
Tekst en foto's: Hans Osendarp
Als je op mooie plekken bij een Rio wilt komen, moet je bijna altijd via
een privéterrein. Deze terreinen zijn altijd afgeschermd met
grote hekken en honden, die het terrein bewaken. 'Zorg dat je met de
auto goed in het zicht staat en dan maar een paar keer op de claxon
drukken, waarna de eigenaar altijd wel tevoorschijn komt.' Altijd
mochten we met de auto het terrein op. De mensen zijn daar erg
vriendelijk, maar ook zeer verbaasd. 'Dat wij zo'n lange reis maken voor
wat kleine visjes, die niet eens te eten zijn.' Op de kaart hadden we een
groot meer gezien met talrijke kleine beekjes, want dit was ons reisdoel
de volgende dag. Na een autorit van slechts een klein uurtje kwamen we
aan bij het meer van Darien, vlakbij Buga. Maar eerst moesten we in het
dorp een familiebezoek afleggen. We werden hartelijk ontvangen door
allerlei mensen, die druk met elkaar stonden te praten, waar wij niets van
verstonden. Na het bezoek ging er een gids met ons mee op weg naar het
meer.
| |
 |
|
Panaque spec. uit de Rio Meta. |
Boven aan de bergrug had men een prachtig uitzicht, maar beneden viel
het erg tegen. Door de wind, die over het meer waaide, was het water
troebel geworden. We konden nog wel grote scholen vissen zien aan de
oppervlakte, maar verder was het slecht. We hebben nog wel even een
meting verricht (pH 8,2, microSiemens 80, temperatuur 27 graden
Celsius). In het meer zagen we voor het eerst in deze omgeving
plantengroei. Het was een soort riet en iets wat veel leek op waterpest.
Langs de oever in het ondiepe gedeelte zagen we tevens honderden
jonge cichliden zwemmen. Vangen was helaas onmogelijk vanwege de
plantengroei. Nadat we in het dorp een heerlijk drankje hadden
gedronken namen we afscheid van de bewoners en gingen we op weg
naar de Rio Leoncilla.
 |
|
|
Poecillia spec. uit de Rio Artenal. |
Ook die stond voor een groot gedeelte droog. In een gedeelte van deze
Rio stond in een bocht nog wel wat water. Onze ervaring had geleerd om
toch maar even te gaan kijken. Lopend over de stenen bodem viel het op
dat langs de oever vele prachtige planten stonden, zoals papyrussen en
varens. In een bocht van deze rivier stond nog een flinke plas water. We
zijn maar even onder water gaan kijken. Het was gewoon een aquarium
met honderden vissen, die tussen de stenen en takken zwommen. Het
water was kraakhelder, dus prachtig om er opnames van te maken. Voor
de lens kregen we een mooie Aequidens sapayense, die zich
uitgebreid op de video liet zetten. Ook hier weer veel levendbarende
vissen en diverse zalmsoorten. De waardes waren pH 8,7, microSiemens
260 en de temperatuur was 25 °C. Deze rivier lag in de omgeving
van diverse soorten plantages. Er werden tomaten, ananassen en bonen
verbouwd. Ook hier zullen de meststoffen wel invloed hebben gehad op
het water. Maar niet op de vissen, want die waren prachtig in deze
biotoop. In de loop van de dag hebben we nog wat kleine beekjes
bezocht, maar dit bracht niets nieuws voor ons op. In onze opvangplaats
voor vissen (visbun) werden de vissen ondergebracht, die we mee naar
Bogota zouden nemen. De volgende dag stond een autorit van vijf uur
op het programma voor een bezoek aan de vindplaats van de
Panaque suttonorum. Over de blauwoog harnasmeerval bestaan
de wildste verhalen. Het sterkste verhaal is, dat deze soort niet meer
voorkomt vanwege een vergiftiging in de Rio Cauca. Duizenden
meervallen zijn toen dood stroomafwaarts gedreven. Toch hebben we
onze twijfels, want in dit gebied zijn tientallen kleine zijriviertjes, waar
deze dieren nog moeten voorkomen. Uit gesprekken met vissers bleek,
dat ze nog regelmatig werden gevangen. Alleen, wij hebben ze niet
gezien. Wel zagen we, dat de rivier op verschillende plaatsen werd
uitgebaggerd. Dit gebeurt met rieten manden en duikers (zonder helm of
snorkel), hetgeen ook het troebele water verklaart, dat we
aantroffen.
