LHK 2003

Keuren, hoezo?
Speciaalaquaria - Gezelschapsaquaria - Terraria

De zeewateraquaria van 2003 verder onder de loep genomen

Tekst en dia's: Frans Maas en Willem van der Klooster (bondskeurmeesters)

Dierenbezetting: vissen
In onze zeewateraquaria vinden veel verschillende soorten vissen een tehuis. We hebben tijdens deze landelijke keuring wel 52 verschillende soorten gezien. Vaak zijn ze daarin goed op hun plaats. Chromis- soorten worden over het algemeen genomen in schooltjes gehouden. We troffen ze bij vier deelnemers, van wie één er twee verschillende soorten op nahield. Juffertjes en met name de groene juffer troffen we bij A. Jansen zelfs in een groep van elf (Chromis virides) aan. Gezien de gezondheid en de speelsheid, waarmee ze door het aquarium dartelden, een goede groepssamenstelling. Het kleinste 'schooltje' telde toch altijd nog vier exemplaren. Bij de andere A. Jansen troffen we een weliswaar kleinere groep Chromis analis? aan, waarvan één exemplaar onder tegen een spons eieren werden bewaakt.
Onderdeel aquarium A. Jansen te Heesch  
Fraaie variatie van vorm en kleuren (onderdeel aquarium van A. Jansen)
Apogonidae worden voornamelijk vertegenwoordigd door Pterapogon kaudneri. Duidelijk is dat - waar men vroeger Sphaeramia nematopterus (pyjamabaars) hield - P. kaudneri het in populariteit van hem wint. Gezien de kleurstelling niet helemaal voor de hand liggend. Bij P. kaudneri zien we vaak, dat er uit een schooltje slechts twee individuen overblijven. Een bijzonder leuke kardinaalbaars troffen we bij P.W. Nooyen aan. Apogon lepthacanthus, fraai in een klein groepje gehouden, waar wij ze met hun blauwe maskertje hebben kunnen fotograferen. Overigens zijn de meeste Apogonidae muilbroeders en dit opent perspectieven voor wat betreft de niet eenvoudige kweek van zeevissen.
  Rifwachter
Calloplesiops altivelis (rifwachter)
Een geliefde vis in het zeewateraquarium is Calloplesiops altivelis (rifwachter), die we in zes van de dertien gekeurde aquaria tegenkwamen. Een fraai stukje mimicry, want hij imiteert met zijn gespikkelde outfit de parelmurene. Soms toonde hij zich wat schuw, maar dat zal te wijten zijn geweest aan drukke medebewoners of mogelijk ook aan twee nieuwsgierige, besnorde keurmeesters, die zich aan zijn schoonheid vergaapten. In ieder geval een topper in onze aquaria.
Pseudochromis fridmannii (Koning Salomonsbaars) is alleen al vanwege zijn opmerkelijke, paarse pakje een feest om naar te kijken. Een van ons tweeën echter heeft de dieren al drie jaar achter elkaar in het wild kunnen observeren en vindt dat de kleur ten opzichte van de in het wild levende dieren duidelijk achterblijft. Het is en blijft echter een temperamentvol visje, dat zijn territorium met hand en tand zal verdedigen.
Interessant is een kleine grondel bij W. Kannberg, Gobiodon okinawae (citroengrondel). Een bijzonder fraai kleinood, dat goed in een rifaquarium past. Een andere gast die we nogal eens zagen, is Gramma loreto ofwel de Royal Gramma. Dat deze kleine, wonderschone, abstract gekleurde rakker met meerderen te houden is, was nog niet iedere deelnemer duidelijk, ofschoon dat in menig aquarium al duidelijk is aangetoond. Ook voor Neocirrhites armatus (vuurkooltje) geldt, dat ze beter met meer exemplaren gehouden kunnen worden. Deze kleine koraalklimmer leeft van nature in kleine groepjes, wat we echter in de gekeurde aquaria niet hebben kunnen constateren. In nagenoeg alle aquaria eenlingen. Wel constateerden we, dat hun slijmhuid bijzonder gevoelig is wat door het samenhouden met veel sterk netelende lagere dieren toeneemt. Belasting met nitraat en fosfaat doet daaraan ook geen goed.
