|
Tekst: Tannia Sels - foto's: Stef Rensen Volgens de Grote Van Dale betekent gezelschap een groep van dezelfde soort, terwijl wij in een gezelschapsaquarium planten en dieren uit drie verschillende tropische werelddelen bij elkaar zetten. En dan beelden we ons nog in, dat al die planten en dieren, die we bij elkaar hebben gebracht, het best naar hun zin hebben in dat aquarium. Maar zeer zelden vragen we ons echt af wat zij ervan vinden... Eigenlijk is een gezelschap in de natuur precies het tegengestelde van wat wij een gezelschapsaquarium plegen te noemen. Maar liefst 90% van de aquariumhouders hebben een gezelschapsaquarium. Natuurlijk zou dat aquarium aan bepaalde regels moeten beantwoorden. En toch schijnt een ieder er zijn eigen ideeën op na te houden. Want er zijn geen twee aquaria hetzelfde.
Hoe dan ook, in realiteit zijn er slechts twee soorten mensen: Homo aquaristicus, die een of meer aquaria heeft, en Homo non-aquaristicus, die geen aquarium heeft. Systematische indeling van de Homo aquaristicus (bron: de bekende geneticus Kurt Koswig, docent aan de Universiteit van Hamburg en leider van het laboratorium voor genetica.) Homo aquaristicus aquaristicus Meestal is dit type een brave huisvader, die er één aquarium op nahoudt met wat visjes en rustig naar een club gaat. Dit type is van het rustige soort. Homo aquaristicus plantarius Deze is een beetje fanatieker. Hij prefereert de mooiste en fraaiste planten boven vissen, die voor hem eigenlijk maar bijzaak zijn. Dit type probeert dan ook alle nieuwe planten en wil ze eveneens kweken. Homo aquaristicus productivus Hij wordt ook wel de kweker genoemd. Hij is in het bezit van heel veel donkere bakken, waarin enkele exemplaren almaar de liefde bedrijven. Verder heeft hij ook nog diverse aquaria met jongen. Dit type is een zeer voorbeeldige aquarist. Homo aquaristicus chemicus Hij weet wat meer over de watersamenstelling en wil dat steeds vertellen. Hij is dan ook heel gelukkig, dat hij aan de pH en de DH wat kan sleutelen. Meestal weet hij ook veel over medicatie en geeft anderen goede raad. Homo aquaristicus practicus Zo iemand is een vereiste in elke vereniging, want zonder hem kunnen er geen tentoonstelling of andere activiteiten worden gehouden. Hij kan bakken plakken en doet allerlei klusjes. Zijn aquarium heeft dan ook een fantastische entourage.
- De liefhebber - Het aquarium - De planten en de vissen - Het commerciële aanbod De liefhebber neemt het initiatief en bepaalt het uitzicht van zijn aquarium aan de hand van zijn ethische en esthetische eisen, zijn theoretische kennis en zijn praktische vaardigheid. Ethische eisen Mensen hebben een persoonlijke voorkeur voor of een afkeer van bepaalde vissen. Zo liggen bijvoorbeeld de roodgekleurde soorten heel goed in de markt. Zo willen sommigen enkel felgekleurde vissen, ongeacht tot welke soort ze behoren. Anderen willen enkel maar grote vissen of schijfvormige en ga zo maar door... Esthetische eisen Een aquarium moet meestal geïntegreerd zijn in de woonomgeving en niet losweg ergens in de kamer staan. Deze soorteisen hebben weinig met de echte aquaristiek te maken. Theoretische kennis is afhankelijk van wat je hebt gelezen en vooral wat je van die lectuur hebt meegedragen. Uit tijdschriften en boeken, die je kunt kopen of lenen, kun je heel wat kennis opdoen. Ook luisteren naar de ervaringen van anderen, vergroot je kennis. Het aquarium is de ruimte waarin de vissen wonen. In die begrensde ruimte bepalen wij de temperatuur en misschien deels ook de samenstelling van het water. Dat alles noemen we de biodynamische beperkingen. Aquaria die in de handel worden aangeboden hebben alle slechte standaardafmetingen. De breedte is steeds smaller dan de hoogte, wat onnatuurlijk is. Een goed aquarium moet steeds 10 centimeter breder zijn dan hij hoog is. In een ruimte met een grotere diepte dan hoogte is het wateroppervlak immers groter, zodat er meer zuurstofuitwisseling is. Ook het inrichten is aangenamer, omdat er meer dieptewerking kan worden gecreëerd. Over het te gebruiken bodemmateriaal kan eindeloos worden gediscussieerd. Hier wordt een mengsel van zand met diverse korrelgrootten uit ervaring aanbevolen, omdat de planten het zo goed doen en omdat er minder problemen opduiken. Het is natuurlijk en zo krijg je een maximale bezetting van afbrekende micro-organismen. Maak maar eens het volgende rekensommetje: In 1 cm3 kunnen er minder korrels van 4 millimeter diameter en de bacteriële bezetting is daardoor ook kleiner. Gebruiken we korrels van 3 millimeter doorsnede, dan wordt de oppervlakte verdubbeld. En met korrels met een diameter van 2 millimeter vergroten we het oppervlak nog meer en er is nog meer plaats voor micro-organismen. Natuurlijk is die berekening slechts hypothetisch. Conclusie Het best is een gemengde of biodynamische bodem. De grote korrels komen vroeg of laat bovenaan te liggen. Dat is perfect voor de mechanische werking. De fijne korrels zakken naar beneden. Datzelfde spel gebeurt ook in de natuur. Een kunstbodem veroorzaakt bepaalde soorten algen.