 |
|
Ludwigia ? in bloei uit het Rio Metagebied. |
Onderweg hadden we een paar prachtige Rio's gezien, die zeker de
moeite waard waren om eens nader te onderzoeken. Als eerste de Rio
Quebrada del Tutui. Een prachtig helder en snelstromend water. De
gemeten waarden waren pH 7.8, microSiemens 140 en de temperatuur
was 27 °C met een bodem van zand, kiezel en rolstenen. Ook hier
weer zeer veel vissen. In ons kleine aquarium konden we mooie plaatjes
schieten van blanke garnalen, guppen, Chetastoma thomasi, Poecilia
sphenops, een Eremopilus-soort, Sturisoma's en alweer
Tilapia's. De vissen die voor ons interessant waren, hebben we ingepakt
en zijn op weg gegaan naar de volgende vangplaats. Vanaf de weg diep
in het dal kronkelde de Rio la Vieja. Alleen hadden we een probleem.
Hoe kwamen we beneden? Er was geen openbare weg te zien. Er was
wel een weg, maar dat was een privé-weg. We hebben aan de eigenaar
uitgelegd wat onze bedoeling was en daarna mochten we gebruik van
zijn weg maken. Als ik toen had geweten, wat ons te wachten stond, was
ik boven gebleven. De weg was niets anders dan een pad met rolstenen
en liep steil naar beneden. Als de auto moest remmen, rolde de auto op
de stenen nog een paar meter verder. Dit werd mij en mijn
medepassagiers te gevaarlijk en we zijn uitgestapt. Dan maar lopend
naar beneden. Helaas stroomde de rivier te hard om er vissen in te
vangen. Toch nog iets bijzonders. De hoofdstroom werd gevoed met een
zijstroom, maar die stroomde wel de verkeerde kant op. Een bijzonder
gezicht om een rivier te zien met twee stroomrichtingen. Onze busje was
al vol met zes personen, maar er werd aan de chauffeur gevraagd of er
nog drie mensen mee mochten. Het busje moest er zwaar aan trekken om
boven te komen; met gevolgen, zoals later bleek. Het klimaat in de
omgeving van Praeira is in deze tijd van het jaar zeer aangenaam, ca 30
°C. Alleen als de zon fel schijnt, wordt het ca 40 °C. Dan is
het heerlijk om in wat diepere wateren te vertoeven met snorkel en
camera.
| |
 |
|
Tilapia uit de Rio Lobo, voedsel voor de bevolking. |
De volgende dag moesten we eerst met de auto naar een garage, want in
de aandrijfas zat een rammelend geluid. Deze reparatie duurde de hele
dag. Zelf ben ik mee geweest om erop toe te zien, dat dit wel goed
gebeurde. Als in Holland de garagebedrijven zo zouden werken als in
Colombia, dan hadden we hier hele grote problemen. Maar met veel
begeleiding was het euvel in een dag verholpen. We hadden nog
één dag en die werd besteed aan de Rio Artemal. Langs
deze rivier was een rijke begroeiing van allerlei planten, bomen en
vooral veel bamboe. Ook in het water lagen de stengels van deze plant.
Tijdens het vangen van vooral harnasmeervallen kwamen we tot de
ontdekking, dat de holle stengel een ideale schuilplaats is voor deze
vissen. Dus was het stengels openbreken en vissen rapen. In een van de
stengels troffen we een mannetje van Chaetostoma thomasi aan
met een prachtig nest jonge visjes. Ik denk ongeveer 100 stuks. De jonge
visjes hadden de dooierzak nog. Het mannetje en de jonge visjes werden
heel voorzichtig in ons aquarium gedaan voor de foto- en
videosessie.
