|
Voeren met runderhart, een riskante zaak? Tekst: Dick Poelemeijer Het voeren met runderhart is een wijdverbreid fenomeen, dat zelfs door bepaalde kwekers van discusvissen als een voordeel wordt aangemerkt. Recente onderzoeken hebben echter aangetoond, dat er nogal wat vraagtekens geplaatst moeten worden bij deze wijze van voedering en ook fabrikanten van voeders en medicamenten wijzen op het gevaar van deze manier van voeren, waar vooral cichliden gevoelig voor zouden zijn. Het grootste bezwaar tegen het voeren van runderhart aan vissen is de aanwezigheid van proteïne en vet. Beide voedingsstoffen, vooral in runderhart, bevatten stoffen die nader dienen te worden bekeken. Allereerst echter een verwijzing naar onderstaande tabel. Deze toont een overzicht van een paar belangrijke stoffen van runderhart in vergelijking met het minder kritische hoenderhart (kippenhart of kalkoenhart) en het als voer ook nog steeds gebruikte visfilet, in dit voorbeeld forellenfilet. De gebruikte afkortingen betekenen: VG = Vers Gewicht, dat wil zeggen: de verteerbare massa zoals deze wordt aangeboden. Trekt men hiervan - rekenkundig of door droging - het water af, dan blijft het zogenaamde DG = Droog Gewicht over. De voor de vissen als essentieel geldende aminozuren zijn eveneens vermeld en als zodanig opgeteld om te tonen hoeveel van deze eiwitbouwstenen, die van buitenaf toegediend moeten worden, in ieder enkelvoudig voedingsmiddel aanwezig is.
Analyse van de drie in de tekst genoemde enkelvoudige
voedingsmiddelen
Alleen met betrekking tot isoleucine en leucine is runderhart met visfilet vergelijkbaar; hoenderhart valt hier duidelijk af. Bij alle andere aminozuren is forellenfilet, ook bij het totaal van de essentiële aminozuren absoluut in het voordeel. Zou men alleen op de ruwe voedingsstoffen proteïne en vet beoordelen, dan kan runderhart als ongeveer gelijkwaardig met kleine prooivissen en/of zwarte muggenlarven beoordeeld worden. De insectenlarven zijn echter collageenarm of zelfs collageenvrij en bevatten circa 56 tot 60% proteïne in DG, zomede meer nuttige ballaststoffen.
Collageen __ Daarmee is een kritisch begrip in verband met proteïne (eiwit) van het runderhart gevallen. Collageen! Dit bindweefseleiwit is zelfs in zorgvuldige ontzeend en van de huid ontdaan runderhart aanwezig en bij niet goed bereid materiaal zelfs rijkelijk. In het onschuldigste geval is het alleen onverteerbaar en wordt het bijna in zijn geheel uitgescheiden. In het ergste geval voert het tot verstoppingen in de darm. Men gaat er zelfs vanuit, dat collageenhoudende voedingsmiddelen bij jonge dieren dodelijk kunnen zijn. Ook daar bestaat het gevaar van darmafsluiting. Collageen is een structuurproteïne, die in botten, kraakbeen, bindweefsel en verschillende vliesweefsels rijkelijk aanwezig is, maar ook in runderhart. Naar men beweert, zou collageen bij volwassen vissen minder problemen geven, maar zou de darmpassage langzamer worden, wat echter door opstuwing tot een massavermeerdering van darmflagellaten kan leiden. De darmflora van verschillende vissoorten zou collageen echter gedeeltelijk kunnen verteren. Ongewervelde voederdieren echter hebben slechts een gering aandeel collageen. Dit geldt ook voor visfilet. Ook hoenderhart heeft met betrekking tot collageen en in vergelijking met runderhart een kleiner nadeel.
Vet! __ Gevogeltevet en daarmee ook het vet van hoenderhart is bij de temperatuur waarbij wij onze vissen plegen te houden een halfvaste, geelvette substantie. Deze consistentie maakt dat vogelvetten voor koudbloedige organismen zoals bij vissen, van wie het lichaam de temperatuur van de omgeving aanneemt, een zekere verteerbaarheid hebben. Visvetten zijn eerder oliën, wat betekent, dat zij zelfs bij omgevingstemperatuur vloeibaar zijn. Geheel anders en zelfs gevaarlijk is echter het vet in zoogdierweefsels, zo ook in runderhart. Runderhart is bij omgevingstemperatuur en zelfs bij 32 °C nog niet eens halfvast, laat staan vloeibaar, wat voor een goede verteerbaarheid beslist noodzakelijk is. De tabel toont, dat zelfs goed ontvet runderhart nog rijkelijk veel 'inwendig' verstopt vet bevat. Maar de meeste warmbloedige vetten zijn voor koudbloedigen compleet onverteerbaar! Daardoor wordt de noodzakelijke voederenergie bijna geheel uit de proteïne gewonnen, tenminste als men runderhart als toevoeging van een voedingsmiddel gebruikt, dat voor een deel verteerbare koolhydraten als energiebron heeft. Precies zoals bij collageen wordt ook onverteerd vet aan de darmwand gekleefd, zodat de belangrijke doorloop gestoord wordt. Kort gezegd kan men stellen dat 'warmbloedige' vetten en 'warmbloedige' proteïnen eigenlijk niets in vissen te zoeken hebben, want zij maken de vissen ziek! Ook als deze bij vissen een kortstondige gewichtstoeneming bewerkstelligen. Onderzoeken hebben uitgewezen, dat bijvoorbeeld discusvissen die 'gemest' zijn met voedingsmiddelen die runderhart bevatten, hier op latere leeftijd de nadelige gevolgen van ondervinden en daardoor ook korter leven. Ook als deze voedingsmiddelen zijn verrijkt met mineralen en vitaminepreparaten zijn zij uitermate ongeschikt. Wil men toch gebruik maken van hart, dan komt hoenderhart, geheel ontvet en ontdaan van huid, weefselresten en zenen, in aanmerking. Veel beter is het echter om gebruik te maken van visfilet. In feite zou men naar de natuur moeten kijken, daar waar vissen zich in 99,9% van de gevallen voeden met insecten en vissen. Discusliefhebbers, die zelf niet kweken, doen er goed aan om bij bekende kwekers te kopen en hen te vragen hoe de jonge dieren zijn grootgebracht. Dit kan in de toekomst minder problemen geven met darmflagellaten. Referenties __ Dreyer, Stephan (2003): 'Rinderherz-Fütterung in der Aquaristik'. D. Aqu. u. Terr. Z. (Datz) 56 (9): Aquarien-Praxis 6-7. Persoonlijk archief: sera: 'Gezonde siervissen - hoe?', Winkler Prins Encyclopedie |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||