Ik heb een aquarium van 80 cm met daarin elf zwarte fantoomzalmen, vijf otocynclus en vijf corydoras julli. Hoe is het mogelijk dat de zwarte fantoomzalm niet in schoolverband zwemt, maar her en der door het aquarium? Gaan de vissen wel in schoolverband zwemmen als ik het aantal uitbreid (zo ja, welk aantal?).

De term 'scholenvis' is bedrieglijk. Die zou beter vervangen kunnen worden door groepsvis of iets dergelijks. In ieder geval komen vissen die als scholenvis te boek staan wel in grote groepen bij elkaar voor. Deze groepen hebben een heel losse structuur. De vissen houden meer afstand van elkaar. In dergelijke  groepen bevinden de mannetjes zich meestal aan de buitenste rand, pronken tegen elkaar en maken uitvallen naar de wijfjes. Lokken ze weg naar afgelegen plaatsen om eitjes te leggen. Pas als er werkelijk gevaar dreigt, zullen ze de bescherming van de werkelijk gesloten school zoeken, waarin ze zich betrekkelijk veilig kunnen voelen. In het aquarium is er geen enkele belager. De noodzaak van de school ontbreekt dus. Ik zou u ook niet willen adviseren om zo'n bedreigende diersoort maar in te passen.
Ik denk dus dat de visjes niet zullen gaan scholen als u er meer van aanschaft, ofschoon een stuk of vier meer geen kwaad kan. Sommige beweeglijke vissen kunnen dat effect wel tijdelijk sorteren (teweegbrengen). Een vis die een echt gevaar vormt is naar mijn mening geen optie.

Ik heb planten in een discusbak. Temperatuur 30 °C. Alle planten komen omhoog en verslijmen. Ligt dit aan die 30 °C? Verder heb ik heel veel zweefvuil in het water en op de bodem. Volgens mij trekt het standaardbinnenfilter het niet. Ik heb een Juwel Vision 260-literbak.

Inderdaad, er zijn niet zo erg veel planten die deze hoge temperatuur blijvend overleven. Als ze er al tegen kunnen, dan zullen ze er toch langzaamaan aan moeten wennen.

Het idee dat discusvissen constant een dergelijke temperatuur nodig hebben, is achterhaald. Ze kunnen heel gezond blijven bij een lagere temperatuur. Zeker nakweekdieren en nog zekerder alle kleurdieren als Marlborrow Red en Pigeon Blood zijn op andere temperaturen 'afgehard'. Dat vraagt wel heel secuur onderhoud van de eigenaar en oplettendheid ten opzichte van zich aandienende kwalen.

Een tijdelijke verhoging van de temperatuur verdragen de meeste planten wel. Dat de planten verslijmen kan ook het gevolg zijn van het feit, dat ze van een bovenwatercultuur overgaan op een moerascultuur.

Wat ik mij afvraag: hebben aquariumplanten het eeuwige leven? Wat ik ermee bedoel is: mijn planten groeien en groeien, maar dan haal je er een stek vanaf, die zet je weer terug, dan groeit deze weer verder, dan haal je er weer een stek of top vanaf en dat gaat maar door - jaar in, jaar uit. Maar sommige planten, neem ik aan, zijn toch gebonden aan een leeftijd? Hoe zit dat?

In het aardse bestaan heeft niets het eeuwige leven. Wel is het zo, dat het leven zich voortdurend op de een of andere manier verjongt. Een bepaalde manier van verjongen wordt geregeld door de geslachtelijke voortplanting, waardoor compleet nieuwe individuen ontstaan. Een andere manier is het klonen, waardoor (een) nieuw(e) identiek(e) individu(en) ontstaat of ontstaan. Dat laatste gebeurt bij veel (aquarium)planten, die worden getopt. De top wordt gepoot en groeit door. Ook het oude stukje zou kunnen verder leven. Dat kan heel lang doorgaan. Het verschijnsel zal niet ophouden te bestaan.
Je hoort aquaristen wel eens zegen, dat de kracht daardoor uit hun planten is. Maar het kan evengoed zijn, dat er gebrek ontstaan is aan belangrijke stoffen. Ik denk, dat - als de levensvoorwaarden ideaal zijn - het kan doorgaan.

