Kardinalen en bijlzalmen in het zwarte water __

Tekst en foto's: Jos Hoedeman

De aanhouder wint. Nu op mijn derde reis naar Brazilië ga ik naar het 'vissenparadijs', kardinaaltjes vangen bij Barcelos. Voor het zover is, moet er nog het een en ander geregeld worden. Ik ben op bezoek bij Eddy, een expediteur met een visfarm in Manaus. Eddy doet zaken met diverse Hollandse importeurs. Hij kent een aantal vissers in Barcelos en wil het zo organiseren, dat ik een week met een visser mee kan, terwijl deze op de zijriviertjes van de Rio Negro vis verzamelt.


Barcelos ligt midden in het oerwoud, waar de Rio Negro het breedst is.
  Barcelos
Barcelos ligt 400 km ten noordwesten van Manaus, midden in het oerwoud, waar de Rio Negro het breedst is
Eilandjes Rio Negro
Bij Barcelos is de Rio Negro 30 km breed en bevat tientallen, zo niet honderden eilandjes
Het dorpje met voornamelijk vissers telt meer dan 5.000 inwoners en ligt 400 km ten noordwesten van Manaus. Het is de meest uitgelezen uitvalsbasis om siervis te verzamelen in het zwarte water.

De opkomst van Barcelos __
Ongeveer 50 jaar geleden is het verzamelen van siervis rond Barcelos begonnen. Het plaatsje telde nog maar nauwelijks 500 inwoners. Dr. Herbert Axelrod is dan op zoek naar neontetra's en discus. Op zoek naar de neons vindt hij echter ook de grotere en mooiere kardinalen, waarvan hij er enkele duizenden over weet te brengen naar New York. Dit levert hem het beginkapitaal om vaker zo'n reis te ondernemen. De route en het vervoer zijn nog zeer primitief. Met een klein vliegtuigje wordt de vangst in jerrycans via Engels Guyana en Miami verder naar NewYork gevlogen.
De grote siervisvangst rond Barcelos is daarmee van start gegaan. De kardinaaltjes, Paracheirodon axelrodi, waren een dermate groot succes, dat er steeds meer en uitgebreidere vangsten naar Amerika, Japan en Europa werden verscheept. Verscheidene siervishandelaren, onder wie ook Willy Schwarz van Turkys Aquaris, weten een deel van de markt te veroveren. Zo groeit het dorpje uit tot een basisstation in de siervishandel. Het houden van aquaria wordt steeds populairder. De vraag naar tropische zoetwatervissen van allerlei soort neemt toe. Dus worden steeds meer vanggebieden zowel uit de witwater- als de zwartwaterrivieren gezocht en in ontwikkeling genomen, zoals Altamira aan de rivier de Xingu. Manaus blijkt een meer voor de hand liggende centrale plaats om van daaruit alle continenten te kunnen bedienen. Barcelos echter blijft een belangrijke verzamelplaats en groeit van een onbekend plaatsje van 500 inwoners tot een dorpje met ruim 7.000 inwoners.

De piabeiros __
De visvangst en alles wat daarmee samenhangt is als vanouds met het
  Monding zijriviertje
De motorboot wordt aangelegd aan de monding van een zijriviertje
Hotelbootje  
Het bootje van 2,5 x 8 m zal de komende dagen mijn hotel worden
leven van de rivierbewoners verweven. Vissen zit hun in het bloed. De overgang van het vangen van consumptievis naar het vangen van siervis was een kwestie van techniek. Wie had vroeger niet als kleine jongen een karperzalmpje, piaba, gevangen. Piaba is het Portugese woord voor karperzalmpje. Vandaar dat de vissers met die speciale technieken zich piabeiros noemen in tegenstelling tot de gewone pescadors.
De piabeiros vertrekken 's zondags na de kerkdienst met hun motorbootjes naar de visgebieden en blijven bijna een week weg. De motorboot wordt aangelegd aan de monding van een zijriviertje en van daaruit varen ze met hun kano's de kleine stroompjes op om met hun handnetten de karperzalmpjes te verschalken. De vangst wordt in bakken verzameld, die minstens twee keer per dag van vers water worden voorzien. Vaak gaan de vrouwen en kleine kinderen mee. De schoolgaande kinderen hebben hun schoolplicht, althans zo is het tegenwoordig. Bij terugkomst in Barcelos worden de visbakken overgedragen aan de handel, die ze verder naar de visfarms in Manaus vervoert. Ieder levert aan zijn eigen exportbedrijf. Vaak heeft de exporteur de motorboot gefinancierd en dat geeft natuurlijk verplichtingen.

