Waarom worden piranha's soms zwart? Ik heb de piranhasoort (zilverkleurige met rode buik, kan even niet op de naam komen). Ik heb twee dagen geleden jongen gekregen. Die heb ik uit de bak gehaald en apart gezet. Is dat verstandig? En kan het zijn dat ze zwart worden in de paartijd?

Er zijn nogal wat soorten piranha, dus een antwoord geven op de vraag betreffende zwart worden, kan ik niet. Eén soort, Serraselmus niger (niger = zwart) wordt dat in ieder geval vanzelf.
Ik denk dat het niet verstandig is geweest de jongen apart te zetten. Piranha's kennen een betrekkelijk omvangrijke broedzorg. Die wordt ten dele door de ouders bij de jongen ingeprent. Daarvoor moeten de jongen wel bij de ouders blijven. Nu nog terugzetten lijkt me gevaarlijk. De ouders zullen ze waarschijnlijk niet meer als jongen van hen herkennen en ze dus beschouwen al een aanvulling op het menu. Maar überhaupt moeten ze dan in een voldoende ruim aquarium zitten. Zie ook 'Ervaringen en kweek met de piranha Serrasalmus nattereri'.

Ik heb een aquarium van 1 meter lang, 40 cm diep en 50 cm hoog. Gevuld met voedingsbodem, grind van 1 tot 6 mm. Kh 4, pH 7.2, NO2 nihil, NO3 nihil, PO4 nihil, geleidbaarheid was ongeveer 400, na toevoeging ectopur i.v.m. ziekte gestegen naar 800. Oxidator geplaatst voor instromer buitenfilter. CO2-apparaat aanwezig met bellenteller. Water wordt voorbereid d.m.v. omkeerosmose. Echter, zowel voor als na geleidbaarheidsstijging heb ik last van baard- en draadalg. Ik heb twee lampen boven dit aquarium, Phillips 83 en 84, totaal 2* 30 Watt vermogen. Zie ik misschien iets over het hoofd? Wat is de reden, dat ik toch algen heb? En wat kan ik eraan doen?

U hebt een middel gebruikt tegen ziekten. Het effect daarvan is tweeledig:
1. De elektrische doormeetbaarheid van het aquariumwater is gestegen. De elektrische doormeetbaarheid geeft een indicatie van het geheel van in het water opgeloste zouten. Het middel ectopur bevat dus nogal wat zouten. Dan stijgt de doormeetbaarheid.
2. Waarschijnlijk hebt u door het toedienen van dit medicijn alle micro-organismen in het aquarium gedood. Die spelen een belangrijke rol bij de verwerking van de afbraakproducten. Die taak wordt nu waarschijnlijk door de algen overgenomen.

Wat te doen?
In de eerste plaats is de pH in uw aquarium met 7,2 aan de hoge kant. Ik zou hem wat lager maken. In de avond gemeten, zo tegen een uur of 6 (18.00 uur) moet de pH nog onder tegen de 7 aanliggen. U moet de CO2-voorziening dus iets ruimer afstellen.
Ik hoop dat de parasietenziekte verdwenen is. Dat kunt u beginnen met versnelde waterverversing. Eerst 1/3 van het water, na een week weer enz. tot de doormeetbaarheid weer 'normaal' is. Ik schrijf 'normaal', omdat die met 400 ook aan de hoge kant is. Die kunt u omlaagbrengen door het bijmengen van demiwater, osmosewater of opgevangen regenwater.
Verder zult u de bacterieflora van het aquarium op peil moeten brengen. Dat kan door wat afgeheveld vuil uit een gezond aquarium in uw aquarium te doen. Of de watten uit een filter van een gezond aquarium in uw filter te doen of wat vriesdroge bacteriën uit de aquariumhandel te gebruiken.
Dan denk ik dat u de lampen wat lang laat branden. Eén lamp - bij voorkeur de blauwe - een uurtje minder bv. kan de oplossing zijn. Als u daarmee wilt experimenteren, dan moeten de lampen wel afzonderlijk schakelbaar zijn. Nog beter is het als ze allebei afzonderlijk door een tijdschakelaartje te bedienen zijn.
Een aardig verhaal. Daarom zeggen wij bij de NBAT wel eens: aquariumhouden zóóóó rustgevend!

