Anemoonvissen helpen hun anemoon
Tekst en foto's: prof. dr. P Wirtz - vertaling: H. Alblas
Sinds de film 'Nemo', kennen miljoenen mensen op zijn minst
één anemoonvis, namelijk de driebandanemoonvis (Amphiprion
ocellaris). In feite zijn er 28 verschillende soorten anemoonvissen,
die in tropische zeeën samen met tien verschillende soorten
anemonen leven. Het voordeel voor de anemoonvis is daarbij duidelijk:
| |
 |
|
Amphiprion bicinctus (roodbruin met witte banden) |
tussen de netelende tentakels van de zeeanemoon zijn ze tegen
roofvissen beschermd. Bij gevaar schieten ze in hun zeeanemoon en in
de nacht slapen ze zelfs tussen te tentakels van de zeeanemoon. Waarom
anemoonvissen niet door de anemoon worden geneteld, is steeds nog
niet geheel duidelijk.
Menige anemoonvis is vanaf de geboorte (ook als
ze nog nooit in contact zijn geweest met een anemoon) tegen het netelen
door de anemoon beschermd, terwijl andere naar het schijnt deze
bescherming eerst moeten verwerven door zich met het lichaamsslijm
van de anemoon in te wrijven. Het was lange tijd onbekend of deze
socialisatie alleen voor de vis voordelig was of dat ook de anemonen er
een voordeel van hadden.
 |
|
|
Nemo Amphiprion ocellaris (foto Erik Boonstra) |
Dit hebben Sally Holbrook en Russell Schmitt van de Universiteit van
Californië in Santa Barbara onderzocht. De vergelijking van
zeeanemonen met en zeeanemonen zonder anemoonvissen gaf een
eenduidige uitkomst. Anemonen met anemoonvissen hebben drie
duidelijke voordelen in vergelijking met anemonen zonder
anemoonvissen. Anemonen met vissen groeien driemaal sneller dan die
zonder vissen en ze vermeerderen zich ook vaker dan anemonen zonder
vissen.
Anemonen met vissen stierven gedurende de driejarige
onderzoeksperiode minder vaak dan anemonen zonder vissen. De hogere
groei- en delingstermijn van anemonen met vispartners ligt
waarschijnlijk daaraan, dat anemonen met vissen beter worden gevoed.
Hier liggen vermoedelijk ook eerdere onderzoekingen aan ten grondslag,
zoals bij anemonen, waarin garnalen als partner leven.
 |
|
 |
|
Amphiprion clarki (zwart met witte banden); tussen de tentakels van de
zeeanemoon is de anemoonvis tegen rovers beschermd |
Ook in de Middellandse zee is er een vis, die tussen de tentakels van een
anemoon leeft, de grondel Gobius bucchichii |
Als er garnalen met zeeanemonen samen leven, worden tussen de
tentakels van de anemonen verhoogde ammoniakwaarden gemeten.
Garnalen scheiden bij hun stofwisseling ammoniak uit. Daarmee leveren
ze stikstof als mest voor hun anemonen. De meeste zeeanemonen (alle
zeeanemoonsoorten met anemoonvissen) bevatten zoöxanthellen.
Dat zijn nietige eencellige planten, die aminozuren door middel van
fotosynthese bouwen. Deze aminozuren en die van de door
zoöxanthellen geproduceerde zuurstof benutten de zeeanemonen.
| |
 |
|
Symbiosegarnaal (Pyucat); deze garnaal levert stikstof als mest voor de
symbiotische plantencellen in hun partneranemoon |
Zeeanemonen met zoöxanthellen ontvangen meer dan de helft van
hun energiebehoefte van de nietige plantencellen in hun weefsel. De
fotosynthese van de zoöxanthellen is echter stikstof gelimiteerd.
Het stikstofgehalte van zeewater is normaliter zeer laag en een toegift
van stikstof in de vorm van ammoniak levert tot een verhoogde
productie op van aminozuren door de zoöxanthellen. Niet alleen
garnalen, maar ook vissen scheiden ammoniak als stofwisselingsproduct
uit. Ook de anemoonvissen leveren zodoende mest voor de
zoöxanthellen van hun partneranemonen en voeden hun
anemonen daarmee indirect. Dat anemonen met anemoonvissen minder
snel sterven dan die zonder vispartners, ligt simpelweg daaraan, dat
anemoonvissen hun anemoon verdedigen. Er zijn in tropische
zeeën enige vissoorten, die de tentakels van zeeanemonen vreten.
Anemoonvissen kennen deze voor hun partner gevaarlijke soorten en
vallen ze heftig aan.
Volgens de onderzoekingen van Holbrook en Schmitt is het nu zeker,
dat het samen leven van anemoonvissen met zeeanemonen voor beide
diersoorten voordeel oplevert. Het gaat hier dus om een echte symbiose. |