|
Een nieuwe turkooisblauwe ster aan de gekkohemel, de 'electric blue gekko' Lygodactylus williamsi, Loveridge, 1952 Tekst en foto's: Uwe Dost, tenzij anders aangegeven (vertaling: Frans Maas) Gekko's, in het bijzonder de kleurrijke daggekko's uit het geslacht Phelsuma, zijn al vele jaren erg geliefde terrariumdieren. Minder bekend zijn de met de Phelsuma's verwante, eveneens dagactieve dwerg- of hechtstaartgekko's van het geslacht Lygodactylus. De dwerggekko's bereiken met 4 tot maximaal 9 cm totaallengte een geringe eindgrootte in vergelijking tot de andere. Van de vele Lygodactylus-soorten - het geslacht telt er altijd nog ongeveer 60 - worden er eigenlijk slechts vier regelmatig in de dierenhandel aangeboden: L. picturatus, L. mombasicus, L. kimhowelli en L. capensis.
Nieuwe soort Omstreeks het jaar 2004 hoorde ik in terrariumkringen voor het eerst over een nieuwe spectaculaire, bijna onnatuurlijk schitterend blauw gekleurde dwerggekkosoort, die juist op de Terraristika in Hamm voor het eerst te koop was geweest. Niet alleen haar uiterlijk maar ook haar prijs, er werden bedragen van € 1.200,00 tot € 1.400,00 per dier genoemd, zorgden toen voor veel opzien. Toen ik enige tijd later voor het eerst een afbeelding van een dominant Lygodactylus williamsi-mannetje op internet zag, ontstond ook bij mij meteen de wens deze dieren te verzorgen, ofschoon de verdenking dat het plaatje gemanipuleerd kon zijn, omdat het blauw zo ongelooflijk
Bijvoorbeeld had ik L. picturatus, L. kimhowelli en L. capensis al verzorgd en ook nakweeksuccessen bereikt. Toen begin 2008 de 'electric blue gekko's' voor het eerst voor een betaalbare prijs aangeboden werden, volgde ik mijn verlangen en schafte enige exemplaren aan. Omdat de soort pas sinds relatief korte tijd wordt aangeboden en haar enorme prijs in het begin zeker veel terrariumliefhebbers afschrikte is het niet verwonderlijk, dat (bij mijn weten) nog geen berichten over het houden hiervan werden gepubliceerd.
Informatie zoeken over Lygodactylus williamsi Om aanwijzingen over de verzorgingsvoorwaarden van de L. williamsi's te krijgen zocht ik op internet naar nauwkeuriger informatie over de
Klimaatwaarden in de natuur De volgende klimaatwaarden worden voor Morogoro opgegeven: absolute hoogste temperatuur 37 °C, absolute minimumtemperatuur 9 °C, de temperatuurgemiddelden schommelen tussen 30 °C en 19 °C. Per jaar valt bijna 900 mm neerslag, ter vergelijking met 687 mm in Stuttgart. Van juni tot oktober is er een droge tijd met maar 10 tot 27 mm neerslag. Vanaf november neemt de hoeveelheid neerslag weer toe, om in maart april met tot 208 mm het hoogtepunt te bereiken. De gemiddelde relatieve luchtvochtigheid schommelt in de loop van het jaar tussen 60-80%. Bij het zoeken naar data, stuitte ik op internet op een zeer nuttige publicatie van de Universiteit van Dar Es Salaam. In de samenvatting van het bericht over het management van de kustwouden wordt onder andere aangevoerd dat de die westelijken Arc Mountains, waartoe ook het Kimboza Reservaat hoort, als een zeer efficiënte condensator werken. Als winden uit oostelijke richting de warme van vocht verzadigde luchtmassa van de Indische Oceaan tegen het kustgebergte naar boven drijven condenseert hun vochtigheid en regent uit. Er is een grote regentijd met twee hoogtepunten, een korte in december en een langere tussen maart en mei. De regenval is met meer dan 1600 mm per jaar bovengemiddeld hoog voor een kustregenwoud en het regent duidelijk meer dan in Morogoro. Met de hoge neerslaghoeveelheden en daarmee de hoge luchtvochtigheid gedurende het hele jaar moet men bij de verzorging van Lygodactylus williamsi rekening houden. Maar in Wikipedia wordt aangegeven dat de soort de voorkeur geeft aan een halfvochtig tot droog klimaat. Half vochtig zou wellicht nog kunnen opgaan, maar droog zou voor de langdurige verzorging gezien de klimaatinformatie over het reservaat veeleer ongeschikt zijn. De temperatuur schommelt in Kimboza-reservaat (ligt op 350 m hoogte) tussen 22-35 °C, de koelste periode ligt tussen mei en augustus. Aanwijzingen voor de verzorging Gekko's van het geslacht Lygodactylus zijn in de regel boombewoners. Op grond van hun geringe grootte in volwassen toestand, komen voor het houden van een paar c.q. een trio (1 mannetje, 2 vrouwtjes) al hoge terraria vanaf 30 x 30 x 45 cm in aanmerking. Terraria met gaas in het terrariumdeksel genieten de voorkeur, naast voldoende luchttoevoer (belangrijk bij boombewoners) kan de uv-straling afgevende verlichting (glas houdt de uvb-straling grotendeels tegen!) simpelweg er opgelegd worden. Dit maakt het vooral bij kleine terraria het 'ingewikkelde inbouwen' van de uv-stralingsbronnen onnodig. Als bodemgrond is een 2 - 3 cm dunne laag terrariumaarde geschikt. Mospolsters en droge bladeren (bijvoorbeeld eikenbladeren) zorgen voor een regenwoudkarakter en bieden bescherming, terwijl ze wat vochtigheid opslaan.