Zij zijn afkomstig van drie verschillende continenten en hebben een verschillend aanpassingsvermogen. Daarom moet de liefhebber steeds zoeken naar een aanvaardbaar gemiddelde, wat kennis vraagt. Planten en dieren worden verzameld of gevangen. Ze worden naar een exportbedrijf gebracht in het land van herkomst. Die bedrijven trekken importeurs uit westerse landen aan en de levende have komt in het buitenland terecht. Van de importeur gaat alles naar de groothandelaar en ten slotte komen de planten en vissen - via de detailhandel - bij de liefhebber terecht. En bij elk van de vele transporten krijgen de planten en dieren te maken met stress. Een alternatief circuit is de kweek in eigen land. Toch is het grootste deel van wat in onze aquaria belandt import! Planten Er zijn zowat 250.000 verschillende soorten, waarvan er 320 benoemd zijn. Daarvan zijn er een zestigtal gemakkelijk en 40 moeilijk te houden. Echter 80 horen niet in een aquarium thuis en 140 soorten zijn erg moeilijke soorten. Meestal worden er in de handel een 50-tal soorten frequent aangeboden. Dat is voldoende om een evenwichtig geheel uit samen te stellen. Hoornblad en waterpest kunnen goed worden gehouden en hebben de eigenschap, dat ze het watermilieu goed houden.
Er zijn zo'n 10.000 soorten zoetwatervissen. Daarvan worden er 1750 soorten (misschien nu al 2.000) in Europa ingevoerd. Daarvan zijn 200 soorten gemakkelijk houdbaar, 550 moeilijker en 1.000 kunnen we niet tot nakweken overhalen. In de aquariumzaken worden er gemiddeld - in Antwerpen - zo'n 120 soorten aangeboden. Echte liefhebbers houden van zuivere soorten en negeren de sluiervormen en de albino's. Om een evenwichtig gezelschap - zoals Aplocheilus lineatus in de natuur - op te bouwen, hebben we veel geduld en tijd nodig. Want de juiste vissen worden niet altijd aangeboden. Het commerciële aanbod Dit is zowel wat betreft levende have als apparatuur zeer gevarieerd. Meestal moet de liefhebber daar zelf zijn weg in zoeken. Ook de reclame moet sceptisch worden geïnterpreteerd. Systematische indeling van de soorten gezelschapsaquaria Aquarium geograficus strictus of biotoopaquarium Dit soort aquarium is niet gemakkelijk, zelfs bijna niet realiseerbaar. Men tracht hierin immers alles bij elkaar te krijgen uit een bepaalde biotoop: een biomassa met levende materie in het water, zoals vissen, planten, algen, slakken, bacteriën, kreeftachtigen. En er zijn steeds interacties binnen zo'n biotoop. Aquarium ecologicus of nicheaquarium Deze vorm is strikter en geeft een deel weer van een biotoop. Bijvoorbeeld een oeveraquarium met schuttersvissen en sijtjes (Brachygobius). Survival-of-the-fittest-aquarium Daarin gaat de natuur praktisch zijn gang. De vissen moeten het zelf waarmaken. In zo'n aquarium zitten er ook predators. Een voorwaarde voor het welslagen zijn voldoende vluchtmogelijkheden, zodat - net als in de natuur - enkel de zwakke en zieke dieren worden genomen. Ark-van-Noach-aquarium Hierin zijn van vele soorten vissen in koppels samengebracht. Het resultaat is een trieste boel! Aquarium scatocuniculus of konijnenkeutelaquarium of Hollands aquarium Dat is een zeer prettig aquarium, vol planten. Die planten worden bemest met keutels van wilde konijnen. Eigenlijk wordt er in zo'n aquarium aan tuinbouw gedaan. Daar is niets natuurlijks meer aan. Natuurwetten van de vis: - Eet alles wat kleiner is - Vecht met alles wat even groot is - Vlucht voor alles wat groter is - Paart met alles wat even groot is, maar van een ander geslacht Natuurlijk evenwicht in het aquarium Er zijn vier kringlopen, die het hele leven in de natuur beheersen. De waterstofkringloop staat centraal en de andere kringlopen leunen daarbij aan. De zuurstof- en koolzuurgaskringloop zijn eenvoudig. Planten ademen tijdens de dag zuurstof uit en nemen koolzuurgas op. 