Epifytentak in een paludarium
Epifytentak in een paludarium met Dendrobium, Phalaenopsis en Pleurothallis.
Orchidee-en

Tekst: Epi Dendrum, foto's: Gert Zwakman

In dit artikel wil ik u iets vertellen over orchideeën. Ik wil het daarbij hebben over het houden van orchideeën in vitrine (of paludarium), in de vensterbank, in de kas en bij de vijver. Het leukste en leerzaamste is wel om te proberen soorten zelf te verzorgen en in bloei te krijgen. Dat laatste is natuurlijk het summum van deze wel zeer interessante tak van onze hobby.

De orchideeën vormen waarschijnlijk de grootste en uitgebreidste van alle plantenfamilies. Bovendien zijn er talrijke kunstmatige kruisingen gekweekt. Orchidee&eeuml;n komen in vrijwel alle werelddelen voor, zowel in de koude en gematigde als in de subtropische en tropische gebieden.
Alle soorten stellen zo hun eigen eisen qua vochtigheid, temperatuur en overige milieufactoren. De meeste soorten worden specifiek gevonden in bepaalde omstandigheden en komen nergens anders voor. Om orchideeën te willen verzorgen dienen we dus terdege rekening te houden met hun eisen.
Soorten die in een relatief vochtige omgeving dienen te worden gehouden zijn meestal niet goed te verzorgen op de vensterbank. Ook soorten die in de koele bergen worden gevonden, zijn meestal niet geschikt voor de vensterbank, omdat de meeste woningen tegenwoordig centraal worden verwarmd. Op een koele en vochtige slaapkamer kan het wel. In het volgende blok zal ik hier verder op ingaan.

Witte 'Maxillaria'   'Phalaenopsis' - roze
Witte Maxillaria bruikbaar in een paludarium Phalaenopsis (roze), ook voor de vensterbank

De vitrine of het paludarium
De laatste jaren worden er steeds meer paludaria of andere vochtige terraria gehouden (kijk maar naar de keuringen), met steeds meer succes. Gelukkig is de kennis op dit gebied de laatste jaren zeer uitgebreid. In orchideeëntaal spreekt men liever van een (kamer)vitrine. Dat komt eigenlijk op hetzelfde neer wat betreft luchtvochtigheid.
Alleen gaat het bij een vitrine meestal om alleen maar orchideeën of eventueel ook om andere planten. In een paludarium worden meestal dieren en planten samengehouden. Maar het principe is in grote lijnen gelijk. Al wordt bij de plantenvitrine wat makkelijker gedacht over de inrichting. Vaak worden er varenwortelplankjes opgehangen. En is het een kwestie van alleen maar sproeien. Om orchideetjes in een vitrine of paludarium goed te kunnen verzorgen dienen zeker een aantal zaken goed te zijn geregeld, zoals zorg voor voldoende (lucht)vochtigheid. De meeste soorten prefereren een vrij hoge luchtvochtigheid, 's morgens tegen de 90%, wat in de loop van de dag mag dalen tot zo'n 50%. Een vernevelaar (of waterverdamper) kan hier heel goed dienst doen. De plantjes zullen je er dankbaar voor zijn. Op zomerdagen 2 keer per dag en op winterdagen (wanneer de temperatuur lager is) 1 keer per dag nevelen (altijd 's morgens, dan zijn de plantjes in de loop van de dag weer droog).
Wel altijd oppassen dat er geen vocht in de oksel van de 'bulb' (= moederplant) blijft staan, want hier zitten de nieuwe loten, die later de nieuwe bulben moeten vormen. Ook komt vaak de bloem of bloemtak uit de oksel. Komt er toch water in, dan zal de nieuwe scheut onherroepelijk wegrotten en dat kan zeer snel gaan. Dus oppassen!
Omdat in onze paludaria meestal ook kikkertjes of hagedissen worden gehouden, maakt men vaak gebruik van extra warmtelampen of een sterke verlichting. In een vitrine kan men meestal volstaan met alleen plantenstralers.

'Coelogyne cristata'   Groepje 'Masdevallia'
Coelogyne cristata kan in een koele kas. Groepje Masdevallia voor koele kas of koude slaapkamer.

