas heerlijk gekoelde frisdrank. Maar je drank staat nog maar net binnen handbereik of er komt een minihelikoptertje aanscheuren. De rustverstoorder is beslist een doorzettertje, want hij blijft letterlijk om je heen zoemen. En hij heeft het onmiskenbaar op je drankje gemunt. (Of is het misschien uw exotische parfum of die dure aftershave?) Toch is een bij meer dan een in een zwart-geel pakje gestoken mechanisch instinct...
Bloementafel __ Stel u eens voor dat één van deze gestreepte wezentjes een rijk gedekte bloementafel heeft ontdekt. Dan is ze in staat om dat al dansend aan haar soortgenoten te vertellen. De andere bijen weten daarna precies hoe groot de bron is en waar ze zich exact bevindt. (Konden mensen je ook maar eens zo goed de gevraagde weg uitleggen!) Allicht heeft u wel eens zo'n dansende bij gadegeslagen en u afgevraagd wat er gebeurde. Anders moet u beslist eens wat vrije tijd opofferen voor een proefles in de danstaal. Want als de bij niet lang naar voedsel heeft moeten zoeken, dan danst ze enthousiast om meer soortgenoten tot foerageren aan te sporen. Heeft ze daarentegen lang zoekwerk gehad, dan danst ze dwingend om extra werksters tot opslagwerk aan te zetten. Verder beschikken deze brommende luchtmachines ook nog over een soort 'feedback'-mechanisme dat even degelijk op elkaar is afgestemd. De werksters worden namelijk ook geïnformeerd over de foeragering. Zij moeten immers op de hoogte blijven van de aanvoer- en verwerkingssnelheidsbalans om zich te kunnen aanpassen. Zo vertelt het de tijd die het ze kost om een 'magazijnbij' te vinden, die de aanwinst overneemt, hoe de zaken ervoor staan. Feromoon __ Hebt u al eens een werkster op foerageertocht bekeken? Dan hebt u ook vastgesteld, dat het diertje niet uit elke bloem voedsel haalt. Vaak bezoekt de werkster slechts kort een bloem door die enkel te raken of ze blijft er gewoon even boven zweven alvorens weer verder te vliegen. Een Amerikaanse studie toonde aan, dat de bloemen die ze links laat liggen, worden afgewezen, omdat ze minder voedsel bevatten. Uit een Argentijnse studie kwamen we dan te weten, dat de werkbijen de bezochte bloemen met een signaalstof - een geleerd woord daarvoor is feromoon - merken. Hoe ze dat te weten kwamen? Wel, de onderzoekers zogen na het bijenbezoek dit feromoon met behulp van een ventilator weg. Daarna merkten ze op, dat het verzameltempo met een kwart terugliep en ze besloten hieruit, dat een bij in de natuur waarschijnlijk reageert op een combinatie van feromonen, die ze zelf afgescheiden heeft, en deze van andere bijen. Zo slaagt ze erin om enkel de rijkst gevulde bloemen aan te doen en af en toe een glaasje frisdrank. In dat laatste geval zul je allicht met meer interesse je drankje beschermen dan het perfect functionerende insect te bestuderen. En dat resulteert helaas maar al te vaak in een fatale afloop... Predators __ Zo komen we dan tot het idee, dat een werkster geen ongevaarlijk leventje leidt. Inderdaad, ze staat op haar zoektochten naar voedsel - vaak ver van het veilige nest - niet alleen bloot aan moordzuchtige mensen, maar er zijn ook talrijke predators die het op ons diertje hebben gemunt. Denk maar aan vogels, spinnen en andere insecten, die voortdurend op de loer liggen. Daarenboven heeft ze nog te maken met een vrij ernstig 'extra beroepsrisico', namelijk alcoholisme. Lach niet, maar dit is de zuivere waarheid! Vooral in tropische streken - en tijdens de hete zomers ook wel bij ons - gaat de suiker in de bloemennectar gisten. Zo kan bloemennectar met 45% suiker wel tot 10% alcohol bevatten. Dronken bijen zijn heus niet uit de lucht!
Een benevelde bij is - net als een drinkebroer - een echte plakker. In het ergste geval wil of kan ze zelfs niet meer vliegen. En lukt het de bij toch nog van de grond te komen, dan vindt ze vaak de weg naar de kolonie niet meer of het wordt heel moeilijk. Mocht ze alsnog heelhuids haar huis bereiken, dan is de kans groot dat de portiersters bij de ingang de aangeschotene - vanwege haar vreemde gedrag - niet binnenlaten. Bijltje __ Gezien de scherpzinnige communicatie, de gevaren en de verplichting om een degelijke opbrengst te garanderen, stelt het leven aan de werkster hoge eisen. 'Bij zijn is dus een slopende job!' Is het dan zo verwonderlijk dat driekwart van de werksters al binnen tien dagen na de eerste foerageertocht het bijltje erbij neerlegt? Toch werd vastgesteld, dat een bloembezoekster pas na een week foerageren optimale prestaties bereikt. Dukas & Visscher, biologen van de Universiteit van Californië, stelden zelfs vast, dat een bij in die tijd haar verzameltempo zomaar eventjes leert verdubbelen. Dat 'hoogrendementstempo' kan ze hoogstens nog enkele dagen volhouden. Dan treden er verouderingsverschijnselen op met alle nare gevolgen van dien. De prestaties dalen gestadig, maar zeker. En na twee weken foerageren heeft het merendeel van de vlijtige bijtjes zich al letterlijk doodgewerkt. Een Duitse studie toonde aan dat een honingbij na ongeveer 750 km vliegen totaal versleten is. Bij een Australisch onderzoek - dat overigens tot dezelfde conclusies kwam - dacht men, dat de slijtage van de vleugels voor de kortere levensduur verantwoordelijk is. Door vleugelslijtage worden de diertjes minder wendbaar en trager en vormen daardoor een gemakkelijkere prooi voor hun predators. Thuiszitten __ Ook harde windvlagen en ongenaakbare mensenhanden met allerlei voorwerpen vormen nu een extra gevarenbron. Daarenboven eisen gehavende vleugels meer energie om te vliegen en versnellen zo het verouderingsproces op zich nog eens. Maar als het slechte weer de bij dwingt om het langere tijd rustiger aan te doen, valt haar een langer leven te beurt. Gedwongen thuiszitten heeft inderdaad een positief effect. Een verstandige bij doet er dus goed aan het wat rustiger aan te doen. Dan leeft ze wat langer dan haar naarstige soortgenoten. |