|
Voor starters (3/15) Alles over het opzetten en onderhouden van een tropisch zoetwatergezelschapsaquarium Inrichting van de bak (1/2) Tekst: Wim Steinhoff (Natuurvrienden Zwolle, Zwolle) Twee weken na het opstarten van ons aquarium gaan we de bak echt inrichten. Dat moeten we alleen doen als er geen problemen zijn, zoals overmatige algengroei en als de bak goed draait. Enige algengroei is echter geen punt. Als er wel problemen zijn, moeten we ze eerst oplossen. Als je het zelf niet weet, kun je altijd contact opnemen met een deskundige van een aquariumvereniging. Dan kunnen ze zien of er een oplossing is. De waterplanten gebruiken we weer en overtollige geven we aan andere aquaristen. We gooien geen planten weg. Dat is doodzonde. Zelfs afgeknipte ondereinden kunnen we gebruiken. Die lopen weer uit.
Plattegrond We gaan een plattegrond maken. Dat doen we door op een vel tekenpapier de omtrek van ons aquarium in de juiste verhoudingen met de werkelijke afmetingen te tekenen. Die juiste verhoudingen zijn nodig, zodat we ook de plantengroepen in de juiste verhoudingen kunnen tekenen. Dan kunnen we goed beoordelen of de plaats van de plantengroepen fraai is en afwisselend van vorm en kleur. In die aquariumomtrek kunnen we aangeven welke planten we waar gaan neerzetten. Welke plantensoorten er gebruikt kunnen worden, zal later worden beschreven.
Voor het inrichten van de bak is er een aantal regels. Kijkrichting We bepalen eerst de kijkrichting in de bak. Die is bepalend voor de totale in- richting. De kijkrichting is afhankelijk van de plaats in de kamer, waarvanaf je over het algemeen in de bak kijkt. Deze kijkrichting moet schuin zijn. Als we over het algemeen recht in de bak kijken, moeten we toch een schuine kijkrichting bepalen. Een bak inrichten met een rechte kijkrichting als basis wordt niet mooi en geeft weinig dieptewerking. Sterke punten Zoek de sterke punten in de bak op. Daarvoor deel je de bak in drieën, zowel in de lengte als in de breedte. De snijpunten zijn de sterke punten. Op één of twee van deze sterke punten komt een solitaire plant, een stuk kienhout of een solitair plantengroepje. Dit versterkt de dieptewerking aanzienlijk. Van de vier gebruik je er één (bij bakken tot plusminus 100 cm lengte) of eventueel twee (bij bakken boven de 100 cm). Nooit twee achter of naast elkaar liggende, maar alleen diagonaal ten opzichte van elkaar liggende punten gebruiken. De keuze van de sterke punten is afhan- kelijk van de kijkrichting in de bak. Er kan één sterk punt gebruikt worden, maar maximaal twee. Als er twee punten gebruikt worden dan alleen de combinaties C en B of D en A. Nooit C en A, D en B, C en D of A en B.
Hoogteverschillen Je kunt terrassen aanbrengen om hoogteverschillen te accentueren, maar je kunt dat ook alleen met planten doen. Je kunt complete terrassen kopen of bouwen van plasticemmertjes of -bakjes, kienhout, leisteen en flagstone. Lavasteen kun je beter niet gebruiken, omdat deze steensoort ruw is. Als er vissen langs schuren, kunnen ze zich aan de lavasteen openhalen. Vooral vissen, die tussen de stenen schuilplaatsen zoeken, kunnen schrammen op de flanken oplopen. Plasticemmertjes of -bakjes kun je zo gebruiken. Je kunt ze op elke hoogte afsnijden. Voordat je ze vult met bodemgrond, maak je eerst kleine gaatjes in het plastic. Dan kunnen water en zuurstof in de bodemgrond circuleren. Doe je dat niet, dan krijg je door zuurstofgebrek rotting in de bodem van de bakjes. Daarna kunnen ze ingeplant worden. De zichtbare kanten van de emmertjes of bakjes worden uiteraard bekleed. Daarvoor kun je turf, kurkschors of achterwandmateriaal gebruiken. Ook kun je de zichtbare gedeelten met transparante siliconenkit insmeren en met turfmolm of stukjes turf bestrooien. Na uitharding van de kit heb je natuurlijk ogende terrassen. Als je terrassen maakt van kienhout, leisteen of flagstone, bouw je de terrassen zorgvuldig op, zodat de boel niet bij het minste of geringste in elkaar kan storten. Voor terrassen van steen leg je de grootste stukken onder en de kleinste boven. Leisteen of flagstone leg je plat neer. Bij gebruik van deze materialen leg je de stenen bij elke laag die bovenop de andere komt, zodanig neer, dat ze aan de achterkant iets oversteken. Daardoor wordt het bouwsel stabieler. We gebruiken geen stenen die scherpe punten of uitsteeksels hebben, maar gladde. Terrassen verstevigen
Hoe je de terrassen ook opbouwt, denk er in alle gevallen aan, dat er geen ste- nen naar voren kunnen glijden. Want een steen tegen of zelfs door je voorruit is dan niet denkbeeldig en daar zit je uiteraard niet op te wachten. Materialen voor terrassen onder andere purschuim Ook kunnen we terrassen opbouwen met purschuim. Het voordeel van pur- schuim is, dat het materiaal erg licht is en geen gevaar voor het glas van de bak oplevert. Als het terras van stenen of kienhout klaar is, leggen we er een ruim stuk landbouwplastic in, waar we ook kleine gaatjes in geprikt hebben en vullen het daarna met bodemmateriaal. Vullen van de terrassen met zand (hulpmiddel puntzak)
Je zou kunnen denken, dat ik de opbouw van de terrassen beter in het vorige hoofdstuk bij het inrichten, onderdeel bodemgrond, had kunnen behandelen. Dat heb ik niet gedaan, omdat de plaats van de terrassen sterk afhankelijk is van de kijkrichting in de bak en de daaruit voortvloeiende plattegrond. Bovendien gaat het opbouwen van terrassen op een reeds aangelegde bodemgrond onder water ook goed. Maar als je, voordat je de bak gaat opzetten, alvast de kijkrichting kunt vaststellen en een plattegrond maken, kun je de terrassen uiteraard het gemakkelijkst gelijk bij het inbrengen van de bodemgrond aanleggen. Camouflage technische zaken Camoufleer de technische zaken, zoals thermometer, verwarmingselement, in- laat van het filter, een eventueel binnenfilter enz. Maar zorg er wel voor, dat de
Planten groeperen We zetten de planten in groepen bij elkaar. Nooit hier en daar een plant. De lage planten komen voor en de hoge planten achter in de bak te staan. Op deze regel kunnen we een uitzondering maken door een solitaire plant of een plantengroepje op een sterk punt voor in de bak te plaatsen. Het geeft meer dieptewerking als deze plant of een plantengroepje veel hoger is dan de omringende planten. Het mag wel tot aan de oppervlakte komen.
Wateroppervlak Het is ook heel fraai om planten die zich daarvoor lenen, zoals Glyceria maxima, Vallisneria, klimop en Zosterella dubya, langs het wateroppervlak te laten groeien, het zogenaamde luifelen. Maar dit moeten we maar met één plantengroep doen, omdat anders de oppervlakte dichtgroeit en de planten geen licht meer krijgen. Bovendien is het effect dan weg.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||