Het siervisvisseizoen loopt van september tot eind november. Dat heeft alles te maken met de regentijd en de waterstand in het riviersysteem. Het regenseizoen loopt van januari t/m april. De hoogste waterstand bij Manaus is echter in juli wanneer het smelt- en regenwater uit de Andes daar langs trekt; de laagste waterstand wordt in januari bereikt. Dit betekent, dat de seizoentrek van de vis naar de overstromingsgebieden in mei/juni zijn hoogtepunt bereikt en dat er dan eieren afgezet worden. De visvangst kan pas op gang komen als het water zich voldoende uit de overstromingsgebieden terugtrekt en de vissen de hoofdstromen weer opzoeken. Het hoogtepunt van de siervisvangst valt in oktober.

Naar Barcelos __
Eddy, zo blijkt, heeft van alles geregeld. Ik moet nog wel zorgen, dat ik in Barcelos kom. Vliegtuig of boot? Met de boot duurt het bijna twee dagen. Ik besluit heen met het vliegtuig te gaan en terug met de boot. Jippie, het lukt allemaal. Morgen vlieg ik naar Barcelos en overmorgen zit ik in een kano met een visnet op de Rio Negro.
In Barcelos zoek ik mijn hotel op voor de nacht en moet ik mijn piabeiro proberen te vinden. Dat is echter niet nodig, want Waldir meldt zichzelf en vertelt wat hij van plan is. We gaan zes dagen op pad en ik moet zelf voor mijn eten en drinken zorgen. Dat dacht ik niet. Het drinken is akkoord, maar voor het eten kunnen zij beter zorgen. Waldir denkt, dat ik niet van rijst, bonen en vis houd. Nou, reken maar. Ik eet wel wat de pot schaft. Over de prijs zijn we het dan gauw eens. Zondag komt hij me om 11.30 ophalen bij het aanlegsteigertje van het hotel.
Mijn hotel, nou ja een paar kamers met douches en een simpel ontbijt, ligt aan de Rio Negro. Vanuit mijn zitplaats, een gammele bank in de tuin van het hotelletje, kijk ik uit over het water. Onvoorstelbaar groots; het is een meer, dat aan me voorbijtrekt. De rivier is hier 30 km breed en bevat tientallen, zo niet honderden eilandjes.
Een meter of tien onder me trekken de diverse vissersbootjes langs de ietwat steile oever aan me voorbij. Schamele verveloze gevalletjes van 6 tot 10 meter, die op weg naar huis driftig voortpuffen. Enkele honderden meters verder schuift een duwbootcombinatie beladen met containers en een heuse vrachtwagen oostwaarts. En al die drukte verstoort het massaal vredige beeld nauwelijks, want vanuit mijn hoge zitplaats zie ik hoe de weidse rivier overheerst met op de achtergrond een tiental eilanden, die de einder aan mijn oog onttrekken.

  Verzamelbak   Uitzetten vangkorf
Olda brengt haar vangbeugel in positie en met de peddel worden de visjes in het net van de vangbeugel gedirigeerd Met een plastickommetje worden de visjes in de verzamelbak overgebracht; een flinke plasticzak in een gevlochten korf Op een open plek bij een zandbank wordt een vangkorf uitgezet

Het eerste visgebied __
De visgebieden, die wij bezoeken, liggen aan de overkant tegenover Barcelos. We zullen de riviertjes Demini, Araça en Coipé bevissen. Met de vissersboot tuffen we tussen de eilanden door en varen dan ook nog een stukje stroomopwaarts. Uiteindelijk zijn we op deze zondag 26 oktober 1998 ruim 8 uur onderweg geweest. Het bootje van 2,5 x 8 m zal de komende dagen mijn hotel worden en ik deel dat met Waldir en zijn vrouw Olda. Mijn 'slaapkamer' wordt van de andere gescheiden door twee stapels kisten. We slapen in hangmatten.

