|
In haar omgeving moeten glasrozen hun leven vrezen voor de zeegrasvijlvis Acreichthys tomentosus (Linnaeus, 1758) Tekst en foto's: Joachim Frische - vertaling: Frans Maas Behalve de gangbare naam zeegrasvijlvis kom je voor Acreichthys tomentosus ook namen als gevlekte borstelstaartvijlvis tegen (Patzner & Moosleitner, 1999), die waarschijnlijk van de Engelse naam bristle-tailed filefish wordt afgeleid (Allen et al 2003) of ook namen als Tangfeilenfisch (Thaler, 2000) of groene vijlvis.
Barry Hutchins (schriftelijke mededeling 2005) maakte mij erop attent, dat in de Mergus Zeewateratlas, band 6 (Patzner & Moosleitner, 1999) de opnames op bladzijde 710 (aangegeven als Paramonacanthus japonicus) en op bladzijde 714 (boven) en bladzijde 715 allemaal Acreichthys tomentosus afgebeeld worden en telkens met een andere lichaamskleur. Acreichthys tomentosus toont afhankelijk van de situatie verschillende lichaamskleuren. Dat heeft ertoe geleid, dat men meende met verschillende soorten te doen te hebben. Het geslacht Acreichthys werd door Fraser-Brunner in 1941 (Taylor & Lange, 1982) in eerste instantie als subgenus van het geslacht Pervagor beschreven, waarin in die tijd alleen maar de soort Acreichthys tomentosus ondergebracht was. In 1977 legde Hutchins (in Tyler & Lange, 1982) het zelfstandige geslacht Acreichthys vast in de familie MONACANTHIDAE. Momenteel omvat het geslacht Acreichthys drie soorten (ITIS, 2004): Acreichthys hajam (Bleeker, 1852) Acreichthys radiatus (Popta, 1900) Acreichthys tomentosus (Linnaeus, 1758) Acreichthys hajam wordt echter niet door alle deskundigen als zelfstandige soort geaccepteerd (Hutchins' schriftelijke mededeling 2005). Acreichthys tomentosus komt in het hele Zuidoost-Aziatische gebied voor (Debelius, 2001), ten oosten van Afrika tot Fidschi, ten noorden noordelijk tot de Riukiu-eilanden, zuidelijk tot New South Wales (Australië). Verder is deze aangetoond in Tonga.
Volgens Tyler & Lange (1982) is Acreichthys tomentosus duidelijk te identificeren door een bleke of krijtwitte band, die over de lichaamszijden loopt. Maar Acreichthys radiatus heeft vier of meer bleke of krijtwitte verticale lijnen op de bovenste lichaamshelft vanaf het midden van het lichaam. Een directe vergelijking tussen de beide soorten in beeld bevindt zich bij Allen et al (2003). Maar in het aquarium bij de handelaar is de bij Acreichthys tomentosus genoemde witte band vaak niet te zien. Dan is Acreichthys tomentosus heel moeilijk van Acreichthys radiatus te onderscheiden. Daarom heb ik de verschillen tussen Acreichthys tomentosus en Acreichthys radiatus benadrukt, zodat verwisselingen kunnen worden vermeden. Door Tyler & Lange (1982) wordt de waterdiepte, waarin de zeegrasvijlvis Acreichthys tomentosus voorkomt en die 8 tot 9 cm lang kan worden op 3 meter aangegeven. Hier leeft de soort op zandvlaktes in de zeegrasvelden in de buurt van strand en modderzones met bladeren en takken.
Acreichthys radiatus wordt beschreven als een bewoner van gebieden met weelderige koraalgroei. Daaruit valt te concluderen, dat Acreichthys radiatus eerder dan Acreichthys tomentosus geschikt is om ze samen met koralen te houden en ze te verzorgen. De verzorging van Acreichthys tomentosus in onze rifaquaria leverde echter geen problemen op. Dit geldt voor zowel de voedselopnamen als voor de gevoeligheid voor ziektes. Ik verzorgde twee dieren in een tijdsspanne van twee jaren en sinds drie maanden opnieuw twee exemplaren. Bij de eerdere exemplaren waren geen ongewone gedragingen waar te nemen. Ik geloof nochtans niet, dat het om een paartje ging, omdat de dieren die ongeveer even groot waren elkaar steeds uit de weg gingen. Tyler & Lange (1982) geven als onderscheidingscriterium de borstels bij de staartwortel aan. Bij de mannetjes ontwikkelden zich bij het bereiken van de geslachtsrijpheid op genoemde plaats verlengde borstels (stekels). Hoe ouder de mannetjes worden, des te meer neemt de lengte van de borstels toe.
