Ik kwam laatst in een aquariumspeciaalzaak en zag daar een lange rij potten staan, elk gevuld met een kempvis (Betta splendens). Allemaal mannetjes, die elkaar het potje uitpronkten. Leuk voor de klanten, maar niet leuk voor de Betta's, lijkt mij. Van dichterbij was niets op te merken over hun gezondheid. Ze zagen er goed doorvoed uit en geen zichtbare ziektes. Alleen kregen ze een flinke dosis stress toegediend van hun mooie, pronkende buurmannen. Maar naast hun kleine en stressvolle huisvesting merkte ik op, dat het water niet verwarmd was. Het glas voelde even koud als van de bakken, waarin de goudvissen zaten. De plank, waarop de potten stonden, was ook niet voorzien van een verwarming en het tl-licht erboven gaf evengoed te weinig warmte. Nu ben ik er heilig van overtuigd, dat Betta's warmtebehoevende vissen zijn en wat literatuur raadplegend werd dit bevestigd. Kunnen Betta's gewoon in koud water leven of was dit tafereel ordinaire Betta-mishandeling?

Natuurlijk is een Betta een warmte behoevend dier. Maar welke warmte behoeft het dier? In mijn boeken staat 24 tot 30 gr. C. Maar ook boeken kunnen wat dat betreft de plank wel eens een beetje misslaan. Zelf heb ik bij mijn bezoeken aan het Malawimeer in Afrika en het Amazonegebied kunnen constateren, dat er nog wel eens discrepantie bestaat tussen wat er in de literatuur staat en de werkelijkheid. Metingen verricht met een thermometer die men in het water houdt, en metingen die verricht worden met een thermometer die men laat afzinken, geven aanzienlijk verschillende meetresultaten. In de wat recentere literatuur wordt aangegeven, dat de herkomst van Betta splendens niet eens helemaal duidelijk is. Men (sommigen) gaat er nu vanuit, dat Midden-, West- en Noord-Thailand het eigenlijke herkomstgebied is. Een gebied, dat ligt tussen de 10 en de 20 graden noorderbreedte. Temperaturen tot 20 gr. C zijn daar gemiddeld. Voeg daarbij, dat de Betta van nature het wateroppervlak zoekt, waar de verschillen tussen dag- en nachttemperatuur bijna onmiddellijk in de watertemperatuur merkbaar zijn.
Verder denk ik, dat het voelen van temperatuur een heel moeilijke zaak is en dat gegevens daaraan ontleend zeer onbetrouwbaar zijn. Ik spreek uit ervaring, omdat van mij als keurmeester van de NBAT gevraagd wordt de temperatuur in een aquarium te beoordelen. Ik kan u verzekeren, dat voelen met de hand tegen de ruit en controleren met een thermometer wat dat betreft interessante stof tot denken oplevert.
Ik denk ook, dat in de aquariumzaak onder invloed van alle verwarmde aquaria en de lampen, die erboven branden, wel een wat hogere temperatuur heerst dan bij u thuis in de kamer. En dat het met de temperatuur in de Betta-potjes dus wel zal meevallen en binnen de grenzen van wat een Betta 'graag heeft' zullen liggen. Als we al helemaal weten, wat de beesten graag hebben en niet graag hebben. Mogelijk zijn we geneigd wel heel snel onze eigen belevingswereld op andere schepselen te projecteren.
De door u als stress bestempelde aanwezigheid van mannelijke soortgenoten is een verschijnsel, waar ze in de natuur ook mee geconfronteerd worden. Daar is het zelfs nodig, opdat de sterkste, de beste, de slimste vaders hun kennelijk superieure genen doorgeven aan een volgende generatie, opdat de soort de jaren door kan overleven. Overigens hebben deze kempvissen met de natuurlijke soort niet zo erg veel meer te maken. Ze worden al vele generaties lang in het land van herkomst zo gekweekt. Ze hebben geen van alle ooit het water, waar ze van nature in voorkomen (of moet het -kwamen zijn?) gezien of bewoond.
Valt nog te bediscussiëren of ze zich wel zo goed voelen in die kleine potjes. Zelf denk ik dat een wat grotere behuizing wellicht hun welbevinden en dus hun welzijn wel zal bevorderen. Maar zo heel erg vervelend zullen ze het niet vinden. U constateert zelf al, dat ze qua gezondheid niets mankeert. In mijn jarenlange ervaring als aquariumliefhebber heb ik gezien, dat vissen die zich niet prettig voelen of onder stress leven, binnen de kortste keren ook een ziekte onder de leden hebben. Te beginnen met stip, zich langzaam verergerend naar vervelender kwalen.

