|
Wat is een mooie waarde van de geleidbaarheid? Mijn plantenaquarium (100-50-50) met CO2-toevoeging (fles) heeft de waarden pH 7, KH 7 - soms 8, nitraat 5 gr, fosfaat 0.2. Dus ik probeer de redfield ratio te volgen. Tijdens de huiskeuring was de geleidbaarheid 430 µS. Een te hoge geleidbaarheid is nadelig voor de levende have in verband met de osmolariteit. Er zal migratie van vloeistof plaatsvinden vanuit het aquarium naar het inwendige van de vis. Een te lage geleidbaarheid is weer nadelig in verband met de omgekeerde migratie van vloeistof. Het is dus zaak om het een beetje te regelen zoals het voor de vis het beste is. Water door omkeerosmose heeft een doormeetbaarheid van 20 tot 60 microSiemens (µS). Het water van de Rio Negro heeft een doormeetbaarheid van 8 µS/cm. In het Amazonegbied meet men afhankelijk van het jaargetijde 8 tot 70 µS/cm. Het drinkwater in Amsterdam meet ongeveer 600 µS/cm. Een geleidbaarheid van 200 tot 400 µS is heel acceptabel. Volgens de keuringsrichtlijnen wordt de doormeetbaarheid tot circa 800 µS aanvaardbaar geacht. Dat levert dus geen aftrek op. Dat is voor een gezelschapsbak. Ik probeer van tijd tot tijd Colisa lalia of Labiosa te houden. Helaas gaan ze allemaal dood vanwege tbc of iets dergelijks. De waterwaarden heb ik in de aquariumwinkel laten controleren. Ze waren in orde. Allereerst is het van belang te weten of uw conclusie dat ze doodgaan 'vanwege tbc o.i.d.' uw eigen interpretatie is of dat die conclusie ergens op gebaseerd is. En zo ja, wat dan? Verder weet ik, dat er momenteel (2007) onrustbarend vaak en veel gebruik wordt gemaakt van medicijnen. Vaak ook zonder dat er een deugdelijke diagnose is gesteld van de kwaal, die behandeld zou moeten worden. Dikwijls vanuit de mening baat het niet, dan schaadt het niet en bij uitblijven van de genezing wordt dan maar weer naar het volgende medicijn gegrepen. Hier via deze site wordt mij vaak pas om raad gevraagd, nadat zieke dieren al diverse behandelingen ondergaan hebben. In verreweg de meeste gevallen zou het verstandig zijn het leven van zieke dieren maar zo snel mogelijk op een humane manier te beëindigen. In een goede aquariumzaak heeft men daar ook 'iets' voor als de methoden, die daar vroeger voor werden aangeprezen u net iets te ver gaan. Onlangs nog werd mij in dit verband aangegeven, dat men bepaalde Colisa-soorten preventief constant in de medicatie liet rondzwemmen. Colisa-soorten zijn fragiele vissen en veel ervan leggen het loodje om diverse andere redenen dan de door u veronderstelde tbc. Bij de kweker: Door de wens steeds 'mooiere' dieren te produceren worden door inteelt ongunstige eigenschappen ingekweekt. Door de wens grote nesten groot te brengen worden de eieren afgeschept en apart van het verzorgende ouderdier opgekweekt. En dat terwijl is vastgesteld, dat van het verblijf in het schuimnest een heilzame werking uitgaat. Bij de liefhebber: Door het ontbreken van voldoende ruimte tussen dekruiten en wateroppervlak wordt de lucht te warm. Dat heeft een verschrompeling van het labyrinthorgaan tot gevolg en dat leidt onherroepelijk tot de dood. Bij ontbreken van dekruiten wordt de lucht boven het water vaak te droog, met hetzelfde gevolg. Nieuw aangeschafte dieren worden zonder pardon en pardoes, recht uit het transportzakje in het aquarium gedeponeerd. Gewenning door middel van druppelmethode is onbekend of het duurt te lang. Tot slot wil ik nog wijzen op het feit, dat ik de verhalen aanzienlijk minder vaak verneem in verband met Colusa sota (voorheen chuna), hetgeen erop zou kunnen wijzen, dat andere zaken een rol spelen in het door u aangehaalde probleem. Mijn advies:
We krijgen over enkele maanden een andere bak (we hebben nu één van 1 m). We hebber eraan gedacht om Malawi- of dergelijke cichliden te nemen, maar willen wellicht toch weer discusvissen (die ook cichliden zijn natuurlijk net als de maanvis). Maar mijn man wil er maanvissen bij zetten. Ik ben bang, dat dat een probleem oplevert betreffende het trager voeden van de discusvissen en eventueel stressvorming. Hebt u tips? Ik wil geen van de vissen ellende bezorgen. PS We hebben ook haaivinbarbelen en willen die ook graag overzetten. Ze zijn erg vreedzaam. Ik hoop, dat zij prima met ofwel discussen ofwel maanvissen kunnen? Over het algemeen is er niet zo veel bezwaar te bedenken tegen de combinatie van discusvissen met maanvissen. U geeft aan, dat u 'geen van de vissen ellende bezorgen' wilt en dat is hét standpunt, waar vissen op rekenen! Beide soorten stammen uit het gigantisch grote Amazonegebied en de milieuomstandigheden zijn dus voor beide soorten ongeveer gelijk te noemen. Maar daar ben je er niet mee. Voor het welbevinden van discusvissen is het nodig dat ze met circa zeven exemplaren bij elkaar verzorgd worden. Bij maanvissen is dat minimaal vijf. Beide soorten zijn heel sociale dieren, die het gezelschap van soortgenoten nodig hebben. Wordt niet aan deze eis voldaan, dan is het houden en verzorgen ervan al gauw gelijk te stellen aan de vissen ellende bezorgen. Je zou dus geneigd zijn om maar in totaal 15 dieren aan te schaffen. In volwassen staat hebben die een watervolume nodig van, pak 'm beet, 750 liter. Dat komt neer op een aquarium van circa 180 x 60 x 60. De grote hoogte vanwege de uiteindelijke hoogte van de dieren. Dan wilt u er ook nog haaivinbarbelen bij zetten. [Ik neem aan, dat u daarmee Belantiocheilus melanopterus bedoelt. Ook al een vis, die - als hij uitgegroeid is - een behoorlijk formaat zal aannemen (ik zag ooit exemplaren van wel 20 cm.)] Nu hoor je wel eens vertellen, dat vissen in een te klein aquarium ook nooit hun mogelijke lengte zullen bereiken. Alsof dat ook niet gerekend moet worden tot 'vissen ellende bezorgen'. Dus in een voldoende groot aquarium moeten er nog ettelijke litertjes bij voor de haaivinbarbelen. Kan dat allemaal, dan is wat u wilt zonder gewetensbezwaar te doen. Hebt u een minder ruim aquarium, dan is het uitvoeren van uw plannen weer niet zo'n goed plan. Ik wens u wijsheid en succes met het nemen van een beslissing. Een tiental dagen geleden heb ik wat visjes gekocht in een doe-het-zelfzaak. Nu heb ik aan de lopende band dode vissen. De oorzaak is volgens mij een soort schimmel, dat de vissen aantast. Met name de vinnen. En de vissen zien er bleker uit. Hoe kan ik mijn vissen beschermen? Moet ik ze apart zetten of kan ik mijn gehele bestand vaarwel zeggen of nog behandelen? Zo ja, met wat voor medicijn? Helaas kan ik u niet bemoedigen. Ik vrees, dat u inderdaad een decimering van de aquariumbevolking tegemoet zult kunnen zien. Natuurlijk kunt u proberen de 'ziekte' te bestrijden. Welke ziekte? Aan de hand van de door u beschreven verschijnselen is mij het stellen van een diagnose niet mogelijk. We kunnen dus alleen maar gissen. Het enige wat u nog kunt proberen is een medicijn met een zogenaamd breed spectrum. Dat wil zeggen een medicijn, dat belooft werkzaam te zijn tegen diverse ziektes. Mogelijk heeft dat resultaat, maar ik heb er een zwaar hoofd in. Maar 'niet geschoten. is altijd mis'. Dus in dit geval kan ik het gebruik van een dergelijk middel wel billijken. Daarnaast is het raadzaam om, voordat u het medicijn toepast, alles wat maar enigszins naar verontreiniging riekt te verwijderen (dus bodem afhevelen, ruiten goed schoonmaken, dode plantenresten en afgestorven bladeren en wortels verwijderen enz., enz.). Tweederde van het water verversen. Dan het medicijn inbrengen, precies volgens voorschrift. Daarna afwachten. Als niet op korte termijn verbetering optreedt, mag/moet u ervan uitgaan, dat uw bevolking reddeloos is. Er zullen er wel bij zijn, die overleven, overigens. U blijft zorgvuldig de lijkjes opruimen en water verversen. Nu niet meer 2/3, maar 1/3 per 3 dagen. Houdt de sterfte op, dan kunt u ervan uitgaan, dat het grootste leed geleden is. Wacht nog geruime tijd, voordat u nieuwe vissen inbrengt en blijf angstvallig uitkijken naar nieuwe aanwijzingen, dat de ziekte over is. Daarna maakt u een quarantainebakje om in de toekomst nieuwe aankopen in onder te brengen en te bestuderen, voordat ze in het echte aquarium mogen. Succes in de toekomst en ik hoop echt, dat het zich een beetje oplost en vooral ook, dat dit soort vervelende dingen u in de toekomst