|
Zevende plaats: B. Riecht |
Voor De Siervis kwam B. Riecht uit. Hier diende zich het probleem zich
van: waar begint de tuin en/of waar eindigt de vijver? De veelheid van
soorten bewoners, wel/niet bewust uitgezet, is niet altijd in
overeenstemming met elkaar. Voor de amfibieën is alles aanwezig
in deze tuin. De viskeuze en -bezetting verdienen stof tot nadenken. Een
scholenvis (de winde), die groot wordt, verdient de ruimte, die hem
toekomt. Opmerkelijk en leuk gevonden was de aansluiting met de
buren. Hoge coniferen met daarvoor de vlonder met de daaraan
bevestigde attributen doen denken aan een aanlegsteiger uit een ver
verleden. Het geheel maakt een speelse indruk, waardoor de groene
muur minder in het oog valt. |