Samengevat:
Ik denk, dat er van Betta-mishandeling geen sprake is.
Wel denk ik, dat een wat grotere behuizing voor de beesten geen luxe zal zijn.

De staarten van mijn guppy's worden steeds aangevreten, maar ik kan er niet achterkomen, welke vissen dat doen. Ik heb de volgende soorten: antennebaarsje, kuhli, guppen, Platy, zwaarddrager, white/black molly, bijtjes, zwarte fantoomzalm, rode minor, muilbroeder, zebradanio, goudaaltje, dwerggoerami, gestreepte goerami, snavelbek, bijlzalm, roodkopzalm, kardinaaltetra.
Heb ik een agressieve soort of geef ik te weinig eten, maar hoe hou ik dan de nitraat onder controle?


Het 'staartbijtersprobleem' is al een heel oud probleem. Als u gedurende wat langere tijd de dieren in het aquarium observeert, moet u toch op een gegeven moment de 'boosdoener(s)' betrappen. Dat is een kwestie van goed kijken en geduld. Op afstand kan ik er verder weinig over zeggen. De vermoedelijke daders in volgorde van de ernst van de verdenking:
Hyphessobrycon callistus minor (rode minor), Megalamphodus melanopterus (zwarte fantoomzalm), Hemigrammus bleheri (roodkopzalm), Cheirodon axelrodi (kardinaaltetra), Brachydanio rerio (zebradanio?), Barchygobius nunus (bijtje), Colisa fasciata (gestreepte goerami), Colisa sota of Colisa lalia (dwerggoerami), guppen, zwaarddrager, white/black molly, Microgeophagus ramirezi (antennebaarsje), Pseudocrenilabrus philander? (muilbroeder), goudaaltje?, Acabtophthalmus kuhli, Dermogenys pusillus (snavelbek).
Ik plaatste boosdoeners tussen aanhalingstekens, omdat u als de ware schuldige toch uzelf zult moeten aanwijzen. Uit zichzelf zullen de vissen als regel namelijk niet met staartbijten beginnen. De oorzaken ervan zult u moeten zoeken bij stress of verkeerd voedsel. De stress kan veroorzaakt worden door:
- overbevolking,
- te weinig exemplaren van een soort bij elkaar,
- te weinig mogelijkheid om een territorium in te nemen,
- te hoge/te lage temperatuur,
- te weinig waterverversen.

Verkeerd voedsel:
Dat kan ook te weinig voedsel zijn, maar visvoedsel moet zodanig zijn samengesteld, dat vissen er alle bouwstoffen in vinden, die nodig zijn om hun lijf in stand te houden en/of te laten groeien. Een heel belangrijke bouwstof is chitine. Dit komt voor in insecten. Komen ze die te kort, dan gaan ze die vaak halen in de staart van andere vissen. Voeren van diepvries- of levende insectenlarven helpt!
Wat het bij u precies is, kan ik natuurlijk alleen maar gokken. Afgaande op de opsomming van soorten in uw aquarium heb ik de neiging te veronderstellen, dat het overbevolkt is. Het kan evengoed een combinatie van overbevolking met verkeerd voedsel zijn als alleen het laatste. Het nitraatprobleem is eenvoudig op te lossen door niet te veel vissen in een aquarium te houden gecombineerd met voldoende waterverversingen en goede filtering. Voldoende waterverversingen is eenmaal in de week 25% verversen.

Voert u te veel/te weinig?
U kunt beter driemaal daags een beetje voeren dan eenmaal veel. U voert voldoende als de vissen, dat binnen de 5 à 10 minuten opeten.

Wat voor soort voer moet ik mijn vissen te eten geven? Nu krijgen ze alleen maar droogvoer (gekleurde vlokjes) en gedroogde muggenlarven. Want ik las, dat ik ze ook groenvoer (?) en levend voer (?) moet geven.