Binnen één minuut hadden alle jongen zich weer om het
mannetje heen verzameld en ging hij verder met de broedzorg. Nadat de
foto- en videosessie beëindigd was, hebben we alles voorzichtig
teruggezet in de hoop dat er van dit legsel nog wat in leven zou blijven.
De waterwaarden, die zijn gemeten, waren: pH 8,1, microSiemens 18.0,
temperatuur 25 °C. Hier hebben we voor het eerst grote aantallen
Sturisoma's gevangen (circa 100 stuks), tevens grote aantallen
Chaetostoma's en weer grote aantallen levendbarenden. Vooral Poecilia
sphenops, een prachtige, mooie vis met een oranje band aan de
staartvin, komt hier veel voor. We kwamen hier veel waterhyacinten
tegen. Ook kwamen we een plant tegen, die veel lijkt op hoornblad. In
dit gebied vind je vanwege de stenen veel harnasmeervallen. Vooral
Sturisoma's werden in grote aantallen aangetroffen. Alleen de bouw van
deze vissen was anders dan we thuis in ons aquarium hebben. Het leek
ons, dat het vinnenstelsel korter was. De borst- en rugvinnen waren
aanzienlijk kleiner dan bij de bekende soorten. Onder water zagen we
nog iets aparts: deze vissen hadden in de stroming bijna witte ogen.
Thuis in het aquarium heb ik dit niet meer gezien.
| |
 |
|
Rio Lobo, het stroomgebied van de Rio Cauca. |
Als je een week in een plaats bent, dan heb je snel contact met de lokale
bevolking. De groenteboer naast ons kwam elke avond even buurten en
verschillende mensen uit de straat zag je elk avond even om te kijken
hoe het met ons was gegaan de afgelopen dag. Als we dan in de boeken
aan het zoeken waren naar wat we zoal gevangen hadden, zag je ze
denken: helemaal uit Europa voor wat van die kleine visjes. O ja,
Holland ligt in de USA, maar als je dan de naam van Johan Cruijff
noemt, tja, dan wisten ze wel waar Holland lag. De laatste dag naderde,
we moesten erg vroeg op om de vissen te verpakken, die we zouden
meenemen. Toen alles was ingepakt, hadden we meer dan 30 zakken
vis! Die moesten een autoreis van twaalf uur doorstaan. We hadden een
telefoontje gekregen van onze Suttonorum-visser en besloten een
andere weg te nemen om toch nog aan deze vissen te komen. Maar bij
aankomst wilde hij eerst geld hebben voor ze te gaanhalen. Daar trapten
wij niet in en vervolgden onze reis. Na een lange autorit kwamen we aan
in Bogota en begonnen meteen met het uitpakken en het laten wennen
van de gevangen vissen. We schrokken van het aantal vissen, dat we
hadden meegenomen, maar Bruno was uiteraard zeer tevreden. Alles,
wat we niet mee konden nemen naar huis, bleef voor de export achter en
dat was heel veel. De volgende dag zijn we naar de stad Bogota geweest
en hebben daar de aquariumwinkels bezocht. Dat was lachen. Veel
vissen, die werden verkocht, kwamen uit andere delen van de wereld,
zoals Afrika, Azië en Australië. Maar ook inlandse vissen
kwamen in de bakken voor. Volgens ons kon je ze zelf beter vangen.
Dan waren ze gezonder en stukken goedkoper. Wel zagen we prachtige
aquariummeubels staan zoals in Europa ook te koop zijn.
Aquariumplanten zijn hier bijzaak, meestal waren ze van plastic.
 |
|
|
Vangsten |
Na een dag rust stond een volgend reisdoel op het programma: Honda in
het stroomgebied van de Rio Magdalena. Deze plaats ligt op ongeveer
100 km van Bogota. De rit hierheen verliep voorspoedig en 's middags
zaten we al heerlijk bij het zwembad van het hotel. Tijdens de reis
hadden we de Rio Magdalena al gezien. Een smerige rivier, die vreselijk
stonk. Dit kwam door de Rio Bogota; deze rivier is nog erger dan een
open riool. De plaats Honda ligt in een dal en het is er het hele jaar
drukkend warm, de temperatuur is tussen de 30 en 35 °C. Nog een
plaag zijn de muggen, gewoonweg verschrikkelijk. Een aardig voorbeeld:
trek een geel t-shirt aan en binnen één minuut is
het shirt zwart van de muggen. Onze tocht begon bij de Rio Seco. Het
water was smerig en sterk verontreinigd. De gemeten waarden waren:
pH 8,4, microSiemens 670, temperatuur 31 °C. Ook hier weer
weinig water. De bodem bestond uit kiezel, zand en kleine rolstenen. Ze
waren rijkelijk met algen begroeid. Veel vissen waren er niet, maar wel
wat Sturisoma's, zalmen en Geophagus steindachneri. Veel viel
hier niet te beleven. Op de terugweg stonden we wel even raar te kijken.
