LHK 2002

Keuren, hoezo?
Speciaalaquaria - Zeewateraquaria - Gezelschapsaquaria - Vijvers


Terraria
De terraria van 2002 verder onder de loep genomen

Tekst en foto's: Willem van der Klooster en Frans Maas

Kwaliteit
Een van ons heeft voor het laatst de categorie C1/2 gekeurd in 1994. Nu is het psychologische verschijnsel, dat de herinnering alles net even mooier maakt dan de werkelijkheid natuurlijk bekend.
Hij kan zich toch niet aan de indruk onttrekken, dat vooral de kikkerpopulaties in die kleine tien jaren aan kwaliteit hebben ingeboet. Slechts op een paar plaatsen hadden de kikkers de optimale grootte bereikt; nog maar gezwegen van het gegeven, dat de kikkers op enkele plaatsen minder welgevormd waren dan mag verwacht. Met het gegeven dat op grond van de terechte bescherming van natuurlijke populaties, import van kikkers uit de natuur tot de zeldzaamheden behoort, wordt al gauw een link gelegd naar inteelt. Dat legt eens te meer de verplichting op de schouders van kweker èn liefhebber om door een goede selectie en door het uitwisselen van erfelijk materiaal de populaties op peil te houden. En vooral waar de marktwaarde van kikkers toeneemt, is het verleidelijk het met de selectie wat minder ernstig te nemen. Overigens zijn wij de mening toegedaan, dat ook door nog meer aandacht te besteden aan afwisselend en kwalitatief hoogwaardig voer op korte termijn veel te bereiken valt.
 
Klimaat en vegetatie
We zagen prachtige terraria met daarin oogstrelende clusters van Tillandsia's, weelderige groepen Bromeliacae en tot prachtige composities samengebrachte epifitische beplanting. Het is natuurlijk mogelijk het nodige over de meest gebruikte planten te weten te komen via de bestaande literatuur. Maar goede traditie moet, gevoed door ervaring, worden opgebouwd. Wat dat betreft begint de categorie C1/2 al aardig de kant van het 'architectonisch terrarium' uit te gaan. Dat liefhebbers daarbij in hun ijver vooral een mooi landschap creëren en een enkele keer de milieueisen van planten veronachtzamen is een kwestie van tijd.
Bij sommige experimenten moeten vraagtekens gezet worden, een enkele keer zelfs een uitroepteken. Zo kwamen we zomaar een Masdevallia tegen, die meer prijs stelt op een wat koeler en droger milieu. Jammer, want dat is een fantastische orchidee voor de koude kas. Ergens anders, opmerkelijk en leuk, Tolmia menziesii (kindje op moeders schoot), die het in de tuin fraai doet. Elders een bijzonder fraai rustpunt in het terrarium gevormd door de boomvaren Dicsonia antarctica, die wellicht een minder warm milieu vereist. Het gebruik van zilvergrijze, fijnbladige Tillandsia's onder veel te vochtige omstandigheden, verleidelijk vanwege de fraaie en contrastrijke kleur, is iets wat moet worden vermeden.
Een gelukkige verbetering binnen de terraristiek is het gebruik van Javamos (Vesicularia dubyana) op heel veel plaatsen als een natuurlijker begroeier in plaats van de 'mossen uit de bossen', die over het algemeen in een terrarium geen lang leven beschoren zijn. Zo ook een waterval van Hydrocotile verticillata (het mag ook H. vulgaris geweest zijn), gecombineerd met Anubias gracilis bij H. Dohmen. Jawel! Op het droge. De grens van nat en droog op verantwoorde wijze benut ten gunste van de compositie. Bij B. Courage zagen we prachtige bestanden van Microsorium pteropus gecombineerd met Nephrolepis exaltata. Bijzonder fraai. Juist vanwege de combinatie van de verschillende groentinten binnen de varensoorten is dat zo aantrekkelijk, maar gemakkelijk is het zeker niet.
Bij G. van Heusden troffen we een scala van verschillende miniorchideeën aan, waar we even stil van werden. Namen als Maxillaria en Pleurothallus hoor je immers niet elke dag en dwingen je terug met de neus in de boeken. Hier was eigenlijk zomaar een hobby in onze hobby geïntegreerd en dat gezien de groei en bloei van de orchideetjes zeker niet onverdienstelijk. Een minder gebruikelijke soort troffen we ook bij L.C. van Doorn in Delft. Namelijk Soleirolia soleirolii ofwel slaapkamergeluk. Een plantje, dat het volgens ons onder alle omstandigheden blijft doen en bijzonder fraai is.
Op de lijst van de meest gebruikte plantensoorten blijft met stip de Ficus pumila op nummer één staan. Die hebben we in bijna alle bakken mogen aanschouwen. Het is natuurlijk ook een mooie wandbedekker, maar soms kan hij wel erg veel groeikracht vertonen, waardoor snoeien vaak noodzaak wordt. En juist dat snoeien leert, dat het plantje, misschien een dwerg in aanzien, een reus in hechtkracht is. Wie kiest voor de bonte cultivar, maakt het misschien wat al te bont. Maar waar ligt dan precies de grens? In een enkel geval hebben we immers zelfs kunstplanten gekeurd, omdat vanwege de bewoners van het vivarium (en daar gaat het toch om) geen andere beplanting mogelijk was. En het oog wil toch ook wat. Over het verdere gebruik van diverse cultuurhybriden, die we zagen, kunnen we kort zijn: Zie maar eens soortecht materiaal te krijgen! Bijna alle soorten, die we aantreffen in de tuincentra c.q. plantenwinkels, zijn op de een of andere manier wel veredeld.
In een terrarium kan een waterdeel, of water in de vorm van een waterval of een poeltje, behalve aan de compositie ook een bijdrage leveren aan het aantal microklimaatjes, dat gevormd wordt. Bovendien kan het door bepaalde kikkersoorten worden gebruikt om er hun larven in groot te brengen. Mogelijk voor het eerst hebben we de waterkwaliteit van dergelijke waterpartijtjes op samenstelling getest. Dat leverde veelzeggende resultaten op. Wat meer aandacht voor waterverversingen in dezen zou geen luxe zijn. De pH liep uiteen van 5.5 tot 7.4, de KH van 0 tot 9, de µSiemens van 80 tot 1980 en de NO3 van 0 tot 10. Lang niet altijd de kindercrèche, waar je je dikkoppen met een gerust hart in zou willen achterlaten.

Terug naar: LHK Terraria, Bevolking

Verder naar: Techniek
 
Keuren, hoezo?
Speciaalaquaria - Zeewateraquaria - Gezelschapsaquaria - Vijvers