Hoe moet het vermogen van de bodemverwarming zich verhouden ten opzichte van de inhoud van je aquarium? Soms vermeldt men dat een zwakke verwarming voldoende is voor de broodnodige circulatie, maar elders verwarmt men het complete aquarium via de bodemverwarming.

Dat is juist het dilemma, waarvoor u gesteld wordt: Is het gebruik van een bodemverwarming te verkiezen boven een andersoortige verwarming als bijvoorbeeld een verwarmingselement of een in het filter geïntegreerde verwarming?
Zoals gewoonlijk is daar geen rechtstreeks ja of nee op te antwoorden, omdat een en ander sterk samenhangt met de manier, waarop de verwarming wordt ingezet.

1. Kies in ieder geval een verwarming met voldoende capaciteit. Niet al te veel overcapaciteit, omdat in dat geval de verwarming te vaak zal schakelen. Dat veroorzaakt inbranding op de contactpunten en verkort de levensduur. Ook zeker geen ondercapaciteit, omdat er dan vaak grote schommelingen in de temperatuur optreden.
2. Zorg altijd voor een voldoende poreuze bodem met bijvoorbeeld grind met een korrelgrootte van circa 2 tot 4 mm. In een dergelijke bodem zal onder invloed van temperatuurverschillen altijd doorstroming van de bodem plaatsvinden.
3. Plaats de verwarming altijd zo laag mogelijk in het aquarium, zodat de voornoemde doorstroming door het hele aquarium plaatsvindt. Een in u-vorm gebogen pvc-pijp, met een gesloten kort been en een open lang been, doorsnede 4 cm, op heel veel plaatsen geperforeerd met daarin, ingebed in  grind, het verwarmingselement. Geeft ook een prima resultaat. Elektrische leiding invoeren via het lange been. Zwart geschilderd prima achter de planten weg te werken. Geen dure verwarmingskabel nodig!

Bij een bodemverwarming met een kabel in de grond komt het nogal eens voor, dat de bodem te warm wordt en er schade ontstaat aan de plantenwortels. Een snelle doorstroming van de bodem veroorzaakt ook vaak het plaatselijk wegspoelen van sporenelementen en voedingsstoffen. Planten vertonen dan vlug gebreksverschijnselen.

Samengevat:
Elke methode van verwarming is een goede, mits de technische apparatuur op de juiste manier wordt ingezet. In een aquariumvereniging zijn altijd mensen met ervaring, die de juiste oplossing weten voor uw specifieke geval. Waarom zou je daar voor die paar contributiecenten vanaf willen zien?

Ik wil een speciaalaqarium gaan opzetten met maanvissen. Veel lees ik over CO2 om je pH op de goede waarden te houden. Ik wil geen CO2 gebruiken. Hoe kan ik mijn pH dan laag genoeg houden? Over turf kan het, maar met iedere waterverversing gaat de pH weer omhoog natuurlijk. Weet u mischien hoe de echte specialisten dit doen?

Inderdaad kan de pH enigszins omlaag worden gebracht door te filteren over turf. Dat lukt echter alleen maar als de KH niet te hoog is. Daarom wordt door professionals vaak gebruikgemaakt van gedemineraliseerd of osmosewater. Men bepaalt welke KH nodig is om door bijmenging van leidingwater aan de gewenste KH te komen. Hiermee filtert men over turf om de gewenste pH te bereiken. Bij elke waterverversing moet tevoren op deze manier bereid water worden toegevoegd. Een beetje omslachtig, dat misschien wel, maar effectief.

Graag wil ik een paar mooie, kleurrijke grondels in mijn 150-cm-aquarium. In de boeken zijn ze van kleur niet echt. In de winkel weten ze het niet, maar willen wel bestellen.

