|
Bizar maar sympathiek: Tylomelania, zoetwaterslakken uit Sulawesi Tekst: Alexandra Behrendt (vertaling: Lucas Bauer), foto's: Chris Lukhaup
Evenals het door Adams in 1866 beschreven geslacht Brotia, met de bekende vertegenwoordiger Brotia pagodula (Gould, 1847) blijken het goede aquariumbewoners te zijn door hun zoetwateraanpassing en door hun herkomstbepaalde behoefte aan warm water. Een uitgebreide beschrijving aan de hand van ervaringen met alle soorten zou de beperking van dit artikel te buiten gaan.
Beschrijving Vorm en sculptuur van de huisjes zijn zeer verschillend; tussen een kleine gladde eivorm en langgerekt kegelvormig met sterke spiraal en lengteribbels is haast alles mogelijk. Zodoende kan ook het formaat van de slakkenhuizen zeer verschillend zijn; al naar gelang de soort beschikken ze over huisjes tussen 10 mm en 12 cm, waarvan de apex, het toppunt, vaak aangetast is. Van nature hebben de slakken van het geslacht Tylomelania alle een operculum, een dekseltje om hun huis mee af te sluiten; om de kern van dat dekseltje lopen vijf tot elf ringen. Dikte en sculptuur van het huis verschillen door aanpassing bij de natuurlijke leefomgeving. Afgezien van de 'harde schaal', die op zich reeds indrukwekkend genoeg is, komen we nu bij het lijf en de voet van deze waterslakken aan. Een waar kleurspektakel; de variatie aan kleuren en patronen is enorm! Van een oranje lichaam, waarop roomwitte druppels, of zwart met witte druppelvlekken, verder naar stralend oranje met zwarte tijgerstrepen, of naar zwart met grijze tijgerstrepen tot donkergrijs met oranje voelhoorns - is het een buitengewoon meeslepende aanblik. Kleine zwarte ogen, die aan de basis van slanke rechte voelers zitten, verheffen zich duidelijk van een slurf die lang en week lijkt. Opvallend is een groef die zowel bij mannetjes als bij vrouwtjes aan de anatomische rechterzijde langs de voet afloopt. Het is tot op heden onduidelijk waartoe die dient. Ook op het tweede gezicht schijnen dieren van dit geslacht nog steeds geschikt voor het aquarium - in elk geval zouden we dat graag willen. Daarom begeven we ons nu naar het herkomstgebied van deze Tylomelania-soorten.
Verspreiding en natuurlijke biotoop Door de ongewone vorm van het eiland heersen op Sulawesi verschillende klimaatzonen. Voor het grootste deel zijn de tot 3500 meter hoge bergketens met regenwoud bedekt. De hoofdregentijd valt van eind november tot maart. Nabij de kust liggen smalle vlakten. De temperaturen liggen in het laagland en aan de kust het gehele jaar tussen 28 en 32 °C. In de regentijd zakken de temperaturen ongeveer twee graden. Het hoogtepunt van de droge tijd valt in juli of augustus. De grootste hoeveelheid neerslag valt echter aan de oostkust van Centraal- en Zuidoost-Sulawesi tussen mei en augustus. In het Malilimeer en het Meer van Poso met de daarbij behorende rivierstelsels vindt men soorten Tylomelania zowel op een zachte ondergrond als op stenen. In diepten tussen 1 en 2 meter worden de grootste dichtheden gevonden, tot 100 dieren per m2, terwijl beneden 20 meter diepte de populatie snel afneemt. Tot zover eenvoudig de gegevens over eiland en klimaat. Ik hoop dat niemand over het hoofd heeft gezien: de temperaturen liggen er het gehele jaar tussen 28 en 32 °C. Dat geldt ook voor het water. Zelfs op 20 meter diepte wordt nog 27 graden gemeten. De hier voorgestelde slakken komen uit het meer van Poso op 500 meter boven de zeespiegel of uit het Maliligebied, om precies te zijn van het Matanomeer op 400 meterhoogte. Deze watergebieden liggen in centraal Sulawesi. Het Matanomeer, dat onderdeel uitmaakt van het Maliliwatersysteem heeft zacht water, de gemeten pH-waarde was 6,5. De gemeten waarde in het Posomeer lag hoger, nl. 7,5, waaruit afgeleid kan worden dat het water ook iets harder kan zijn. De derde blik toont ons dus bij nader inzien dat ze ons niet alleen bevallen, maar dat ze het graag warm hebben en bovendien speciale waterwaarden behoeven om zich goed te voelen.