bespaard blijven. Daar kunt u zelf wat aan doen: houd uw aquarium angstvallig schoon door regelmatig (eens per week) de bodem af te hevelen en ander schoonmaakwerk te doen. Zorg voor veel goed groeiende planten. Dat voorkomt ziekten en kan ziekten genezen. Breng nooit zonder voorzorg nieuwe vissen in het aquarium. Mijn vissen happen heel vaak naar zuurstof. Ik heb een bak van 600 l met vier discusvissen, vier Ramirezi, twaalf Corydoras en circa 30 roodkopzalmpjes. Ik heb CO2 en veel waterplanten, zoals waterpest, eikenbladvaren, Myriophyllum. Toch blijf ik zuurstofgebrek houden. Wat kan de oorzaak zijn en wat kan ik eraan doen? U stuurt wel heel weinig gegevens, waaruit ik zou kunnen opmaken of uw vissen wegens zuurstofgebrek aan het wateroppervlak komen om daar 'zuurstof te happen'. Het is namelijk lang niet zeker, dat ze naar zuurstof komen happen. Meer voor de hand liggend is, dat ze naar het wateroppervlak komen om het teveel aan CO2 kwijt te raken. Het zit namelijk zo: Vissen ademen en laten water langs de kieuwfilamenten stromen om daaruit zuurstof op te nemen enerzijds en anderzijds om de verbruikte zuurstof (door verbranding in de maag en door beweging is dat namelijk CO2 geworden) te lozen. Om de CO2 vanuit het lichaam naar het water te kunnen afvoeren moet er verschil zijn in de hoeveelheid CO2 opgelost in het vissenbloed (wordt ook wel CO2-spiegel genoemd) en de CO2-spiegel in het aquariumwater. Is de CO2-spiegel in beide media gelijk, dan zal er geen uitwisseling plaatsvinden. In de meeste gevallen zal best wel wat CO2 aan het water worden afgegeven, maar niet genoeg en niet vlug genoeg. Naar boven vlak onder het wateroppervlak is de meeste CO2 uitgeweken. Daar is dus de afgifte van CO2 beter mogelijk. Vandaar dat de vissen daar gaan zwemmen en als een gek water door de kieuwen pompen. Natuurlijk is er best wel een aantal dingen te noemen, waardoor er ook erg weinig zuurstof in het water zit. Dat is doorgaans dus niet de hoofdoorzaak. Maar toch is het goed om te weten:
Mijn planten zijn begroeid met pluisalg. Ik heb gehoord, dat zinkoxide helpt, maar weet de dosering niet. Inderdaad! Zinkoxide helpt. Het hele milieu naar de bliksem! En dat voor langere tijd, want eenmaal in het milieu raakt het niet zo gemakkelijk weer weg. Ook niet met waterverversingen. Dus dat is het laatste, waaraan ik zou denken. Beter is na te gaan welke pluisalg: groene of grijze? Grijze pluisalg is meestal te bestrijden met iets minder licht en een extra groeistimulans voor de planten: water verversen en een beetje van een goede plantenmeststof. Groene pluisalg is meestal te bestrijden met waterverversingen, groeistimulans voor de planten en appelslakken. In uw zeer interessante website las ik over onbruikbaar grind. Ik ben benieuwd naar uw mening over het toepassen van grind met schelpdelen voor een Azië-biotoop. Mijn winkelier raadde het mij af, maar heeft zelf nog steeds geen alternatief gevonden. En waar ik in het land ook kijk, overal zit er schelp in het grind. Waarschijnlijk gebruiken verschillende merken dezelfde toeleverancier. Hebt u raad? Of een beter alternatief? Grind met zelfs maar de geringste hoeveelheid kalk erin moet ik u ten stelligste ontraden. De vrije koolzuur, onontbeerlijk voor een goede plantengroei, bindt zich aan de kalk en wordt zo onbereikbaar. Gevolg: slecht groeiende planten. In de bouwmaterialenhandel heeft men vaak ander grind. Dat zal beter voldoen. Misschien zit er ook een dakdekker bij u in de buurt, die heeft parelgrind, ook wel bekend onder de naam dakdekkersgrind; dat is helemaal perfect. Wel even kijken of het niet te licht van kleur is. Kunnen appelslakken ook samen met garnalen? Ik denk, dat ze wel samen te houden zullen zijn. Zeker met garnalen, die gewoonlijk aangeduid worden als waaierhand- of borstelhandgarnalen. Bepaalde soorten, meestal aangeduid als Macrobranchium, zouden wellicht van tijd tot tijd aan de beestjes kunnen plukken. Hoe groter de garnaal, des te groter het gevaar. Kleine garnalen als het bijengarnaaltje leveren geen probleem op. Ik heb onlangs vijf woestijngrondels gekocht. Ze hebben een aquarium van 