Als in Het Aquarium bij de Landelijke Huiskeuring het vissenbestand wordt besproken, worden er altijd de preciese aantallen vermeld. Bij garnalen is dat meestal niet zo. Kan ik hieruit afleiden, dat het met garnalen niet zo snel aan een maximum komt? Met andere woorden: hoef je een garnaal (japonica of vergelijkbare soort) niet voor een vis te rekenen als het om de bevolkingsdichtheid gaat?

Garnalen eten en hebben ontlasting. Dat betekent, dat ze belastend zijn voor een ecosysteem. De mate waarin dat zo is, is een beetje anders dan bij een vis. De commissie keurmeesters heeft nooit een duidelijk standpunt ingenomen en/of geventileerd aangaande garnalen. En natuurlijk kan gesteld worden, dat ze ook een zeer positieve invloed uitoefenen op het ecosysteem. Dat ze belasten, staat buiten kijf. De mate waarin kan divers geïnterpreteerd worden. De meeste keurmeesters zullen oordelen en waarderen naar bevind van zaken.

Ik zou graag willen weten hoe groot het aquarium minimaal moet zijn als ik een paar Pseudotropheus demasoni wil houden?

Pseudotropheus demasoni heet tegenwoordig (2008) Metriaclima demasoni. Dat doet overigens niet zo erg veel ter zake; het zijn fantastische vissen als ze goed gehouden en verzorgd worden. Dit is een vertegenwoordiger van de Mbuna's uit het Malawimeer. Ze leven in grote groepen bij elkaar. Mannetjes en vrouwtjes door elkaar. Wil je ze echt goed houden, dan moet je ze in een groep van een exemplaar of 8 à 12 bij elkaar zetten in een voldoende groot aquarium. Ik denk dan aan minimaal 120 x 50 x 50. Kleiner kan, maar echt veel plezier zul je er dan niet aan beleven.

In mijn aquarium van 240 l, dicht beplant aan zowel de randen als het oppervlak, zwemmen vier honinggoerami's. Een man en drie vrouwen. Deze vissen worden met hoofdzakelijk levend voer gevoerd; aangevuld met diepvries en soms droogvoer. Het water heeft een temperatuur van plm. 25 graden met een pH van 6,9 - 7,2, KH 3,5, GH 6 en 330 µS. Ik hoop dat u zult zeggen: Da's mooi, wat wil je nog meer, een iets hogere temperatuur misschien. Zelf vind ik het ook mooi, de visjes zijn gezond, vertonen hun natuurlijk gedrag en daar geniet ik van. Echter, meneer goerami is nu sinds medio december onophoudelijk bezig om een schuimnest te bouwen, de vrouwtjes dragen regelmatig kuit en ik ga ervan uit dat er ook eitjes worden afgezet. Het lijkt er wel op, doch is niet waar te nemen, omdat het nest zich achter in een dikke bos Vallisneria bevindt. De vrouwtjes zie ik er wel regelmatig in verdwijnen. Ik begin mij zo langzamerhand zorgen te maken over de duur van deze paartijd. De vissen zullen zich volledig uitputten, ben ik bang. Minder voeren, vaker met koel water verversen, temperatuur laten zakken, heb ik alreeds geprobeerd in de laatste twee weken. De visjes trekken zich er niets van aan en gaan vrolijk door. Ik moet daarbij toegeven, dat ik tot de conclusie ben gekomen, dat drie vrouwtjes te veel is op een oppervlak van 48 dm2. Ze doen elkaar geen kwaad, doch besteden veel tijd aan het veroveren van de beste plek, waarbij er eentje duidelijk de mindere is. De vrouwtjes vechten niet, doch imponeren wel veelvuldig. Ik hoop dat u mij kunt vertellen wat ik verder nog kan doen om de vissen uit deze toestand te krijgen. In de natuur zijn ze toch ook niet het hele jaar door paarrijp?

