Zou u mij wat meer informatie kunnen sturen over de leefgewoonten en biotopen van Cichlasoma severum? De literatuur in mijn bieb sprak elkaar namelijk tegen: enerhand werd er gezegd dat ze uit de grote oerwoudrivieren in Guyana komen, in zwart water, met zandbodem en wortelbiotoop; anderzijds zegt men dat ze houden van harder water en veel stenen en een grindbodem. Wat is het?

Cichlasoma severum gaat anno 2001 door het leven als Heros cf. notatus. De bewering, dat ze in hard water thuishoort, moet naar het rijk der fabelen worden verwezen. Wel komen de dieren, afhankelijk van soort en leeftijd en onder invloed van het jaargetijde, in zeer diverse biotopen voor. Dus de eerste bewering gaat op.

Hoe breng ik bacteriën in mijn nieuwe aquarium aan? Doe ik dat als ik grind in mijn bak plaats? Zou ik er ook nog een laag zand onder moeten stoppen? Wat kan ik goed gebruiken als afwisseling van voedsel? Droogvoer alleen is vast niet erg gezond. Kan ik maden kopen in de winkel of wormen prikken?

De bacterieflora ontstaat vanzelf, gratis en voor niks. Ze vestigt zich overal op. Materialen met een groot vestigingsoppervlak genieten dus de voorkeur. Je kunt het proces versnellen door te enten met bodemvuil uit een gezond aquarium of door het gebruiken van een vriesdroge bacteriecultuur uit de handel.
Grind met een korrelgrootte van 3 mm is uitstekend. Zand is dan niet nodig.
Afhankelijk van de soort vissen is alles wat leeft uitermate goed voer. Dus een schepnet aangeschaft en de natuur in om allerlei levend, klein goed uit het water te vangen.

Mijn vraag betreft het voeden van grote pauwoogcichliden. Ik had nog wat koikarpervoer staan van de vijver en heb ze dat gegeven. De kleuren ogen fantastisch en ze lusten het erg graag, evenals de Severums. Mijn vraag is nu, is het slecht om tropische vissen (en dan vooral pauwoogcichliden) dit voer te geven? Het lijkt erop, dat het juist heel goed is. De vissen groeien als kool en zien er prachtig uit en er zit ook vis in en plantaardige voeding. Nu weet ik ook wel, dat een karper normaal gesproken andere dingen eet dan een pauwoogcichliden, maar als dit voer nu afgewisseld wordt met echte vis en bijvoorbeeld garnalen, dan is er toch niets aan de hand of kan het spijsverteringskanaal van pauwoogcichliden er niet tegen?

Een pauwoogcichlide is overwegend carnivoor en heeft dus een kort darmstelsel berekend op snel verterend voedsel van dierlijke oorsprong. Een karper is overwegend herbivoor met een lang darmstelsel, berekend op langzaam en zeer moeilijk verteerbare, plantaardige kost. Als een fabrikant z'n werk goed doet, houdt hij daar bij de productie rekening mee. Dus is de ene voersoort de andere niet. Als ze goed groeien, lijkt er niets aan de hand. Kwalen als gevolg van verkeerde voedering sluipen langzaam in.

Ik heb laatst een koppeltje zeilvinkarpers gekocht. Het vrouwtje had nogal een hangende buik. Zou dit een zwanger vrouwtje kunnen zijn of zijn er toch uiterlijke verschillen tussen vrouwtjes? Mocht het vrouwtje zwanger zijn, hoe moeten zij en haar jongen dan worden verzorgd?

Er zijn geen uiterlijke verschillen tussen vrouwtjes van de zeilvinkarper. De mannen hebben een zeilvin (erg hoge vin in de vorm van een zeil). Een zwanger vrouwtje kan het beste apart worden gezet in een aquarium, waarin op de een of ander manier (te koop in de aquariumhandel) mogelijk is gemaakt, dat de jongen kunnen wegblijven bij het volwassen dier.

Nog een tweede vraagje. Eén van de vissen zit met witte stip. Nou heb ik deze in een apart aquarium gedaan en behandeld met methyleenblauw (2 ml per 10 liter). Moeten vissen die behandeld worden met dit medicijn, in een apart aquarium of mag dat in dezelfde bak, waarin ze zijn gehuisvest?

Liever niet in dezelfde bak, omdat het middel de bacterieflora vernietigt.