Een echte, kleurrijke grondel is de pauwooggrondel, ook wel killiegrondel genoemd. De wetenschappelijke naam is Tateurndina ocellicauda. Deze fraaie diertjes komen uit Papua Nieuw-Guinea. Ze worden circa 7 cm lang. Ze kunnen heel goed in een gezelschapsaquarium worden verzorgd. Wel  moet u ervoor zorgen, dat de medebewoners niet te robuust of agressief zijn, omdat de grondeltjes een beetje teer en schuchter zijn. Ook moet u zorgen voor een paar plaatsjes, waar ze zich verstoppen kunnen, want ze leggen eitjes op een verborgen plaatsje. Als u daar allemaal voor zorgt, kunt u veel plezier aan de diertjes beleven.
Ook heel kleurrijk zijn de beide Hypseleotris-soorten (H. compressa en H. cyprinoides), waarvan ik denk dat ze een stuk moeilijker te verkrijgen zullen zijn. Zij komen uit Australië of ook uit Nieuw-Guinea. Ze worden ook ongeveer 7 cm lang en kunnen op dezelfde manier verzorgd worden. De kweek is misschien wel niet onmogelijk, maar dan toch heel moeilijk. Ze hebben er verticaal geplaatste leisteenplaten bij nodig.
Een vierde soort, die ook heel kleurrijk is, is de woestijngrondel, Chlamidogobius eremius. Deze soort blijft iets kleiner dan de voorgaande drie en heeft beslist hard water nodig en een pH hoger dan 7. Om jongen te kunnen krijgen is er behalve natuurlijk een paartje ook een holletje nodig.
Voor al deze grondeltjes mag de temperatuur van het water wel wat hoger zijn. 27 graden bv.

Veel plezier bij de aanschaf en vooral later als u van de beestjes zit te genieten. En een goed bedoeld advies: kijk liever vier keer goed dan dat u iets koopt dat niet gezond of gaaf van lijf en leden is.

Ik ga binnenkort een nieuw aquarium aanschaffen met de volgende maten: 1,55 meter lang, 0,50 meter breed en 0,65 meter hoog. Het is een zelfbouwaquarium van het merk Schwarz. Ik wil hier graag vijf Pterophyllum altum in houden. Is dit verstandig? Het wordt een biotoopaquarium. Ik heb al veel ervaring met waterwaarden, andere vissen et cetera. Het aantal bijvissen zal ik afstemmen op de altums.

In zijn algemeenheid is het verstandig een aquarium aan te schaffen. De rustgevende werking ervan is algemeen bekend. Mogelijk is het minder verstandig een aquarium op te zetten met de opgegeven maten. In onze organisatie, met ruim 75 jaar ervaring in de aquaristiek, wordt een aquarium met een grotere hoogte dan breedte afgeraden om de volgende redenen:
1. Het wateroppervlak is in verhouding tot het totale watervolume vrij klein, zodat een behoorlijke uitwisseling van gassen niet voldoende gewaarborgd is. Dat kan problemen opleveren met plantengroei, het voorkomen van algen e.d.
2. De afstand van voor naar achter is vrij kort, zodat het installeren van voldoende belichting problematisch kan zijn. In ieder geval extra aandacht verdient. Montage van moderne pl-lampen met een doorsnede van circa 25 millimeter kan dan uitkomst bieden.

Ik wil niet direct beweren dat het niet kan, of het afraden, maar als ik u was, zou ik me goed beraden hoe de genoemde nadelen zoveel mogelijk kunnen worden tegengegaan. Indien mogelijk zou een wat lager en breder aquarium mijn voorkeur hebben. Bovendien is het wat aantrekkelijker om te zien. De grotere diepte geeft ook meer mogelijkheden bij de inrichting. Betere dieptewerking is mogelijk.
Ik zou als ik u was me door (een) ervaren liefhebber(s) goed laten adviseren. Als u dat wilt, dan vindt u dergelijke liefhebbers in onze organisatie. De paar tientje contributie hebt u zo terugverdiend, doordat u allerlei beginnersfouten niet maakt. Ook voor het lijmen van aquaria is in de meeste clubs ervaring te vinden. Zonder dat alles gaat het natuurlijk ook goed, maar een stuk ingewikkelder. In ieder geval succes en nadien veel plezier met een fantastische hobby.

In mijn Aponogeton ulvaceus komt een stengel. Ik ga ervan uit, dat daar straks een bloem uit komt. Nu las ik, dat veel mensen die eraf halen, omdat de plant anders kan doodgaan. Klopt dit? Ook las ik, dat de plant zo nu en dan een soort rustperiode moet hebben. Zo ja, hoe moet ik dit doen?

