|
Wetenswaardigs over Drosophila Verzameld, bewerkt, uitgebreid en van commentaar voorzien door Frans Maas, illustraties van de auteur, tenzij anders aangegeven De meeste aquariumliefhebbers kennen de fruitvlieg wel. Voor oppervlaktevissen worden ze vooral aanbevolen als kwalitatief hoogwaardig voedsel, maar bijna alle andere aquariumvissen weten na een gewenningsperiode dit voedsel bijzonder te waarderen. Of het merendeel van de liefhebbers ze ook uit de eigen aquariumpraktijk kent, waag ik te betwijfelen. In onze tijd van druk, druk, druk en altijd haast grijpt men liever naar makkelijker te hanteren voedsel. En dat is jammer. Er is geen beter voer dan juist fruitvliegen, waarin proteïnen en balststoffen in een uiterst uitgebalanceerde verhouding aanwezig zijn. Bovendien kan men ze op allerlei manieren verrijken om de voedingswaarde op te voeren. Ze zijn ideaal om een periode, waarin natuurlijk voedsel wat moeilijker te krijgen is, te overbruggen. Maar behalve als voer is de fruitvlieg in de loop der tijd nog voor talloze andere doeleinden gekweekt.
Om een indruk van de geweldige diversiteit van deze artikelen te geven, hieronder een bloemlezing van onderwerpen die ik de laatste jaren gewoon uit interesse verzamelde. Toen ik ze laatst nog eens onder ogen kreeg, vroeg ik me af, waarom ik ze niet eerder ter publicatie had aangeboden. In sommige gevallen kon ik er niet meer achterkomen wie de oorspronkelijke auteur was. Het navolgende artikel stond in Het Parool van vrijdag 16 januari 1987 en werd geschreven door Dik Binnendijk.
Als de nietsvermoedende toerist na terugkeer van zijn tijdelijk vakantieverblijf iets in de afvalcontainer gooit, die een vakantie lang werkloos thuis is gebleven, loopt hij het risico een wolk vliegjes in zijn gezicht te krijgen. Je kunt deze fruitvliegjes ook zien zwermen rond de spoelbak van een niet al te schoon café. Fruittelers noemen deze insecten 'bederfvliegjes', want als ze deze beestjes zien. dan weten ze dat er fruit aan het rotten is. Amerikaanse tomatentelers zien de fruitvlieg ook liever gaan dan komen. Want de vrouwtjes leggen graag eitjes in gebarsten tomaten en binnen een paar dagen wemelt het van de larven in die tomaten. Echt schadelijk is de fruitvlieg echter niet; hooguit een beetje lastig. Wetenschappers die zich bezighouden met genetisch onderzoek, zijn zelfs 'dol' op dit insect. In het begin van deze eeuw werd er al onderzoek gedaan aan Drosophila, de wetenschappelijke naam voor de fruitvlieg. Net zoals je bij honden poedels en bouviers hebt, zijn er ook verschillende soorten Drosophila's. Het meeste onderzoek wordt gedaan aan Drosophila melanogaster; een andere soort is Drosophila simwa 113. Ongeveer de helft van het erfelijkheidsonderzoek aan eukaryoten (alle levende wezens behalve bacteriën en virussen) is gedaan met Drosophila. Tot 1982 is er gemiddeld elke dag wel een wetenschappelijke publicatie over de fruitvlieg verschenen; op dit moment zijn er al meer dan 50.000 artikelen. Een van de belangrijkste redenen om onderzoek te doen met Drosophila is, dat de fruitvlieg zich zeer snel voortplant: bij kamertemperatuur zijn er na veertien dagen nakomelingen. In één jaar tijd krijgt Drosophila zo'n 25 generaties nageslacht. Daardoor kun je in vrij korte tijd genetische wetmatigheden ontdekken en zien of een bepaald kenmerk van een vlieg erfelijk is. Zou je hetzelfde genetische werk willen doen met koeien, dan ben je al gauw ruim een mensenleven bezig, als alles meezit.
