|
De discus in het gezelschapsaquarium Vele discusliefhebbers geven er de voorkeur aan hun vissen in een zg. 'steriel' aquarium te houden zonder bodembedekking, planten of kienhout. Voor het kweken is dit inderdaad het gemakkelijkste, maar er is geen enkele reden, waarom men discussen niet in een mooi ingericht aquarium met alles erop en eraan zou kunnen houden. Integendeel! Natuurlijk is de inrichting van een aquarium een kwestie van eigen smaak, maar ik zal proberen enkele algemene richtlijnen te geven als rugsteuntje. In een ingericht aquarium houden we maximaal éé volwassen discus per vijftig liter water. Ook hier geldt de regel: 'overdaad schaadt'. Toch mogen we niet uit het oog verliezen, dat de discus een scholenvis is. Een groepje van een zestal dieren is wel het minimum. Als vuistregel kunnen we stellen, dat alleen vredelievende, niet te grote vissen uit dezelfde streken als de discus in aanmerking komen om ze gezelschap te houden. De volgende vissenfamilies zijn hiervoor geschikt: kleinere zalmsoorten (kardinaaltjes, roodkopzalmen...) en cichliden (ramirezi's...), Corydoras, meervallen... Heb je een zeer groot aquarium, dan kan de majestueuze pracht van een groepje Altums je discusaquarium helemaal àf maken. Meervallen - vooral dan de L-nummers - zijn de laatste jaren erg populair geworden. Het zijn vaak goede geworden. Ze doen (meestal) geen vlieg of discus kwaad en hun soms monsterlijk voorkomen zorgt voor een aparte noot in onze aquaria. Het enige nadeel is, dat sommige soorten erg groot worden (bv. Plecostomus): tijdens hun nachtelijke activiteiten verstoren ze soms wel de nachtrust van onze discussen. Informeer dus bij de aankoop naar de uiteindelijke afmetingen van de volwassen exemplaren. Bovendien durft een Plecostomus zich wel eens vast te zuigen aan een discus: enige waakzaamheid is dus wel geboden! De toepassing van een donkere bodem - samen met een donkere achterwand en veel kienhout - is wel erg somber: zo komen de discussen vaak niet mooi op kleur. Met een lichte bodembedekking komen de kleuren van de discussen veel beter tot hun recht. Het gebruik van kienhout verdient aanbeveling. Het mooiste effect verkrijgt men met kienhoutwortels, die zodanig aangebracht worden, dat ze de indruk geven van in het water hangende boomwortels. Ze vormen een ideale schuilplaats, ook voor eventuele Ancistrussen. In het discusmilieu komen slechts weinig waterplanten voor. Hier moeten we dus wat afwijken van de natuur en een compromis maken: goed groeiende planten dragen zoveel bij tot een gezond en evenwichtig aquarium (opneming van nitraten), dat we even de Amazone moeten vergeten en het welzijn van onze vissen vooropstellen. Maak het plantenbestand niet te bont en beperk je tot enkele sterke soorten. De hoge temperaturen in onze aquaria, het zachte en kalkarme water zijn immers niet de ideale omgeving voor veel waterplanten. Voornamelijk sterke, forse planten met opgaande stengels en bladeren komen in aanmerking (Vallisneria-, Echinodorus- en Hygrophila-soorten). Ook enkele drijfplanten (Pistia stratiotes, Ceratopteris) mogen niet ontbreken. Zij zorgen voor gedempt licht en de in het water hangende wortels creëren een exotisch effect.