Het verdient beslist geen aanbeveling om orchideetjes onder zo'n sterke en warme verlichting te zetten. De plant zal zo goed als zeker verbranden, ondanks de hoge relatieve luchtvochtigheid. De geschiktste orchideetjes voor paludarium of vitrine zijn die soorten, die (half)schaduw prefereren en een hoge luchtvochtigheid. Dus dienen we deze bijvoorbeeld in de schaduw van andere planten te houden. Dit heeft als voordeel dat er tussen de onderlinge planten altijd een vochtig klimaat blijft hangen.
We dienen ook rekening te houden met de temperatuur: de soorten dienen te worden gezocht uit de warmere streken, bv. tropische regenwouden, want de soorten, die wij willen houden, moeten tegen nachttemperaturen van minimaal 18° C en maximum van misschien wel 32° C bestand zijn! Ook moet de bak goed geventileerd worden, eventueel door middel van een computerventilator. Stilstaande lucht bevordert allerlei schimmels, waar orchideeën niet tegen bestand zijn.
Geschikte, kleinblijvende soorten kunnen zijn: Bulbophyllum, Epidendrum, Pleurothallis, Restrepia en Leptotes bicolor. Andere kleine soorten vinden we in genera als Maxillaria, Masdevallia en Oncidium, maar er zijn binnen deze geslachten ook soorten, die heel andere (koude) eisen hebben. Ook wat grotere soorten kunnen in aanmerking komen, zoals Brassavola nodosa en sommige Oncidium-soorten.
  'Oncidium' voor op de venterbank
Oncidium, een kleine vlindergroep voor op de vensterbank.
Het is natuurlijk een uitdaging om ook andere soorten te zoeken. Planten met lintvormige, stevige bladeren of grasachtige soorten kunnen soms ook in een paludarium worden gehouden. En wat bij de één niet wil, gaat bij de ander soms als een speer. Het is vaak erg leuk om epifytische orchideetjes (= groeiend op stammen of takken) in je paludarium te houden.
Wanneer je de kleine orchideetjes in potjes in het paludarium wilt zetten, is het raadzaam een wel zeer luchtig substraat te gebruiken. Een goed idee is om de potjes te vullen met schuimrubber of styropor (tempex) en bovenop wat kleine turfbrokjes voor het gezicht, want bruin staat in een paludarium nu eenmaal beter dan een licht kleurtje. Het voordeel van de turfbrokjes is bovendien, dat je kunt zien of de vochtigheid nog goed is. Te donker van kleur betekent te nat, dus voorlopig geen water geven! Te licht van kleur betekent droog, dus wat meer sproeien. Zo kun je op een simpele manier zien wat je moet doen.
Wanneer je epifytisch te werk wilt gaan (de controle hierop is nog makkelijker), dan kun je gebruikmaken van varenwortelplankjes (tegenwoordig verboden te importeren), kurkeiken plankjes of Acacia-schors. Je bindt dan de plant met behulp van nylondraad en als substraat bv. mos op de gekozen plankjes. Hierbij moet de plant wel regelmatig gesproeid worden, want het substraat (mos of iets dergelijks) zal sneller uitdrogen. Een goede graadmeter hierbij is: wanneer het mos er gezond groen uitziet, dan is er voldoende vocht. Als het mos wat minder groen van kleur is, dan meer water geven en/of sproeien.
Tevens is het belangrijk zich terdege te verdiepen in deze materie. Bijvoorbeeld via boeken, bij de landelijke orchideeënvereniging of via allerlei orchideeënkwekers.

Een waterval van gele bloemen   Venusschoentje
Oncidium, een waterval van gele bloemen. Venusschoentje voor op de vensterbank.