Wat u zou kunnen doen, is een seizoenswisseling in het aquariumklimaat suggereren. Zodat er een wat kouder en wat warmer seizoen ontstaat. De temperaturen mogen dan langzaam oplopen tot 28 à 29 °C en vervolgens weer terugvallen naar ca 22 °C. Als je deze temperatuurwisselingen kunt laten samenvallen met de seizoenen in de natuur, is het helemaal optimaal. Wil je het allemaal heel secuur doen, dan kijk je waar je dieren vandaan komen en zoekt in de atlas op klimaatkaarten welke waarden voor jouw dieren gelden. Of ze dan een pauze in hun paringen zullen inlassen, is de vraag. Van veel aquariumvissen is het bekend, dat de geslachten in de natuur gescheiden leven en tegen de paartijd elkaar pas opzoeken. En het is weer heel goed mogelijk, dat dat zoeken gestimuleerd wordt door de temperatuur.
Met behulp van twee thermostaten kun je wat dat betreft al heel wat bereiken. Eén wordt afgesteld op de hoogste temperatuur, de andere op de laagste. Een schakelaartje in de kabel voor de hoogste temperatuur maakt het naar believen inschakelen van een hogere temperatuur mogelijk. Als je dan ook nog het aantreden van de lagere temperatuur laat samenvallen met overvloedig waterwisselen (regentijdnabootsing), ben je alweer een stukje verder.
Kortom, met het uitvoeren van deze opties ben je in ieder geval wel een tijdje zoet. Geeft aanleiding tot interessante studies in een goede atlas. Kortom, het geeft het aquariaan zijn een andere dimensie, u bent een stuk diervriendelijker bezig en als het allemaal een beetje lukken wil, dan geeft het ander aquariumplezier.

Hoe kan ik zelf terrassen maken?

Er zijn diverse manieren om terrassen te maken zoals:
  • Stenen op een rijtje leggen en de openingen ertussen dichten met turfpluis.
  • Dezelfde stenen op een plaatje perspex lijmen en weer de openingen afdichten met turfpluis (daarvoor in de plaats kunnen ook andere zaken gebruikt worden als donkere vezels, kokosvezels e.d.
  • Ook kan men een stuk zwartlandbouwplastic achter de stenen leggen en de slip omhoogvouwen. De dan ontstane ruimte opvullen met grind, stukken kienhout op de bodem en de openingen opstoppen met vezelig materiaal.
  • Kienhout op perspex schroeven, openingen afdichten.
  • Tempex zwart schilderen en op een strook glas lijmen met siliconenlijm.
  • Aardewerkschaaltjes naast elkaar zetten en beplanten.
  • Enz., enz.
Probeer de kleur van de terrassen overeen te laten komen met de kleur van de wanden.

Ik heb een dringende vraag: waar zit de geslachtspapil bij een pauwoogcichlide? Ik heb overal gezocht in het internet etc., maar overal antwoorden ze hetzelfde 'ja, aan de geslachtspapil', maar waar kan ik die vinden?

Die kun je vinden, net als bij elke vis, aan de achteruitgang van de vis. Daarom wordt zij ook wel de anaalpapil genoemd. Ze is lang niet altijd duidelijk waarneembaar. Pas in de paartijd treedt ze uit en is bij mannetjes als een spits uitsteeksel, ongeveer als de punt van een ballpoint, en bij de vrouwtjes als een stomp uitsteeksel, ongeveer als een ventielslangetje, daar te zien.

Ik bezit een aantal goudvisachtigen in een vijver van ongeveer 4.000 liter. Hoe kan het zo zijn, dat acht vissen één soortgenoot uitkiezen en hem daarna de dood in jagen (letterlijk op de kant jagen)? Het water is van goede kwaliteit en de vissen zijn niet ziek (ook een nieuwe vis wordt uiteindelijk slachtoffer).

In een groep dieren, ongeacht de soort, ontstaat altijd een zekere rangorde. Eén ervan wordt de ranghoogste, één komt op de tweede plaats enz. Dat verschijnsel komt bijvoorbeeld heel duidelijk naar voren in de kippenren, waar de ranghoogste pikken uitdeelt aan al de ranglagere dieren. De rangtweede doet dat ook, maar krijgt pikken van de ranghoogste. De rangderde deelt pikken uit aan ranglagere dieren en ontvangt pikken van de twee in rang boven hem geplaatste dieren enz. Dan wordt gesproken van de zogenaamde pikorde.
Naarmate de omstandigheden minder goed zijn voor de dieren, neemt de mate waarin ze pikken uitdelen toe. Gebrek aan ruimte, plaats om te schuilen, plaats om te rusten, voedselaanbod e.d. zijn zaken, die de drang om te 'pikken' doen toenemen. Ook de weerbaarheid van het 'gepikte' dier is een factor, die het pikken kan doen toenemen.
Dit alles in aanmerking genomen, verklaart waarom de vissen in uw vijver zo 'wreed' zijn hun medevijverbewoner op het droge te drijven. Een nieuwe vis in uw vijver begint automatisch op de plaats van het laagste schepsel in rang. Is het heel erg weerbaar, dan kan het na verloop van tijd wel weer één of een paar plaatsjes in rang stijgen. Maar al even automatisch blijft er dan een ranglaagste over, die alle agressie van de hele school over zich heen krijgt.