|
Terraria De terraria van 2002 verder onder de loep genomen Tekst en foto's: Willem van der Klooster en Frans Maas Kwaliteit Een van ons heeft voor het laatst de categorie C1/2 gekeurd in 1994. Nu is het psychologische verschijnsel, dat de herinnering alles net even mooier maakt dan de werkelijkheid natuurlijk bekend.
Klimaat en vegetatie We zagen prachtige terraria met daarin oogstrelende clusters van Tillandsia's, weelderige groepen Bromeliacae en tot prachtige composities samengebrachte epifitische beplanting. Het is natuurlijk mogelijk het nodige over de meest gebruikte planten te weten te komen via de bestaande literatuur. Maar goede traditie moet, gevoed door ervaring, worden opgebouwd. Wat dat betreft begint de categorie C1/2 al aardig de kant van het 'architectonisch terrarium' uit te gaan. Dat liefhebbers daarbij in hun ijver vooral een mooi landschap creëren en een enkele keer de milieueisen van planten veronachtzamen is een kwestie van tijd. Bij sommige experimenten moeten vraagtekens gezet worden, een enkele keer zelfs een uitroepteken. Zo kwamen we zomaar een Masdevallia tegen, die meer prijs stelt op een wat koeler en droger milieu. Jammer, want dat is een fantastische orchidee voor de koude kas. Ergens anders, opmerkelijk en leuk, Tolmia menziesii (kindje op moeders schoot), die het in de tuin fraai doet. Elders een bijzonder fraai rustpunt in het terrarium gevormd door de boomvaren Dicsonia antarctica, die wellicht een minder warm milieu vereist. Het gebruik van zilvergrijze, fijnbladige Tillandsia's onder veel te vochtige omstandigheden, verleidelijk vanwege de fraaie en contrastrijke kleur, is iets wat moet worden vermeden.
Bij G. van Heusden troffen we een scala van verschillende miniorchideeën aan, waar we even stil van werden. Namen als Maxillaria en Pleurothallus hoor je immers niet elke dag en dwingen je terug met de neus in de boeken. Hier was eigenlijk zomaar een hobby in onze hobby geïntegreerd en dat gezien de groei en bloei van de orchideetjes zeker niet onverdienstelijk. Een minder gebruikelijke soort troffen we ook bij L.C. van Doorn in Delft. Namelijk Soleirolia soleirolii ofwel slaapkamergeluk. Een plantje, dat het volgens ons onder alle omstandigheden blijft doen en bijzonder fraai is. Op de lijst van de meest gebruikte plantensoorten blijft met stip de Ficus pumila op nummer één staan. Die hebben we in bijna alle bakken mogen aanschouwen. Het is natuurlijk ook een mooie wandbedekker, maar soms kan hij wel erg veel groeikracht vertonen, waardoor snoeien vaak noodzaak wordt. En juist dat snoeien leert, dat het plantje, misschien een dwerg in aanzien, een reus in hechtkracht is. Wie kiest voor de bonte cultivar, maakt het misschien wat al te bont. Maar waar ligt dan precies de grens? In een enkel geval hebben we immers zelfs kunstplanten gekeurd, omdat vanwege de bewoners van het vivarium (en daar gaat het toch om) geen andere beplanting mogelijk was. En het oog wil toch ook wat. Over het verdere gebruik van diverse cultuurhybriden, die we zagen, kunnen we kort zijn: Zie maar eens soortecht materiaal te krijgen! Bijna alle soorten, die we aantreffen in de tuincentra c.q. plantenwinkels, zijn op de een of andere manier wel veredeld.
Terug naar: LHK Terraria, Bevolking Verder naar: Techniek |
|||
|
Keuren, hoezo? Speciaalaquaria - Zeewateraquaria - Gezelschapsaquaria - Vijvers |
|||