De laatste twee jaar heb ik deelgenomen aan verenigings- en districtskeuringen. Jammer genoeg was beide malen de bak niet in optimale conditie. De eerste maal een week voor de keuring een uitbarsting van bruine algen. Die nu na de tweede keuring en vele adviezen en handelingen lichter zijn geworden, maar wel zijn uitgegroeid tot draadalgen. Op één plant niet, Cabomba.
Ook blijft de pH-waarde boven de 7,5, de KH onder 4 tot 3 DH. µS is 297, was bij de laatste keuring 244. De CO2-toevoeging heeft geen invloed op de pH. Wel de luchtbellenstroom en toevoeging van een andere (motorpomp) uitstromer aan de oppervlakte, met filterwatten gevuld. Normaal alleen een interval in bedrijf voor waterverversing, dat geen/nauwelijks filtering uitvoert. Nu probeer ik door toevoeging van KH-plus de DH wat op te voeren. Het resultaat moet ik nog afwachten. Wat kan ik nog meer doen?
De levende have komt uit Z-Amerika. De planten echter van alle streken. Het totaal aan vissen is niet te hoog volgens de keurmeesters, de groepen/aantallen waterplanten konden hoger. Ik ben geen voorstander van een mooie plantenbak, zoals we gewend zijn in Nederland. Ik houd meer van een wat forsere inrichting. Ook zondig ik tegen de regel, dat cichliden niet samen met zalmen kunnen. Maar de vuurkelen (vier) hebben een te slechte naam in de literatuur.
Mijn bak is 1,5 m. Er zwemmen verder 16 roodkoppen in, die steeds de jonge vuurkelen opeten als die 14 dagen oud zijn en met hun ouders naar de voorgrond komen. De oppervlakte wordt door bijlzalmen bezet, de bodem door acht Corydoras, driemaal twee koppels Apistogramma plus vier algeneters.


In ieder geval is de pH ruim hoog. Ik weet niet of je in de morgen gemeten hebt of in de avond. (In de loop van de dag loopt de pH meestal een graadje op.)
Dat de CO2-toediening geen invloed heeft op de pH lijkt me sterk, behalve als de cilinder, de patroon of wat het ook wezen mag, leeg is.
De bellenstroom verjaagt de CO2 uit het water. Die kan dus beter worden afgezet.
Een KH van vier is heel acceptabel, die hoeft dus niet te worden opgevoerd.
Er zijn geen aquariumregels, waartegen kan worden gezondigd. Wel moet je alles in het werk stellen om het welzijn van de dieren te waarborgen. Verder is alles wat je leuk vindt en dat ook nog goed is voor de vissen acceptabel.
Ik betwijfel of het lang goed zal blijven gaan tussen de vuurkelen en de roodkoppen. Ik denk dus dat de combinatie voor één van de beide soorten niet zo best is.
Apistogramma's worden meestal niet als koppel gehouden. De mannetjes zijn polygaam (mannetje heeft meer vrouwtjes). Ook de combinatie van Apisto's en vuurkelen is minder geslaagd.
Aquariumhouden is geen wedstrijdsport. Het bezoek van een NBAT-keurmeester zal dus meer een adviserend karakter hebben.

Ik wil weten hoe je op een makkelijke manier fruitvliegjes kunt kweken voor bijlzalmpjes en halfsnavelbekjes.

Zet op een bepaalde voedselbrij, die bv. bij de laboratoriumhandel te verkrijgen is en ook bij bepaalde gespcialiseerde vivariumwinkels, een entportie van ca 5 vliegen. Hou de temperatuur in de buurt van de 25 graden, dan gaat de rest vanzelf. De brij is ook zelf te maken van bv. havermout met vruchtensap, appelmoes, geprakte banaan enz.; een beetje gist toevoegen.

Het is een beetje een rare vraag, die misschien alleen een vrouw kan stellen, maar ik doe het toch. Is het normaal dat er zich een koppel heeft gevormd van een Betta splendens-vrouwtje en een Nanochromis transvestitus-mannetje? Alhoewel er van deze laatste een vrouwtje aanwezig was, werd ze finaal genegeerd door meneer. Het paar leeft in zeer goede harmonie en zwemt de hele dag gezellig op. Vreemd of komt het meer voor?

Het komt wel vaker voor dat vissen een 'surrogaat'-partner accepteren. Zo zijn er gevallen bekend van twee vrouwtjes, die almaar eieren produceren, maar natuurlijk nooit tot resultaat komen. Ook twee mannetjes hebben het wel ooit samen. Dit is overigens wel een heel 'vreemd' stel.