's Nachts is het net andersom. Koolstof is in plant en dier gebonden onder de vorm van C02 of koolstofdioxide. De stikstofkringloop is de belangrijkste als het op overdrijving aankomt. Stikstof wordt gefixeerd in de vorm van eiwitten in planten en dieren en wordt gesplitst in ammonium, dat wordt geoxideerd tot nitriet en nitraat. Nitrieten en nitraten verbruiken veel zuurstof. Daarom moeten we ervoor zorgen, dat er steeds voldoende zuurstof in het aquariumwater aanwezig is. Dat is niet voor de vissen, wel voor de afbraakbacteriën. In die vier kringlopen worden er natuurlijk ook nog mineralen meegesleurd. Mineralen moeten de planten in leven houden en daarom moeten we ervoor zorgen, dat sporenelementen op de een of andere manier weer in het water terechtkomen. In de natuur wordt gesproken over voedselpiramides. De basis - gevormd door bacteriën - is heel breed. Ze vermenigvuldigen zich snel en mineraliseren afval van heel de piramide. Kleine kreeftachtigen helpen daarbij. In aquaria wordt die kringloop steeds gebroken met algen of ziekten als gevolg. Het evenwicht is immers afhankelijk van het filter en het voederen.
Er zijn diverse mogelijkheden om te filteren. Gebruik echter nooit actieve kool na het toedienen van medicatie. Wanneer constant over actieve kool wordt gefilterd, dan zal het plantenbestand snel achteruitgaan, omdat ook de plantenvoeding - die men eventueel nog extra toevoegt - uit het water wordt gefilterd. Zet bij een biologisch filter - zoals nochtans wordt aangeraden - nooit het verwarmingselement in het eerste compartiment. Het water dat dan door het filter wordt gepompt, is dan 30-35 °C en bevat hoegenaamd geen zuurstof meer. Ook de afbraak gebeurt in deze omstandigheden niet meer correct. Leg onderaan in de compartimenten steeds een laag keramiekpijpjes, daar waar de dompelpomp zich bevindt. Zo krijg je in het pompcompartiment een molm, die ervoor zorgt dat ijzer en andere belangrijke elementen in beweging blijven, zodat je minder moet toevoegen. Een droogfilter verrijkt het systeem, maar moet worden gevuld met bioballen of ander plastic materiaal. Geef je vissen liever geen droogvoer. Dat is een onnatuurlijk voedsel. Een goed vissenvoedsel is - zoals in de natuur - levend. Je kunt het zelf scheppen en overschotten invriezen. Je kunt fruitvliegen, micro-aaltjes en dergelijke zelf kweken. Maar er wordt ook levend voedsel in de handel aangeboden: witte, rode en zwarte muggenlarven, daphnia's en artemia. Verder is er ook nog een rijke keuze aan ingevroren voedsel. Handig is het wel wel wat Spirulina-vlokken in huis te hebben om af en toe - afhankelijk van de soort vis - te geven. Trouwens, planteneters hebben groenvoer nodig! Geef je dat niet, dan krijgen ze een maagontsteking. Wat vinden we in een gezelschapsaquarium? Een gezelschap van vaak veel soorten verschillende vissen. Zeker niet in de hoeveelheid, die we in de natuur op zo'n oppervlak zouden vinden. De norm is de aanpassing, want de vissen moeten elkaar kunnen verdragen en onderling vreedzaam zijn, ook tegenover andere soorten. Ze moeten een grote weerstand hebben, ook tegen ziekten, chemische stoffen en fysische veranderingen en manipulatie. Ze mogen geen territorium vormen en geen voedselspecialisten zijn. Meestal is de keuze dan beperkt tot karperzalmen, barbelen, levendbarenden, meervallen en misschien maanvissen. Want maanvissen zijn cichliden en die horen niet in een gezelschapsaquarium thuis. Natuurlijk zijn er in dergelijke aquaria weleens algenproblemen! Blauwe alg krijg je het gemakkelijkste weg door bacteriën toe te voegen. In vele gevallen is de oorzaak een dichtslibbend filter of een slechte watercirculatie.