Midden in de rivier werd een vrachtauto met het weinige water
gewassen. Onze eerste nacht in Honda was het zo warm, dat we besloten
om maar buiten te gaan slapen in de ligstoelen van het zwembad. Geen
goed idee, want in de loop van de nacht kwam iedereen weer naar
binnen. De volgende dag zagen we eruit als een landkaart. Overal
muggenbeten. We zijn weer op pad gegaan naar de Rio Cuamo met
prachtig, helder water.
 |
|
Onderwateropname van Geophagus steindachneri |
Vanaf een brug zagen we het al, dit was hetgeen we zochten. Veel
vissen, niet te diep en uitstekend voor video- en foto-opnamen. Grote
rotsblokken, maar ook kleine kiezelbanken met zandgedeeltes. Ideaal
voor harnasmeervallen! Onder water was het net een cichlidenaquarium.
Alles was rijkelijk bealgd met een stoflaag erover. Planten waren niet
aanwezig. Op de stenen kon je goed zien, dat er algeneters aan het werk
waren geweest. Strepen alg waren eraf en dienden als voedsel voor de
verschillende soorten vissen. In de gedeeltes waar het water maar twintig
cm diep was, troffen we grote aantallen jonge Geophagus
steindachneri en Sturisoma's aan. De Sturisoma's (vermoedelijk
leightoni) waren in grote aantallen aanwezig. Op
één vierkante meter zagen we wel tien tot twaalf stuks.
De vrouwtjes waren erg dik en vrijwel toe aan het afzetten van de eitjes.
Wonderbaarlijk was, dat deze vissen zich in snelstromend water
ophielden. Als een torpedo schoten ze vooruit tegen de stroom in. Ook
hier weer de witte ogen. Het leek wel een scherm over het netvlies. De
vissen, die we aantroffen waren, zalmen, Aequidens spec.,
algenzalmen, Cheatostoma's en wat meervallen, waarvan we de naam
niet konden achterhalen. In de rivieren rond Honda kom je toch erg veel
meervallen tegen. De waardes, die we hebben gemeten: pH 7,8,
microSiemens 130, temperatuur 27 °C.
| |
 |
Geophagus steindachneri uit de Rio Bernal. |
Onze volgende vangplaats was de Rio Bernal. Ook hier zeer weinig
water. Maar de boeren hadden wat dammetjes gebouwd, zodat er wat
drinkplaatsen voor het vee ontstonden. En daar zat heel veel vis. Het
leek wel een overbevolkt aquarium. Zo met het blote oog te zien waren
het overwegend zalmen. We hebben toch het sleepnet door het water
gehaald. Apart was wel, dat we een geepachtige vis vingen met
prachtige kleuren in de staart. Helaas konden we er geen naam van
vinden. Maar de algenzalmen (Parodon suborbiale) waren met
enkele grote exemplaren zeer uitzonderlijk. Ook hier weer een bodem
van stenen met veel alg. Langs het water prachtige varens.
