|
Tekst en illustraties: P.J.A. Timmermans (NICI/Biologische Psychologie) Ik ben onderzoeker van diergedrag en docent bij de sectie Biologische Psychologie van de Universiteit van Nijmegen. Mijn onderzoeksvraag luidt: 'hoe richt de schuttervis zijn waterstraal om een insect boven water te treffen?' Om een helder antwoord op deze vraag te vinden, moet eerst een aantal andere vragen beantwoord worden. Een van de belangrijkste daarvan is: 'hoe zich het schieten bij de jonge schuttervis ontwikkelt'. Het probleem waar ik mee zit is, dat de kleinste schuttervisjes, die te koop zijn (15-20 mm) al goed kunnen schieten. Die visjes worden waarschijnlijk in het wild gevangen. Dus moet ik schuttervissen kweken, maar pogingen daartoe zijn, voor zover de literatuur en het internet aangeven, niet verder gekomen dan eitjes. Dat wil niet zeggen, dat het niet iemand al bijna of helemaal gelukt is. Mijn vraag is, wie heeft hier ideeën over of wie wil het proberen? Ik verheug me al over de medewerking van Cees de Snoo, die goed thuis in het brakke water is. Om u een indruk te geven van wat er over het gedrag van de schuttervis bekend is en wat voor onderzoek ik doe, heb ik dit artikel geschreven.
Inmiddels zijn er zes soorten schuttervissen of Toxotidae (boogschutters) beschreven. Ze komen voor in de kustwateren en laaglandrivieren van Zuidoost-Azië, van Sri Lanka tot Australië (Allen, 1978). De eerste beschrijving van de schuttervis met zijn merkwaardige prooivanggedrag stamt uit de 18de eeuw van de hand van Hommel, de toenmalige bestuurder van het hospitaal van Batavia (Jakarta). Hommel hoort van een vis met de toepasselijke Javaanse naam sumpit (blaasroer), die met een straal water uit zijn bek vliegen neer zou schieten om die op te eten. Hommel laat enkele sumpits in een kuip zetten met een stok erin, waar hij een vlieg op zet. En jawel, de vissen schieten ze eraf. Hommel beschrijft in brieven aan een kennis, genaamd Schlosser en lid van de Royal Society (een vereniging van Engelse geleerden), het gedrag van deze vis, die hij Jaculator (slingeraar) noemt. Hommel stuurt Schlosser ook een aantal vissen op sterk water, waaronder ook een pincetvis (Chelmon rostratus). Rostratus betekent 'met een sneb' (scherp, puntig uitsteeksel).
Het onderzoek vanaf het begin van de 20ste eeuw tot medio 2003 __ Inmiddels heeft Cuvier (in 1817) evenwel de familie Toxotidae opgericht en ondanks de kritiek van Bleeker en Day duiken rond 1900 weer schietende schuttervissen op in de literatuur. In 1876 verschijnt de Jaculator weer ten tonele, op een gravure, schietend en wel. Jammer genoeg is er nu weer iets anders mis, de vis heft namelijk zijn kop tot aan de kieuwspleet boven water, terwijl toch Hommel al schreef dat schuttervissen bij het schieten met hun snuit aan de oppervlakte komen, maar niet boven water. Zou dit de manier zijn, waarop volgens de graveur de schuttervis het effect van de lichtbreking aan het wateroppervlak omzeilt? Ik kom daar later nog op terug. Kopieën van deze fantastische tekening duiken nog her en der op tot Zolotnitsky (1902) schrijft, 'dat de vis tijdens het schieten onder water blijft'. Zolotnitsky noemt de schuttervis intelligent ("... l'intelligence brille dans les yeux ..."). Of de auteur hierbij aan de correctie van het brekingseffect denkt, wordt niet duidelijk. Twee eigenschappen van de schuttervissen lijken bijzonder:
2. Het trefzeker kunnen richten op een doel boven water 1. Het schieten is indrukwekkend, de waterdruppels komen wel 15- tot 20-maal zo hoog als de vis lang is en we hebben vastgesteld 'dat ze effectief zijn tot op een hoogte van 8- tot 10-maal de lichaamslengte van de vis' (Timmermans 2000). 2. De trefzekerheid van de vis lijkt raadselachtig, omdat de prooi ten gevolge van de breking van het licht aan het wateroppervlak hoger wordt waargenomen dan waar die zich bevindt. Hetzelfde verschijnsel doet zich voor als wij in het water kijken: een in het water gestoken stok vertoont aan het oppervlak een opwaartse knik. 1. Het schieten Zoals bleek uit de aandacht voor de pincetvis, richt de aandacht zich eerst op de vraag hoe de schuttervis kan spuiten. Nu is het uitstoten van water door de bek geen uniek kunstje van schuttervissen. Water uitspuwen kan in principe elke vis. Dat is bijvoorbeeld te zien als een vis iets oneetbaars uitspuwt. Het effect van zeer krachtig en gericht spuiten met water is ook te zien bij de trekkervissen (Balistes); zeevissen, die zand weg'blazen' om schelpdieren of zee-egels bloot te leggen voor consumptie.
2. Het richten Zoals al eerder aangeduid is, van onder water richten op een doel boven water is problematisch, omdat het waargenomen beeld door de lichtbreking aan de oppervlakte is verplaatst. Men noemt dit het virtuele beeld. Hoewel de lichtbrekingswetten van Snellius dateren van 1637, duurt het bijna twee eeuwen voor het probleem aandacht krijgt. Myers vermeldt (in 1952) als eerste het brekingsprobleem, maar gaat er niet verder op in. Lüling (1963) weidt in een uitvoerig artikel vol wetenswaardigheden over de schuttervis uit en schenkt uitgebreid aandacht aan het brekingsprobleem. Lüling werkt met Toxotes jaculatrix en is van mening, dat deze het brekingseffect omzeilt door nagenoeg loodrecht onder het doel plaats te nemen. Dit lijkt een doeltreffende oplossing, omdat loodrecht invallend licht recht door het oppervlak gaat en er dus geen vertekening plaatsvindt. Merkwaardig genoeg toont Lüling in zijn artikelen afbeeldingen van vissen, die onder een hoek van ongeveer 75° schieten. Ook Herald toont (in 1965) een foto van Toxotes jaculatrix, die onder een hoek van ongeveer 75° schiet. Het merkwaardige prooivanggedrag van de schuttervis: deel 2/2 (zie ook: Brakwateraquarium) |