|
Voor starters (4/15) Alles over het opzetten en onderhouden van een tropisch zoetwatergezelschapsaquarium Inrichting van de bak (2/2) Tekst: Wim Steinhoff (Natuurvrienden Zwolle, Zwolle)
Beplanting (techniek) De planten die wortelen aan de onderkant van de stelen, snijd je op lengte af met een scherp mesje; bijvoorbeeld een scheermesje. Verder haal je van het stuk steel, dat in de bodemgrond komt alle bladeren af. Deze bladeren gaan namelijk in de grond rotting veroorzaken. Op de plaatsen waar de bladeren gezeten hebben, gaat de plant weer wortelen.
We beginnen achteraan met de langste planten en bouwen de groep naar voren op met planten, die steeds korter worden. Dan kun je gemakkelij- ker zien, waar je moet planten en hoe je uitkomt. Maak de planten niet te kort, want je kunt er gemakkelijker nog een stukje afsnijden dan er weer aan maken. Indien noodzakelijk kun je van de te lange planten alsnog een stukje afhalen. Als we klaar zijn met het inplanten van de groep, hebben we een mooie, schuin van voor naar achteren oplopende plantengroep. De koppen van de voorste planten maskeren dan eventuele kale onderstelen van de planten ,die daarachter staan. Overgang bodem - achterwand Nergens in de bak mag de overgang van de bodem naar de achterwand te zien zijn. Dat vermindert de dieptewerking. Contrastvorming planten Zorg ervoor, dat de plantengroepen, die naast elkaar komen te staan, contrasteren in kleur en bladvorm. Bijvoorbeeld rode naast groene planten en puntig blad naast rond of rozetvormig blad. Gebruik maar een paar rode plantensoorten. Sommige rode planten, zoals de rode Cabomba en de rode Myriophyllum, hebben optimale groei-omstandigheden nodig. In een gezelschapsbak zonder kooldioxidetoediening (CO2) wordt dit vaak een teleurstelling. Op een gegeven moment heb je de koppen in de bak drijven en gaan de planten dood. Dus: koop ze niet, hoe mooi ze ook zijn! Bij twijfel kun je een deskundige om advies vragen. Verhouding echte waterplanten - moerasplanten
Golvend verloop Bouw de plantengroepen niet op als rechte lijnen, maar maak ze golvend en speels. Hoogteverschillen Hoogteverschillen geven dieptewerking. Breng hoogteverschillen tussen de plantengroepen onderling aan, zodat de planten niet allemaal even hoog staan. Want dat geeft een eentonig beeld. Een groepje Rotala indica, dat naast een straatje Lobelia cardinalis staat, mag best een heel stuk hoger zijn dan de Lobelia. Achterwand - doorkijk Bouw de achterwand niet geheel dicht, maar houd een paar doorkijkjes. Dat vergroot de dieptewerking. Hard - zacht water Het is hier moeilijk te zeggen welke planten je moet gebruiken. Dat is afhankelijk van je persoonlijke smaak en van de watersamenstelling, dat de plant behoeft. Cabomba bijvoorbeeld heeft zacht water nodig en Vallisneria en waterpest weer wat harder water. Als je ze bij elkaar in de bak zet, groeien ze wel. Maar afhankelijk van de watersamenstelling zal de één het beter doen dan de ander. Raadpleeg daarvoor de voorhanden zijnde literatuur. Ook een verenigingsbibliotheek heeft deze literatuur in huis. Plantenbestand Je kunt hiermee vrijelijk improviseren in een aquarium in het formaat 100 x 50 x 50 cm. Ook kun je plantengroepen van beide groepen combineren, maar houd rekening met 'één plantengroep per decimeter baklengte' en denk aan de afwisseling in kleur en bladvorm.
Voorbeelden plantenbestand
Tips van anderen Advies: ga bij aquaristen met goede bakken kijken hoe ze hun bak hebben ingericht. Daar leer je van en van deze mensen krijg je tips en doe je inspiratie op. Eén week na de inrichting (duur belichting) Een week na het inrichten (als de bak goed draait), kun je de lichthoeveelheid weer wat vermeerderen door de lichtduur van de bestaande lampen te verlengen en er - als het bakformaat het toelaat - een derde lamp bij plaatsen, die bijvoorbeeld vier uur per dag (van bijvoorbeeld 12 tot 4 uur 's middags) brandt. Denk erom, dat de maximumbrandduur van de verlichting ongeveer 12 tot 14 uur is. Twaalf uur is namelijk de dagduur in de tropen. Eén lamp kan 's avonds voor de sfeer langer branden. Tot ongeveer 11 uur, half twaalf. Anders zit je 's avonds tegen een donkere bak aan te kijken. Kaamlaag (of -vlies) Er kan zich op het wateroppervlak een kaamvlies vormen. Dat zijn afgestorven bacteriën en infusoriën (microscopisch kleine plantjes en diertjes, wat overigens een prima voedsel is voor jongbroed). Het kaamvlies kan in elk stadium voorkomen, maar vooral na het inrichten. Dan komen er veel afgestorven plantendelen in het water terecht, waardoor de bacteriën en infusoriën uitbundig kunnen gaan groeien en daarna weer afsterven. De bak is nog niet stabiel, waardoor de afgestorven micro-organismen te langzaam afgebroken worden en gaan drijven. Het kaamvlies maakt de gasuitwisseling tussen de lucht en het water moeilijker, waardoor de biologische activiteiten in het water verstoord worden. Bestrijding kaamlaag (of -vlies) We kunnen het kaamvlies op een paar manieren bestrijden: Doorluchten Goed doorluchten van het water breekt het vlies. Daarna water verversen om het teveel aan afvalstoffen in de bak te verminderen. Na het waterverversen weer een poosje doorluchten en eventueel weer waterverversen, totdat het vlies verdwenen is. Het nadeel hiervan is, dat door het doorluchten ook het voor de planten nodige kooldioxyde uit het water verdwijnt. Keuken-toiletpapier De voorkeur verdient de volgende bestrijdingsmethode: weghalen van het kaamvlies door stukken absorberend keuken- of toiletpapier op het wateroppervlak te leggen. Dat zuigt het kaamvlies op. Het papier weer snel weghalen, voordat het uit elkaar valt. Daarna water verversen. Dit zal waarschijnlijk meermalen moeten gebeuren, voordat het kaamvlies weg blijft.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||