|
Corydoras panda Nijssen & Isbrücker 1971 Tekst en foto's: Frans Maas Of Corydoras panda zo populair is vanwege zijn aantrekkelijk uiterlijk of vanwege de populariteit van de grote pandabeer, het dier waaraan zijn naam ontleend is, valt natuurlijk nooit voor 100% te achterhalen. Feit is dat de panda, die in 1971 door Nijssen & Isbrücker als nieuwe soort beschreven werd, afkomstig is van Aquas Amarillas, een zijkreek van de Rio Pachitea in het Rio Ucayalisysteem in Peru, de aquaristiek vanaf toen in een stormachtig tempo veroverde. Het eerste artikel erover in ons maandblad vond ik in het februarinummer van 1973. Het is van de hand van Isaäc Isbrücker (een van de beschrijvers) en er worden zes toentertijd recent beschreven Corydoras-soorten in voorgesteld, waaronder dus Corydoras panda. Soortbeschrijving Nu heeft het beestje ook een alleszins aantrekkelijk uiterlijk. Op een gele bijna
Gedrag en verzorging Vooral het levendige gedrag maakt ze tot een aandachtstrekker in ieder gezelschapsaquarium. In vergelijking met veel andere pantsermeervallen is ze nauwelijks schuw of schrikachtig. Als bij de inrichting voor in het aquarium een flinke plaats is vrijgehouden zal ze zich daar regelmatig vertonen. Natuurlijk wordt daar gebruikgemaakt van Maas- of Rijnzand om te voorkomen dat de baardtasters worden beschadigd of, erger nog, helemaal afslijten. Op zoek naar voedsel duikt ze daar dan verticaal vaak tot over de ogen in de bodem. Ook zie je ze dikwijls met tweeën of drieën bij elkaar langs de decoraties en de planten heen en weer door het aquarium zwemmen. Ergens las ik dat panda's een waterkwaliteit zouden kunnen verdragen tot wel 20 GH en temperaturen van wel 35 °C. Dat kan dan misschien wel waar zijn, maar ik zou toch de voorkeur geven aan waterwaarden en temperaturen die een beetje worden geleid door het natuurlijke milieu. Net als alle Corydoras-soorten eten ze graag Artemia, rode muggenlarven, tubifex en van tijd tot tijd Enchytraeën, het lievelingsvoer van Corydoras-soorten. Ook de diverse soorten diepvriesvoer uit de aquariumspeciaalzaak en voertabletjes zijn goed te gebruiken. Het is daarbij goed een beetje op te letten dat het voer niet te groot is. Kweek Over de kweek lees je tegenstrijdige berichten als 'dat het vooral moeilijk zou
De hoogte is van weinig belang. Te hoge aquaria vullen we slechts tot 25 cm opdat de weg naar het oppervlak voor dieren die volgens Corydoras-gewoonte daar verse lucht willen halen niet te lang wordt. Omdat Corydoras-soorten een zuurstofrijk en bacterievrij milieu op prijs stellen zien we in de kweekbak af van bodemmateriaal maar plaatsen een paar robuuste planten in plastic potjes op de kale bodem. Deze kan uitwendig worden zwartgeschilderd om controle op ongerechtigheden gemakkelijker te maken. In een secuur schoongehouden bak zullen zo de meeste jongen overleven, komen misbaksels met vergroeide staartvinnen, die het gevolg kunnen zijn van te veel bacteriën in het aquariumwater heel weinig voor. Maar het is ook heel goed mogelijk de dieren gewoon in het gezelschapsaquarium te laten en af te wachten wat dat brengt. Wanneer ze dan eenmaal geacclimatiseerd zijn zullen ze regelmatig paren en eitjes afzetten. Niet het hele jaar door maar wisselend met pauzes van meerdere maanden en kortere pauzes waartussen 1 tot 3 weken rust liggen. Meestal is een plotselinge