Het is inderdaad zo, dat de stengel een bloeiaar in wording is. Daarvan gaat de plant zeker niet dood. Je zou de bloemetjes aan de aar de kans kunnen geven uit te groeien tot echte bloemen. Dan kun je ze bevruchten door met een penseel van onder naar boven over de bloemen te strijken. Dit om de twee dagen herhalen (niet alle bloemen zijn tegelijk volwassen). Dan zullen zich zaden vormen. Uitgezaaid in ondiep water (2 cm) zullen ze ontkiemen en nieuwe plantjes vormen. Met wat zorg kun je heel wat nieuwe planten kweken. Natuurlijk kost dat de plant wel wat kruim, maar op een vruchtbare bodem moet de plant dat aankunnen.
Het is zeker niet zo, dat de plant een rustperiode moet hebben. Als hij die nodig heeft, zal hij die nemen. De bladeren sterven op een paar onnozele sprieten na af. Het is het beste de knol dan uit de bodem te halen en die een maand of drie in een aquarium met wat lagere temperatuur te laten rusten. Daarna zal de knol in het aquarium weer opnieuw uitlopen met fraaie, frisgroene bladeren.

Hoeveel planten moet ik plaatsen in een aquarium van 1 m op 30 cm?

In Nederland wordt uitgegaan van circa één plantengroep per 10 cm voorruit. In uw gval komt dat neer op negen, tien of elf plantensoorten. Dat hangt van de soort planten af. Solitairen (een alleenstaande plant als blikvanger), mos om contrasten te versterken, begroeiing van de wand e.d.
Verder zult u dan moeten bepalen hoeveel planten er per groep gebruikt moeten worden. Van planten als Rotala indica of R. walichii gaan er meer op een vierkante dm dan van Ludwigia of bijvoorbeeld Nomaphila stricta. Toch zult u vrij nauwkeurig kunnen bepalen hoeveel planten van een bepaalde soort u nodig hebt door de omvang ervan af te zetten tegen de beschikbare ruimte.
Als u verder nog rekening houdt met het volgende, moet u er wel uitkomen. Planten met lange, smalle, lintvormige bladeren als bijvoorbeeld Hygrophila angustofolia en Amannia gracilis worden het best op een afstand van een halve bladlengte geplaatst. Planten met kortere, bredere bladeren dienen iets dichter bij elkaar te staan. Zo is de hoeveelheid planten redelijk goed te bepalen.

Advies:
Beplant uw aquarium om te beginnen met goedkope snelgroeiers om die geleidelijk te vervangen door de uiteindelijke keus. Het aquarium slaat dan gemakkelijker zonder algenproblemen aan. Het is een heel beursvriendelijke manier van beginnen.

Kun je guppies kruisen met zwaarddragers? Het zijn allebei levendbarende vissen.

Kruisingen van guppen en zwaarddragers komen zover wij weten niet voor. Dat houdt in, dat het waarschijnlijk wel moeilijk zal zijn ze tot voortplanting te brengen. Was het mogelijk, dan zouden kruisigen ook wel bestaan, want men denkt al gauw, dat allerlei nieuwe vormen ook een verrijking zijn.
De natuur voorkomt of probeert dergelijke kruisingen te voorkomen door de balts. Een soort van wervingsspel tussen beide partners voorafgaande aan de werkelijke paring. Die moet tussen de twee partners betrekkelijk nauwgezet op elkaar afgestemd zijn om tot een geslaagde paring te kunnen komen. Juist, omdat het levendbarende tandkarpers zijn is het extra moeilijk. Er moet immers een inwendige bevruchting plaatsvinden. Als die niet plaatsvindt, dan zullen er geen jonkies komen.

