
Tekst en foto's: prof. dr. P. Wirtz, vertaling: H. Alblas
Vissen lusten wormen. Dat weten niet alleen hengelaars, maar ook de
wormen. Als de wormen niet miljoenen jaren gedurende de evolutie
allerlei trucs hadden ontwikkeld, waren zij allang uitgestorven. De
meeste wormen hebben een verborgen levenswijze, in spleten, onder
stenen, in de bodem, op plaatsen waar vissen niet kunnen komen.
De wormensoorten, die met een tentakelkroon plankton filteren moeten
echter - of ze willen of niet - op zijn minst deze kroon in het vrije water
uitstrekken. De rest van het lichaam hebben ze in de bodem of in een
beschermende koker verborgen. De kronen worden helaas ook door veel
vissen als een lekker hapje aangezien. De meest gebruikte manier van de
wormen om zich te verbergen is om de kroon bliksemsnel in de koker
terug te trekken als er gevaar dreigt. Daarbij nemen ze niet alleen de
drukgolven van de naderende vis waar, maar ook bijvoorbeeld als er
donkere objecten in hun gezichtsveld komen. Vele van deze wormen
hebben namelijk verbazingwekkend goede ogen. Een bijzondere truc
gebruiken enige wormen van het geslacht Spirobranchus, die in
de tropen vaak voorkomen. In het voorste gedeelte van de buis, waarin
de worm leeft, bevindt zich een krachtige doorn. Als een vis naar de
tentakels hapt, trekt de worm zich bliksemsnel in zijn koker terug,
waarbij de vis de doorn is zijn bek krijgt. Naar dergelijke wormen
happen zal hij niet vaak meer proberen. |