Zes maanden geleden ben ik van een gesloten naar een open aquarium overgegaan (100 * 40 * 50/b * d * h). Belichting: 12 u/dag, 2* Osram hql 80 Watt op 25 cm boven oppervlak, nacht: 1 tl 6 Watt. Bemesting: Sera Florena (gespreid over dagelijks 3 ml) en 2-wekelijks Florenette. CO2: via Dupla-basisset. 2-wekelijks: 1/4 waterwissel. Waterwaarden: GH 10, KH 6, pH 7.2. Filter niet vervuild. Probleem:
De planten krijgen gaten en verglazen, breken, spichtige scheuten, Crypto-bladeren kleuren niet meer... De aquariumzaak weet geen raad.


Ik veronderstel aan de hand van de gegevens, dat de overgang van tl naar hql te abrupt is gegaan. Als de planten al aan hql wennen willen, moet dat heel geleidelijk gebeuren. Mogelijk ook is de straling te fel (lampen te dicht boven wateroppervlak en/of te veel licht). Hierdoor kunnen de chloroplasten (bladgroenkorrels) het licht niet verwerken en barsten kapot.
Begin met de oude lampen en wen beetje bij beetje over naar hql. Misschien lukt het dan.

Ik ben gefascineerd door Zuid-Amerikaanse cichliden. Wat voor literatuur is daarover beschikbaar?

Interessant zijn:
Horst Linke, Wolfgang Staeck - Amerikanische Cichliden 1, Kleine Buntbarsche.
ISBN 3 - 89356 - 153 - 6
Schmettkamp - Die Zwergcichliden Südamerikas.
ISBN 3 - 7842 - 0260 - 8
Hans Joachim Richter - Complete Book of Dwarf Cichlids. Van Tropical Fish Hobbyist.
ISBN 0 - 86622 - 701 - 6.
Maar het recentste en compleetste is ongetwijfeld:
Dr. Uwe Romer - Mergus CichlidenAtlas 1. ISBN 3 - 88244 - 082 - 1.

Ik ben in het bezit van een aantal verschillende soorten regenboogvissen, ben ook van plan om ermee te gaan kweken. Nu is mijn vraag: als de mannetjes van de Boesemani baltsgedrag vertonen, zijn zij dan geslachtsrijp? En is de kleur van de te kweken dieren van doorslaggevend belang voor de nakweek?

In zijn algemeenheid kan gesteld worden, dat ze dan geslachtsrijp zijn. De kleur en allerlei andere eigenschappen zijn van doorslaggevend belang voor de nakweek. Het is dus verstandig alleen uitermate goed geselecteerd materiaal te gebruiken.

Sinds enige tijd heb ik zweefalg in mijn aquarium (160 x 50 x 50). Wat is de beste manier om hier vanaf te komen? Kan het zijn dat te veel overigens nuttige bacteriën de boosdoeners zijn?

Zweefalg is niet schadelijk, eerder nuttig, maar we zien nu eenmaal graag wat er zich achter de ruiten afspeelt. Als u geduld hebt, gaat het meestal vanzelf weer weg. Hebt u geen geduld, dan doet een flinke wolk watervlooien (met een schepnet vangen in een sloot) wonderen. Zijn de algjes weg, dan gaan de resterende vlooien dood. Hevel die af.

Ik heb van school de opdracht gekregen om een eigen aquarium te ontwerpen. Ik heb ervoor gekozen om een West-Afrikaans aquarium te nemen. Ik hoop, dat u mij met een paar vraagjes kunt helpen.
1. Weet u welke vissen er in dit gebied leven?
2. Welke planten kan ik het beste gebruiken?
3. Welke filters, pompen, verlichting e.d heb ik nodig?
Alle andere tips en folders zijn altijd van harte welkom...


West-Afrika is gigantisch groot. Daar kun je je als bewoner (v/m) van ons kikkerlandje maar nauwelijks een voorstelling van maken. Je zou het kunnen verdelen in diverse biotopen. Die biotopen weer in biotoopjes en die biotoopjes weer in niches. Zo'n niche is bij uitstek geschikt om in een aquarium na te bouwen. Om maar wat te noemen: stromingsluwe bocht in een stromingsrivier, onder een stroomversnelling enz., enz. En waar ergens tref je een niche aan. Er zijn er duizenden. In een goede bibliotheek hebben ze vast wel boeken, waarin je één en ander kunt opzoeken. In mijn website Fish & Photo in het archief onder 'aquarium van de maand mei' vind je een voorbeeld van een West-Afrikabiotoop. Compleet met plaatjes. Ik denk overigens dat het de bedoeling van je leraar is, dat je zèlf één en ander uitzoekt. Op deze manier is het wel heel makkelijk. Daar steek je dus niets van op! Gebruik je het voorbeeld toch, dan wil ik op z'n minst weten welk cijfer ik heb gekregen.