De fruitvlieg is zeer gemakkelijk en goedkoop te kweken. Een vrouwtje kan voor een paar honderd nakomelingen zorgen. Mocht er een Drosophila ontsnappen, dan is dat ook geen probleem, want Drosophila's dragen geen ziekten over en verstoren geen natuurlijk evenwicht. Bovendien houdt ze het slecht uit in ons klimaat. Dr. Folchert van Dijken, wetenschappelijk medewerker van de vakgroep Populatie- en Evolutiebiologie van de Rijksuniversiteit Utrecht (RUU), heeft voor zijn proefschrift over het gedrag van Drosophila's tussen de tien en dertien miljoen vliegen gebruikt. Drosophila wordt vooral voor fundamenteel onderzoek gebruikt en dient als een modelorganisme. Indirect worden de resultaten van dit onderzoek toegepast bij het fokken van andere diersoorten en bij het genetisch onderzoek van de mens. Van Dijken vindt dat je de resultaten van het genetisch onderzoek aan Drosophila's kunt vergelijken met het ontdekken en het ontwikkelen van een schep. Het maken van het werktuig is volgens hem belangrijker dan het gebruik ervan. Het is allebei nodig, maar je zou de grond nooit zo goed kunnen bewerken als je niet eerst een schep ontdekt had. Prof. dr. W. Scharloo, hoogleraar van genoemde vakgroep en decaan van de subfaculteit Biologie van de RUU, vindt dat een goede continuïteit van het fundamentele onderzoek een eerste vereiste is om tot maatschappelijke toepassingen te komen. Volgens hem zijn er duidelijke verschijnselen dat wetenschapsgebieden naar de knoppen gaan, doordat ze zo gemakkelijk geld kunnen krijgen voor toegepaste richtingen. Scharloo noemt als voorbeeld de microbiologie (onderzoek aan bacteriën en virussen), die door de hele opkomst van de (op commercie gerichte) biotechnologie nauwelijks meer toekomt aan echt fundamenteel onderzoek. Toch gaat ook het Drosophila-onderzoek zich meer richten op maatschappelijke toepassingen. De fruitvlieg kan een belangrijke rol gaan spelen in milieugericht onderzoek. Zo zoekt Van Dijken op dit moment in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne in Bilthoven naar mogelijkheden om Drosophila in te schakelen bij de toelating van nieuwe chemische stoffen op de markt. Zo'n stof wordt eerst onderworpen aan een batterij van verschillende soorten standaardproeven. waarbij wordt gekeken of de stof carcinogeen (kankerverwekkend), mutageen (erfelijke afwijkingen), teratogeen (schadelijk invloed op nog ongeboren dieren, monstervormen veroorzakend) of toxisch (giftig) is. Wordt er niets gevonden, dan mag de stof geproduceerd worden. Gevoeliger volgens Van Dijken zou het gedrag van Drosophila een veel gevoeliger instrument kunnen zijn dan nu om te zien of een stof wel zo veilig is als aangenomen wordt. In vergelijking met niet aan de stof blootgestelde dieren kun je gedragsveranderingen waarnemen. De vliegen zijn bij voorbeeld minder alert, minder nieuwsgierig en leren minder gemakkelijk iets aan. Deze veranderingen zijn eerder meetbaar en in getallen uit te drukken dan de al genoemde effecten van de standaardproeven. Het streven is een gedragsproef met Drosophila in de batterij op te nemen. De eerste resultaten zijn tot nu toe bemoedigend. Bij toeval wordt de 'racebaan', die Van Dijken voor z'n promotie heeft ontwikkeld om de loopactiviteit van Drosophila's te kunnen meten, nu gebruikt bij de biologische bestrijding van de witte uienvlieg. Voor deze bestrijding worden niet-vruchtbare (steriele), mannelijke witte uienvliegen gekweekt. Deze mannetjes worden in grote hoeveelheden losgelaten om met de vrouwtjes te paren. Na de paring leggen vrouwtjes eieren die niet uitkomen en daarmee onderdruk je na verloop van tijd een plaag van uienvliegen. In de praktijk bleek echter, dat de vrouwtjes de voorkeur gaven aan wilde mannetjes: die waren actiever. Er zijn vervolgens witte-uienvliegmannetjes gekweekt met een grotere activiteit. Om deze activiteit te meten, wordt de racebaan gebruikt. De 'machomannetjes' worden momenteel in groten getale gekweekt, gesteriliseerd en vervolgens op de vrouwen in de natuur losgelaten. Ze doen nu niet onder voor de wilde mannen.
Een ander onderzoek van fruitvliegjes betreft de omzetting van alcohol in het lichaam. Drosophila melanogoster is sterker aangepast aan een alcoholische omgeving dan andere Drosophila-soorten. Jarenlang is aangenomen dat bij de fruitvlieg alcohol op dezelfde manier in het lichaam wordt omgezet als bij de mens: het enzym ADH (alcoholdehydrogenase) zet alcohol om in aceetaldehyde, een stof die veel giftiger voor het lichaam is dan alcohol, en deze stof wordt door een ander enzym omgezet tot het voor het lichaam onschadelijke azijnzuur. Volgens professor Scharloo heeft een van z'n medewerkers aan de RUU ontdekt dat D. melanogoster de ADH-alcohol direct omzet in azijnzuur, waarbij geen aceetaldehyde vrijkomt. Scharloo merkt ironisch op dat het toch een prachtige toepassing zou zijn als we dit Drosophila-gen met die erfelijke eigenschap in de mens konden bouwen, zodat we veel minder last zouden hebben van de kater na een avondje te veel alcoholgebruik. In de Verenigde Staten heeft de overheid wel geld over voor verder onderzoek op dit gebied. Is er in ons land misschien een belangstellende bierbrouwer? |
|||||||||||||||