In de vensterbank
De vensterbank geeft nog veel meer mogelijkheden. Alleen moet er onderscheid worden gemaakt tussen centraal en kachel verwarmde ruimtes. Ook de zonrichting speelt een belangrijke rol in het geheel. Sommige soorten prefereren licht en andere schaduw. Bedenk wel, dat vrijwel geen enkele orchidee ooit in de felle zon wil staan. Zeker achter glas kan dat fataal zijn.
Het is het makkelijkst, wanneer je uitgaat van een vrij brede vensterbank en een cv gestookte kamer. De beste raamkant is vaak op west of oost. Maar een andere kant is ook vaak wel mogelijk, dan dienen alleen de nodige voorzorgsmaatregelen te worden getroffen. Ochtendzon is meestal prima en daarna schermen met bv. luxaflex.
Planten die veel licht nodig hebben worden vooraan bij de ruit gezet (niet tegen het glas, maar erachter!). Dit in verband met verbrandingsgevaar. Planten die (half)schaduw nodig hebben daarachter en tussen de andere planten. Geschikte planten zijn de bekende Phalaenopsis-soorten (zeer bekend vanwege de vele kleurenschakeringen). Het is een warmteminnend geslacht met nachttemperaturen nooit onder de 18° C. Tegenwoordig is dat geen probleem meer met de cv gestookte ruimtes. Ook Cambria-, Cattleya-, Laelia-, Miltonia- en Oncidium-soorten zijn tegenwoordig erg populair. Om de planten wat meer luchtvochtigheid te geven is het goed om onder de vensterbank op de radiator een aantal bakjes met water te plaatsen. Ook met hydrokorrels in de buitenpot bereikt men goede resultaten.
Water geven doet men meestal maar één keer per week, alleen in warme zomerse perioden twee keer per week. Meer is absoluut niet nodig. Sproeien is niet echt nodig voor planten op de vensterbank, alleen op warme zomerse dagen. En dan alleen maar nevelen op de bladeren, dus niet op de bloemen of in het hart van de plant. Gebruik regenwater, want water uit de kraan geeft kalkvlekken op de bladeren.
'Miltonia' hybride  
Miltonia hybride voor de vensterbank.
De meest gevraagde en verkochte orchidee, ook als snijbloem (daar de bloeitijd op water vrij lang is) is Cymbidium. Binnen dit geslacht bestaan tal van kruisingen en cultuurvariëteiten. Dit type bloeit meestal in de herfst of in de winter. De verzorging ervan is vrij eenvoudig. Na de bloei eventueel verpotten in een mengsel van grove turfbrokjes, grove schors en schuimrubber, dus in elk geval een luchtig mengsel. Daarna wat gedroogde koemest er bovenop en half mei buiten in de halfschaduw plaatsen. Af en toe flink nat maken en weer laten opdrogen.
In de zomermaanden moeten de nieuwe bulben uitgroeien tot grote volwassen bulben. Immers, alleen dan kan de plant gaan bloeien. Ongeveer in de periode half augustus - begin september, wanneer de bulben volgroeid zijn, de plant vrijwel droog laten, zonder dat de bulben te veel ineenschrompelen. Wel dagelijks sproeien om de luchtvochtigheid op peil te houden. Tot aan de eerste nachtvorst buiten houden, vervolgens daarna op een lichte plaats (bv. koele slaapkamer) zetten en weinig water geven. Voor de groei en later de bloei heeft de plant een hoge dagtemperatuur en een lage nachttemperatuur nodig. Wordt de plant op constante temperatuur gehouden, dan zal ze waarschijnlijk nimmer bloeien. Dit gegeven geldt voor bijna alle soorten orchideeën uit koude en gematigde streken. Dan zal de knopvorming gaan intreden.
Pas wanneer de eerste bloemen van de bloemtak opengaan weer in de warmere (huis)kamer plaatsen. Doet men dit eerder, dan zullen de bloemknoppen er één voor één afvallen en moet men weer een jaar wachten. Het nadeel van Cymbidium is, dat de planten meestal behoorlijk groot worden. Maar gelukkig bestaan er tegenwoordig ook wat kleinere vormen. Soorten die koel tot gematigd verzorgd moeten worden, kan men vrij goed houden op een onverwarmde slaapkamer. Men dient alleen te weten of de soort licht of schaduw moet hebben.

Witte 'Cattleya'  
Witte Cattleya, te houden op de vensterbank.
Soorten die geschikt zijn voor de koele slaapkamer zijn vaak ook geschikt om 's zomers buiten te staan. Alleen mogen deze soorten nooit in de zon staan. De temperatuur wordt dan te hoog en de plant zal verdrogen. Op warme dagen dient er veel gesproeid te worden, maar nooit op de bloemen sproeien! De soorten die hiervoor in aanmerking komen zijn een aantal Masdevallia-soorten, sommige Dendrobium-soorten, zoals D. Nobile en D. Kingianum, en Coelogyne cristata. Voor de specifieke verzorgingseisen van de plant is het raadzaam bij aanschaf daarnaar te vragen. Ook speciale boeken geven hier uitkomst.
Het verdient aanbeveling om de te houden orchideeën in een pot te kweken. Het voordeel hierbij is dat men maar eenmaal per week (het liefst regenwater) hoeft te geven. Planten met een klein en iel wortelgestel, zoals venusschoentjes, plant men in een mengsel van fijne stukjes turf, kleine stukjes houtskool, schuimrubber, houtsnippers, styropor en fijne schors. Planten met grove wortels, zoals de meeste soorten Cattleya en Phalaenopsis, kunnen in een wat grover mengsel van stukken bast, turfbrokjes, schuimrubber, houtskool en styropor.

  'Cymbidium' citroengeel
Cymbidium citroengeel, voor de vensterbank.
Bemesting
Wanneer men niet al te veel orchideeën in de vensterbank houdt, is het raadzaam om bij een tuincentrum vloeibare orchideeënmest te kopen. Het is goed dit elke veertien dagen in een halve oplossing van de aanbevolen dosering te geven. Dit gedurende de maanden februari tot en met oktober. Ongeveer half november de orchideeën spoelen met alleen maar regenwater, dat op temperatuur gebracht is. Vervolgens in december een kleine kalkgift van ongeveer een 1/4 tot een 1/2 theelepeltje per plant. Daarna weer normaal water geven, zodat de kalk bij de plant komt. In januari vervolgens de plant weer spoelen op de manier zoals boven omschreven. Dan weer met bemesten beginnen in februari. Een tip: de planten tussen de watergeefbeurten door zo goed als volledig laten opdrogen.