Een vraag die de toegewijde slakkenliefhebber en aquarist zich stelt, is de kwestie hoe het zit met de voortplanting en opkweekmogelijkheden van deze mooie exoten. Het zijn kieuwslakken van een gescheiden geslacht, waarbij dus het mannetje een vrouwtje bevrucht. Vermoedelijk komt de bevruchting tot stand door overdracht van een spermatofoor. Dit is een zaadpakketje dat bijeen wordt gehouden met een bepaalde kitsubstantie, die in speciale klieren van de geslachtsorganen ontstaat. De embryo's liggen in een voedselbrij binnen een waaiervormige broedbuidel. De jongen groeien tot ze vrij komen nog verder in deze broedbuidel. Waarschijnlijk zijn de dieren dus ovovivipaar. In de broedbuidel bevinden zich jongen die, afhankelijk van de soort, tussen 2,5 en 17,5 mm groot kunnen zijn. In het algemeen kan men stellen dat grote soorten meestal minder embryo's huisvesten dan de kleinere soorten. Met een massale bevolking in het aquarium hoeft men volgens mijn waarnemingen tot nu toe geen rekening te houden. Daar het onwaarschijnlijk is dat we altijd mannetjes zowel als wijfjes zullen hebben, terwijl de embryo's die bij wildvang aanwezig kunnen zijn veelal te eniger tijd allemaal geloosd zullen worden, kan ik een slakkenprobleem in de zin van overbevolking gewoon uitsluiten. Bovendien hebben de jongen veel tijd nodig om tot volle wasdom uit te groeien. Voedsel Eenmaal in het aquarium aangekomen tonen Tylomelania-soorten hun aanpassingsvermogen. Reeds in de eerste dagen eten ze verkruimelde voedseltabletten van allerlei samenstelling. Kortom, ze eten
De groenten worden echter slechts door twee soorten afgeraspt, nl. Tylomelania patriarchalis en de onbekende Tylomelania met een oranje lichaam. Op zoek naar voedsel doorwoelen ze zowel zand- als leemgrond, klimmen over stenen of tegen het glas, over wortelhout en filtermatten. Van belang bij de voedselvoorziening in het aquarium is dat stofvoer ter beschikking wordt gesteld. Op zoek daarnaar doorploegen alle soorten het aquarium. Aan complete voedseltabletten gaan ze voorbij. Uit de natuur gehaalde dieren bleken in de maag zand en diatomeeën te hebben. Gedrag in het aquarium Nadat de dieren zorgzaam in het aquarium zijn overgebracht, tonen Tylomelania's zich direct actief. Vlot komen uit hun huis en beginnen de nieuwe omgeving te verkennen. Enkele soorten tonen dat het licht ze irriteert, men ziet duidelijk dat ze zich daarbij niet prettig voelen. Dat lijkt onder andere zo bij een niet nader bekende Tylomelania sp. (met lang slank huisje en een wit lichaam) door een interessant gedrag: zodra het invallende licht verandert, stampt ze met haar loopvoet op de bodem, waardoor stof wordt opgewerveld en dan kan ze zich ongezien in het huisje terugtrekken. Precies zo reageert deze soort op hinderlijke garnalen of bij mechanische prikkels. Vermoedelijk is het een reactie die hem tegen vreetvijanden moet beschermen.
Steeds weer zoeken ook verschillende andere soorten kort lichaamscontact, dat is echter werkelijk beperkt tot soortgenoten onderling. Binnen tien dagen waren mijn Tylomelania's aan hun nieuwe omgeving en aan het andersoortige voedsel gewend. De schrikachtigheid van sommige soorten verdween en ze bewegen zich nu vrij in het aquarium. Door de schrik van het overzetten in ander water met andere omgevingsfactoren ontstonden enkele mogelijk voortijdige bevallingen. De verloste jongen komen in het aquarium goed terecht; er was nog geen uitval. Het aquarium De behoeften en eisen van Tylomelania-soorten kunnen grofweg worden samengevat. Hier bepalen we ons tot de eisen om behandelde soorten te kunnen houden zonder dat het tot een kwelling wordt. Van belang zijn de bevolkingsdichtheid en de grootte van het aquarium. De meeste soorten hebben minstens een bak van 60 cm lang nodig, en daarbij moet worden vastgesteld dat dit werkelijk het uiterste minimum is. Daar ze zich in gevangenschap anders gedragen dan in de natuur, bewegen dieren die eigenlijk van gebieden met harde ondergrond komen, zich ook in leem of zand. Daarbij moet worden vastgesteld dat de 'zachtsubstraters' altijd de voorkeur blijven geven aan een leem- of zandbodem en slechts zeer zelden zich zullen wagen aan het beklimmen van een steen. De volgende inrichting heeft zich bruikbaar getoond voor een gemengde bezetting. Een 80 cm bak, verdeeld in gebieden met zachte en harde ondergrond. Van (aquarium)grint moet worden afgezien, want de meeste Tylomelania-soorten hebben problemen om zich daarop voort te bewegen. Voor de in te brengen bodem grond is zeer fijn zand met geneeskrachtige*) modder geschikt of een mengsel met leem en bovendien een aantal flinke stenen of steenplaten van 15 tot 20 cm lang. Echter geen scherpe leisteen- of kiezelbrokken. Het aanvullen met valblad en wortelhout is noodzakelijk. Natuurlijk zou het goed zijn om te weten welke slakkensoort men eigenlijk heeft, maar meestal verloopt het zo, dat men eerst een dier heeft en dan pas probeert na te gaan welke soort het is en welke eisen die soort stelt. Daarom raad ik een bak aan, waarmee ze allemaal een beetje uit de voeten kunnen.
