Uit de schatkamer van Suriname
De paradoxale kikker Pseudis paradoxa
Tekst en foto's: Lucas Bauer
Pseudis paradoxa, de paradoxale kikker, lijkt wel wat op een gewone
groene kikker, maar is een tamelijk ongewone waterkikker. Een groene
waterkikker uit Zuid-Amerika: Amazonegebied en Guyanalanden. Niet echt
zeldzaam, maar moeilijk te benaderen en zover ik weet niet vaak gevangen en
niet vaak gefotografeerd.
Deze ongewone, paradoxale kikker leeft in grote delen van Zuid-Amerika als
toch wel vrij gewone waterkikker. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van
Trinidad over Brazilië tot noordelijk Argentinië. Maar in dit
reusachtige gebied lijkt het uiteindelijk toch om enkele soorten te gaan. Wij
beperken ons tot Suriname. Zowel met de naam als met de levensgeschiedenis
van deze Surinaamse groene waterkikker is iets ongewoons aan de
hand.
| |
 |
Pseudis paradoxa met Pipo parvo
Buiten de perken en in de sloten wemelt het nog van interessant leven. Deze
paradoxale kikker werd dan ook niet in een hok gefotografeerd, maar van
meters afstand in een niet toegankelijke sloot. Tegen zijn kop rust een kleine
raatpad, die met een voorpoot in de mondhoek gevangen lijkt. |
Ongewoon: dikkopjes kun je de kikkervissen van deze soort niet noemen.
Dikkoppen zijn het of liever nog dikbuiken. Linnaeus noemde ze aanvankelijk
Lacerta paradoxa, de dikbuikige waterhagedis, die in een vis zou
veranderen, maar niet van visachtig kikker zou worden. Dat is met recht
paradoxaal, niet waar?
Ongewoon: de larven groeien uit tot dikke forse kikkervissen van 20 tot 25 cm
lengte, die een romp van 7 of 8 cm hebben. Maar bij het afsluiten van de
metamorfose meet het kikkertje niet meer dan 4 of 5 cm. Na de gedaanteverwisseling is het dier
dus kleiner geworden. Krimpende metamorfose noemt men dat wel.
Ongewoon: de tenen hebben een extra kootje, zoals dat ook bij veel
boomkikkers voorkomt. Daarom wordt deze waterkikker ook wel bij de
boomkikkers gerekend. Volgens die opvatting behoort de paradoxale kikker tot
de familie HYLIDAE, maar volgens andere en even gangbare opvattingen is er
een eigen familie PSEUDIDAE.
Ongewoon: in Europa en Azië worden wel kikkers, en dan vooral de dijen
(kikkerbilletjes), gegeten. Als froglegs staan ze op de menukaart van menig
restaurant. In enkele Aziatische landen worden grote kikkers gekweekt en
ingeblikt. In het noorden van Zuid-Amerika werden grote kikkervissen als
delicatesse gegeven.
| |
 |
 |
Gier & gieren
De dierentuin van Paramaribo is nog maar een armzalige rest van de vroegere
glorie. Met weinig dieren en haast zonder inkomsten wordt geprobeerd de
bezoekers toch nog iets te bieden. Deze vrijbuiters van gieren storten zich
gretig op het voor andere dieren aangeboden voer: de perken zijn van boven
immers open! |
De Surinaamse groene waterkikker, die paradoxale kikker heet, is meestal
grasgroen tot olijfkleurig, net als veel boombewonende kikkers en evenals
zoveel Noord-Amerikaanse of Euraziatische waterbewonende kikkers.
Ongetwijfeld een beschermende kleur, waardoor ze onder water of tussen
groen plantendek minder opvallen. Maar als ze op een dode boomstam of op
rottende plantendelen zitten, is groen soms wel degelijk opvallend. Soms
komen er dan ook enigszins bruin gekleurde exemplaren voor en een populatie
met voornamelijk bruine individuen werd onlangs Pseudis fusca
genoemd. Of dat algemeen aanvaard wordt, weet ik echter niet. Ook in Europa
kennen we wel flink uit de kluiten gewassen, forse dikkoppen, die na het
afsluiten van de gedaanteverwisseling niet echt groot zijn. De knoflookpad
Pelobates fuscus komt aan land als een kikkertje van misschien 4 cm.
Voor de metamorfose kunnen ze 15 tot 17 cm lang in het water zwemmen met
een lijf van vijf. Dikkopjes van Alytes obstetricans kunnen soms 12/13 cm
worden en groter dan 3 cm heb ik de padjes nooit gezien. Maar bij de
paradoxale kikker in dit verhaal is het verschil toch wel opvallend groot. |