De volgende ochtend stappen we al vroeg over in de kano's, die bij de overtocht achter de boot aan bungelden. We bevaren een breed water, de mondingsbaai, die onmerkbaar smaller wordt. Tot we na een halfuur in de stroming van een beek terechtkomen. Hier gaan we vissen.
In een bocht van de beek ontdekken we wat visjes. Olda werkt haar kano achter het schooltje, brengt haar vangbeugel in positie en met een beweging van de peddel worden de visjes in het net van de vangbeugel gedirigeerd. Lapis, Nannobrycon unifasciatus. Met een plastickommetje worden de visjes in de verzamelbak overgebracht; een flinke plasticzak in een gevlochten korf. Na tien minuten zijn er zo'n 50 visjes verzameld, voor het overgrote deel N. unifasciatus. De vangbeugel is een ovale houten ring van 40 bij 120 cm, waaraan een lichtgroen geplastificeerd net is bevestigd (horrengaas).
In een zijstroompje vinden we een rog van 18 cm en verderop in het volgende stroompje de eerste kardinaaltjes en wat bijlzalmpjes. De kardinaaltjes zwemmen vlak bij de oever in het licht stromende, open water, de marmerbijlzalmpjes vinden we ook aan de rand van de beek maar meer in de buurt van overhangende struiken. De verzameling wordt steeds groter en nu ook Nannostomus marginatus.
We hebben al enkele uren stroomopwaarts geroeid en al aardig wat gezien. Op de terugweg moeten we nog wat grotere vis vangen voor het avondeten, piranha's. Dat doen we wanneer de beek weer breder en dieper wordt. De hengel, een stok met een touwtje en een haakje met aas, wordt uitgeworpen. Het is vrijwel meteen raak, maar geen piranha, een... severum. Ik vertel wat ze in Nederland opbrengen per koppel. Hilariteit, ze weten het. Er zit echter een haak in en gaat dus met de andere vis, veel piranha's, de koekenpan in. Het avondeten zal bijzonder smaken. Maar eerst gaan we met ons gemotoriseerde hotel nog ruim een uurtje varen om alvast bij het volgende viswater aan te landen.

Een nieuw gebied __
We zitten met andere vissers op een schiereilandje vlakbij de Rio Negro.
 
Aan het eind van de dag wordt aan de bovenloop van het riviertje een onderkomen betrokken
Het water is helder en donker gekleurd als water van uitgekookte turf. Het helderwitte zandstrand is een schril contrast met het gekleurde water. Het water langs het strandje is beurtelings bevolkt met insectjes of kleine visjes. Even verderop ontdek ik een donkere plek; het is een zwerm kikkervisjes. Verderop weer kikkervisjes; die doen al verwoede pogingen om met hun fragiele pootjes het strandje te overbruggen en het struikgewas te bereiken. Een verloren boomstam in het water herbergt een wat groter visje. Twee paartjes Mesonauta sp., de vlagcichlide, scharrelen er rond. Als ik nog dichterbij kom, schieten ze de donkere diepte in.
We worden 's morgens door de eerste lichtstralen en de bijkomende geluiden gewekt en blijven nog even in de hangmat tot de muggen na een halfuur verdwenen zijn. In een uur hebben we gebadderd, toilet gemaakt en gegeten. Vandaag gaan we weer met twee kano's op stap; Waldir en ik in de ene, Olda in de andere. Ook de buren zijn uitgevaren.