Voer voor aquariumvissen moet aangepast zijn aan de behoeften van het dier en aan zijn spijsvertering. Behoeften en spijsvertering hebben natuurlijk verband met elkaar.
Er bestaan vissen, die overwegend piscivoor of carnivoor zijn (dat zijn roofvissen; het hoofdbestanddeel van hun voer bestaat uit vis) en vissen die voornamelijk leven van waterinsecten en hun larven. Verder zijn er vissen, die herbivoor zijn (d.w.z. dat het hoofdbestanddeel van hun voedsel voornamelijk uit planten bestaat). En dan zijn er natuurlijk nog de vissen, die van de beide walletjes eten.
Gevolg van deze leefpatronen is, dat hun spijsverteringskanaal zich in de loop der evolutie aan het te verteren voedsel heeft aangepast. Viseters en ook - maar in mindere mate - insecteneters hebben een betrekkelijk kort darmkanaal; aangepast aan de snelheid, waarmee hun voedsel verteert. Zuivere planteneters hebben, net als een koe, een geit of een schaap bv., een lang darmkanaal. Het zal nu wel duidelijk zijn, dat als je vleeseters met plantenkost voert dat voedsel de vis via de achteruitgang heeft verlaten, voordat de belangrijke voedingsstoffen daaraan onttrokken zijn. Zo is het natuurlijk ook om problemen vragen als je een dier met een lang spijsverteringsstelsel nutriënten geeft, die heel snel verteren.
Opgemerkt moet nog worden, dat vissen heel vaak met hun voedsel toch weer plantaardige stoffen tot zich nemen. Piscivore vissen zullen vissen buitmaken, die zich met planten voeden. Insecteneters zullen insecten eten, die zich met algen voeden (watervlooien bv.).
Daarom graag voedsel aangepast aan de aard van het beestje.

Wat vissen eten, kun je aflezen aan de vorm en het gedrag. Bedenk ook nog, dat de samenstelling van eiwitten van bv. zoogdieren heel anders is dan die van vissen/mosselen enz. Dus voedsel van zoogdieren (spiervlees, hart, lever e.d.) zouden we onze aquariumvissen niet moeten geven. Dat kan bovendien storing in de spijsvertering veroorzaken.
Droogvoer op zich is tegenwoordig goed afgewogen en afgestemd op de gemiddelde aquariumvis. Daar is dus niets mis mee. Maar het zou verstandig zijn onze aquariumbewoners regelmatig ook volgens bovenstaande principes samengesteld voer te verschaffen. En met een schepnetje erop uit om wat levend voer te vangen kan behalve kwalitatief, uitstekend voer ook nog veel plezier opleveren. De natuur is een onuitputtelijke bron van allerlei energie.

Pas wel op:
Lang niet overal wordt het roeren met een schepnetje in een slootje nog op de juiste manier geïnterpreteerd. Op sommige plaatsen is het, hoe vreemd het ook klinkt, verboden. Toch verschaft uitleg van hoe en wat meestal wel begrip en toestemming.

Is het waar, dat de Chinese Danio iedere dag eieren afzet?

Tanichthys albonubes, de Chinese Danio, is een betrekkelijk productief visje. Het zet gedurende een vrij lange periode dagelijks een aantal eieren af. Hoelang en hoeveel eieren hangt van de temperatuur en de conditie af. Vooral bij temperaturen ruim boven 20 gr. loopt dat goed. Toch zal er ook een periode van rust volgen. Dat is maar goed ook. Daarom is het verstandig na verloop van tijd de temperatuur ook eens beneden de 20 gr. te brengen.



Ik heb twee sleutelgatcichliden. Prachtige vissen, maar ik weet niet of ik een koppel heb. De grootste is ongeveer 10 cm en de andere 8. Hoe kan ik zien of het een man is of een vrouw?

Wat is het verschil tussen een mannetje en een vrouwtje bij goudvissen?


Het seksen van vissen, die geen uitwendig geslachtsverschil kennen, is een moeilijke zaak. Letacara (Aequidens) maroni is er zo één. Geen echt verschil in grootte, geen verschil in kleur en eigenlijk ook nauwelijks verschil in de grootte van de vinnen. Sommige zeer ervaren aquariumliefhebbers zijn aardig bedreven geraakt om ze te seksen aan de achteruitgang. In het boek Cichliden en viskweek van H.J. Mayland staat de tekening hieronder, waar je misschien iets mee kunt.