Wij hebben sinds kort een zeewateraquarium. Het aquarium hebben wij van iemand overgenomen en bij thuiskomst hebben we hetzelfde aquariumwater er weer in gedaan. Dit resulteerde erin, dat het hele gezin 's avonds en 's nachts ziek was. Hoesten, benauwd, overgeven, hoofdpijn en dergelijke. Wij zijn naar de huisartsenpost geweest en zij dachten eerst aan legionella, maar dit was het gelukkig niet. Het is vanzelf weggegaan. De volgende dag was het alsof er niets was gebeurd.
Nu zijn wij al een aantal weken bezig met het vervangen en verversen van het water en het gaat goed. Maar gisteravond heeft mijn man wat water op een aquariumlamp gemorst en 's nachts begon het weer. Ook mijn schoonouders, die op visite waren, hebben er last van gehad.
Nu wil ik weten, komt dit vaker voor en waar komt het door? Hoe voorkom je dit en wat voor informatie kan ik de huisarts hierover geven, want zij is bang, dat als het te vaak voorkomt het ernstige schade kan toebrengen.


U stelt mij voor een vraag, waar ik zo een-twee-drie geen antwoord op heb. Vooral, omdat ik van de situatie ter plaatse totaal geen weet heb en me er ook geen beeld van kan vormen. Als ik u was, ging ik eerst eens aan de vorige eigenaar vragen of hij wellicht ook last van dit verschijnsel had.
Zo ja, dan zult u verder moeten zoeken naar de oorzaak, die dan ergens in het systeem moet zitten.
Zo nee, wat zijn dan de veranderingen in het systeem, waardoor het nu wel optreedt?
Het komt - voor zover ik kan beoordelen - niet vaker voor. En ik heb elk jaar met nogal wat zeewateraquaria te maken. Ook kan ik de mening van uw huisarts niet delen, dat - als dit vaak voorkomt - het dan ernstige schade kan veroorzaken. Maar er kan natuurlijk van alles zijn. Ik kan dat op afstand niet beoordelen! Hebt u zich door de vorige eigenaar goed laten vertellen wat er zoal aan onderhoud moet plaatsvinden, wat er zoal gedurende de nacht moet worden uit- en aangezet? De mogelijkheden zijn legio.
Nog een hele goeie zou zijn, als u zich aansluit bij een vereniging van deskundigen in de buurt; een aquariumvereniging dus. Die komen wel een kijkje nemen.

Hoe kan ik herkennen of het een kikker of pad is? En welke subsoort? Ik woon in een nieuwbouwbuurt en heb net een kleine vijver aangelegd. Gisteren twee dikke padden (?) en een kleinere kikker (?) erin ontdekt. Stoort het getril en geluid van de fonteinpomp ze?

Ik ben geneigd te zeggen, dat het onderscheid tussen kikker of pad berust op de manier van leven. Kikkers kunnen weliswaar wel op het land 'uit de voeten', maar zijn toch meer aangewezen op een waterig milieu. Ze hebben ook een huid, die daarop wijst. Zeer glad en vochtig/slijmerig, zodat ze, levend in water, door de huid zuurstof kunnen opnemen. Over het algemeen zijn het slanke, gestroomlijnde dieren met sterk ontwikkelde zwempoten en grote zwemvliezen tussen de tenen.

Padden zijn voor hun bestaan minder afhankelijk van de nabijheid van water. Eén keer per jaar slechts hebben ze water nodig voor de voortplanting; om er hun eieren in te kunnen leggen. Hun huid is grover en 'knobbeliger'. Minder geschikt dus om er zuurstof door op te nemen uit het water. Verder scharrelen ze wat rond in een omgeving met toch altijd een hoge, relatieve luchtvochtigheid. Mijn moeder had altijd een pad in de kelder (ouderwets uit baksteen opgetrokken met een poreuze vloer) om slakken, pissebedden en ander ongedierte te bestrijden). Maar ja, dan is er altijd ook nog de heikikker, die vaak ook ver van het water leeft. Simpel is het dus niet! Padden hebben dus een drogere en wrattigere huid. Ze zijn plomper en minder vlug. Lopen vaak meer dan dat ze springen. Zwemvliezen zijn klein of - afhankelijk van de soort - ontbreken geheel.

Het formaat is en bij kikkers en bij padden niet bepalend voor de soort, omdat ze beide diverse fases meemaken in hun groei naar volwassenheid. Ik veronderstel, dat het getrill en het geluid van de vijverpomp ze niet stoort. Anders nemen ze onherroepelijk de benen.