Ik ben op zoek naar een adres waar ze kwallen verkopen. Ook wil ik graag weten wat er voor nodig is om kwallen te houden.

Het houden van kwallen in aquaria (over andere kwallen zal het wel niet gaan...) is een haast onmogelijke opgave. Alleen mogelijk voor de zeer gespecialiseerde en deskundige liefhebber. Vandaar dat er bij mijn weten ook geen adressen zijn waar je ze kunt kopen. Zelf vangen?

Kan ik pantoffeldiertjes zien als ik in de gft-bak kijk? Ik heb laatst nog tussen het rottende eten gekeken en ik kon ze niet vinden... Zo ja, bestaat er een opsporingsmethode voor het vinden van pantoffeldiertjes? En mijn dochter hier vraagt of er ook jongetjes en meisjes zijn net als bij ons.

Pantoffeldiertjes zitten gemeenlijk in water. Met een gewapend oog zijn ze zichtbaar. Onder de elektronenmicroscoop kan de vergroting wellicht zo groot gemaakt worden dat ook uitsteeksels zichtbaar zijn. Een geoefend oog kan dan mannetjes van vrouwtjes onderscheiden.

Ik heb een paar vragen over Malawi-cichliden: hoe groot moet het aquarium minstens zijn? Hoe kun je het geslacht onderscheiden? Ik heb een Pseudotropheus acei erin met op de anaalvin gele stippen. Wat voor geslacht is dat? En hij zit steeds achter de 'kleine' Malawicichiden aan. Eet hij die dan op of wil hij ermee spelen?
De vis heb ik gekregen. Hij zit met andere vissen, die kleiner zijn dan hij, in een bak van 80 x 40 x 40. Ik weet dat de bak te klein is, maar ik ben nog op zoek naar een grotere bak: 120 x 50 x 50, maar ik kan nog niks vinden.


Uw aquarium is inderdaad te klein. Ook een bak van 120 cm lang is aan de kleine kant. U moet namelijk weten, dat heel veel Malawi-cichliden in (sociale) groepen leven. 2 mannetjes te midden van verscheidene (een stuk of 5) vrouwtjes. Nu zou u in zo'n kleinere bak kunnen volstaan met een mannetje en een stuk of drie vrouwtjes. Ook kiezen voor kleinere soorten (Labidochromis caeruleus, Pseudotropheus saulosi e.d.) is een oplossing.
Geslachtsbepaling is geen probleem bij soorten waar duidelijk kleur- en grootteverschil is tussen de geslachten. Of het is haast onuitvoerbaar voor een leek bij soorten waarbij de geslachten op het oog bijna niet van elkaar te onderscheiden zijn. Pseudotropheus "acei" behoort daartoe. Eivlekken in de aarsvin kunnen daarbij ook al niet behulpzaam zijn. Alleen heel getrainde liefhebbers kunnen aan de achteruitgang van de dieren zien van welk geslacht ze zijn.
Ga er maar niet van uit dat hij/zij met andere vissen wil spelen. Zolang er voldoende ruimte is om uit te wijken en te schuilen kan het ook geen kwaad. Anders kan hij ze beschadigen, net zo lang opjagen tot ze in stress geraken c.q. tot de dood erop volgt. Daarom is een groot aquarium een 'must'.

Ik heb (volgens mijzelf) een redelijk ongewone plaatjes-variëteit. Namelijk wacktail-penseelplaatjes. Maar dan behalve in het rood ook in het wit en oranje/zalm. Dit na kruising van een rode wacktail-penseel (v) met een oranje tuxedo (m). Per ongeluk dus. Nu wil ik graag weten hoe het kan dat een groot deel van de jongen wit is. Ook wil ik graag weten of het mogelijk is om een genetisch zuivere lijn te kweken en hoe dit dan eventueel zou moeten. Ik heb redelijk wat verstand van genetica, want ik studeer medische biologie in Amsterdam. Schroom dus niet om met termen op de proppen te komen. Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord en wacht gespannen af.

Het grote probleem met het zuiver kweken van variëteiten van levendbarende is het feit dat men zelden weet of de dieren die men heeft 'zuiver' zijn. De voorouders kunnen allerhande eigenschappen gehad hebben, die in het uiterlijk van de dieren niet te zien zijn.
Het opzetten van een zuivere kweeklijn van guppen, platy's en zwaarddragers is een hobby die veel praktische ervaring, kennis van de erfelijkheidsleer, een grote hoeveelheid aquaria, een beetje geluk en een fijne neus vergt.
Je weet dus nooit wat voor bloed er schuilt in de dieren waar je mee begint. Ook ingevoerde dieren, vaak uit Singapore, zijn vaak niet zuiver gekweekt. Als je dus serieus wilt beginnen met zo'n kweek is het zaak maar eens flink wat literatuur te gaan doornemen. Aansluiting bij de Nederlandse werkgroep op dat terrein is ook nooit weg. In België en Duitsland bestaan ook van dit soort liefhebbersorganisaties. Maar met dus veel geduld enz. is het niet onmogelijk.

