|
De oerwouden van de zee Tekst en afbeeldingen: H.A. Ring Langs de stranden lopend zien we een overweldigend aantal soorten wieren, in allerlei vormen en kleuren. Dit zien we overal. Niet alleen in Nederland, maar langs alle kusten zijn deze planten te vinden. In onze aquaria zien we ze zo af en toe, maar vanwege de ongebreidelde groei zijn Caulerpa-wieren vrijwel uit onze bakken verdwenen. Toch spreken sommige soorten sterk tot onze verbeelding.
Naast de bekende Caulerpa-soorten is dat onder meer kelp. Kelp komt met name voor de kust van Californië veel voor en vormt daar een min of meer aparte en bijzondere levensgemeenschap. Kelp is eigenlijk een soort verzamelnaam voor een aantal uitzonderlijke wieren. Het zijn de grootste wieren, die we kennen, en ze zien er eigenlijk meer uit als een plant; zeker in vergelijking met de wieren, die wij vanuit onze bakken kennen. Dit wier staat aan de andere kant van de reeks, die begint met het microscopische fytoplankton en eindigt met deze geweldig grote planten. Hoewel men misschien het idee zou hebben, dat dit wier uit het warme water komt, is dit niet het geval. Kelp is een koudwaterwier en wordt gevonden daar waar de watertemperatuur niet boven de 20 °Celsius uit komt. Kelp behoort tot de bruine wieren en is ondergebracht in de stam (Phylum) Phaeophyta.
De kelpwouden voor de kust van Californië vormen een zeer aparte levensgemeenschap, waar je onder andere de prachtige en sterk beschermde zeeotters vindt. Tussen de 'bladeren' vinden we grote vissen, die daar vrijwel niet opvallen, bijvoorbeeld Sebastes atrovirens. Deze vis van ruim 40 cm lengte kan zich met zijn borstvinnen aan een blad vastklampen en dan is dit dier vrijwel niet te zien. Het zijn trouwens alleen de mannetjes die dit doen, want het vrouwtje leeft op de bodem tussen de rotsen en heeft een zwartwit gemê- leerde kleur. Een andere, zeer opvallende vis is een 'juffertje', Hypsypops rubicundus, dat in de volksmond Garibaldi wordt genoemd. Die zwemt daar met zijn felrood/oranje kleur als een scherp contrast met de wieren. Onder de juffertjes, die wij in de bak hebben, is dit een reus van 36 cm en mag dan ook wel een 'juffer' worden genoemd.
Zoals iedereen heeft ook kelp vijanden. Dit is niet alleen de storm, waardoor de kelp op het strand terechtkomt en waar je dan erg goed de drijfelementen als blazen aan de bladvoet kunt zien zitten. In de kuststrook worden de bladeren door vele dieren gegeten. Op de foto is een blad te zien, waarop honderden heremietkreeften zitten, zodat alleen de vorm van het blad te herkennen is. Het zijn geen slakken, maar al de huisjes waren bewoond door deze kreeften, hoewel ook slakken zich te goed doen aan deze bladeren. De grootste vijand (naast de mens) zijn zee-egels en met name de rode Strongylocentrotus franciscanus en de paarse S. purpurotus. Deze zee-egels vreten complete wieren aan, vooral waar deze dieren massaal voorkomen en dat is juist op die plekken, waar de zeeotter verdwenen is. De zeeotter eet deze zee- egels graag en heeft dus altijd de populatie in toom gehouden. Maar ja, veel van de zeeotters zie je nu als bontkleding gedragen door mensen met veel geld. Gelukkig zijn ze nu beschermd en zijn er projecten gestart om de zeeotter te vermeerderen.
Een andere vijand van de zee-egel, met name de rode zee-egel (Strongylo- centrotus francisconus), is de mens, want hij staat als delicatesse op het menu in gerenommeerde restaurants. Hoe tegenstrijdig het ook moge klinken, het is jammer, dat op dit moment de paarse zee-egel (S. purpuratus) nog niet ergens op het menu staat. Er zijn nu namelijk bepaalde delen in de zee, waar de rode exemplaren worden gekweekt. Op deze kweekgronden worden deze dieren gevoerd met kelp, die op een andere plaats is geoogst. De kelp wordt tot kleine stukjes vermalen en onder water door duikers met een slang tussen de zee-egels gespoten. Zodoende worden ze opgekweekt tot een commercieel aantrekkelijke grootte. Het blijkt, dat - als de dieren voldoende te eten hebben - ze geen enkele behoefte hebben om zich te verplaatsen. Dus slaat men twee vliegen in één klap: zee-egels voor de consumptie en de kelpwouden blijven verschoond van deze dieren. Bij het oogsten van de kelp wordt alleen het bovenste gedeelte van ongeveer 1,5 meter gebruikt. Met een grote maaimachine, die op een schip staat, wordt deze wier geoogst. De geoogste kelp wordt niet alleen voor de opfok van zee-egels gebruikt, maar vindt ook het zijn weg naar de cosmetica- en levensmiddelenindustrie. Op plekken in zee, waar de kelpwouden verdwenen zijn, poogt men door middel van nieuwe aanplant (enten op andere stammen van een andere soort, die er reeds staat) weer een kelpwoud te laten ontstaan. Het laat zich aanzien, dat men redelijk op tijd is om dit prachtige stukje natuur, dat we de kelpwouden noemen, te behouden. Literatuur - John L. Culliney, 1976. The forest of the Sea, Sierra Club Books San Francisco. - Eugene N. Kozloff, 1983. Seashore Life of the Northern Pacific Coast, University of Washington Press, Seattle and London. - Daniel W. Gotdhall, 1989. Pacific Coast Inshore Fishes, 3rd Edition, Sea challengers, Monterey, California. |