Barbus oligolepis
Tekst en foto's: M. Waskowsky, lid van Natura, Arnhem Het is alweer een jaar of vijf geleden, dat ik opnieuw begon met de
In de loop der jaren verzamelde ik her en der beetjes informatie, waarbij het me opviel, dat er weinig artikelen over te vinden waren, omdat hij vaak werd afgedaan als een beginnersvis, wat tot gevolg had dat er maar weinig gedetailleerd over was geschreven. Dit is dan een poging om daar iets aan te veranderen.
Vindplaats Barbus oligolepis wordt gevonden in Indonesië (Grote Soenda-eilanden), voornamelijk op Sumatra (Lake Meninju, 1866). Zo ook op schiereiland Malakka. Op Sumatra worden zij vooral in het hoogland gevonden, alwaar de watertemperatuur varieert tussen 19 en 25 °C. Hier leven zij in matig stromend en helder stilstaand water met dichte plantengroei. Ze zijn zeldzamer in de laagvlakten en daar worden zij ook minder groot. Hier is de temperatuur 22-27 °C. Buiten Sumatra is de grondkleur donkerder. De meeste geïmporteerde exemplaren komen uit Malakka met een watertemperatuur van 21-27 °C. Tevens zijn zij in Colombia ingevoerd, alwaar zij tegenwoordig gevestigd zijn en in India, waar zij waarschijnlijk nog niet gevestigd zijn (november 2000). De soort is benthopelagisch (= bodembewoner) en leeft in zoetwaterbeken, -riviertjes en -meren. Hij werd door Johny Wolmer als eerste in 1923 (of 1925) in Europa ingevoerd. Geografie Verspreidingsgebied Azië 6,769 x 1000 km2. Centrum 29° 0.0' N + 91° 0.0' E. Range 54° N -10° S en 25° E - 155° E. Verspreidinggebied Zuid-Amerika 1,985 x 1000 km2. Centrum 14° 0,0' S + 70° 0,0' W. Range 13° N -53° S en 110° W - 29° W. Geslachtsonderscheid De grondkleur is roodbruin tot donkerbruin, waarbij de rug donkerder van kleur is en ter hoogte van de buikpartij lichter. Over het gehele lichaam is de kleur olijfgroen tot parelmoer met een glanzende gloed. Die is bij de mannetjes vooral op de rug en buik rozeachtig doorschijnend. De schubben van de bovenste lichaamshelft zijn blauwachtig tot zwartglanzend gevlekt met een zwart randje, dat de oorzaak is van een netachtige tekening, die over de flanken ligt. De ongepaarde vinnen aan de basis zijn donker roodbruin, naar de rand toe lichter van tint. De rug-, aars- en buikvin zijn blauw tot zwart gerand. Jonge mannetjes zijn slank en diepzwart van kleur, waarbij naar mate ze ouder worden de typische rug ontstaat en de zwarte kleur enigszins verbleekt. Bij de vrouwtjes is de roze kleur meer beige, terwijl slechts de rugvin een donker randje vertoont. De flanken zijn goudgeel met een drie- tot zestal onregelmatige vlekken, die de jonge dieren in beide geslachten bezitten en bij de ouder wordende mannetjes verdwijnen.