We varen weer over de mondingsbaai van het riviertje. Het is een delta van 1.000 tot 1.500 meter breed met zandbanken en kleine eilandjes. Dit is het gebied, waar zich de wat grotere vissen ophouden. De bovenloop van het riviertje huisvest voornamelijk het kleine grut. Op een open plek bij een zandbank wordt een vangkorf uitgezet. De korf is (weer) van horrengaas. Deze wordt als een harmonica uitgevouwen; boven een beugel en onder een plankje. Een stok in het midden spant de bovenbeugel ten opzichte van de bodem. De V-vorm in het gaas werkt als een fuik. De korf wordt in de bodem gestoken. Boven in de korf wordt een mengsel van rijst en vis gestrooid. De visjes kunnen wel door de spleet naar binnen floepen, maar zullen de uitgang wellicht nooit vinden. Op de terugweg wordt de korf weer opgehaald. Honderden visjes zijn op de rijst afgekomen. Slechts ¼ deel bruikbaar; er blijven toch nog 40 roodkoppen over.
Ondertussen zijn we het riviertje opgevaren. De vangst verloopt nagenoeg hetzelfde. We passeren diverse poeltjes langs het riviertje. Dit zijn typisch de overstromingsgebieden, waar het water zich terugtrekt. De visjes die het open water niet hebben kunnen bereiken, vormen prima voer voor de rondscharrelende watervogels. Vooral de reigers zijn daar volop aan het vissen. Meer stroomopwaarts moeten we flink peddelen om de snellere stroming de baas te worden. Even later zitten we in rustiger water en kan er weer gevangen worden.
Geritsel in de struiken. Olda laat haar kano aan ons over en rent tussen de boompjes achter het geritsel aan. Wij vangen de boot op. Olda heeft een schildpad (35 cm) gevangen. Dat wordt vanavond schildpaddensoep. Gosta? Ik lust alles.

Het derde gebied __
  Leefnetten
De vis wordt van de verzamelkorf overgebracht naar speciale ruime leefnetten, die in het stromende water blijven hangen
We varen weer een uur met de motorboot naar een nieuw visgebied en passeren daarbij enkele riviermondingen. We voegen ons bij een andere groep vissers. Hier blijven we de rest van de week.
We varen over de mondingsbaai en na ruim drie kwartier zitten we op een stroompje, dat in breedte varieert van 5 tot 10 m. Interessante aquariumvisjes zien we nu nauwelijks. Het is hoofdzakelijk opgroeiende riviervis; goed als consumptie voor reigers en roofvissen. Waldir ziet een afgesloten watertje, dat interessant lijkt. De vis die daar nog in zit, zal een zekere dood tegemoet gaan, hetzij door uitdroging, hetzij als maaltijd voor de altijd aanwezige vogels. Waldir vangt enkele Copeina, spatzalmpjes. Het wordt steeds interessanter. Een struik staat half en half in het water. Waldir stevent recht op de oever aan. Onmiddellijk volgt er een dans van tientallen zilverbijlzalmpjes. De truc wordt herhaald, maar nu met de vangbeugel eronder. In één haal worden er zo'n 50 bijlzalmpjes opgehaald. Het vangen verloopt goed in dit deel van de beek. De hele litanie van wat we de vorige dagen al vingen, passeert nogmaals onze netten.

Het stroompje is bezaait met stronken. Telkens inspecteert Waldir zo'n boom, die half uit het water steekt. Oh bonito, nu vinden we ook Farlowella, een pantsermeervalletje met een spitse snuit. Uiteindelijk wordt er uit de spleten van de omgevallen bomen, die misschien al jaren in het stroompje liggen, een aantal Ancistrus hoplogenys, drie Limosomadoras oncinus en wat Farlowella gepeuterd. Als ik de aquariumatlas van Mergus toch niet bij me had. Ook Waldir kijkt er regelmatig in en herkent vele. Later zal ik hem het boek cadeau doen.
Nog leuker wordt het de andere dag als ik in een inhammetje wat cichliden ontdek. Ze zitten tussen de takken. Aan vangen valt niet te denken, alleen de kano stilhouden en rustig kijken. Ik ontdek 2 x 2 paartjes, weer vlagcichliden, en... oeps, weg zijn ze. We krijgen geen herkansing. Waldir belooft me om op een avond cichliden te gaan vangen. Wow, discus, ik ben benieuwd.
Op de terugweg vangen we nog wat karperzalmpjes en, hoe bestaat het, tot drie keer toe een schaakbordcichlide, Crenicara filamentosa, mannetjes.

