
Tekst en foto's: J. Hoffman
Tijdens een vakantie in het Noord-Spaanse dorp Calonge, gelegen tussen de
havenplaats Palamos en de toeristische plaats Playa de Aro, ontdekte ik
deze keverjuwelen langs een traagstromend riviertje. Een verslag.
| |
 |
|
Hoplia coerulea |
Het was half juni en de temperatuur steeg op sommige dagen tot dertig
graden Celsius. In het voorjaar was het voor Spaanse begrippen erg nat en
wisselvallig geweest. Dat was te merken aan de volle beekjes en rivieren,
maar ook aan de plantengroei. Doordat veel planten in
bloei stonden, was het voor een amateur-entomoloog zoals ik een genot om er
in de natuur rond te lopen. De bloemen lokten allerhande insecten, waaronder
vele vlindersoorten, zoals de koninginnepage (Papilio machaon), de koningspage
(Iphiclides podalirius), het citroentje (Gonepteryx cleopatra) en allerlei
soorten zandoogjes (Satyridae). Van de laatste familie waren met name de
dambordjes (Melanargia galathea) overvloedig aanwezig. Langs een beekje
dat was omgeven door ruige vegetatie, zag ik op paars gekleurde distels een
blauwe schittering. Bij nader onderzoek ontdekte ik dat het afkomstig was
van een keversoort, die weliswaar niet erg groot (ca 8 tot 11 mm), maar
wel bijzonder fraai gekleurd is. Later zag ik tientallen exemplaren niet
alleen op distels, maar op allerlei plantensoorten zitten. Om ze nader te
bestuderen nam ik een aantal kevertjes mee om ze onder te brengen in een klein
glazen terrarium.
Overigens is het vangen erg eenvoudig. Ze proberen niet te
vluchten, terwijl ze wel goed kunnen vliegen. Men kan ze zo vanaf de plant in
een potje schudden. Tijdens het voeden klemmen de kevers zich stevig vast met de
voor- en achterpoten. Vaak verdwijnt de hele voorkant in de bloem en steken de
op vanghaken lijkende achterpoten en het achterlijf in de lucht. Bijzonder is
dat aan de poten maar een enkel klauwtje zit, terwijl de meeste keversoorten twee
klauwtjes bezitten. Het voedsel bestaat uit pollen en kroonbladeren van bloemen.
| |
 |
|
Hoplia coerulea op distel |
Ik wist dat rottend en gistend fruit vaak als voer wordt gebruikt voor kevers
in gevangenschap. Dus behalve een vaasje met bloemen deed ik daarvan wat in het
terrarium (banaan, papaja, mango, meloen enz.). De kevertjes zaten vaak
urenlang op het fruit om zich te voeden. Laat in de middag verdwijnen
de meeste kevers in de grond om er 's morgens vroeg bij de eerste
zonnestralen weer uit te kruipen.
Later heb ik in boeken meer informatie opgezocht over deze bijzondere keversoort.
Hoplia coerulea behoort tot de onderfamilie Hopliinae, waarvan ca 740
soorten in alle continenten, met uitzondering van Australië voorkomen. Deze
onderfamilie behoort weer tot de bladsprietkevers (Scarabaeidae), waartoe
bijvoorbeeld ook de mest- en meikevers behoren. H. coerulea vertoont een
sterk geslachtsdimorfisme. Terwijl de mannetjes prachtig azuurblauw zijn
gekleurd, zijn de vrouwtjes grauwbruin. De vrouwtjes schijnen erg zeldzaam te zijn
en in een geslachtsverhouding van 1 : 1000 voor te komen.
 |
|
|
Hoplia coerulea op meloen |
Na lang zoeken heb ik inderdaad maar één vrouwtje kunnen vinden. Ze zat op een
distel met op haar rug een mannetje, dat verwoede paarpogingen deed. Wat uiteindelijk
ook lukte. Het vrouwtje schijnt na uit de pop te zijn uitgekomen in de grond te
blijven tot ze paarbereid is. Na de paring (die 10 tot 20 seconden duurt) kruipt
het vrouwtje meteen weer in de grond om eieren te leggen. Deze kevers blijken
vochtminnend te zijn, vandaar dat men ze uitsluitend in de buurt van
rivieren en beken kan aantreffen. H. coerulea komt behalve in Noord-Spanje
ook in Zuid-Frankrijk voor. De schitterende, blauwe kleur is
afkomstig van de schubben, die zich op de dekschilden en op het borststuk bevinden.
Afhankelijk van de lichtval verandert het blauw in paars
en andersom. Ik ontdekte bij toeval, dat de kevers groen van kleur worden
als ze nat worden, omdat zich in een vangpot wat water bevond. Zodra de
kever weer opdroogt, komt de blauwe kleur terug. H. coerulea
leeft maar enkele weken. Toen ze alle in gevangenschap gestorven waren,
waren ze langs de rivier ook niet meer te vinden. Het vrouwtje stierf
als laatste. Op de bodem van het terrarium had ik wat vochtige aarde
gedaan als afzetsubstraat voor het afzetten van de eieren. Of die
daadwerkelijk zijn afgezet en er larven zijn uitgekomen, is nog
onduidelijk. De larven eten plantenwortels.
Literatuur:
Das farbige Buch der Käfer.
Dr V.J. Stanek. 1984 Artia, Praha.
Verlag Werner Dausien. Hanau Main.
ISBN 3-7684-2356-5.
Thieme Nieuwe insektengids.
M. Chinery, BV Uitgeversmaatschappij Tirion, Baarn.
ISBN 90-03-90198-8. |