In de loop van de dagen hebben we verschillende Rio's bezocht. Vele
waren wat vis en stroomgebied betreft hetzelfde. Veel stenen, rots en
zandgebieden. Planten kwamen er haast niet voor. Maar twee Rio's wil
ik toch even noemen. De Rio Sucio was een brede rivier met een diepte
van tien tot vijftien cm. Zeer snel stromend water met rotsblokken,
zandgedeeltes en kiezelbanken. Onze gids maakte ons duidelijk, dat we
even moesten wachten. Het grote werpnet werd uit de auto gehaald en in
de Rio gegooid. Bij de eerste worp viel onze mond open. Zeker vijftien
Chaetostoma's hingen in de mazen van het werpnet. Prachtige vissen van
vijf à zes cm lengte. Twee soorten konden we hier rijkelijk
vangen, spec. en thomasi. Thomasi is bruin van kleur, terwijl
spec. (punctatis) gestippeld is. In het riviergedeelte met kleine
stenen en kiezels was het een overvloed van deze vissen. Tussen al dit
moois werden ook nog enkele kleine Peckoltia's gevangen. Na een uur
vangen hadden we emmers vol en moesten snel naar onze opvangplaats
(visbun) om ze onder te brengen. Nog even de waterwaarden van dit
gebied: pH 7,5, microSiemens 50, temperatuur 26 °C.
De tweede was de Rio Guoqabal. Vanaf een brug was het een hele
afdaling om bij de rivier te komen. Ook hier weer snelstromend en laag
water, maar 100 meter verderop kwam er nog een rivier uit het
bosgedeelte stromen. En die trok onze aandacht. Na samenkomst van de
beide wateren viel het ons op, dat de temperatuur van het water anders
werd. Bij meting van het ene water was de temperatuur 24 °C. en
van de andere 28 °C. Verdere waardes waren pH 8,6 en
microSiemens 360. Onze zijrivier bleek niet meer dan een halfdroge
rivier te zijn. Maar er waren langs de oever restpoelen met water en zeer
veel vissen. We konden niet goed zien om welke vissen het ging. Dus de
videocamera onder water gehouden. En ja hoor, ook hier zagen we weer
Poecilia caucana in beeld verschijnen. Die waren anders van
kleur in de rugvin. Zo'n speciale aanbieding konden we niet laten
zwemmen. Dus het net in het water. Prachtige dieren werden gevangen.
Goed verpakt hebben we deze dieren meegenomen.
 |
|
|
Een prachtige vlinder. |
Helaas, aan alles komt een eind. Zo ook onze trip naar Honda en omgeving.
De laatste dag zijn we zeker vier uur bezig geweest met het inpak-
ken van de gevangen vissen. Alles, wat voor ons of voor Bruno
interessant was, hebben we meegenomen. Zeker 30 zakken vis gingen
richting Bogota. Op de finca werd alles uitgepakt. 's Avonds hebben we
alles nog eens goed bekeken, wat we de afgelopen weken hadden
gevangen. We stonden verbaasd van het aantal en vooral de soorten.
Maar het probleem kwam nu pas. Wat konden we in onze handbagage
meenemen naar Holland? Want de ruimte is beperkt. Op de allerlaatste
dag van ons verblijf hebben we nog eens goed bekeken, wat we zoal
mee naar huis zouden nemen. Bruno verzorgde voor ons de nodige
vergunningen en we stonden klaar voor onze reis terug naar Holland. Na
een autorit van twee uur en een vliegreis van zestien uur kon ik
langzaam mijn meegenomen vissen gaan wennen aan het Hoogezandse
leidingwater. De vissen die ik had meegenomen, waren Sturisoma's,
Chaetostoma, Poecilia caucana uit Honda, Poecilia
caucana, Poecilia sphenops, Xiphophorus helleri uit Palmira,
Corydoras melanotaenia en Corydoras meta uit
Villavicencio. Meer kon er helaas niet mee. Uiteindelijk is alles goed
overgekomen zonder dat er een vis is omgekomen. Na een aantal
maanden had ik van de levendbarenden al grote aantallen jongen zwem-
men.
Aan het einde van mijn verhaal wil ik alle mensen in Colombia
bedanken voor een prachtige visvakantie. Vooral onze vriend Bruno
Keller. Maar de 'ziekte', die ik aan het begin van het verhaal had, is
alleen maar erger geworden. Er komt zeker een vervolg op ook deze
reis.
Literatuur __
Aqualog Alle Lebendgebärenden, Aqualog
Loricariidae, Aquarium Atlas 1 tot 5.
Colombiareis, deel 1 |