De inrichting van het terrarium Omdat het leefgebied van de dieren, volgens de opgaven in de literatuur, duidelijk vochtiger is dan dat van andere Lygodactylus-soorten, kunnen voor de inrichting van het terrarium evenals de bescherming tegen inkijk-, schuil- c.q. vluchtmogelijkheid diverse regenwoudplanten, zoals Bromelia's, Philodendrons, orchideeën of klimopachtigen ingebracht worden. Ook Ficus pumila is zeer geschikt, omdat ze mettertijd de achterwanden overgroeit. Takken die men erin zet, lianen, bamboestukken, stukken kurkschors of kienhoutwortels, om maar enkele geschikte materialen op te noemen, kunnen dienen om de vorming en structurering van een boomuitsnede, waarop de gekko's moeten leven. Naast daglicht is in het terrarium ook wat uvb-straling (5 - 10%) afgevende verlichting nodig die het mogelijk maakt het voor de botopbouw belangrijke vitamine D3 in de huid te vormen. Door middel van stralers (al naar gelang de grootte van de bak) komen daarvoor halogeenspots met een laag voltage of ook wel wolframdraadlampen in aanmerking, die aan de dieren op lokale plaatsen worden aangeboden om te zonnen. In kleinere terraria is de stralingswarmte van de verlichting en de zonnespots vaak voldoende om voor temperaturen van 25 - 32 °C te zorgen. Als na het uitschakelen van de verlichting de temperatuur naar 20 - 22 °C daalt kan worden afgezien van een bodemverwarming. Met een tijdschakelaar wordt de duur van de belichting tot ongeveer 12 - 13 uren begrensd. In koelere ruimten en/of als de bodem slecht droogt na het sproeien kan de inbouw van een milde bodemverwarming zinvol zijn. Geslachtskenmerken en het kleurenpatroon van Lygodactylus williamsi Om een paartje te kunnen houden moeten natuurlijk de geslachtskenmerken bekend zijn. Eenvoudig onderscheid alleen op grond van de kleur is hoogstens bij uitgegroeide turkooisblauwe dwerggekko's mogelijk. Heldere turkooisblauwe met een krachtig oranje gekleurde buikzijde zijn mannetjes, maar vrouwtjes zijn niet altijd kleurloos op de buik, maar kunnen beslist ook geeloranje, weliswaar niet zo extreem als de mannetjes, gekleurd zijn. Grote mannetjes hebben een duidelijk verdikte staartwortel en
Ook hield ik in het begin noodgedwongen twee dominante mannetjes enige dagen samen met drie vrouwtjes in een terrarium tot een tweede bak ingericht was. Gedurende deze korte tijd kon ik nooit een of ander lichamelijk geweld tussen beide mannetjes waarnemen en ook jaagden ze elkaar niet voortdurend na. Een andere terrariumliefhebber berichtte mij echter dat zijn beide mannetjes elkaar na een tijdje nagejaagd hadden en hij ze daarop had moeten scheiden. Of het houden in een groep op den duur kan voortduren, moet ik daarom open laten. Omdat ik op grond van de zeldzaamheid en de hoge prijs van de dieren niets wilde riskeren, scheidde ik de mannetjes na een paar dagen weer. In een apart terrarium - eiafzetting van Lygodactylus williamsi Als paar c.q. als groep, een mannetje met twee vrouwtjes, betrokken ze gescheiden terraria. De levendige, weinig schuwe diertjes aten van het begin af aan alle soorten van hapklare insecten en namen - zoals het hoort - toe in grootte en gewicht. Alle vrouwtjes waren spoedig vredig bij elkaar.