Vroeg of laat krijgt iedere discusliefhebber wel eens de kriebels om met zijn vissen te kweken. Het is dan ook een boeiend schouwspel om de vertederende broedzorg van discussen gade te slaan. Eerste vereiste is uiteraard een goed koppel. Het geslachtsonderscheid is bij discussen nauwelijks vast te stellen. Vaak hebben mannetjes een soort wimpeltje aan hun rugvin, doch ik heb al stoere mannetjes gehad, die wimpelloos door het leven zwommen, maar evengoed voor massa's nakomelingen hebben gezorgd. Enkel bij het afleggen kan men het vrouwtje duidelijker van het mannetje onderscheiden: het vrouwtje heeft een stompe legbuis, bij het mannetje is de legpapil spitser. Gezien het moeilijke geslachtsonderscheid en het feit dat niet elk mannetje met elk willekeurig vrouwtje wil paren of omgekeerd, is het dus het beste een aantal volwassen dieren (vanaf vijftien à achttien maanden) bij elkaar te zetten en te observeren. Hebben twee vissen een oogje op elkaar, dan gaan ze zich wat afzonderen en agressiever opstellen tegenover hun medebewoners. Ze zwemmen steeds naar elkaar toe met golvende, duikende bewegingen. Hun kop en staart zien bijna zwart en ook hun vinnen vertonen een zwarte zoom. In een verder stadium beginnen ze een voorwerp te poetsen (afzetkegel, blad van een plant, aquariumruiten...) en blijven hier heel stil voor hangen, terwijl er regelmatig een siddering door hun lichaam loopt. Dan begint een soort 'proefaflegging': het vrouwtje - bij wie de legbuis al zichtbaar is - gaat van onder naar boven over het afzetsubstraat, doch er komt nog niets. Dit duurt soms een hele dag of langer. (De enthousiaste eigenaar zal nu natuurlijk geneigd zijn het koppel te vangen en apart te zetten, doch het is raadzaam het eerst eens te laten afzetten om te zien of het wel een echt koppel is. Pas wanneer men larfjes ziet, kan men daar zeker van zijn). Na het proefafleggen gaan de vissen over tot het echte werk. Het vrouwtje deponeert haar eitjes snoervormig, meestal van onder naar boven, op de door haar gekozen plek. Na elk rijtje maakt ze even plaats voor het mannetje, zodat deze de eitjes kan bevruchten. Na het afleggen bewaken en bewaaieren beide ouderdieren het legsel. Na 2½ à 3 dagen komen de jongen uit. De ouderdieren zuigen ze uit de omhulsels en deponeren ze elders. De larven blijven nog aan het afzetsubstraat kleven met drie kopklieren en voeden zich met hun dooierzak. Larfjes die naar beneden vallen, worden door de ouders opgeraapt en teruggespuwd tussen hun broertjes en zusjes. Weer drie dagen later beginnen de larfjes vrij te zwemmen. Het is nu zeer belangrijk dat ze de weg naar hun ouders vinden, die intussen een soort huidslijm (secreet) hebben aangemaakt. Dit is de eerste dagen het enige voedsel voor de jonge visjes. Deze 'grazen' nu constant in het gebied van kop, rug en rugvin van hun ouders. Beide ouders wisselen elkaar af bij het voeden van hun kroost. Na vijf à zeven dagen moeten we beginnen bijvoeren met Artemia-naupliën. Na drie à vier weken worden de jongen van hun ouders gescheiden. Ze eten nu bijna alles wat ze in hun bekje krijgen: Cyclops, kleine watervlooien, fijngemalen runderhart alsook de zeer handige droogvoertabletten. Voeder de jonge visjes meermaals per dag met gevarieerd voedsel: een groeiachterstand in deze periode wordt slechts zeer moeizaam ingehaald. Ideale maten voor een kweekbak zijn 50 x 50 x 50 cm. De aanschaf van discussen Wanneer je discussen wilt houden, is het natuurlijk van het grootste belang met gezonde dieren te starten. Naast ziekelijke of in groei achtergebleven dieren kun je ook te maken hebben met jonge discussen met een twijfelachtige of onvoldoende gekende afkomst. Het gevolg hiervan kan zijn, dat je thuiskomt met vissen, die enige maanden later in de verste verte niet lijken op de prachtige discussen die je in diverse boeken tegenkomt. Wend je dus tot een betrouwbare handelaar of kweker: het aanschaffen van discusvissen, jong of oud, is werkelijk een zaak van vertrouwen.