Grof gesteld komt het hierop neer: een aantal paren als uitgangspunt en die onderling kruisen. Probleem is ook nog dat een aantal levendbarende een zogenaamde 'voorraadbevruchting' kent. Dat wil zeggen, dat een vrouwtje dat gepaard heeft, een deel van het sperma in de eileiders opslaat om het voor een volgende gelegenheid opnieuw te kunnen gebruiken. Nu is het wel zo dat over het algemeen bij een tweede paring met een andere partner het verse sperma voorrang heeft. Dus moet er bij een nieuwe partner een aantal weken gewacht worden, voordat men weet dat hij ook de vader van de nakweek is. (Eén of twee werpperioden = ongeveer één of twee maanden.) De nakweek, die het beste aan het gestelde ideaal beantwoordt, inzetten voor de derde generatie. Met verstand en beleid inteelt blijven toepassen en toch zoveel mogelijk de negatieve neveneffecten ervan uitsluiten. Problemen te over dus. Maar wel een uitdaging voor iemand die zijn tandjes erin wil zetten.
Als ik er verder op in zou moeten gaan, gaat dat hier te veel tijd en ruimte innemen. Daarom nog een paar titels van aanbevelenswaardige boeken op dit terrein. Sommige zijn tamelijk oud, maar de inhoud blijft actueel:
M. Brembach, Levendbarende visen in het aquarium, Thieme, ISBN 90 03 95970 6
J.H. Schröder, Erfelijkheidsleer voor aquariumhouders, Thieme Zutphen, ISBN 90 03 94760 0
M.K Meyer, L. Wischnath, W. Förster, Lebendgebarende Zierfische - Arten der Welt, Mergus Verlag, ISBN 3 88244 006

Voor mijn Tanganjika-aquarium wil ik kalksteen gaan toepassen in mijn filter om het water wat basisch te krijgen en houden. Ik weet echter niet wat ik daarvoor moet gebruiken. Is er speciale kalksteen voor filters te verkrijgen? Kan ik bv. schelpenzand voor vogelkooien gebruiken of is er nog een andere manier om aan kalksteen te komen?

U bedoelt natuurlijk alkalisch water. Daarvoor komen in aanmerking: koraalzand, oude levende stenen uit een zeewateraquarium (maar dat is zonde, omdat ze ook uitstekend bruikbaar zijn als opvulsteen in zo'n aquarium), sepia (rugschild van inktvis), gewone mergel, brokjes marmer e.d. Ook ouderwetse bordkrijtjes. Daar moet dan wel eerst de gele beschermlaag (zwavel) vanaf gekrast worden. Het water zal er niet veel harder door worden dan met 1 à 1½ graad KH. Samen met koolzuurdiffusie zal het beter werken. Dat wordt dan een hele toestand.

Wat is nou precies osmose en waar dient het voor? Heb ik dit echt nodig bij het kweken van bv. cichliden?

Osmose is een natuurkundig verschijnsel waarbij stoffen die in oplossing zijn en gescheiden door een membraan (bv. de vissenhuid of een eihuls) met elkaar in evenwicht komen. De vloeistoffen van de kleinste concentratie zullen zich door het membraan heen verplaatsen naar de grootste concentratie. Het zal vanzelfsprekend zijn, dat wanneer dat optreedt bij een vis van of naar zijn omgevingsvloeistof (het aquariumwater) dit voor de vis niet prettig is. Maar vissen kunnen het drukverschil reguleren.
De osmotische druk kan er verantwoordelijk voor zijn dat visseneieren opzwellen en uiteindelijk barsten of schrompelen tot er weinig meer van over is. De eieren van veel vissen zijn door de evolutie aangepast aan het water in de natuurlijke omgeving. Dat blijft vaak ook na vele generaties in gevangenschap zo. Dus is het van belang dat men probeert de dieren tot voortplanting te brengen in water met de juiste samenstelling.
Vissen voelen vaak instinctmatig en misschien ook wel werkelijk (zie boven) aan of water de juiste samenstelling heeft en gaan dan eerder tot voortplanting over.

Ik heb een vraagje over de kleine muilbroeder (Pseudocrenilabrus multicolor). Ik heb enkele boeken waar iets over deze soort beschreven wordt, maar er staat niets over sociale eigenschappen, huisvesting etc. Misschien hebt u een antwoord op deze vraag?