Lengte tot ruim 5 cm. Leeftijd 2 tot 4, soms 8 jaar. Huisvesting Dit kleine barbeeltje voelt zich thuis in verschillende soorten aquaria, mits er voldoende zwemruimte aanwezig is. Zo wordt hij teruggevonden in de oeverzones van tropische beken, die worden gekenmerkt door overhangende struiken, bomen en grassen, die het wateroppervlak beschaduwen. Op de bodem ligt een laag afgevallen bladeren en allerlei takken. Naar de oever toe krijgen de vissen veel schuilmogelijkheden, maar naar het midden van de beek toe of langs de oever hebben ze veel vrije zwemruimte. Voor een dergelijk aquarium is slechts een zwakke stroming vereist en een matige verlichting. De achtergrond en de randen moeten dicht beplant zijn. Het midden blijft vrij en wordt gebroken met enkele wortels. De bodem mag bedekt zijn met eiken- of beukenbladeren. Ook stelt hij randbeplanting op prijs. Omdat de dieren nogal eens grondelen op zoek naar voedsel mag het fijne grind niet te scherp zijn, liefst zand met turfmolm. Ondanks dit grondelen zal het water niet vertroebelen. De kleuren van de vissen komen beter tot hun recht met een donkere bodembedekking en een niet te felle verlichting. De watertemperatuur mag 's zomers niet onder de 20 °C komen, en stijgt tijdens de paartijd naar 24-26 °C. Belangrijk is, dat ze beter niet boven de 20 °C overwinteren, want dit gaat ten koste van de conditie in het volgende seizoen en zal zich uiten in een verminderde voortplanting. Sociale eigenschappen Deze vredelievende, levendige, maar soms wat drukke zwemmer is heel geschikt voor het gezelschapsaquarium. De vissen moeten wel altijd in een schooltje van minimaal 5-8 stuks gehouden worden. Sumatrabarbeeltjes houden zich bij voorkeur in de middelste en onderste waterlagen op.
In het eerste deel van de dag zijn ze het actiefst, waarbij territoria worden ingenomen, er wordt gepronkt en geïmponeerd. Wel moet er rekening worden gehouden met het feit, dat de mannetjes, eenmaal volwassen geworden, zullen proberen een territorium te veroveren en dat zij dit fel zullen verdedigen tegen soortgenoten en andere territoriale vissen. Onderling zullen de schermutselingen zelden uitlopen in daadwerkelijke gevechten. Eigen observatie heeft laten zien, dat bij voldoende territoriummogelijkheden elk dominant mannetje een territorium zal bezetten van ongeveer 25 bij 25 cm. Een steen, een solitaire plant, een richel of hoekje kan al voldoende zijn. Hier patrouilleert hij, waarbij andere mannetjes fel worden verjaagd en nieuwsgierige vrouwtjes worden gelokt. Op deze manier kunnen de wijfjes vrij van territorium naar territorium zwemmen en maken zij als het ware de keuze voor het geschiktste mannetje zonder dat zij iedere keer worden opgejaagd. Voorwaarde is wel, dat er voldoende ruimte moet zijn om territoria te vormen en de ruimten ertussen. Bij een bodemoppervlak van 0.3 m2 bleken hooguit 2 tot 3 mannetjes een territorium te vormen, terwijl bij 3 m2 er ruimte was voor zeker 10 stuks. Temperatuur en watersamenstelling Ongeveer 20-26 °C, in een kweekopstelling iets hoger. De watersamenstelling is niet erg belangrijk, maar enigszins zacht (6-9 °DH) en helder water is het beste. pH rond 6,3-7,2. Voedsel Het eilandbarbeeltje eet zowel droogvoer als levend voedsel en heeft daarnaast ook behoefte aan plantaardige kost, zoals algen of plantaardige voedertabletten. In de natuur voedt hij zich met detritus, insecten, wormpjes en kleine schaaldiertjes. Bij het voeren zal er rekening mee moeten worden gehouden, dat er voor de overige bewoners ook iets overblijft. Ze hebben nogal eens de neiging om altijd vooraan in de rij te staan en het wilde gewoel van een grote groep Sumatrabarbelen laat meer dan eens de gereserveerdere bewoner in de kou staan. Kweek De kweek is vergelijkbaar met de andere barbelen en meestal niet moeilijk. Vanaf een lengte van 5 cm zijn de vissen geslachtsrijp.