verandering van het weer de trigger, vaak ook is er geen zichtbare aanleiding. De eigenlijke paring verloopt in grote trekken hetzelfde als bij andere Corydoras-soorten. Er wordt afgezet in de groep. Alle vissen doen eraan mee, ook de vrouwtjes die op dat moment niet aan afzetten toe zijn. Nadat een vrouwtje door twee mannetjes heftig belaagd is en met een van de twee uiteindelijk in de typische T-houding gepaard heeft worden in het buikvintasje twee of drie eitjes opgenomen en overgebracht naar een uitgekozen plaats om daar te worden vastgehecht. Ze tonen vooral belangstelling voor Javamos waarmee de wanden in het aquarium zijn begroeid. Ook de onderkant van hori- zontaal groeiende plantenbladeren worden wel benut als afzetplaats. De achtervolging van paarwillige vrouwtjes door de mannetjes wordt bij tijd en wijle zo stormachtig en wild dat het wijfje, als ze eitjes wil afzetten alweer belaagd wordt en als gevolg daarvan de eitjes verliest. Corydoras panda houdt er kennelijk niet van om eieren aan de ruiten te kleven en ook stroming wordt gemeden als ze daartoe de kans hebben. Vaak worden de eitjes pas gelegd nadat het licht is uitgegaan. Afhankelijk van allerlei situaties worden tussen de 30 en 40 eieren geproduceerd. Meestal zijn er een paar bij die niet bevrucht zijn. De relatief grote eitjes komen vooral afhankelijk van de temperatuur na 4 tot 8 dagen uit. De larven zijn dan helemaal zwart. Behalve dan de dooierzak die zeer donkergeel is en die binnen ca. 4 dagen is opgeteerd.
De opfok is in ieder geval heel eenvoudig; de grote larven groeien behoorlijk snel op en het percentage van uitval is meestal te verwaarlozen. Vanaf de vijfde dag kan worden gevoerd. De larven krijgen ook in de volgende weken geen waarneembare patroon of punttekening op de flanken. Alleen de zwarte band over de ogen tekent zich na de eerste week al duidelijk af. Bij goed ontwikkelde larven ontwikkelt de vlek in de rugvin zich na ongeveer de vierde of de vijfde week. 2 tot 3 weken later verschijnt de aanzet van de caudaalvlek die zich begint te ontwikkelen. Natuurlijk komen er ook bij deze soort larven voor die zich minder snel ontwikkelen. Dit heeft voor de verdere opfok echter geen nadelige gevolgen, zeker niet als de grotere vissen eerder in een groter aquarium worden overgezet. Uitgekleurde vissen zijn ook al zo groot dat ze zonder probleem bij de ouderdieren kunnen worden gezet. Dat is na acht weken als ze naast de karakteristieke tekening ook 2 cm lengte bereikt hebben. Ze zijn dan volkomen het evenbeeld van hun ouders, alleen kleiner. Op deze manier kan de groep in het aquarium al vlug enige tientallen groot zijn. Een flinke groep Corydoras panda in een ruim aquarium is fantastisch om te zien, vooral als ze zelf gekweekt zijn. Literatuur Braun,W., Corydoras panda: Ein kleiner Wels im Zuchtaquarium ATinfo 18/2000 Burgess, W. E., Atlas der Panzerwelse Glass, S., Keeping and Spawning Corydoras panda.- TFH, July 1997, p. 90-96 Hieronimus, H., Panzerwelse Isbrücker, I.J.H., Zes recent beschreven Corydoras-soorten van Brazilië, Peru, Guyana en Venezuela; Het Aquarium] 973 43/8 Baensch H., Rüdiger R.; Aquarien Atlas Bd. 2 en 5 Sanos, D., Südamerikanische Welse Seuß, W., Corydoras, die beliebtesten Panzer-welse Südamerikas. Ettlingen,. 1992 (De foto's geven een verkeerd beeld van juiste bodemstructuur. Red.) |