1,20*40*50. In de bak liggen enkele stenen (met gaten) en de zijkanten en de achterwand van het aquarium zijn beplant met Vallisneria. Er zijn geen andere bewoners. Het is de bedoeling om deze soort te kweken. Twee grondels zijn zeker mannetjes. Ze zijn iets groter dan de andere en heel erg fel gekleurd. Ik heb enige twijfel over het geslacht van de andere drie. Die zijn zeker niet zo fel gekleurd, maar als je ze echt goed bekijkt is er toch enige kleur te zien in de rugvin. Ik heb de visjes nu een week en toen ik ze net had, waren ze allemaal hetzelfde qua kleur. Het grootste mannetje bewoont nu een hol en bewaakt dat ook. Hoe kan ik nu eigenlijk precies het geslacht bepalen? En krijgen vrouwtjes ook kleur in hun rugvin? In enkele boeken staat iets over zouttoevoeging. Is dit levensnoodzakelijk voor deze vissen? En indien dit van belang is, welk zout en hoeveel voeg je dan toe? In zijn algemeenheid is het geslachtsonderscheid bij Chlamydogebius eremis vrij duidelijk. Je moet dan wel over wat grotere exemplaren beschikken, die al zo lang in je aquarium zitten, dat ze zich op hun gemak voelen. Vooral de mannetjes zullen een heel kleurrijk pakje hebben. Zouttoevoeging is niet noodzakelijk. Ikzelf heb ze generaties lang gekweekt zonder dat er een greintje zout aan te pas kwam. Als je per se zout wilt toevoegen, dan neem je daarvoor het best zeezout. 1 eetlepel op 10 l water. Wel is het aan te raden ze zeker in hard water te verzorgen (hoger dan 12 DH). Ook een meer dan normale pH bekomt de beestjes het best. Verder is het vooral vanwege de kleur een aantrekkelijke grondel. Ook met de voorplanting valt zo het een en ander te beleven. Ik zit in de zesde klas van het gymnasium en moet een profielwerkstuk maken. Het onderwerp dat ik gekozen heb is 'de handel in zoetwatervissen uit Zuid- en Midden-Amerika'. Hierbij behandel ik ook de eventuele illegale vishandel. Mijn vragen zijn dus: Zijn er überhaupt wel soorten uit dat gebied, die niet verhandeld mogen worden? Zo ja, welke? En weet u welk aandeel de plaatselijke bevolking precies heeft bij het vangen en exporteren e.d? En wat de invloed is van de vishandel op de bevolking? Ik weet dat het erg veel is, wat ik nu vraag, maar op internet en dergelijke is er zo weinig over te vinden. Dus als u iets van info voor me hebt, is het al goed. In zijn algemeenheid worden de vangstbeperkingen door de overheid ter plaatse, soms door de centrale regering, maar vaker toch door de overheid in de betreffende deelstaten vastgesteld. Vaste regel daarbij is, dat vissen die door de inlandse bevolking (Indianen en Caboclo's) als consumptievis worden gezien, niet verhandeld mogen worden. Dat zijn eigenlijk alle vissen vanaf ca 10 cm. Je zult begrijpen, dat hier in een gigantisch land als Brazilië door de bevolkingsgroep, waarvoor de maatregel eigenlijk bedoeld is, op grote schaal de hand mee gelicht wordt. Al was het maar, omdat veel dieren als exportproduct voor de siervishandel toch nogal wat geld kunnen opleveren. Daarbij denk ik aan discussen en veel andere grote cichliden. Ik hoor wel, dat er sinds mijn laatste bezoek ook wat dat betreft veel veranderd is. In beginsel wordt de vangst en de export verzorgd door de plaatselijke bevolking (dezelfde Caboclo's en Indianen). Toch komen ook grote aantallen siervishandelaars - voornamelijk uit Duitsland en Japan - vaak zelf hun vissen vangen en verschepen. Meestal op vergunningen die eigenlijk het eigendom zijn van de plaatselijke bevolking. Dat levert de plaatselijke bevolking natuurlijk wel wat op, maar dat staat in geen verhouding tot wat wij hier voor siervissen betalen. Toch wordt er de laatste tijd - naar ik verneem - behoorlijk streng opgetreden tegen buitenlanders, die daar komen vissen. Maar, nogmaals, het is een geweldig groot land en vooral op plaatsen waar de vis gevangen wordt, valt er toch niet zo geweldig veel zicht op te krijgen. Dit is globaal alles, wat ik erover kan vertellen. Er is natuurlijk wel meer, want de laatste tijd speelt een en ander toch wel een rol in verband met het veranderende inzicht in de manier, waarop we met de natuur zouden moeten omgaan. |