Plaats het kweekstel in een kweekbak over, waarin u vooraf een rooster hebt aangebracht, waar de eitjes doorheen vallen en buiten het bereik komen van de ouderdieren; de Sumatrabarbeel eet namelijk zijn eigen eitjes op. Omdat de vissen geneigd zijn hun eitjes in fijnbladerige planten af te zetten, kunt u op het legrooster een flinke pluk Javamos en wat Myriophylum vastzetten. Volgens sommige auteurs is ook een dekruit noodzakelijk, aangezien ze nog weleens tijdens het paarritueel boven het water uit willen springen, maar dit heb ik nooit gezien. Om het afzetten te bespoedigen hoort de kweekbak een zonnige standplaats te hebben, een juiste watersamenstelling (pH 6,0-6,5; GH 3-8°) en verhoging van de temperatuur (25-27 °C). Tevens heeft filteren over turf een kiemdodende werking. De eiafzetting kan enkele uren duren en gebeurt meestal in de vroege ochtenduren in de hogere regionen van het aquarium. Het paar kan worden aangespoord door middel van verlaging van de waterspiegel of enkele (3-4) dagen van tevoren aanbieden van extra voer. Tevens lijken ze de voorkeur te geven aan enigszins gerijpt water, zodat men beter vaker kleinere hoeveelheden water ververst in plaats van grote hoeveelheden ineens. Het productiefst is het apart nemen van het paar, omdat anders het mannetje door zijn concurrentie te veel wordt afgeleidt. Een mogelijkheid is het apart plaatsen van het wijfje in de ochtend met het mannetje pas die avond erbij, zodat de paring de volgende ochtend plaatsvindt. Ook is gelijktijdige plaatsing geprobeerd met een glasplaatje tussen de partners en verwijdering hiervan na een dag. De paring wordt door het mannetje ingezet. Die heeft ondertussen een goede plaats uitgekozen en lokt het wijfje er naar toe. Hier imponeert hij haar en probeert haar door middel van schokkende bewegingen tegen de anaalregio tot eiafzetting te dwingen. Als dit zover komt, legt hij staartwortel en vinnen over de rug van het wijfje, terwijl zij zij aan zij zwemmen. Al schokkend worden eieren en sperma afgezet. De meeste eieren zakken naar de bodem, enkele zullen aan de planten blijven plakken. Dit is nu het moment om het paar te verwijderen, omdat spoedig de aandacht voor elkaar zal verminderen en zij zich op de eieren zullen storten. Eieren (3-400) komen na 24-48 uur uit en de jongen, nog zeer klein, eten meteen infusoriën en 3 dagen later Artemia- naupliën. Eenmaal een week oud is de verdere opgroei zonder problemen. Door middel van goed voeren zullen de jongen voorspoedig groeien en zijn binnen 6 maanden geslachtsrijp. Eigen observatie heeft laten zien, dat Barbus oligolepis zich vrij gemakkelijk laat voortplanten, zonder dat daar al te veel aanpassingen voor gedaan moeten worden. Steevast bleek, dat enkele dagen voeren van levend voer (rode of witte muggenlarven, Tubifex, pekelkreeftjes) met verversen van 10% van het aquariumwater voldoende is om enkele exemplaren binnen een groep van dertig dieren tot afzetten te krijgen. Meestal gebeurde dit in aansluiting op het verversen, ongeacht het tijdstip van de dag. Wel leek er een voorkeur voor meer afgelegen delen van het aquarium met voldoende schaduw en fijnbladige planten (Javamos, watervorkje, wortels van Javavaren). Als echter de zomer niet werd voorafgegaan door een winter met lagere temperaturen (20-22 °C), dan bleken de dieren duidelijk minder actief en niet of minder tot afzetten bereid. Andere bewoners Barbus oligolepis is een aardig visje met een vriendelijk en sociaal karakter, dat weinig eisen stelt aan de omgeving en waterwaarden. Ze zijn gemakkelijk te verzorgen, eten zo goed als alles en zijn goed te combineren met andere bewoners. Zand of fijn grind is nodig met betrekking tot het grondelen en zolang er voldoende territoriummogelijkheden zijn, brengt voorplanting geen grote problemen met zich mee. Beslist een bewoner om ook eens te proberen. Literatuur Hoedeman, J.J. 1968. Elseviers Aquariumvissen encyclopedie, deel 2: p103-105 Internet: FishBase (zoekterm: Barbus oligolepis) Verhoef-Verhallen, E.J.J. 1997. Tropische aquariumvissenencyclopedie: p60 Rüdiger R., Baensch H.A. 2000. Mergus Aquarien Atlas, band 1: p349 Internet: Google (zoekterm Barbus oligolepis) Etscheidt J. 1997. Het Zoetwater Aquarium: p147-149 en 177 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||