De verzorging van de zeegrasvijlvis Ik heb ervaren, dat het beslist mogelijk is twee exemplaren van deze soort te verzorgen; in het bijzonder als ze van verschillende grootte zijn. De dieren hebben talrijke schuilplaatsen nodig, zodat ze elkaar uit de weg kunnen gaan. In mijn aquaria werd aan sterk vertakte lederkoralen (Cladiella sp. en Sinularia sp.) als woonplaats de voorkeur gegeven. Steenkoralen en koralen die qua vorm eerder compact zijn, zoals bijvoorbeeld Sarcophyton sp. waren weinig in trek.
De zeegrasvijlvis behoort zeker niet tot de kleurrijkste vissen. Weliswaar verwisselt hij dikwijls van kleur, maar opvallende kleuren mist hij. Omdat het om een vis gaat, die enkele koraalgroepen voor voedsel aanziet, vraagt u zich wellicht af: vanwaar de interesse in deze soort? De oorzaak ligt daarin, dat Acreichthys tomentosus glasrozen (Aiptasia sp.) eet. Dit doet hij met een toewijding, die ver van die van Chelmon rostratus of Lysmata cf. wurdemanni af ligt. Aan de garnalen kan het zeker ook liggen, omdat men nooit precies zeggen kan of werkelijk de goede garnaal werd gekocht (Anker & Frische, 2004). Om nu te verwachten dat alle glasrozen opgeruimd zouden worden, zou al te optimistisch zijn. Op verborgen plaatsen, die door vijlvissen niet kunnen worden bereikt, kunnen zich altijd nog glasrozen ophouden. Nadat (vanwege een verhuizing) de tot dan toe verzorgde Acreichthys tomentosus aan een bevriende aquarist waren gegeven (het nieuwe aquarium is kleiner dan het oude), duurde het echt niet lang of de eerste glasrozen staken hun tentakelkronen uit de oude verplaatste stenen, wat er uiteindelijk toe leidde, dat ik ten langen leste drie maanden terug twee nieuwe zeegrasvijlvissen in het aquarium zette. De gehoopte vergaande vernietiging van de glasrozen volgde binnen korte tijd. Ook wordt Acreichthys tomentosus aanbevolen voor de bestrijding van Anemonia cf. manjano. Ikzelf kan daarover geen informatie geven, omdat mijn brandanemonen al voor de koop van Acreichthys tomentosus door Chaetodon xanthurus (Frische & Finck, 2003) vernietigd waren. Hebbinghaus (2004) kon dit gewenste eetgedrag niet waarnemen, zodat het de vraag blijft of alle Acreichthys tomentosus vuuranemonen van de soort Anemonia cf. manjano eten. Literatuur Anker, A. & Frische, J. (2004): Garnelen der Familie HIPPOLYTIDAE. Teil 1 bis Teil 4. Das Aquarium 38(4) bis 38(7). Allen, G. R. & R. C. Steene & P. Humann & Deloach, N. (2003): Reef Fish Identification Tropical Pacific. New World Publications, Inc. Jacksonville, 486 S. Debelius, H. (2001): Riff-Führer Südostasien. Jahr Verlag. Hamburg, 322 S. Frische, J. & Finck, H. (2003): Chaetodon xanthurus - Ein Falterfisch, der die Feueranemone, Anemonia cf. manjano, frisst. Das Aquarium 37(6), 52-59. Frische, J. & Finck, H. (2004): Mini-Atlas der Meerestiere Band 1. Bede-Verlag, Ruhmannsfelden. 336 S. Frische, J. & Finck, H. (2006): Mit rauer Haut und scheuem Wesen - Feilenfische. Teil 1-3. DATZ, 59(3), 59(5), 59(6). Hebbinghaus, R. (2004): Die Erben der Glasrosen - Teil 2. DATZ. 57(3), 14-19. Patzner, R. A. & Moosleitner, H. (1999): Meerwasser Atlas Band 6. Mergus Verlag, Melle, 1150 S. Thaler, E. (2000): Einer für zehn! DATZ 53(10), 28-33. Tyler, J. C. & Lange, M.D. (1982): Redescription of the Indo- Australien Filefish Acreichthys radiatus (Popta) (MONACANTHIDAE, Tetraodontiformes). American Museum Novitates. No. 2727, 1-14. |
||||||||||||||||||||||