Ik werk voor een aquarium en nu hebben we verscheidene panterbaarzen met aan 1 kant een dik oog.

Wat bedoelt u met panterbaarzen? Hebben ze misschien een wetenschappelijke naam? Dat maakt het een stuk eenvoudiger.
Een opgezet oog noemt men exothalmus. Dat kan diverse oorzaken hebben.
1. Er kan zich een parasiet achter het oog in de oogkas genesteld hebben. Door de irritatie ontstaat er nogal wat vocht dat niet weg kan. Hierdoor wordt het oog naar buiten gedrukt. Hier is eigenlijk geen kruid tegen gewassen. Het is verstandig het dier af te zonderen en/of uit zijn lijden te verlossen. Medicatie is dikwijls ook een hele lijdensweg met twijfelachtig resultaat.
2. Ze kunnen lijden aan een Mycobacterium marinum-infectie. In de meeste gevallen is er dan meer aan de vis te zien (na verloop van tijd) dan alleen een puiloog. Rafelige vinnen, vermagering, lusteloosheid e.d. Ook hier kan ik u weinig kans op genezing geven. Er wordt wel eens beweerd dat kanamycine, streptomycine, isoniazide of rifampin zou helpen. Maar dan is er nog het probleem van de juiste diagnose. Voor een leek al heel moeilijk, zo niet onmogelijk.
3. Ze kunnen lijden aan een inwendige schimmelziekte: Ichthyosporidium hoferi. Weer moet ik u helaas confronteren met dezelfde problemen. De diagnose valt niet mee. Of de geadviseerde medicijnen helpen is zeer twijfelachtig.
Vissen in ieder geval afzonderen om besmetting van gezonde dieren te voorkomen. Over UV filteren om de ziektekiemen te bestrijden. Behandeling met phaenoxyethanol schijnt ooit wel eens geholpen te hebben.
4. Verder is een puiloog nog een symptoom dat op den duur bij een heel assortiment van andere ziekten kan voorkomen.
Als het heel kostbare vissen betreft, kunt u het eens proberen bij dokter Mario Blom. Anders zou ik de dieren om erger te voorkomen uit hun lijden verlossen. In de aquariumhandel is van diezelfde dokter Mario Blom een uitstekend middel beschikbaar, waardoor de dieren pijnloos inslapen.

Ik las in een oudere uitgave van Het Aquarium een artikel over het buiten houden van landschildpadden. Ik wilde hier graag meer over weten. Wij willen graag landschildpadden in de tuin gaan houden. Gewoon los. We hebben geen giftige planten in de tuin en de tuin is afgezet met kippengaas. Bovendien hebben we een grasveld om op te grazen. Er zijn verscheidene schuilmogelijkheden en we zijn van plan een klein beschut plekje te creëren met een warmtelamp, waar ze uit eigen beweging in en uit kunnen. Ik zou graag adviezen willen over overwintering. Daarnaast ook over een mogelijke omheining rond de vijver, want ik neem aan dat ze daarin kunnen verdrinken. Bovendien zou ik graag willen weten of een schildpad gezelschap nodig heeft van een of meer soortgenoten. Ik heb gehoord dat Geochelone pardalis een geschikt dier zou zijn. Weet u daar iets meer over?