Geslachtsverschil

Vang de betreffende vis en zet hem in een klein aquarium, waar je hem gemakkelijk en zonder strubbelingen uit kunt halen. Met een goed natte hand pak je hem eruit, draait 'm om en bekijk wat je ziet. Vergelijk met de tekening. Wie het kan, is ook ooit zo begonnen. Het is niet makkelijk, maar al doende leert men. Mij is het geleerd in Malawi, waar ik zag hoe het gebeurde met exportdieren. Wees wel kordaat en trefzeker, omdat je het dier anders nodeloos lijden bezorgt.

Ik ben helemaal weg van de minihaai, Arius seemanni (of jordani). In een goede speciaalzaak vertelden ze mij, dat ze zo wel bij de goudvissen konden als ik wat zout toe zou voegen en de temperatuur iets hoger zou zetten (rond 23 graden). Ik kon mijn geluk niet op, want ik geloofde ze natuurlijk. Inmiddels is het niet goed afgelopen door mijn eigen fout (nitriet wat te hoog waarschijnlijk, dat ik vergeten was te meten voor de zekerheid). Eén van het koppel is dood.
Wat ik vreemd vind, is dat er tegenstrijdige berichten zijn over het houden van deze vissen. Waarom deze tegenstrijdigheid? En wat moet ik nu aanvangen met dat eenzame haaitje (dat inmiddels in een noodbak zwemt)? Mijn goudvissen maken het verder erg goed, net als mijn 'algeneters'.


Arius seemanni - als het 'm is, want er zijn nogal wat soorten die niet allemaal even makkelijk van elkaar te onderscheiden zijn - is een vis, die niet zo geschikt is als aquariumvis. Dat heeft met een aantal dingen te maken:
1. Het is een vis die uiteindelijk zeker 25 cm groot zal worden en dan een bedreiging vormt voor alle medebewoners in het aquarium. Om uiteindelijk als eenzame vis in het aquarium over te blijven. Als hij tenminste zo lang in leven blijft.
2. Hij/zij heeft een niet te beteugelen drift om op sjouw te gaan. Dat heeft met de natuurlijke gewoonte te maken op en neer te trekken tussen zoet, brak en zuiver zeewater.
Dat er zoveel verschillende berichten zijn over het houden van deze vissen zal te maken hebben met het feit, dat de 'voorlichting' niet altijd even correct is. Uit onwetendheid of omdat men graag verkoopt. Ik zou het haaitje terugbrengen naar de winkel!
Een te hoog nitrietgehalte vindt vaak zijn oorzaak in te weinig water verversen, overbevolking e.d.

Ik had een guppenvrouwtje met wat ik dacht een blaasje bij het begin van de onderkant van de staart. Maar dit werd in twee dagen tijd een grote watachtige bol. Vanochtend was ze dood, maar nu beginnen andere guppen het ook te vertonen. Bij andere guppenvrouwtjes verdwijnt de bolle buik en ze krijgen na verloop van tijd een gekromde rug om vervolgens na ca een week te overlijden. Ik heb het hele internet afgezocht en heb het idee gekregen, dat het tbc moet zijn. Is dit zo, want het treft alleen de guppen en dan nog hoofdzakelijk de vrouwen. Terwijl andere gezond lijken en ook jongen ter wereld brengen. Kunt u mij misschien op weg helpen?

Het lijkt me ondoenlijk/niet mogelijk op afstand een diagnose te stellen. Althans, ik kan het niet. Natuurlijk heb ik wel eens over dergelijke verschijnselen gehoord. Maar dan maar meteen de diagnose vis-tbc te stellen lijkt me heel erg kort door de bocht. Er is een scala van andere mogelijkheden. Juist dat maakt het zo moeilijk.
Het gegeven dat niet alle dieren de symptomen vertonen, zou juist wijzen op iets anders dan tbc, gezien de besmettelijkheid van die kwaal. Ik zou alle zieke dieren afzonderen in een apart aquarium. De zaken goed in de gaten houden. Dieren waarvan de kwaal verder sukkelt van kwaad tot erger, zou ik uit hun lijden verlossen. Blijf de grootst mogelijke hygiëne in acht nemen in beide bakken: water verversen, excrementen afhevelen, en bekijk de ontwikkelingen eens nauwkeurig.
(Voor het lezen en afdrukken van de informatie over hoe vissen uit hun lijden te verlossen hebt u Acrobat Reader van Adobe nodig. Dit gratis programma kunt u eventueel hier downloaden.)