Een ander aspect, dat voor mij 'op het vierde gezicht' betekent, is de aquariumbezetting in het rijk van Tylomelania. Er moet met beleid worden gekozen. Wil men zich zo'n extravagantie veroorloven om Tylomelania te houden, dan moet men niet van een soortgericht speciaalaquarium afzien. Ze ontplooien zich en verwennen ons met hun bezigheid en uiterlijk. Reeds het bijplaatsen van andere slakken of garnalen doet alles te niet. Slechts twee soorten tonen zich min of meer verenigbaar met enkele garnalen of met andere slakken. Dat zijn Tylomelania patriarchalis en de onbekende oranje Tylomelania. De mij tot nu bekende soorten blijken dus allemaal onwerkelijk mooi en interessant, hebben echter allemaal hun speciale behoeften en stellen eisen aan de verzorging. Meer soorten wil ik te zijner tijd nader voorstellen, maar de algemene richtlijnen zijn nu bekend en moeten echt worden opgevolgd. Afrondende opmerkingen In hun thuisland dienen Tylomelania's op verscheidene plaatsen als voedsel voor krabben, dat kan men goed zien aan de vele krassen en beschadigingen van de huisjes. De inheemse bevolking kent ze ook geneeskracht toe; zo zouden ze bij zwangerschapsproblemen kunnen helpen. Ook al zijn er tot op heden geen risico's, zoals overdracht van Cercaria, die een zoogdier als eindgastheer hebben, bekend geworden, toch raad ik iedere zwangere vrouw het eten van Tylomelania af. :-) Ik dank Thomas von Rintelen, Humboldt Universität Berlijn, die de tijd heeft genomen om mij met deze slakken beter bekend te maken en die me kopieën van de desbetreffende wetenschappelijke literatuur heeft verschaft. Ten slotte blijft dan het beleven van vreugde aan deze dieren, mogelijk in een passend aquarium. * geneeskrachtige modder is vooral in Duitsland verkrijgbaar als Heilerde (evt. ook wel elders, bijvoorbeeld als kleimasker). De auteur lijkt hieraan voor aquariumdoeleinden waarde toe te kennen. LB Referenties Duitse websites algemeen (over slakken in het aquarium): www.Aquarienschnecken.de www.Aquarienschnecken-Forum.de Reisdocumentatie: www.sommer-fern.de www.divetheworldindonesia.com Systematiek - taxonomie: www.biologie.uni-ulm.de Literatuur Thomas von Rintelen & Matthias Glaubrecht, 2003 New discoveries in old lakes: three new species of Tylomelania Sarasin & Sarasin, 1897 (GASTROPODA, CERITHIOIDEA, PACHYCHILIDAE) from the Malili Lake System on Sulawesi, Indonesia. Pag. 3 - 17 in Journal of Molluscan Studies, 69 Thomas von Rintelen, Anthony B. Wilson, Axel Meyer & Matthias Glaubrecht, 2004 Escalation and trophic specialization drive adaptive radiation of freshwater gastropods in ancient lakes on Sulawesi, Indonesia. Pag. 2541 - 2549 in Proceedings of the Royal Society of London, series B nr 271 Thomas von Rintelen & Matthias Glaubrecht, 2005 Anatomy of an adaptive radiation: a unique reproductive strategy in the endemic freshwater gastropod Tylomelania (CERITHIOIDEA, PACHYCHILIDAE) on Sulawesi, Indonesia and its biogeographical implications. Pag. 513 - 542 in Biological Journal of the Linnean Society, 85 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||