Pseudocrenilabrus multicolor is een muilbroeder, waarbij de moeder de eitjes in de bek uitbroedt. Men kan ze het beste paarsgewijs verzorgen. In de paartijd worden ze wel eens onverdraagzaam ten opzichte van andere vissen en ook wel eens ten opzichte van elkaar. Als de eieren afgezet zijn, wordt het mannetje vaak opdringerig tegen het vrouwtje. Houdt hem dus in de gaten en haal hem eruit als hij echt lastig wordt. Meestal moet dat; in grote bakken gaat het wel eens goed. In het aquarium moeten in verband met die opdringerigheid voldoende schuilplaatsen gemaakt zijn. Er kunnen wat planten in groeien. Liefst soorten uit Afrika. Ook moet er voldoende ruimte zijn om vrij te zwemmen. De bodem kan onder zo'n zwemplaats het beste uit fijn zand bestaan. (Zoek tot je zand hebt dat een beetje donkerder van kleur is. Moeilijk te vinden, maar wel fijner voor de vissen en mooier om te zien.) Naar de randen toe mag het bodemmateriaal dan wat grover worden.

Kunt u een lijstje maken voor wat ik allemaal nodig heb om een mooie Malawibak in te richten? De maten zijn 140 x 50 x 50.

1. Achterwanden en zijwanden; die zijn in de aquariumhandel te koop. Ze hebben echter het nadeel dat ze behoorlijk prijzig zijn en qua uiterlijk niet bij de te kiezen stenen passen. Wanden zijn ook zelf te maken met wat handigheid. Leden van een aquariumvereniing worden vaak door medeleden geholpen.
2. Een plaat harde tempex om de bodem te beschermen tegen de stenen die behoorlijk groot en zwaar kunnen (moeten) zijn.
3. Een behoorlijk aantal stenen. De stenen moeten zo groot zijn dat ze een goede achtergrond kunnen vormen voor de vissen. Liefst allemaal van dezelfde soort en kleur (tuincentrum).
4. Uiteraard verwarming en eventueel filter.

En hoe je de bak inricht?

Leg de harde schuimplastic op de bodem. Plaats daar de stenen op, zodat er een leuke rotsformatie ontstaat. Zorg voor hoogteverschillen. Zorg voor doorkijken. Leg de grootste stenen onder (dieptewerking). Gebruik zand en of grind. Verschillende korrelgroottes kunnen heel suggestief werken wanneer er twee verschillende bodemtypes gebruikt worden. Zorg voor 3 à 4 cm van die bodem. Zorg ervoor dat er nergens meer tempex te zien is.

Wat voor planten kunnen er allemaal in?

Er zijn niet zoveel planten, die uit het Malawimeer komen: Vallisneria en hoornblad, Potamogeton pectinata (Potamogeton schweinfurthi).

Weet u ook waar ik plastic stenen kan kopen? Ik heb namelijk al een bak gehad, maar die ging lek.

Mogelijk zijn er in bepaalde zaken plastic stenen te koop. Ik kan niet zeggen dat ik dat mooi kan vinden, maar over smaak en kleur valt niet te twisten. Als bovenstaande methode wordt aangehouden, gaat de bak niet lekken, ook niet met heel grote en zware stenen.

Het allerbelangrijkste advies is toch: meldt u aan bij een aquariumvereniging.

Is er iets te doen aan kroos en baardalg in een aquarium, behalve verwijderen met de hand?

Ik vrees dat er inderdaad niet veel anders op zal zitten dan het kroos regelmatig met een schepnetje met fijne maaswijdte te verwijderen. Dat zal regelmatig moeten gebeuren om ervoor te zorgen dat planten voldoende licht ontvangen. Het is heel hardnekkig spul.
Bij het fenomeen baardalg gaat het meestal om een zestal algsoorten: groenwieren uit de geslachten Gladophora en Chaetophora en de roodwieren Compsopogon. Deze komen een enkele keer wel alleen voor, maar toch vaker in combinatie met de eerder genoemde. Ze controleren het gehalte aan fosfaat en nitraat, nadat er al nitraatafbraak in bv. de bodem heeft plaatsgehad. Kurkwanden zijn ook een geliefkoosde vestigingsplaats voor dergelijke algen. U kunt:
a. De fosfaat- en nitraatspiegel terugbrengen door enkele malen in één week ingrijpend water te verversen (bv. de helft van de inhoud, denk wel om de temperatuur).
b. Daarnaast het gehalte aan CO2 verhogen. Dat kan met bv. spuitwater of CO2-diffusie.
c. Groei van de waterplanten stimuleren door het gematigd toedienen van plantenmest.
Volhouden tot de algen verdwenen zijn.

Met belangstelling heb ik het verhaal over de anaërobe nitraatfilters gelezen. Een ontwerp ervan heb ik echter niet kunnen ontdekken. Beschikt u over een voorbeeld daarvan? Ben daarnaast geïnteresseerd in de gebruikte filtermaterialen.