Het eerste jong van Lygodactylus williamsi Op de 23-7-2008, dus na 64 dagen, ontdekte ik bij de dagelijkse controle van de legsels, kleine scheurtjes in de schaal van het eest afgezette ei van 20-5-2008. Het jong kon ik 's morgens niet meteen ontdekken of het wel
Ook eieren van Lygodactylus picturatus Bij wijze van voorbeeld legden ook de vrouwtjes van Lygodactylus picturatus hun beide ongeveer 5 x 3 mm grote eieren in spleten of holle ruimten. Om vastgeplakte L. picturatus-eieren niet te beschadigen moesten ze met de ondergrond en al naar het broedapparaat worden overgebracht c.q. werd geprobeerd de afzetplaats te beschermen en wel door er een krekeldoos overheen te stulpen. Al naar gelang de omgevingstemperatuur kwamen de L. picturatus-jongen bij constant 28 °C in de broedkast na ongeveer 60 dagen uit, bij wisselende temperaturen van 20 - 30 °C in het terrarium ongeveer na 80 - 100 dagen. Om de filigrane jonge dieren in het terrarium te laten leek mij toentertijd te riskant, daarom bracht ik ze over naar kleine terraria en bracht ze gescheiden van de ouders groot. De moeite van het overwegen waard was om bij de vele L. williamsi-legsels, de ouderdieren eenvoudigweg na twee maanden in een nieuw terrarium over te zetten en de legsels in de oude bak te laten. Voeding Voor de voeding van de dwerggekko's komen vooral kleine voederdieren, zoals kleine en grote fruitvliegen, bonenkevers, kleine krekels en huiskrekels kleine vliegen enz. in aanmerking. De voedseldieren, in het bijzonder versgekochte, kunnen voor het voeren met een vitamine- mineralenmengsel worden bestoven. De voedseldieren zelf moeten ook rijk qua afwisseling verzorgd worden, op dat de voedingswaarde beter wordt.
Watervoorziening Als boombewoners in regenrijke gebieden hoeven de gekko's maar op de dagelijkse regen te wachten om hun dorst te stillen. Bij voorkeur likken de gekko's de druppels van de ruiten en de bladeren af. Dagelijks sproei ik minstens tweemaal, 's morgens en 's avond, ben ik thuis, bijvoorbeeld in het weekend en absoluut ook vaker. Op grond van de geringe grootte der dwerggekko's is een lichtjes afsproeien van het terrarium en de planten ruimschoots voldoende. Graag drinken ze ook water uit de bladoksels van bijvoorbeeld Bromelia's. Waterreservoirs, maar in ieder geval ook kleine waterschades uit kunststof of bijvoorbeeld de sluitingen van flessen mineraalwater (Röll, B. 2004) zijn belangrijk als men eens een dag niet thuis zou zijn. Het verdient aanbeveling om gedurende de vakantietijd een beregeningsinstallatie aan te schaffen die dan dagelijks 2 of 3 maal 10 seconden sproeit. Daarbij moet er dan op gelet worden de sproeihoeveelheid voor het begin van de reis zo in te stellen, dat niet al na een paar dagen het terrarium volledig tot een moeras verworden is of zelfs door de ruitbeluchting de woning inloopt. In terraria met een gaasdeksel droogt de zaak na een korte sproeitijd snel weer af. Dit is naar mijn mening ook erg belangrijk, want als reptielen steeds op een vochtige ondergrond zitten kunnen snel schimmelinfecties het gevolg zijn. Literatuur Müller, M.J. (1996): Handbuch ausgewählter Klimastationen der Erde, Trier Röll, B. (2004): Zwerggeckos, Lygodactylus. Natur und Tier Verlag, Münster Stubblefield, L.K. (Editor) (1994): Management Summaries for 25 Costal Forests in Tanzania The Society for Environmental Exploration and the University of Dar Es Salaam Wikipedia (1/2008) Lygodactylus williamsi |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||