'Centropyge bicolor'  
'Centropyge bicolor'
Dwergkeizers uit het geslacht Centropyge hebben de roep, dat zij bijzonder lastig kunnen zijn voor diverse poliepen. Toch kunnen velen de verleiding niet weerstaan om een dwergkeizer samen met poliepstenen in hun aquarium te huisvesten. Wij kunnen het ons wel voorstellen hoor; ze zijn ook bijzonder mooi. In de gaten houden blijft het devies om bij lastig plukgedrag adequate maatregelen te kunnen treffen. Vaak is uit het aquarium halen - om ergere schade te voorkomen, de enige optie. In bijna ieder aquarium kom je wel een vertegenwoordiger van de familie Acanthuridae (doktersvissen) tegen. Daarbij wordt nogal eens over het hoofd gezien of mogelijk zelfs genegeerd, dat deze dieren een ruim aquarium nodig hebben en dat zij met graagte groenvoer eten. Met name groene draadalgen worden door deze groep graag gegeten. Zijn die alle afgegraasd, en die situatie kan zich betrekkelijk snel voordoen, dan zal een alternatief geboden moeten worden om gebreksverschijnselen te voorkomen. Nog steeds met stip de populairste doktersvis is Zebrasoma flavescens, die we in negen van de twaalf aquaria aantroffen. Een fraaie, felgele verschijning, die nimmer rust schijnt te kennen en zich altijd op de voorgrond plaatst. Te weinig zagen we ze ook werkelijk in een wat grotere groep. Een ander fraai lid van de doktersfamilie, Acanthurus sohal ofwel de Rode-Zeedoktersvis, troffen we in het westen van het land. Ook dit is een fervent zwemmer, die zich zeker niet in een al te klein aquarium laat houden. Het houden van meer exemplaren van deze soort leidt veelal tot verbeten vechtpartijen, waarbij het minst sterke dier meestal het onderspit delft. Dit geldt natuurlijk ook voor Acanthurus pyroferus, die overigens in zijn jeugd een mooi geel pakje draagt, en Centropyge flavissimus imiteert. In het wild zag ik ze menigmaal in kleine scholen samen foerageren en samenleven. In de beperkte ruimte van het aquarium is dat dus een gebleken onmogelijkheid. Ook Paracanthurus hepatus (Picasso-doktersvis) geniet nogal wat populariteit. Het is een mooie snelle zwemmer, waarvan de huid vaak gevoelig blijkt voor parasitaire aandoeningen. Dat de sporen daarvan na herstel lange tijd zichtbaar blijven, nemen velen op de koop toe. Dus ziet men soms dieren met lelijke plekken op de kop en de flankstreek. De aanwezigheid van Genicanthus lamarcki (lierstaartkeizervis) blijft dubieus. Uiteindelijk wordt deze zwart-met-zilveren keizer wel 23 cm groot.
  Neushoornvis
Neushoornvis, Naso lituratus (rifwachter)
Indien vissen giftige eigenschappen bezitten, dienen de houders daarvan naar onze opvattingen op de hoogte te zijn. Wij troffen van de familie Siganidae (konijnvissen) bij drie liefhebbers aan. Lo vulpinus (gewone vossenkop) is een geel met zwarte schoonheid, die echter een grote hoeveelheid groenvoer nodig heeft en bovendien scherpe, giftige stekels bezit. Ook de verdenking van menig slooppartij jegens sessiele dieren rust op ze. De legitieme vraag is dan: kan dit wel in een zeewatergezelschapsaquarium met diverse ongewervelden?

Terug naar: LHK Zeewater

Verder naar: Lagere dieren, Algen en wieren, Techniek/water, Algemeen

Keuren, hoezo?
Speciaalaquaria - Gezelschapsaquaria - Terraria