Conclusie: slakken zijn zeer nuttig. Hoe meer er in het aquarium zitten, des te beter. Maar als je droogvoer geeft, kunnen er wel eens te veel komen! Geef planten enkel voeding, waarvan je de samenstelling kent. Het inrichten van een gezelschapsaquarium Er is een voorgrond-, midden- en achtergrondbeplanting. In de natuur staan de hoge planten het diepst en de lage het minst diep. Meestal leggen wij achteraan het zand het hoogst en vooraan het laagst. Dat is dan fout. Als we omgekeerd werken, staan de planten zoals het hoort en hebben we er het voordeel bij, dat al het vuil achteraan in de bak bijeenkomt in plaats van vooraan. Dat vuil stoort het uitzicht niet, geeft onder andere ijzer af en hoeft niet te worden weggeheveld. Waarom lukt het niet in bepaalde aquaria? Misschien is het omdat we te rechtlijnig denken. In de natuur komen immers geen rechte lijnen voor. Wij zijn de enige soort, die met rechte lijnen en hoeken werkt. En het is verdraaid moeilijk om een waterstroming rond te krijgen in een rechthoekig aquarium. Ziekten gaan we te lijf met chemicalia, maar vissen worden ziek als ze het niet naar hun zin hebben. Zoek de oorzaak en neem die weg. Vaak zijn het storende soortgenoten, een foute inrichting en stressveroorzakende factoren. Een doordenkertje Een goed gezelschapsaquarium is een sardienendoos van 80 x 40 x 40 cm. Daarin kunnen we 170.000 neontetra's houden; op voorwaarde, dat we ze netjes naast elkaar stapelen. Als daarbij het water nog wordt vervangen door olijfolie, dan hoef je ook niet meer te filteren!
Beeld je eens in, dat je een vis bent en achter een van de aquariumruiten bij de handelaar zit. Je bent in Singapore gekweekt, in een grote betonnen bak. Boven die bak hing een netwerk van bamboetakken om het felste zonlicht te temperen. Je hebt nog nooit een tropische rivier gezien. Op een bepaald moment word je met een schepnet uit het water gehaald en - samen met vele lotgenoten - in een plastic zak gestopt. De zak wordt in een doos van piepschuim gelegd en naar de luchthaven getransporteerd. Na een etmaal vliegen kom je op Schiphol aan. Daar sta je enkele uren in de kou om tenslotte bij de groothandelaar in een van de bakken van een groothandelaar terecht te komen. Je bent suf van de lange reis en je wilt wat bijkomen. Maar een paar dagen later ervaar je eenzelfde scenario en zo kom je in de detailhandel terecht. Daar wacht je op een definitieve bestemming. Elke dag is het daar een drukte van jewelste. Kinderen tikken tegen de ruiten en af en toe schuift er een schepnet door de bak heen en weer. Broers en zusjes verdwijnen... Je ziet er niet uit! En op een dag... zit je zelf in het net. Je wordt in een klein plastic zakje gestopt, met weinig water en wat lucht erboven en in een krant gerold. Je gaat naar de plaats waar je - in het beste geval- de rest van je leven zult moeten slijten. Zou je het dan niet fijn vinden om bij een echte liefhebber terecht te komen? Zo iemand laat jou in je zakje rustig op het aquariumwater drijven. Zo kun je aan de temperatuur wennen en je kunt al meteen - vanuit een veilige cocon - naar je nieuwe leefwereld kijken. Je weet dan al een beetje wat je te wachten staat. Dan begint het wennen en na een halfuurtje word je losgelaten. Je kijkt wat rond en komt allerlei soorten vissen tegen... Een keuze heb je niet. Je moet het er maar mee doen. Het is wennen of doodgaan! Aquaristen zijn verantwoordelijk voor de vissen, die ze onder hun hoede nemen. Ze moeten ze op een serieuze wijze verzorgen! En dat begint met erover na te denken of de vissen het bij ons wel zo goed hebben als we wel denken! Luxe voor vissen kan als volgt worden samengevat: - Soortgenoten in een serieuze hoeveelheid - Andere vissen in een redelijke hoeveelheid - Vissen, waarmee ze kunnen samenleven - Als het even kan vissen uit de directe leefwereld, hun natuurlijke omgeving En hang niet de Homo aquaristicus uit, maar probeer met weinig middelen goed naar de natuur van de vissen te kijken om zo een zo aangenaam mogelijke leefwereld te creëren. Dat vergt (be)praten, inzicht en vooral leren. Maar maak er iets van - niet alleen voor uzelf, maar vooral voor uw vissen! (bron: voordracht Peter de Batist, 13 december 1996) |