Welke dieren bedoelt u met landschildpadden? De Europese landschildpadden zijn alle beschermd. Die mag u dus niet hebben, vervoeren, verhandelen. Kortom, 'niks nie'. Mogelijk kunt u ze bemachtigen uit een liefhebberskweek, maar dan moeten er Cites-papieren bij zijn. Stond er niet voldoende informatie in Het Aquarium van destijds? Meer kan ik nu niet voor u doen. Een boek over het onderwerp is geen weggegooid geld. Lidmaatschap van een gespecialiseerde club ook niet.

Ik heb slechts een korte vraag. Bestaan er zoutwaterpiranha's? Ik vroeg het me af, maar kon er weinig over terugvinden. Ik hoop dat jullie mijn vraag kunnen beantwoorden.

Hier geldt een even kort antwoord: nee.

Hier een vraagje aangaande zout in het aquariumwater, meer bepaald voor discusvissen. Ik lees op verschillende webpagina's dat (aquarium)zout in het water goed is voor discusvissen. Als ik de webpagina's vergelijk, dan gaat het om toch wel om erg uiteenlopende zoutconcentraties. Hier een opsomming van de opgegeven, uiteenlopende concentraties. Ik vind de verschillen te uiteenlopend om betrouwbaar te zijn:
- 2 tot 5 gram per liter in het dagelijkse water zou de vissen 'fit' en gezond houden
- 15 tot 35 gram voor 'dip-behandelingen' tegen o.a. Costia, Trichodina, Chilodonella en ectoparasiten
Wat zijn echter de juiste waarden? Bestaat er echter wel een concensus? In mijn ('dagelijkse') bak heb ik gekozen voor 2 gram, dat is het veiligste. Ik merk dat de discussen fit en gezond zijn, maar één wordt soms toch nog ziek - al is het nooit erg. Mag ik de concentratie dus verhogen naar bijvoorbeeld 4 gram/liter?


Er bestaan Discus en discusvissen: wildvangexemplaren of nakweekdieren, die men in alles zo natuurlijk mogelijk heeft proberen te houden. Geen kruisingen van types of rassen, maar gewoon zoals dat hoort: soort bij soort. Of nakweekdieren, die men door onderling kruisen heeft weten te veranderen in dieren met de meest 'fantastische' vormen en kleuren.
De eerstgenoemde komen uit natuurlijk water met nauwelijks in het water opgeloste zouten. Daar kunnen ze dan ook niet tegen. Het is niet verstandig aan hun aquaria zout toe te voegen. Daarin moeten we proberen door de verzorging alle belasting te vermijden.
De waterwaarden voor de gekruiste dieren zijn wat minder belangrijk. Maar toch zou ik het zoutgehalte zeker niet verhogen. Ook hier is het zaak door een goede en secure verzorging onnodige belasting van het water te voorkomen. Dieren die ziek worden, moeten misschien voor hun bestwil maar eens 'uitzieken'. Er bestaan hele stammen die door onzinnige en overdreven medicatie geweldig kwetsbaar zijn geworden voor allerlei zg. discuskwaaltjes.
Over de juiste waarden kan ik dus niets meedelen. Natuurlijk water is water met nauwelijks meetbare zouten (microSiemens < 2). Consensus?? Wat is dat in dit verband? Wat de dieren nog net verdragen? Dat valt tot geweldige hoogte op te voeren.

Vaak heb ik nestjes van de kersenbuikchichlide. Ze groeien altijd voorspoedig op met maar weinig, die het niet overleven. Wat mij opvalt is, dat de jongen (bij een lengte van ongeveer 4 centimeter) voor het grootste gedeelte (dat wil zeggen meer dan 90%) altijd vrouwtjes zijn. De temperatuur in mijn aquarium varieert tussen de 24 en 27 graden. Nu heb ik eens gelezen, dat bepaalde chicliden pas in de pubertijd 'bepalen' welk geslacht ze gaan aannemen. Geldt dit ook voor de kersenbuikchichlide? En zo ja, bij welke grootte begint deze geslachtsbepaling dan?