Ik zou graag wat meer willen weten over de 'kempvis' (leefstijl, paren, enz.). Hebt u een tip?

Welke kempvis?
1. De langvinnige vorm?
Die heeft waarschijnlijk zijn hele leven, totdat je hem kreeg, in een klein potje of een fles gezeten. In rijen opgesteld naast elkaar. Allemaal mannetjes. Opdat ze elkaar goed zouden zien. Daardoor gaan ze elkaar bedreigen, pronken, vinnen opzetten, die dan uitgroeien tot lange sluiervinnen. Deze beesten zijn natuurlijk zó gefrustreerd als ze groot zijn. Hebben een lange periode nodig om aan normale omstandigheden te wennen. In een groot aquarium met flink wat plantengroei vrij laten zwemmen. Nog geen vrouwtjes bij zetten. Dat kan misschien na een aantal weken. Toch zorgen voor veel en goede schuilplaatsen.
2. De normaal kortvinnige vorm?
Nog steeds een kweekproduct. Behandelen als voorgaande. Alleen kunnen mannetje en vrouwtje van begin af aan bij elkaar.
3. Wildvang?
Laat je niet te veel wijsmaken wat dat betreft. Ze zijn slechts hoogst zelden in de handel beschikbaar.

Het kweken gaat bij alle soorten ongeveer gelijk. Mannetje bouwt schuimnest. Lokt vrouwtje onder nest. Vrouwtje zet eitjes af, waarbij ze door het mannetje a.h.w. wordt omhelsd. Dat wil zo iets zeggen als dat het mannetje zich zo sterk zijwaarts kromt, dat er een soort hoepeltje ontstaat. In dat hoepeltje bevindt zich het vrouwtje, terwijl ze eitjes legt. Die worden door beide dieren, maar het meest door het mannetje in de bek genomen en in het schuimnest gespuugd.
Na ca 2 dagen komen de eitjes uit. Dan moet er heel fijn (liefst levend) voer zijn. Dat kun je met een fijnmazig net in slootjes en/of vijvers vangen. Voor de eerste dagen kunnen het ook gekweekte pantoffeldiertjes en andere infusoriën zijn. In een pot wat koolrabiblokjes met water in het zonnetje zetten. Wordt het groen, dan zijn er zijn infusoriën. Voorzichtig met voeren. Op de waterkwaliteit letten.

Hoe kan ik rode muggenlarven kweken?

Over het algemeen is het kweken van rode muggenlarven haast niet te doen. Ze worden door professionals gevangen.
Zoek een sloot of vijver [niet verontreinigd door industrieel afval (zware metalen)] met veel bodemsubstraat als afgevallen boombladeren e.d. Met een grote schop verzamel je grote hoeveelheden hiervan. Maak van vliegengaas grote zakken en stop het bodemsubstraat hierin. Hang de zakken boven een vat met een beetje water op de bodem, maar hang ze zo dat het bodemsubstraat uitdroogt. De larven zullen door de mazen van het gaas in het vat met water 'vluchten'. Op die manier... Voor de eigenaar van een aquarium is het nog mogelijk in eigen behoefte te voorzien als je de vissen ten minste één of misschien twee keer in de week wilt voeren. In een oud aquarium verzamel je afgevallen blad en zet dat onder water. Nu is het afwachten of de muggen daar eitjes in willen leggen. Na verloop van tijd zie je de larven op en tussen het blad. Verzamel ze op dezelfde manier.

Is er iets meer te vertellen over Livingstone-cichliden?

Ik veronderstel dat het hier om de vroegere Haplochromis livingstonii gaat, die volgens de laatste inzichten Nimbochromis livingstonii zou moeten heten. Het is een betrekkelijk grote Malawi-cichlide (25 cm voor het mannetje, vrouwtjes blijven iets kleiner: 20 cm). Hij komt in zo ongeveer het hele meer voor. Maar het meeste toch in het zuidelijke deel. Ook komt hij in vrijwel alle soorten biotopen voor met een lichte voorkeur voor de begroeide delen van baaien. Eigenlijk is het een viseter en ook wordt er wel beweerd dat hij andere vissen van zijn ogen berooft. Dat zou dan gebeuren, doordat hij zich plat in/op het zand legt en afwacht tot er een slachtoffer nadert. In een aquarium komt dat gedrag nauwelijks voor als je ze voldoende grote dieren als gezelschap geeft.