De vissers __
Af en toe passeren we een andere visser, die vanuit z'n kano druk bezig is een goede vangst te bemachtigen. Ze zitten op het puntje van de kano, af en toe de benen buiten boord. Het andere eind van de kano is verzwaard met een zandzak, een accu of gewoon bagage. In het midden van de boot staat de verzamelkorf. In totaal zijn we een tiental individuele vissers tegengekomen.

Gevangen maanvis  
Voor ik het in de gaten heb, heeft hij een maanvis gevangen Olda werkt haar kano achter het schooltje

De meesten vertrekken 's morgens vroeg om een uur of halfacht, steken de mondingsbaai over en zoeken de rustige visplaatsen in het soms toch roerige water. Vaak wordt er de hele dag door gevist tot een uur of vier. Dan wordt er in de bovenloop van het riviertje een onderkomen betrokken. Het onderkomen is niet meer dan een schamel hutje, dat met takken en bladeren water- en winddicht is gemaakt. Een hangmat, een kampvuurtje en een droog onderdak, meer heb je niet nodig.
Eerst wordt de gevangen vis verzorgd. Ze worden van de verzamelkorf overgebracht naar speciale, ruime leefnetten, die in het stromende water blijven hangen. Deze leefnetten zijn (weer) gevormd van het groene horrengaas met de afmetingen van 200 x 100 x 80 cm, die met stokken en binddraad op de plaats worden gehouden. Het zijn dezelfde leefnetten, die ik al vaker tegenkwam. De vissers gebruikten ze tijdens de overnachtingen in de mondingsbaaien, maar werden ook ingezet op de visfarms bij Manaus. Het gaas en de stroming van het water garanderen een constante waterverversing voor de vis. Ze worden veelal gebruikt om vis enige dagen, zo niet weken in leven te houden.

Maanvissen en discus vangen __
Om 18.00 uur wordt het snel donker. Straks gaan we discus vangen. Dat moet blijkbaar in het donker gebeuren. Dit soort dieren leven in wat dieper water en zijn overdag erg schuw. Je moet ze in de rustperiode opzoeken en vangen.
Ik ga met Qué op pad, die blijkbaar de specialist is op dit gebied. Maar eerst moet de lantaarn, die op een accu wordt aangesloten, in orde gemaakt worden. We gaan met de grote kano van 3 m. Qué zit voorin; hij peddelt zo nodig met één hand. Met de lantaarn zoekt hij de omgeving af. We naderen een groep bomen en struiken, die deels in het water staan.
Het lantaarnlicht glijdt over en in het water tot diep tussen de struiken. Qué trekt het bootje dieper het struikgewas in en ligt met zijn neus zowat in het water. De lantaarn wordt zelfs onder water gehouden. Jammer, deze plek levert niets op. Weer verder tot... beet. Voor ik het in de gaten heb, zit er een maanvis in de verzamelkorf. Achteraf snap ik hoe het gegaan is. Met een klein, grofmazig schepnetje van zo'n 20 cm is Qué achter de ontdekte vis gekomen en floep, dan is de vis het haasje, een maanvis. Gelukkig krijg ik nog twee keer een herkansing om le moment suprême op dia te zetten. Wat Qué ook probeert, het blijft bij drie maanvissen. Que pena, jammer. De volgende dag krijg ik alle excuses te horen. We zijn een paar uur te vroeg weggegaan. We hadden dieper het oerwoud in gemoeten enz., maar dat kun je je buitenlandse gast toch niet aandoen.
's Nachts word ik wakker van het gerommel met de boten. Ik begrijp, dat er een paar vissers terugkomen van de vangst. Het is 3 uur. De andere ochtend laten Qué en Waldir me vol trots een paar bakken met discus zien, vannacht gevangen.

In de ochtend varen we met de andere vissers terug naar Barcelos, waar de verzamelde vis wordt overgedragen aan de verzorgers, die de kisten met vis op weg naar Manaus begeleiden. De week is omgevlogen. Tientallen vissoorten heb ik in hun oorspronkelijke leefomgeving kunnen bewonderen.
Vaarwel Barcelos en ik stap over op de rivierboot, die me in ruim 24 uur naar Manaus terugbrengt.