Daarover heb ik nog nooit gehoord. Dat betekent natuurlijk helemaal niet, dat het niet zo zou kunnen zijn. We leren tenslotte allemaal nog elke dag. En als dat zo is, wat zou er dan de oorzaak van zijn, dat het in dit geval overwegend vrouwtjes zijn?
Wel heb ik gehoord dat zaken als temperatuur en waterkwaliteit een rol spelen bij de geslachtsbepaling. Bij de ene temperatuur veel mannelijke dieren, bij de andere veel vrouwelijke. Datzelfde geldt ten aanzien van de waterwaarden.

Ik heb een vijver, waaruit geregeld vissen worden gepikt door reigers. Wat is het beste, wat ik daaraan zou kunnen doen? Ik kan een net over de gehele vijver spannen, maar dan kan ik niet meer van mijn vijver genieten. Wat is een goede oplossing?

Het probleem van de reiger, die de tuinvijver tot zijn foerageergebied heeft gemaakt, is algemeen bekend. Daarbij lijkt het ook wel of ze steeds brutaler worden.
Oplossingen met kunstreigers uit de dierenspeciaalzaak leiden niet tot het gewenste resultaat. Een tijdlang helpen deze kunstreigers wel als je ze onthoofdde en vervolgens het hoofd er omgekeerd weer opzette, zodat het leek of een reiger aan de vijverkant het hoofd dreigend hief naar een nieuwkomer. Ook daar schijnen ze betrekkelijk snel aan te wennen, waarna ze zich ook daar weinig meer van aantrekken.
De laatste oplossing is het plaatsen van een aantal bewegingsmelders in de omgeving van de vijver, zodat de hele vijver in het gevoelige gebied van de melders ligt. Wanneer je de reigers een bepaald alarm laat schakelen, kan dat afdoende zijn. Mochten ze toch nog wennen, dan kan de sterkte van het alarm worden aangepast en ook kan de aard van het lawaai worden veranderd.

De laatste tijd hebben mijn vissen een soort dof gekleurde schubben aan de zijkant van hun lijf zitten. Bij de ene vis is dit iets erger dan bij de andere, maar als je ze goed in het licht ziet, dan zie je duidelijk dat er enkele schubben doffer zijn dan de andere. Het is mij als eerste opgevallen bij mijn killivissen, maar ook mijn kegelvlekbarbelen hebben er last van en bij een enkele kardinaal valt dit verschijnsel ook al op. Ik heb helaas al drie dode killivissen uit mijn aquarium gehaald en ben daarna begonnen met antibiotica te weten eSHa 2000 in combinatie met Exit. Alleen lijkt het nu na het voor de derde keer te hebben toegevoegd nog geen resultaat op te leveren! Wat moet ik doen en om wat voor ziekte gaat het?

