|
Planten zijn groen Tekst en foto's: Lucas Bauer O! Gelooft u dat? Planten zijn groen!? Ach, misschien hebt u niet helemaal ongelijk, maar bij elk geloof plaats ik vraagtekens en absolute schijnzekerheden ondergraaf ik graag. Zonder woorden als allerlei, misschien, soms, vaak, valt geen zinnige uitspraak te doen. Ik wil u enkele plaatjes laten zien van planten zonder bladgroen en ik zal het verschijnsel van niet-groene groeivormen even aanroeren om uw nieuwsgierigheid te prikkelen. Want in het voorjaar gaat elke rechtgeaarde aquarist naar een sloot en kijkt om zich heen. Inderdaad: allerlei algen - tegenwoordig niet echt als planten beschouwd
Planten zonder bladgroen - ja, niet-groene planten bestaan - missen het vermogen om zelf lichtenergie te benutten. Net als zwammen zijn dat opruimers of tafelschuimers, saprofyten dan wel parasieten. Ook in ons land kennen we enkele chlorofylloze planten. Orchideeën als bleek bosvogeltje of paarse aspergeorchis zijn saprofyten die in bossen of aan de bosrand leven in de strooisellaag en in de voorzomer soms hun bloempracht tonen. En hebt u weleens in het voorjaar langs de sloot of berm tussen laag gras bruinige stengels van 20 of 25 cm. gezien? Daaraan is geen groen te bekennen. De plant leeft een groot deel van het jaar ondergronds. Wat we in het vroege voorjaar zien, zijn vruchtbare stengels die afsterven, nadat de sporen zijn verstoven. Dan verschijnen tamelijk slordige paardenstaarten en die zijn bovengronds grotendeels groen. Heermoes kent twee generaties na elkaar.
Dat is overigens wel belangwekkend. Populieren worden vaak geparasiteerd, bijvoorbeeld door de maretak of vogellijm, maar wilgen uit dezelfde familie zelden. Wilgenbast is vroeger wel in de volksgeneeskunst gebruikt. Het werkzame bestanddeel salicine maakt deel uit van acetyl-o- salicilicum in tabletten die iedereen wel eens heeft genomen: aspirine van Bayer, dat scherp is voor de maag, en het zachtere Chefarine van de Chemische Fabriek Naarden. Toch vormen allerlei wilgen denkelijk de voornaamste gastheren van schutwortels en worden in zuidelijke streken, vanaf Midden-Frankrijk. Ook wilgen worden regelmatig aangetast door maretak, ondanks hun acetylzure bescherming. Overigens kun je wat zuidelijker vogellijm ook vinden op hardere bomen als witte Acacia en in de Balkanlanden of het Middellandse-Zeegebied op vrijwel alle boomsoorten inclusief eik. Speciaal voor druïden met gouden sikkel. Heermoes - tussendoor genoemd om u weer even op het verkeerde been te zetten - is dus niet echt een plant zonder bladgroen, maar een plant met een tijdelijke bladgroenloze verschijning. Een primitieve sporenplant waarvan men nog niet zeker is over echt nauwe verwantschap aan varens. Wel degelijk een vaatplant die zeker tot de groene planten gerekend moet worden. De saprofytische orchideeën horen tot de orchideeënfamilie of ORCHIDACEAE. De fraaie bremrapen vormen ook een eigen familie, de
Naschrift De bremraap per definitie, Orobanche rapum-genistae, moet tegenwoordig grote bremraap heten. Brem hoort evenals klaver bij de vlinderbloemigen, maar de landbouwers van weleer kenden ook 'bremrapen' als parasiet op heel andere planten, bijvoorbeeld de hennepvreter. Walstrobremraap en klimopbremraap zijn bekende soorten die het woord bremraap al tot een contradictio in terminis maken: een binnen de naam zelf besloten tegenstelling! Het Grieks woord orobos is erwt of peulvrucht. Het Griekse anchè, anchi, anke - vergelijk ons woord anker - betekent aangehecht, aangrenzend, aanhangend, nabij. Orob-anche betekent dus aangehecht aan of vlak bij een (vlinderbloemige) erwt. En rapum genistae is wortel van brem. Beeldender kan een botanische naam niet zijn! |