- Let op de grootte: een acht weken oude discus moet ongeveer vier cm zijn; een eenjarige, bijna volwassen discus meet van kop tot staart ongeveer zestien cm. - Discussen moeten rond zijn: langgerekte dieren hebben een groeiachterstand of zijn genetisch niet in orde. Deze achterstand ziet men ook aan te lange vinnen en te grote ogen in verhouding tot het lichaam. Oudere dieren (vanaf vier-vijf jaar) verliezen vaak hun mooie, ronde vorm en krijgen een ietwat bultige kop. - Langdurig zieke vissen zijn mager en hebben vaak een mesrug; de huid rond de ogen is ingevallen, de kleur is vaal. De vis is schuw, donker en lusteloos. - Let op de uitwerpselen van de dieren: afhankelijk van de voeding moet de ontlasting roodbruin tot zwart zijn. Vissen met witte, slijmachtige uitwerpselen hebben vaak darmparasieten. - Ook vissen met de zg. 'gatenziekte' laat je beter zitten: je ziet hierbij diepe kraters boven de neus en rond het kopgedeelte. - Kijk nauwlettend naar de kieuwen. Bij jonge discussen moeten de kieuwdeksels volledig zijn uitgegroeid. Te korte, misvormde of openstaande kieuwdeksels zijn het gevolg van vitamine-, mineralen- of zuurstofgebrek: dit komt nooit meer goed. - Ademt de vis moeilijk door één kieuw, terwijl de andere dicht blijft, schiet hij schrikachtig door de bak en heeft hij de neiging zich aan alles te schuren, dan heeft hij waarschijnlijk kieuwwormen. - De kleur van de ogen (meestal rood of barnsteenkleurig) heeft niets te maken met de gezondheidstoestand van de discus. Dit is een kwestie van persoonlijke voorkeur. Wel moeten de ogen helder zijn. - Jonge vissen zijn haast kleurloos (met uitzondering van enkele Aziatische variëteiten): pas na drie à vier maanden begint de discus kleur te bekennen. Koop dus geen kleine discussen met felle kleuren: zij werden waarschijnlijk met hormonen behandeld (of zijn achter in groei!) en zullen deze mooie kleurtjes dan ook snel verliezen. - Vraag de verkoper de vissen in uw bijzijn te voeren of minstens te doen alsof: ook zonder voedsel te geven komen ze snel naar de plek, waar ze steeds eten krijgen. Een gezonde discus is zeer nieuwsgierig, niet angstig en heeft altijd trek. Vraag ook wat de dieren gewend zijn te eten en neem, indien mogelijk, wat van dit voedsel mee naar huis. - Eenmaal thuis met je nieuwe aanwinst(en) speel je best op veilig door de vissen in quarantaine te zetten. Indien ze na 1 maand goed eten en je er verder niets verkeerds aan merkt (en je het nodige geduld hebt kunnen opbrengen om zo lang te wachten), kun je met een gerust hart je nieuwe huisgenoten in hun definitieve verblijfplaats onderbrengen. Tot slot Beste lezers, ik hoop jullie met deze uiteenzetting een heldere kijk gegeven te hebben op de discushobby en de lange (lijdens)weg, die vele dieren hebben moeten afleggen om ons met hun schoonheid te verblijden. We denken dat onze club terecht fier mag zijn op het feit dat vele discussen - dank zij de gedeelde ervaring en knowhow van onze clubleden - een langer en gezonder leven in onze aquaria kunnen leiden. Het is ooit anders geweest. Wie meer over deze mooie hobby wil vernemen, is steeds welkom op een van onze clubavonden, die plaatsvinden de tweede maandag van elke maand om 20.00 u in 't Handelshof, Leopoldplein 39 te 2500 Lier, (vlak tegenover het station), België. Jaarlijks pakken we uit met een groots evenement: de even jaren met een discusshow, de oneven jaren met een clubkampioenschap. De aankondiging van deze evenementen kunt u steeds terugvinden op onze website: users.skynet.be/discusvrienden. terug naar: Een stukje geschiedenis en identiteit terug naar: De biotoop, discuskweek in Zuidoost-Azië en een goede verzorging voorkomt problemen |