Perfect in evenwicht
Tekst en foto's: Peter Wirtz, vertaling: Henk Alblas
Beenderen en lichamelijk weefsel zijn zwaarder dan water. Om hun evenwicht
te compenseren bezitten beenvissen een zwemblaas. Inktvissen hebben een
geheel andere oplossing voor dit probleem gevonden.
| |
 |
|
Perfect in evenwicht: de algemene inktvis Sepia officinalis |
Inktvissen van de familie SEPIIDAE dragen in de rug een vaste structuur; een
onder de huid liggende schelp (noot redactie: in Nederland wordt deze
kalkachtige schelp ook wel zeeschuim genoemd en wordt vaak massaal in de
vloedlijn gevonden om daarna als wetsteen en ook als kalkvoer voor vogels te
worden gebruikt).
Deze schelp is verbazingwekkend licht. Hij bestaat namelijk uit duizenden kleine
gaskamers, die door dunne kalkwanden zijn ingesloten. Omdat hij zo licht is,
brengt de schelp de opwaartse druk voort, die het gewicht van de inktvis
compenseert. Als resultaat zweeft de inktvis dan gewichtloos in het water en
hoeft geen energie te gebruiken om het wegdrijven te compenseren. Als hij
groeit, worden er eenvoudig nog een paar honderd nietige gaskamers
bijgebouwd.
| |
 |
|
De schelp komt overeen met een vaste zwemblaas; hier die van Sepia officinalis |
In vergelijking met de zwemblaas van vissen heeft deze schelp zelfs nog het
voordeel, dat zijn volume niet verandert door drukverandering. Als een vis naar
beneden zwemt, wordt de zwemblaas door de druk samengedrukt en moet de
vis gas in de zwemblaas uitscheiden om het volume constant te houden. Zwemt
een vis naar boven, dan wordt de omgevingsdruk minder en begint de
zwemblaas uit te dijen. Om het volume van de zwemblaas constant te
houden, moet een vis gas uit de zwemblaas verwijderen en dat wordt dan in het
bloed opgelost. In tegenstelling hiermee heeft de schelp van de inktvis altijd
hetzelfde volume.
 |
|
|
Gewichtloos baltsend paar Sepia officinalis |
De schelp van Nautilus bevat ook gaskamers, echter veel grotere dan
die van de Sepiiden. Deze kamers liggen in het achterste gedeelte van de
schelp en zijn door een gat in het midden van de scheidingswand verbonden.
Door dit gat loopt in het levende dier een weefselstreng. Het lichaam van het
dier zit in de voorste kamer. Nautilus kan zijn opwaartse druk veranderen
door water in of uit de gaskamers te pompen.
Nog verbazingwekkender: als Nautilus in water met een laag
zuurstofgehalte duikt, verandert hij niet alleen zijn stofwisseling (en daarmee
het zuurstofverbruik), maar hij kan zelfs zuurstof uit de gaskamers halen.
Nautilus is de inktvis met een duikersfles! |