Een beetje vreemd! Als mensen iets mankeert, probeert men te achterhalen wat ze mankeert, voordat men medicijnen toedient. Bij vissen kan dat andersom?!!
Een diagnose op afstand aan de hand van een voor de afzender wellicht duidelijke omschrijving is een heikele zaak, omdat de omschrijving op een bepaalde manier geïnterpreteerd moet worden. Ik antwoord dus onder voorbehoud of, zoals onze oosterburen zeggen, ohne Gewehr.
Houdt de omschrijving in, dat er bepaalde dofgrijze plekken op de vissenhuid te zien zijn? Of hebben ze zich in bepaalde gevallen misschien al uitgebreid tot een doffe band, die haaks op de lengteas van het dier staat? Zo ja, dan doet dat mij denken aan de neonziekte (Sporazoazis myolitica), die jaren terug opdook en alleen maar voorkwam bij neontetra's. Nu heeft de kwaal zich uitgebreid tot een aantal andere soorten. Ook de soorten die worden genoemd. De ziekte is besmettelijk, doordat sporen van de verwekker door de andere dieren via de bek worden opgenomen. Bepaalde geleerden beweren ook dat de in het lichaam van vrouwtjes aanwezige eieren, ook eieren die in aanleg aanwezig zijn en bij levendbarenden embryo's kunnen worden aangetast. Handel als volgt:
A. De aangetaste dieren afzonderen.
B. Als de dieren de verzorger aan het hart gaan, toch maar medicatie toepassen, hoewel er nauwelijks medicijnen tegen sporendiertjes (en daar gaat het hier om) bekend zijn. Succes is mogelijk door in het voer acetarson toe te dienen. Dat moet drie à vier dagen dagen worden volgehouden. Ook schijnt men wel eens succes te hebben gehad met nitrufurazon. Op dezelfde manier toegediend, maar dan gedurende 2 weken. De middelen zijn verkrijgbaar door tussenkomst van dierenarts of apotheker.
C. Het aquarium ontsmetten met chloramide (halamid) of ozon. Dit nadat er grondig is afgeheveld. Voeg aan het afgehevelde water een flinke scheut bleekmiddel toe alvorens het door het toilet weg te spoelen.
D. Ontsmet ook alle gebruikte hulpmiddelen als schepnetje, vangklok e.d. grondig met bv. bleekwater.
Ten slotte nog dit: laat de dieren niet lang lijden door al die medicijnen, die heel misschien wel helpen. In de goed gesorteerde aquariumvakhandel is een middel verkrijgbaar, waardoor vissen pijnloos kunnen 'inslapen'.

Eén van mijn vissen is langzaam de hongerdood aan het sterven. Ik hou namelijk sinds een jaar 4 kogelvissen van ongeveer een centimeter of 10 in een brakwateraqaurium. Nu viel het me op dat 1 van m'n vissen steeds magerder werd. Hij at nog wel, maar leek wel steeds kleinere hapjes te nemen. Ik heb hem er toch maar eens uitgehaald en goed bekeken. Ik vind zijn tanden eigenlijk te lang, helemaal vergeleken met de andere 3 kogelvissen.
Nu ontkom ik er denk ik niet aan om zijn tanden te knippen of af te schuren of zo. Wat een moeilijke taak zal zijn aangezien zijn bekje maar heel klein is. Hoe hoe ik dit het beste aanpakken, voordat hij van de honger is gestorven?


Een niet alledaags probleem. Het is wel bekend, dat als men kogelvissen het juiste voer (slakken, mosselen e.d., zodat ze wat te kraken hebben) onthoudt, de tanden doorgroeien met het in dit geval bereikte resultaat, zodat de beesten niet meer kunnen eten. Wat daar nog aan te doen? Knippen of schuren lijkt een logische gedachtengang. Ik denk, dat het een eindeloze lijdens- of martelweg wordt. Er is een middel in de handel van de Colombo, waarmee de vis pijnloos uit zijn lijden kan worden verlost. Dat lijkt mij het beste.

Ik heb een koppel managuense gekocht. Lijkt erg veel op dovii. Nu heb ik vernomen van de winkel, dat het slecht is om visfilet te geven, omdat het te vet zou zijn. En dat het beter zou zijn om mosselvlees en visjes te voeren. Mijn vraag, is visfilet nu werkelijk zo vet? Had ik nog nooit van gehoord. Als je nou niets anders doet dan runderhart e.d. te voeren, zeg ik ja, maar visfilet... Voer het al een hele tijd eigenlijk aan mijn vissen... Maar vet?

Er is visfilet en visfilet. Of deze (te) vet is, hangt een beetje van de soort vis af, waar ze vandaan komt. Verder denk ik, dat het voeren van visfilet gecombineerd met kreeftachtigen (Mysis en garnalen) voor deze dieren verreweg het beste is. Ik zou heel zeker geen gemalen runderhart en kalkoenenhart en -lever voeren. En of vissen vervetten, hangt in hoge mate af van de periodes van vasten, die in het voederregime worden opgenomen.