Anaërobe nitraatfilters noemt men ook wel denitrificerende filters. De denitrificatie wordt bereikt doordat men een zuurstofarm milieu schept, waarin de denitrificerende bacteriën (nitribacter) in tegenstelling tot de zuurstofminnende bacteriën kunnen blijven leven. Nu bestaan er over het algemeen twee methodes om dat te bereiken: een filter met een zeer geringe doorstroomsnelheid, waarin het vuil bezinkt. Dat wordt door aërobe bacteriën verbrand. Die verbruiken zuurstof. Daardoor gaat de zuurstofspiegel steeds verder omlaag. De anaërobe bacteriën zullen de plaats van de aërobe bacteriën innemen. Dat is de methode die over het algemeen in de professionele visteelt wordt gebruikt (palingmesterijen en meervalmesterijen). Dat proces kan worden versneld door voeding voor de anaërobe bacteriën toe te voegen (lactose, methanol - koolstofproducten dus).
Het eenvoudigste filter bestaat uit een glazen zuil van bv. 15 x 8 cm. Die kan zo hoog zijn als men wenst. Maar belangrijk is dat de vloeistofspiegel erin even hoog kan staan als in het gefilterde aquarium. Daarin 2 cm los van de bodem tot boven toe een tussenschot. Het ene compartiment 4 cm, het andere 11 cm. Het compartiment van 11 cm vult u tot boven toe losjes met filterwatten. Met behulp van een luchtslangetje hevelt u water druppelsgewijs op het wattencompartiment. Met een luchtpompje (bellenlift) pompt u het water uit het smalle compartiment terug het aquarium in. Nu kunt u in de wattenkant een van de voornoemde voedingsstoffen druppelen (apotheek). Voorzichtig en zuinig beginnen. Er mag geen voedingsstof in het aquarium komen. Het experiment leert wel hoe het werkt!

Overigens moet ik erop wijzen dat deze filtermethoden in de zoetwateraquaristiek nauwelijks zijn ingeburgerd. In de zeewateraquaristiek zijn ze al een gepasseerd station. Daar houdt men de waterkwaliteit op peil door een goed bemeten eiwitafschuimer.

Waar kun je je opgeven voor huiskeuringen? Kunt u de punten mailen waar een keurmeester op let?

Het keuren is een service van de NBAT voor haar leden. U kunt er als lid van een van de aquariumverenigingen aan deelnemen. De meeste clubs organiseren jaarlijks een keuring met een keurmeester. Die let op vijftien verschillende punten vanaf samenstelling van de bevolking tot en met de gebruikte techniek. In zo'n club heeft men ook de keurwijzer vol tips en aanwijzingen voor het keuren.

Ik heb een Zuid Amerika-aquarium van 150 x 60 x 60, verlicht met 1 HQL-lamp van 80 W (11 uur per dag). Vissen doen het geweldig (jonge Apistogramma en Moenkhausia pittieri), maar de planten groeien onvoldoende (Echinodorus redelijk, Vallisneria onvoldoende, drijvend eikenblad niet geweldig. Drijfgroen verslijmt. Er is vrijwel geen alggroei. Bak is 4 maanden oud. Kwestie van te weinig licht, te weinig bemesting? Of beide?

Meestal rekent men 2 à 3 Watt per vierkante decimeter bodemoppervlak (ook wel 50 à 100 Watt per liter water). 90 Watt is dus te weinig. De duur van de belichting is ook aan de korte kant. 11 à 13 uur per etmaal.
Het spectrum van de HQL-lamp is minder geschikt voor plantengroei. Deze lamp is gemaakt voor zeewateraquaria. De organismen daarin hebben behoefte aan veel blauw licht.

Oplossing:
Monteer twee lampen extra met een hoog aandeel rood in het spectrum (Philips 83). Maak alle lampen apart schakelbaar, zodat je naar behoefte kunt aan- of uitschakelen. Maar pas op. Elke verandering in het licht moet heel geleidelijk gebeuren. Begin dus met een van de nieuwe lampen met een schakelklok 2 uur te laten branden op dag 1, 4 uur op dag 3, 6 uur op dag 5 enz.
Hou alles goed in de gaten. Te veel licht of verkeerd licht kan algen geven. De planten zullen gaan groeien. Als dat het geval is, moet bezien worden wanneer plantenmest gebruikt moet worden.

Ik heb laatst ergens gehoord dat het mogelijk is om CO2 te verkrijgen d.m.v. elektrolyse van koolstof of zoiets. Ik weet niet precies hoe het werkt, maar het klinkt een stuk simpeler dan werken met vloeibaar gas uit een tank.

Inderdaad, zoiets bestaat. De spullen zijn in de betere aquariumzaken te koop. Ze komen o.a. van Nisso.